Menno Hurenkamp

De nieuwe vaderlijkheid

Nederland verlangt naar vaderlijkheid. Afgelopen met het getut achter de theepot. De sukkels en dwarsliggers in deze maatschappij moeten eindelijk weer te horen krijgen hoe het hoort, en te voelen hoe het niet hoort. Een kleine opsomming van de afgelopen dagen. In Rotterdam vindt het bestuur dat je op straat Nederlands moet praten. De minister van Volksgezondheid wil jongeren onder de achttien verbieden alcohol te kopen. Vliegende brigades moeten volgens de PvdA Amsterdam straatterroristen achtervolgen. Kansarme jongeren moeten van een wijze commissie in een kazerne gedrild worden. Deze vaderlijke verlanglijst kan zo worden uitgebreid door opname van de agenda van Rita Verdonk, moeder aller vaders. Hij kan ook ad lib verlengd met plannen uit linksere hoek. GroenLinks wil net zo goed drop-outs «bij de lurven pakken» en «dwingen om te werken».

Dit is geen broederschap. Er vindt geen dialoog plaats. De overheid zegt: wij vinden dat dit goed voor jou (niet: u) is. Onze normen, niet de jouwe. Die paternalistische opstelling van tout Den Haag staat niet op zich. Het wordt een tijd voor harde mannen, tekende Frits Bolkestein een jaar of twee geleden op in de krant. Of een zin van soortgelijke heavy duty strekking. Waardoor hij weer als profeet van de maatschappelijke ontwikkelingen kan rondparaderen. Maar de roep om ingrijpen is ouder dan Frits’ zoveelste krantenstukje. De GroenLinkse politicus en publicist Jos van der Lans hamert al jaren op het belang van zogenaamde bemoeizorg. Naar een nieuw paternalisme heette zijn boos pamflet uit 1994, gericht tegen alle sociaal werkers die het lef niet meer hadden om in te grijpen bij mensen die duidelijk een rotzooi van hun leven maakten. In «paarse tijden» viel dat boekje niet zo goed. Vrijheid blijheid was het credo, ook voor de Tokkies. Nu is het «nieuw paternalisme» een mainstream opvatting. Sterker, de Engelse psychiater Theodore Dalrymple, in eigen land en de rest van Europa grotendeels genegeerd met zijn pleidooi om de onderklasse met harde hand bij de les te roepen, wordt in Nederland volkomen doodgeknuffeld.

Wat maakt deze oplevende vaderlijkheid mogelijk? De te hoge verwachtingen van de multiculturele samenleving. We schrikken nog elke dag dat mensen die hier lang wonen toch niet worden zoals wij. Die angst moet bezworen met vermaningen – heel vaderlijk. En met het liberalisme waar we allemaal zo voor zijn gaat het ook niet goed. «Lekker jezelf zijn» brengt de jeugd aan de drank en houdt de achterstandswijk klem achter de (satelliet)televisie. Dus is het weer tijd voor een blik achter de voordeur van die man met de vieze kleren, voor autoritair gedrag richting gebruikers van onze sociale voorzieningen. NRC Handelsblad-columnist Frits Abrahams onderstreepte onwillekeurig hoezeer de alternatieven voor traditionele vaderlijkheid tijdelijk zijn uitgeput. Als remedie tegen autoritaire doordravers als Geert Wilders en Rita Verdonk ziet hij «ouderwetse regenten», mannen als Hans Wiegel en Piet Hein Donner.

Al die verplichte taalcursussen, drilkazernes en werkverschaffingen, prima hoor. Maar ze vragen doorzettingsvermogen. Van de plannenmakers, die voor goede mensen moeten zorgen om alle onwillige scholieren, werklozen en migranten succesvol «aan te pakken» en het niet alleen bij vernederende terechtwijzingen te laten. Van dat soort professionals zijn er meetbaar veel te weinig. De nieuwe vaderlijkheid blijft zo vermoedelijk een krachtig klinkende opvatting, die wegens gebrek aan uitvoering vanzelf een stille dood sterft.