De objectieve wetenschap

In 1998 werd in het gerenommeerde medisch wetenschappelijke tijdschrift The Lancet een geruchtmakend artikel gepubliceerd door Andrew Wakefield en twaalf andere artsen. In het artikel wordt de suggestie gewekt dat er een verband zou kunnen zijn tussen het BMR-(Bof-Mazelen-Rodehond)-vaccin en autisme. Het was het begin van wat in de Verenigde Staten ‘The MMR vaccine controversy’ is gaan heten, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Nadat de inhoud van het artikel in de media terecht was gekomen daalde het aantal vaccinaties in Groot-Brittannië aanzienlijk. Dit was opvallend, want in het artikel werd een verband tussen het vaccin en autisme niet bewezen, maar slechts gesuggereerd. Daarnaast werd alleen al deze suggestie door een groot aantal medici direct in twijfel getrokken. Later volgden ook wetenschappelijke bewijzen dat het vaccin geen autisme kon veroorzaken. Maar de vertekenende kracht van de media is in dergelijke gevallen groot: vijftig procent aandacht voor een gemarginaliseerde mening en vijftig procent voor de breed gedeelde mening geeft voor de nieuwsvolger de illusie van gelijkwaardigheid.

Wakefield werd in 2001 geschorst en moest voorkomen bij de General Medical Council, omdat hij gesjoemeld zou hebben met data en geld had aangenomen van partijen die een rechtszaak wilden aanspannen tegen de vaccinproducenten. De zaak tegen Wakefield loopt nog steeds. Inmiddels is het aantal vaccinaties weer gestegen, maar nog altijd leeft het idee hardnekkig dat het BMR-vaccin autisme kan veroorzaken, getuige ook een optreden van ex-Baywatch-ster Jenny McCarthy bij Oprah Winfrey vorig jaar. Zij beweerde daarin dat haar zoon autistisch werd van het BMR-vaccin.

Deze week sprak ik met Jesse Goossens, schrijfster van het boek Plastic soep, over de plasticvervuiling in de oceaan. Zij was er tijdens haar onderzoek voor het boek achtergekomen hoe misleidend het autoriteitsoordeel van de wetenschap kan zijn. Goossens memoreerde het nieuws van enkele jaren geleden dat er in speelgoed van Mattel (Barbie en Ken) schadelijke gifstoffen zouden zitten. Hier was toentertijd even ophef over, maar al snel bereikten ons geruststellende mededelingen dat het allemaal wel meeviel. Het was bangmakerij.

Volgens Goossens zijn de Barbies nog net zo giftig, net als het polycarbonaat dat gebruikt wordt voor babyflesjes die we in de magnetron opwarmen en weekmakers die voor tal van andere plastic producten worden gebruikt. Goossens zegt dat hier overtuigend wetenschappelijk bewijs voor is. Maar, zegt zij, vanuit de plasticindustrie (waarachter de olie-industrie schuilgaat) worden ook wetenschappelijke onderzoeken gesubsidieerd die het tegenovergestelde beweren. Toen kwam ze met, als ze kloppen, onthutsende cijfers: 218 onderzoeken werden er in 2008 uitgevoerd naar de schadelijkheid van plastic: 204 onafhankelijke onderzoeken, 14 gesubsidieerd door de chemische industrie. De uitkomst?

Onafhankelijk: uit 93 procent van de onderzoeken blijkt dat plastic schadelijk is voor de mens.

Gesubsidieerd: uit 100 procent van de onderzoeken blijkt dat plastic onschadelijk is voor de mens.

Op dat moment dacht ik eerst aan de tabakindustrie die – op het moment dat medici achter de schadelijkheid van roken begonnen te komen – jarenlang onderzoeken subsidieerde die het tegendeel beweerden. En toen dacht ik aan Wakefield, die ik voor malafide hield. De mond gesnoerd door de farmaceutische industrie? Het lijkt me niet, maar helemaal zeker ben ik er niet meer van.