De nieuwe thuishaven van Edward Snowden

Mexico-Stad – De vlucht van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden is even spannend als ironisch. Net als Julian Assange, oprichter van WikiLeaks, zoekt Snowden zijn heil in Ecuador, naar verluidt met tussenlandingen in Cuba en Venezuela.

Daarmee kiest de Amerikaan voor een vluchtroute die bepaald niet bol staat van de persvrijheid, maar die juist daarom zijn redding zou kunnen zijn. Neem Ecuador. Onder de linkse president Rafael Correa hebben de media het bepaald niet makkelijk. Zo nam het Ecuadoraanse congres eerder deze maand een omstreden mediawet aan, waarbij onder andere tv-kanalen door de regering worden herverdeeld en strenge ‘ethische regels’ aan journalisten worden opgelegd. Critici stellen dat Correa met de wet in staat zal zijn om kritische media de mond te snoeren.

Cuba, Snowdens eerste beoogde stop na Moskou, heeft al ruim een halve eeuw geen vrije pers. En aangezien de regering in Havana pas dit jaar aankondigde beperkt publiek internet toe te staan, zal het nog wel even duren voor de inwoners van het eiland de openbaringen van WikiLeaks en Snowden kunnen lezen. In de laatste halte voor Ecuador, Venezuela, wordt de situatie steeds nijpender. Wijlen Hugo Chávez maakte gedurende zijn veertien jaar als president lastige oppositiemedia het werk bijna onmogelijk door licenties in te trekken, en onder diens opvolger Nicolás Maduro werd vorige maand ook de laatste oppositiezender Globovisión verkocht aan regeringsgezinde eigenaars. En dat terwijl Venezuela voor beroepslekkers als Assange en Snowden juist een gouden bron is: op de corruptielijst van Transparancy International staat het land op een miserabele 165ste plaats. Jaarlijks sluizen overheidsofficials miljarden aan oliedollars weg, mede mogelijk door een gebrek aan transparantie in de sociale programma’s van het regime.

Bij de vluchtpogingen van Assange en Snowden gaat het echter niet om principes. Cuba, Venezuela en Ecuador vormen al jaren een gestaald anti-Amerikaans blok, dat klokkenluiders als politieke vluchtelingen beschouwt en voor wie het opnemen van Snowden en Assange een handig symbool is van recalcitrant anti-imperialisme. Daarin zit hem ook het laatste stukje ironie: in hun pogingen Amerikaans machtsmisbruik aan de kaak te stellen, zijn ze maar wat graag bereid zich als politiek uithangbord te laten gebruiken door presidenten en regimes die zelf wel wat transparantie kunnen gebruiken.