De noppes-economie

Het lijkt op een circuit van dienst en wederdienst, maar wel met betaalmiddelen: noppes, sterren of tichels. de opkomst van het nieuwe ruilen in de Lets, Local Exchange and Trade Systems. En wat moeten de belasting en de sociale dienst ermee?
ANITA PAST OP de kinderen van Pim, die Jaap consulteert over een computerprobleem, waarop die zich, na Theo’s haar te hebben geknipt, voor een tarot-consult vervoegt bij Ada, die zojuist weer Anita’s hond heeft uitgelaten.

Dit zou de beschrijving kunnen zijn van een willekeurige reeks vriendendiensten. Of van een micro-diensteneconomie van kleine zelfstandigen. Het verschil met het eerste is dat de diensten worden betaald en met het tweede dat betaling niet plaatsvindt in guldens, maar in noppes, sterren, tuinen of tichels, afhankelijk van de vraag of een en ander zich afspeelt in Amsterdam, Utrecht, Leeuwarden of Dongen.
De laatste twee jaar ontwikkelen zich in Nederland in snel tempo Lets, Local Exchange and Trade Systems met lokale geldstelsels. De deelnemers aan zo'n stelsel wisselen onderling goederen en diensten uit en betalen elkaar in een lokale valuta. Vraag en aanbod staan in een regelmatig verschijnend gidsje, waarin ook de saldi van de deelnemers worden bijgehouden. Dat is het enige wat centraal gebeurt. Over het tarief wordt, geheel marktconform, per transactie onderhandeld.
De Nederlandse bakermat van het systeem ligt in Amsterdam, waar in 1993 een twintigtal mensen uit de kraakbeweging begonnen elkaar in noppes te betalen. Edgar Kampers, actief in Noppes-Amsterdam: ‘Dat begon met het ruilen van kwartieren. Dat leek een handige manier om elkaar te betalen voor onderlinge hulp bij het bewoonbaar maken van panden. Toen die kwartieren wat onhandig bleken, werden het punten, die uiteindelijk noppes zijn geworden. Nu, twee jaar later, telt het Amsterdamse systeem zo'n tweehonderd leden en bedraagt de omzet, omgerekend in guldens, ruim twee ton. Noppes-Amsterdam is intussen een heuse organisatie geworden met een kantoor (voor noppes), bureaus (voor noppes) computers (voor guldens) en twee medewerkers (voor niks). De deelnemers stammen allang niet meer alleen uit kringen van ex-krakers.
Rob van Hilten, een van de initiatiefnemers van Noppes: 'Het zijn niet alleen maar mensen zonder werk en ook niet alleen maar jongeren. Ik denk dat de helft van de leden geen baan heeft. Er zitten bejaarden bij, kunstenaars, een advocaat. De een doet mee om een beetje meer sjeu aan het leven te geven, een ander om van de klussen af te komen waar hij of zij geen tijd voor of zin in heeft.’
Edgar Kampers: 'De advocaat bijvoorbeeld heeft mij een heel goed belastingadvies gegeven, en laat nu zelf in en om haar huis dingen doen waar ze niet aan toe- komt.’
De vergelijking met dienstenbonnen of verplicht vrijwilligerswerk voor een uitkering gaat volgens hen niet op. Kampers: 'Er is niemand die zegt dat je iets moet. De principes zijn vrijwilligheid en wederkerigheid. Je vraagt iets en je doet iets terug.’ Dat is even wennen: 'In het begin zag je zelfs dat mensen hun eigen partner noppes lieten betalen voor een keer extra afwassen. Dat is er nu wel van af.’
Er zijn omstandigheden waarin geen wederdienst wordt gevraagd. Kampers: 'Een oudere vrouw wilde lid worden; ze kon haar boodschappen niet meer doen. Ze had lang geaarzeld, omdat ze niet kon bedenken wat ze terug zou kunnen doen. Zij krijgt een krediet uit een noppesfonds. Daarvoor betaalt ieder lid een jaarlijkse contributie van 25 noppes. Op die manier kun je ook zorg terugbrengen die is verdwenen.’
Ook de gehandicapte kunstenaar Frank kreeg zo'n krediet van duizend noppes. Hij schildert met een kwast die is bevestigd aan een hoofdband. In ruil voor uitjes biedt hij zijn schilderijen aan. Van Hilten: 'Het blijkt dat hij het krediet tot nu toe niet nodig heeft gehad. Mensen zijn kennelijk bereid zijn schilderijen te accepteren.’
Meer zorg en aandacht voor je omgeving, dat is vooral wat Andrea Kropf be weegt. Ze runt het Noppes-secretariaat, heeft truien, 'heerlijke taarten’ en 'fantastische catering’ in de aanbieding en vraagt een massagecursus: 'Eigenlijk doen mensen mee omdat ze een beetje aan de wereld willen sleutelen. Omdat ze graag wat meer aandacht voor elkaar willen hebben en voor het milieu.’
Van Hilten: 'Je hebt bij wijze van spreken genoeg aan een oud schriftje en een potlood.’ Kampers: 'Het is aantrekkelijk voor allerlei groepen die op zoek zijn naar andere manieren om onderlinge relaties zonder geld te regelen. In Gemert is het een Bhagwan-groep die ermee is begonnen, in Arnhem zijn het holisten, in Enkhuizen staat de ecologie centraal en in Dongen zijn het gewoon een aantal buurtbewoners die op zoek waren naar een manier om nieuwkomers te integreren.’
DE OORSPRONG VAN het noppessysteem ligt in Comox Valley, een dorpje in het Canadese British Columbia. Begin jaren tachtig speelde ook daar zich het klassieke toneel van de economische depressie af. Door faillissementen van de belangrijkste bedrijven raakte een groot deel van de bevolking werkloos. De koopkracht nam sterk af en bedrijven die het van de lokale markt moesten hebben, kwamen ook in moeilijkheden. Het weinige geld dat er nog was, werd buiten het eigen dorp besteed. Daardoor kwamen steeds meer voorzieningen onder druk te staan. Op zoek naar een manier om de eigen economie nieuw leven in te blazen, bedacht een aantal inwoners het eerste Local Exchange and Trade System. Het bleek een doorslaand succes. Particulieren, maar ook kleine ondernemers deden mee, de lokale economie bloeide op en het ruilsysteem verspreidde zich binnen een paar jaar van Canada via de Verenigde Straten, Australie en Nieuw Zeeland naar Engeland. Van daar waaide het over naar het vasteland van Europa, de Scandinavische landen, Duitsland en Frankrijk.
In Nederland en Vlaanderen is Aktie Strohalm de drijvende kracht achter de introductie van Lets. Strohalm, vijfentwintig jaar geleden begonnen als anti-kernenergiegroep, houdt zich tegenwoordig bezig met de verbanden tussen milieu, armoede en economie. En probeert kleinschalige alternatieven te ontwikkelen. Edgar Kampers: 'Voor mensen die geen baan hebben en dus weinig geld maar wel veel tijd, is het een uitkomst. Ze kunnen aan dingen komen waar ze geen geld voor hadden. En ze kun nen zelf weer actief zijn en daardoor iets betekenen en sociale contacten opbouwen.’
Een praktische vorm van armoedebestrijding dus. Het stimuleren van lokale economieen is bovendien goed voor het milieu. Kampers: 'Je organiseert je produktie dicht bij huis. Dat is goed voor je eigen economie, omdat het geld niet onmiddellijk verdwijnt, maar in de lokale economie circuleert. Het is bovendien goed voor het milieu, omdat het gericht is op reparatie en hergebruik van goederen. En omdat het een tegenwicht biedt tegen het zinloze en vervuilende gesleep met goederen van de ene plek naar de andere. De voorbeelden zijn bekend: de garnalen die hier worden gevangen, naar Marokko vervoerd om daar te worden gepeld en dan weer terugkomen om hier te worden geconsumeerd.’
Weg dus met avocado en mango, leve pastinaak en raapsteel, als het even kan op natuurlijke wijze geteeld en kleinschalig aan de man/vrouw gebracht. Kampers: 'In Amsterdam zijn we in navolging van Utrecht druk bezig met het organiseren van een groenteabonnement. Voor een zekere hoeveelheid noppes plus een tientje krijg je dan elke week een kistje biologisch geteelde groenten. Van dat lokale geld kan de boer dan weer mensen inhuren die het prettig vinden met hun handen in de grond te zitten.’
DE SNELLE GROEI van de Lets heeft ook de buitenwacht attent gemaakt. De belastingdienst bijvoorbeeld. Inkomen is belast, ongeacht de valuta. Of de sociale dienst. Is degene die zijn uitkering aanvult met Lets in principe niet gewoon een zwartwerker wiens Lets-bijverdiensten gekort moeten worden in gewone harde Hollandse guldens? In de praktijk valt dat mee. Althans tot dusver. Een nieuwtje is dat Aktie Strohalm met staatssecretaris Willem Vermeend overeen is gekomen dat een deelnemer die minder verdient dan drieduizend Lets op jaarbasis, niet te maken krijgt met de belastingdienst. Dat is dus een extra belastingvrije voet. Verdient iemand meer, dan kijkt de dienst naar de bron van dat inkomen. Is dat een breed scala van verschillende activiteiten, dan is er niets aan de hand. Maar betreft het een bepaalde activiteit, zoals kappen of fotograferen, dan ziet Vermeend daarin een bedrijf en volgt er een aanslag. Kampers: 'Maar dan moet je wel erg veel doen. De actiefste deelnemer zit nog niet eens op de helft van dat bedrag.’
Mocht het ooit tot een aanslag komen, dan wil Strohalm, desnoods via een proefproces, proberen die aanslag in noppes te betalen. Kampers: 'Er is het geval van Partyservice, een cateringbedrijf dat deel uitmaakt van een barter-systeem, en dat een belastingaanslag van vijftigduizend gulden in bartereenheden wilde betalen. De Hoge Raad heeft twee jaar geleden bepaald dat dat mag.’
Bij de sociale dienst ligt het iets ingewikkelder. Kampers: 'We hebben geen contact met het ministerie, zoals bij Financien. Het hangt dus nogal van de lokale situatie af. In Amsterdam staat men er redelijk welwillend tegenover. Mensen kunnen werkervaring opdoen, starters krijgen een kans, sociaal isolement van langdurig werklozen wordt doorbroken. Maar er zijn ook diensten, zoals in Utrecht, die veel meer reserves tonen. Dan komt de nadruk te liggen op noties als fraude en zwart werken in plaats van sociale activering.’
Het gaat Aktie Strohalm met de promotie van Lets-systemen ook om een vriendelijke doch principiele vorm van kritiek op het vigerende economische systeem van 'groeidwang’. Strohalm lokaliseert de bron daarvan in de rol van de rente. Omdat bij investeringen behalve het geleende bedrag ook de rente terugbetaald moet worden, ontstaat een overinvestering die er alleen maar toe dient de voorraad geld te laten groeien. Schaf de rente af en de noodzaak tot (onnodige) groei verdwijnt. Het is een stelling die weinig sympathie ontmoet onder economen. De Groningse emeritus- hoogleraar Jan Pen noemt Aktie Strohalm op dit punt een 'sympathieke, doch warhoofdige groepering’. Hij meent dat het afschaffen van de rente het geld goedkoop maakt en daarmee een enorme expansie uitlokt. Zijn advies: als je de produktie wilt afremmen, zorg dan dat geld duur wordt. Met andere woorden: verminder de groei, verhoog de rente.
Waar Aktie Strohalm pleit voor een omvorming van het economische systeem, pleit Pen, en met hem vele anderen, voor een scherper onderscheid tussen gewenste en ongewenste vormen van groei. Terwijl Ak tie Strohalm groei ziet als gevolg in de werking van het economisch systeem, ziet Pen de bron van de groei in de eerste plaats in ’s mensen onuitroeibare drang tot lotsverbetering. Daarom hoopt Pen dat een 'van bovenaf geformuleerde’, meer selectieve economische groei de mens zal sturen in de richting van een houdbare samenleving. De visie van Aktie Strohalm is daarentegen dat mensen, eenmaal verlost van die groeidwang, zoals in Lets, de neiging zullen hebben die groeidwang in te ruilen voor meer op menselijke maat toegesneden economisch systeem.
De vraag is dus wat de mogelijkheden zijn van Lets. In Engeland, waar een kleine tweehonderdvijftig Lets actief zijn, is dat onderzocht. Colin Williams van de universiteit van Leeds ging na of Lets bijdragen aan groei van lokale economieen, aan sociale samenhang en aan bestrijding van armoede in het plaatsje Totnes in Devon. Van de 4257 inwoners was 10,6 procent zonder werk. De 250 deelnemers aan het lokale geldsysteem verhandelden onder elkaar jaarlijks zo'n 10.000 acorns, het lokale equivalent van het Britse pond. Williams constateerde dat het Lets-systeem de deelnemers 3,5 tot 7 procent meer inkomen opleverde. Lagere inkomensgroepen bleken meer te profiteren dan gezinnen met hogere inkomens. Een derde van de deelnemers gaf aan dat hun welstand was toegenomen en met name werklozen meldden een toename van het aantal vriendschapsbanden.
Dat is al niet gering. Maar Noppes wil verder. Hulp in de huishouding, tarot en bloesemtherapie mogen de geldzorgen verlichten of sjeu aan het leven geven, het is de bedoeling ook basisbehoeften via Lets-circuits te gaan organiseren. Dat betekent onvermijdelijk de deelname van bedrijven. Dat betekent binnendringen in de officiele economie. En daarmee zal het karakter van Lets veranderen. Rob van Hilten is daarvan een warm pleitbezorger: 'Neem het voorbeeld van dat groenteabonnement. Die boer zit ergens in Noord-Holland. Die kan zijn noppes alleen kwijt als hij daar mensen voor kan inhuren. Daar moeten wij voor zorgen. Dus zie ik aankomen dat we over een tijdje ook uitzendbureautje zullen gaan spelen.’
NU IS DAT eerder vertoond. In Amerika bestaan al sinds de jaren dertig Lets voor bedrijven, de zogeheten 'barterkringen’. De achtergrond ervan is het streven van vooral kleine en middelgrote bedrijven om geldstromen binnen de eigen circuits te houden en zodoende de afhankelijkheid van grote transnationale ondernemingen te beperken. Daartoe richten ze een gezamenlijke organisatie, een barter, op die aan deelnemers een krediet verstrekt en die via handelsreizigers actief vraag en aanbod bij elkaar brengt.
In tegenstelling tot particuliere Lets, waar de verantwoordelijkheid vooral bij de deelnemers ligt en de organisatie slechts registreert, zijn barters dus zeer centralistisch georganiseerd. Noppes beoogt die twee te combineren.
Van Hilten: 'Dat is de uitdaging. Aan de ene kant heb je het Lets-systeem, waarvan inmiddels wel duidelijk is dat het het best functioneert als het kleinschalig is. Dat willen we ook zo houden. Lets-kringen moeten niet veel groter worden dan drie- of vierhonderd mensen. Aan de andere kant is er het bartersysteem. Daarin kun je een groot aantal Lets-kringen onderbrengen en met elkaar verbinden. De uitdaging is om die combinatie van groot en klein te ontwikkelen. Stel je voor dat twintig procent van de huishoudens op het minimum via Lets milieuvriendelijke produkten kunnen kopen, die ze nu niet kunnen betalen. Of dat ouderen daardoor vijf jaar later dan nu op professionele zorg aangewezen raken. Wie weet wat zo'n systeem kan? Niemand toch, de economische wetenschap incluis? Die kunnen je altijd uitleggen waarom iets niet kan. Maar we zullen ze goddomme es een poepie laten ruiken.’
Andrea Kropf: 'Maar misschien komt het wel helemaal niet zover en hebben we alleen maar tweehonderd mensen een beetje gelukkiger gemaakt. Nou, dan is dat het. Uiteindelijk gaat het erom: wil je proberen iets te veranderen? Iets te doen dat een verschil maakt?’