Column

De nieuwe vrijheid

In het snel veranderende mediatijdperk zijn de eisen van filmfonds en omroep voor financiering binnenkort verouderd.

NA ZO'N tweehonderd bladzijden in Jonathan Franzens epische, maatschappijkritische zedenschets annex familiedrama begon het besef te dagen: dit is helemaal geen roman, dit is een televisieserie. Niet dat het boek slecht geschreven is. Maar slecht schrijven is ook geen onderscheidend kenmerk meer van de series waaraan ik moest denken; decors en dialogen, opbouw en afwerking zijn er doorgaans voortreffelijk in verzorgd. Nee, het was vooral het oeverloze van Freedom dat die gedachte ingaf. In deze spiegel van de Amerikaanse samenleving hadden best nog veel meer persoonlijke lotgevallen van steeds meer vrienden en verwanten van de familie Berglund een plek kunnen krijgen, de scènes zouden zich op nog meer locaties hebben kunnen afspelen en er had op nog meer politieke actualiteit gezinspeeld kunnen worden. Want een well-made play was deze vertelling niet. Eerder, net als het echte leven, een keten van gebeurtenissen zonder dwingend verband die zich aaneen blijven rijgen - totdat het stopt, op een tamelijk willekeurig moment meestal, te laat dus of te vroeg. Het boek had tweehonderd bladzijden meer of minder kunnen tellen.
De wereld draait door. Dat is niet voor niets de titel van de langstlopende Amerikaanse soapserie (begonnen in 1956 en pas vorig jaar geëindigd) maar ook van een Nederlandse televisierubriek die cultuur en politiek opdist als de dagelijkse episodes van een familiedrama, met een vaste cast en gastrollen, met vetes en feesten, waarin alles persoonlijk is en het servies door de lucht mag vliegen als er daarna maar weer gelachen wordt. Dat format is een vondst. Een manier om greep te krijgen op een onoverzichtelijk tijdperk waarin veel verandert; net zoals de negentiende-eeuwse realisten dat met hun feuilletonromans probeerden te doen. En de vorm volgt in dit geval ook keurig de functie. Freedom gaat over een maatschappij waarin ieder individu over zoveel persoonlijke vrijheid beschikt dat het bijna onmogelijk is om nog regels te vinden die voor iedereen zouden moeten gelden. Of het nu gaat om een huwelijkscrisis of een wapenleverantie: altijd speelt de vraag of het oirbaar is om het eigen geluk na te streven ten koste van een of vele anderen. Het antwoord op die vraag ligt niet meer binnen het raamwerk van een politieke ideologie, of binnen het kader van een kerk of de milieubeweging. Er is geen houvast. The centre cannot hold. Geen wonder dat ook het verhaal eigenlijk niet precies binnen de kaften past. Deze dagen is het contract voor de bewerking tot een televisieserie voor de Amerikaanse kabelmaatschappij HBO getekend. De auteur werd gevraagd of hij het niet teleurstellend vond dat het opus geen bioscoopfilm zou worden, net als zijn eerdere The Corrections. Het was een ouderwetse vraag, die van onbegrip getuigde. Want wat voor de persoonlijke en de politieke kaders geldt, geldt net zo goed voor de technische omstandigheden. Alles kan en alles mag.
Lang werd gedacht dat de televisie met zijn goedkope vermaak een ernstige bedreiging zou zijn voor de bioscoop. Zoals de cinema in een eerdere fase als de vijand van het toneel werd beschouwd, dat zelf overigens ooit van de marktkar was gepromoveerd naar een overhuifd podium met roodfluwelen stoelen in de zaal. Maar de emancipatie van kermisvermaak tot de status van hoge kunst is niet waar het om gaat. Veel belangwekkender is de manier waarop de nieuwe mogelijkheden de gevestigde waarden beïnvloeden en ze vervolgens een nieuwe plaats geven in het geheel. Als het elektronische boek verder oprukt, verdwijnt vermoedelijk de paperback maar krijgen we er fraai uitgevoerde echte boeken voor terug - maar wel veel minder. Net nu de televisiebazen tevreden zouden kunnen zijn over aanzien en succes van hun series blijkt dat wat decennialang een pilaar was onder hun programmering - de vaste tijd waarop de serieverslaafde voor zijn volgende dosis naar de zender van dienst moest schakelen - in het tegendeel te verkeren en, tamelijk letterlijk, een tijdbom te zijn. Wie geboeid is door de lotgevallen in een meerdelig epos wil namelijk geen week en zelfs geen dag wachten op de volgende aflevering. Die wil meteen door. Of in ieder geval op een door hem of haar zelf gekozen tijdstip verder kijken. Vandaar het huidige grote succes van de boxen met dvd’s. Die op hun beurt binnenkort geheel vervangen zullen zijn door een knop op de geïntegreerde computer annex tv met toegang tot alle beelden van de wereld. Weg stabiele kijkcijfers van televisiezenders; nog meer nadruk op het uitgaanskarakter, de ‘beleving’ in de bioscoop. Beide blijven bestaan, maar hun rol wordt vermoedelijk kleiner.
De nieuwe vrijheid is oeverloos en we noemen haar on demand. Alles zien wanneer en hoe je wilt, in elke hoeveelheid en in elk genre. Het publiek heeft daar geen problemen mee. Behalve in één opzicht: meer keuze betekent meer stress, de strijd om tijd speelt zich in ieders persoonlijk leven steeds onstuimiger af. Voor de producenten en de distributeurs van al dat schoons betekent tijd dus: geld. Nu meer dan ooit. Ze moeten linksom of rechtsom een betalend publiek bereiken om hun spullen te kunnen blijven maken en vertonen. Er is dan ook geen enkele reden meer om de financiering van bioscoopfilm en televisiedrama principieel te scheiden. Er zijn alleen maar historische oorzaken en soms een paar praktische gronden om dat nog even te doen: tijdens de verbouwing moet de winkel wel openblijven. Dus subsidieert bij ons de cultuurminnende overheid via het ene kanaal (het filmfonds) een dramaproductie met als voorwaarde dat er in een zaaltje op een doek wordt geprojecteerd, terwijl dat bij een andere subsidiestroom (de omroep) juist als verboden 'nevenactiviteit’ wordt aangemerkt. Het zijn kinderziekten, die met de overgang te maken hebben.
En als dat een troost is: de commercie houdt het tempo ook maar amper bij. Videoclips op de mobiele telefoon? Zijn er al lang. Films via Facebook? Ze komen eraan. De termen televisieserie en bioscoopfilm zullen nog lang herinneren aan een tijd dat je films alleen in de Luxor of de Rialto na aanschaf van een papieren kaartje en series alleen in de huiskamer op een vast tijdstip kon bewonderen tegen jaarlijkse betaling van het kijk- en luistergeld. De nieuwe vrijheid heeft heel andere dingen aan haar hoofd. Zoals de vraag op wat voor manieren je haar wel niet kunt benutten, wat goed en slecht is, mooi en lelijk, kwaliteit heeft of onder de maat is - en waarom dat zo is en waarom je dat steeds opnieuw moet uitvinden als de omgeving het niet meer voor je bepaalt.


Hans Maarten van den Brink is directeur van het Mediafonds