De noord-ierse democratie gaat het moeilijk krijgen

Een bijzonder mens is hij: dominee Ian Paisley (73) te Belfast. Met zijn stentorstem buldert hij het pure presbyterianisme al veertig jaar naar zijn duizenden volgelingen. Geen zondag zal hij nalaten te waarschuwen voor het godloochenende, verderfelijke papisme. Voor Paisley was het referendum over de toekomstige structuur van Ulster een gruwelijk complot, het begin van de uitlevering aan de Ierse republiek en - dus! - aan Rome.

Bijna de helft van alle protestanten die meereferendeerden, volgden hem. Met ‘nee’. Bijna honderd procent van de katholieken bleek vóór. Voor Ian Paisley was dat het bewijs van zijn gelijk: dat hele akkoord van Goede Vrijdag, het 'vredesakkoord’, was het begin van het einde van de Unie met Engeland, het begin van de uitverkoop aan de Ierse Republiek. Geloofsvervolging, mentale slavernij - ze stonden aan de grens.
Ian Paisley is onbetwist de populairste protestantse politicus van Noord-Ierland. Hij zal dan ook, met enkele vazallen, eind juni worden gekozen in het 'parlement’ dat samen met een echte raad van ministers Ulster zal gaan besturen. Met hulp van God zal Paisley al het mogelijke doen om elke besluitvorming te blokkeren. En aangezien een besluit van de parlementaire vergadering slechts rechtsgeldig is indien zowel in de protestantse (unionistische) als in de katholieke (republikeinse) delen een meerderheid bestaat, moet Paisleys dreigement serieus genomen worden. En nu al weten we dat de nieuwe Noord-Ierse democratie een moeilijk leven gaat leiden.
De politici die het Goede-Vrijdagakkoord verdedigden, hebben juichend gewezen op het percentage ja-stemmers: 71 procent. Maar zelfs de man die echt het agreement hielp baren, de Amerikaan Mitchell, vond het nodig de euforie te smoren. Een zeer moeilijke weg zal nog moeten worden afgelegd.
En inderdaad, analyseren we zo nuchter mogelijk de situatie die nu in Noord-Ierland is ontstaan, dan moeten we erkennen dat veel erop wijst dat Ian Paisley, van zijn absolute geloof uit, gelijk heeft. Het katholieke volksdeel stemde vóór het akkoord om twee redenen: men had, na meer dan zeventig jaar onderdrukking en sociale vernedering niets te verliezen en alles te winnen. En, belangrijker nog: rotshard bleef overeind de belofte van de regering in Londen dat te zijner tijd een meerderheid van de bevolking van Ulster in een referendum zou beslissen over al dan niet aansluiting bij de republiek, bij Dublin. Die belofte was zelfs hard verankerd in het Goede-Vrijdagakkoord. Dat vooruitzicht was ook de reden dat de IRA, het terreurleger der republikeinen, bereid was de wapens voorlopig neer te leggen. Neer te leggen; niet in te leveren. De bepalingen in het akkoord over de ontwapening zijn vaag gebleven. Het zou moeten gebeuren over een periode van twee jaar.
De ruim vijftig procent der protestanten die 'ja’ stemden (deze voorstanders onder aanvoering van de politicus David Trimble maken rond twintig procent uit van de totale bevolking, niet meer!) koesteren bijna krampachtig de stelling: 'Van nu af aan is de unie met het Verenigd Koninkrijk verzekerd.’
Wel, niets is dus minder waar. Het protestantse volksdeel wordt kleiner, het katholieke neemt toe. Op een termijn van vijf, tien, vijftien of twintig jaar zal het onherroepelijke gebeuren: in Noord-Ierland zal een katholieke meerderheid ontstaan. En die zal leiden tot de 'hereniging’. Hereniging langs vreedzame weg. Dat was ook de reden dat de IRA tot nader order heeft gekozen voor een staakt-het-vuren. Dat enkele tientallen gevangen IRA-leden zullen worden vrijgelaten, is meegenomen, meer niet.
Op de balans van het akkoord is minstens één positieve post te vinden. Het lijkt erop dat een einde begint te komen aan de stelselmatige sociale onderdrukking van de katholieken. De getto’s, in Belfast van elkaar gescheiden door hoge muren, zullen nog lange tijd blijven bestaan. De katholieke en protestantse straten en wijken kunnen, ook al door praktische oorzaken, slechts op lange termijn worden geëlimineerd.
In de Ierse Republiek stemde dus meer dan negentig procent vóór wijziging van de grondwet. Noord-Ierland wordt niet langer beschouwd als een integraal deel van de republiek. En ja: ook in de republiek is erop gewezen dat de grondwettelijke bepaling overbodig is geworden nu is vastgelegd dat in Ulster het volk zal mogen beslissen. Voor het Vaticaan blijft het hele Ierse eiland één kerkelijk geheel met één kardinaal.