De ns wil alleen winstgevende reizigers

Begin deze week debatteerde de Tweede Kamer over de privatisering van de Nederlandse Spoorwegen. Over drie zaken maakt de kamer zich zorgen: de toekomst van ‘onrendabele’ lijnen, de positie van de reiziger en de prijs van het treinkaartje. Gebieden moeten niet in een isolement komen door het opheffen van lijnen, en de kamer vreest dat de NS straks de spitsreiziger zulke hoge tarieven in rekening gaat brengen, dat deze van schrik in de auto stapt. Bovendien is men bang dat de reiziger straks niets meer in te brengen zal hebben bij de monopolist.

Zijn deze angsten gegrond? Minister Jorritsma wil veel geld uitgeven om een consumentenorganisatie op poten te zetten die het spoorbedrijf kritisch zou moeten begeleiden. Aan de tariefstelling kan zij niet veel doen, dat is een zaak die een zelfstandig bedrijf zelf moet regelen. ‘Maar’, zo betoogt de minister, 'juist de privatisering heeft als gevolg dat de NS er belang bij krijgt zoveel mogelijk reizigers te lokken.’ Vroeger, zo impliceert zij, hoefde dat niet, omdat de verliezen toch wel werden afgedekt door overheidssubsidie.
Is dat nu wel zo? Natuurlijk heeft de NS belang bij reizigers. Maar niet bij alle reizigers. Zo was en is het bedrijf de studenten liever kwijt dan rijk. Het spitsverkeer moet minder en het bedrijf wil ook graag worden verlost van het verliesgevende vervoer in de regio. Het wil zich vooral richten op het winstgevende interregionale vervoer. Met andere woorden: reizigers, graag, zo lang ze betalen. En het staat natuurlijk een beetje raar om de NS eerst te verplichten winst te maken, om het het bedrijf vervolgens kwalijk te nemen dat het dat ook gaat doen.
De minister werkt volop mee aan dit scenario. NRC Handelsblad onthulde zaterdag dat ten departemente al een blauwdruk ligt waarin de NS alleen zorgt voor een landelijk rompnet van lange- afstandsverbindingen en de stoptreinen in aparte regionale bedrijven worden ondergebracht. Zo schuift de landelijke overheid de verliezen door naar de regio’s. De kamer had dat stuk maandag nog niet, omdat de kopieen van de kleurenkaarten niet op tijd beschikbaar waren.
De angsten van de kamer zijn gegrond. Het nettoresultaat van privatisering zal zijn dat het winstgevende deel van het bedrijf door NS wordt geexploiteerd, terwijl de overheid -lees de belastingbetaler - opdraait voor de verliesgevende delen. Met andere woorden: de winsten worden geprivatiseerd, de kosten gecollectiviseerd. Een openbaar-vervoerbedrijf heeft als doel zoveel mogelijk reizigers te vervoeren en kan daarop worden ingericht en afgerekend. Dat dat in het verleden niet is gebeurd, kan men de NS zeker verwijten, maar dat heeft de overheid door de ernstige verwaarlozing van het openbaar vervoer ook aan zichzelf te danken. Het eind van het liedje is nu dat men de hele zaak in arren moede over de muur gooit in de hoop dat 'de markt’ het wel zal regelen.
De discussie van maandag heeft geleid tot uitstel van de hele operatie met een half jaar. Maar gezien de bezwaren van de Kamer kan niet anders worden geconcludeerd dan dat men de NS eigenlijk helemaal niet wil privatiseren. Terecht. Dat van uitstel afstel kome.