De toestand is gecompliceerd en dus gevaarlijk

De Oekraïense heksensabbat

Gaat het in Oekraïne, nadat de onderhandelingen tussen oppositie en establishment zijn gestaakt, om democratie of dictatuur? De toestand is gecompliceerder en dus gevaarlijker.

Elke avond laat de televisie ontroerende beelden zien. Oranje uitgedoste Oekraïners, jong en oud, die met honderdduizenden het centrum van Kiev in bezit hebben en dat nu ruim een week volhouden. Burgers die zich voeden met thee, soep en gepofte kastanjes, die luisteren naar opbeurende teksten van de bokser Vitali Klitsjko en van rocksterren, die bloemen uitdelen aan de oproerpolitie die op haar beurt de omsingelde staatsorganen moet beschermen. Hun tegenstanders noemen hen denigrerend «sinaasappels» of zwijgen omdat ze niet weten naar welke kant de bal zal rollen.

Maar voor oranje is de vijftigjarige Viktor Joesjtsjenko – voormalig centraal bankier, ex-premier, ooit een mooie jongen maar door een raadselachtige ziekte een paar maanden geleden nu een pokdalig spook – de winnaar van de presidentsverkiezingen op 21 november. Zittend premier Viktor Janoekovitsj (54 jaar), die door president Leonid Koetsjma naar voren was geschoven, is in hun ogen een oplichter die zich in de sterrensfeer alleen nog in de steun van polsstokhoogspringer Sergej Boebka mag verheugen en daarbuiten hooguit in de kring van bureaucraten, industriële oligarchen en grof gebekte mijnwerkers uit het Donbekken in het oosten van Oekraïne.

Zoveel volk op de been, zoveel mensen die zichzelf weten te beheersen en geen provocaties van de politie of het leger uitlokken, plus druppelsgewijs overlopende functionarissen (een onderminister hier, een politiechef daar): dat kan maar op één feit wijzen, namelijk dat Joesjtsjenko zich terecht de nieuwe president van Oekraïne waant. Ongetwijfeld zijn de verkiezingen in de oostelijke bolwerken van Janoekovitsj frauduleuzer verlopen dan in de aan Joesjtsjenko toegewijde districten in het westen, waarover we overigens nagenoeg niets horen. Hoogstwaarschijnlijk zou een eerlijke telling, inclusief de kleine vervalsingen, in het voordeel van de laatste zijn uitgepakt.

Maar het gaat in Oekraïne om veel meer. Het gaat om de eerste grote herverdeling buiten Rusland sinds de ontmanteling van de Sovjet-Unie in 1991. Allerhande binnenlandse én buitenlandse partijen spelen daarin hun rol, een rol die niet louter door politieke morele motieven maar ook door platte materiële belangen is ingegeven. Hoewel Joesjtsjenko heeft geprobeerd dat beeld te voorkomen (De Groene Amsterdammer van 29 oktober), is hij met de dag meer de representant geworden van het Westen die het land wil afzetten tegen Rusland in de hoop op een plekje in de vestibule van de Europese Unie. Omgekeerd is Janoekovitsj de afgevaardigde van Moskou die de Russische belangen in Oekraïne moet veiligstellen.

Dinsdag, bij het sluiten van dit nummer, was de chaos compleet. Scheidend president Koetsjma had bij wijze van handreiking voorgesteld de presidentsverkiezingen helemaal opnieuw te doen, met andere kandidaten. Dat was een sluwe zet omdat een nieuwe ronde het establishment nieuwe kansen biedt om zich te hergroeperen. Al langer speelt de oude politieke elite in Kiev met het idee het presidentschap enigszins uit te kleden ten gunste van het parlement, zodat de verschillende industriële en financiële lobbygroepen beter aan hun trekken kunnen komen. Omgekeerd is Joesjtsjenko bevangen geraakt door de roes van de massa. Was hij aanvankelijk nog bereid tot een nieuwe tweede ronde tegen Janoekovitsj, sinds begin deze week is de inzet verdubbeld: de totale overwinning. Nadat maandag de directeur van de Centrale Bank, in zijn vrije tijd tevens campagneleider van Janoekovitsj, was afgetreden, eist de oppositie het vertrek van premier Janoekovitsj en gokte erop dat het Hooggerechtshof onder druk van de ogenschijnlijk onverwoestbare oppositiebeweging de uitslag alsnog kantelt. Dinsdagavond besloot de oppositie elk gesprek met de regering over een politiek compromis te staken.

Joesjtsjenko is in die oranje massa weliswaar dé leider, maar hij is niet louter a man in his own right die zijn campagne heeft gefinancierd uit de collectebussen bij de bakker of de slager. De beweging Pora («Het is tijd») heeft ook rijkelijk kunnen putten uit subsidies van de immense Oekraïense diaspora in Canada, Duitsland en andere westerse landen en is getraind door voorlopers, zoals Otpor in Servië en de groep rond Michael Saakasjvili in Georgië, waar de zittende macht (Milosevic en Sjevardnadze) in 2000 en 2003 door een gedisciplineerde massa op straat plus een accurate timing tot de terugtocht werd gedwongen.

Een belangrijke rol daarbij wordt gespeeld door Joelia Timosjenko, die in haar toespraken op de podia van Kiev steeds een streepje verder gaat dan Joesjtsjenko. Timosjenko is jong (44), mooi, flamboyant en het compromis voorbij. Timosjenko is de petroleuse of, positiever, de «Jeanne d’Arc» van de beweging in Kiev. Maar onbaatzuchtig is ze niet. Timosjenko is haar carrière begonnen onder patronage van Koetsjma, met wie ze eind jaren negentig brak – beiden komen uit de zware-metaalstad Dnepropetrovsk – en is als president-directeur van het centrale Oekraïense elektriciteitsbedrijf (omzet: negen miljard dollar) een van de belangrijkste economische spelers in het land.

Timosjenko is in die zin het spiegelbeeld van de clan die Janoekovitsj in het zadel wilde zetten. De premier was de zetbaas van de grote industriële conglomeraten in het noordoosten en oosten van het land plus twee olie- en gasconcerns die nauw zijn gelieerd aan het Russische staatsgasbedrijf Gazprom. De Russische ambassadeur in Kiev heet niet toevallig Viktor Tsjernomyrdin, voormalig topman van Gazprom en onder ex-president Jeltsin langdurig premier van Rusland. De campagne van Janoekovitsj werd in hoofdlijnen zelfs vanuit het Kremlin geleid. Dat ging verder dan een paar interventies van Poetin op de Oekraïense televisie. Hele batterijen campagnestrategen vlogen af en aan in Kiev. Hoe je opkomstcijfers opkrikt, niet-stemmende kiezers toch laat meetellen of wél participerende burgers ongezien uit de protocollen laat verdwijnen, dat weten ze als geen ander in de «politiek technologische» kringen rond het Kremlin.

De inzet was hoog. Maar Oekraïne (letterlijk «aan de grens») is dan ook van immens belang. Ten eerste mentaal. Voor een meerderheid van de Russen is de Oekraïner, die veelal wordt aangeduid met de niet bijster complimenteuze bijnaam chochol (kuif), op de keper beschouwd een «kleine Rus». Weliswaar stond de eerste wieg van het latere Russische Rijk ooit in Kiev, maar na het verval van dit Kiev-Roes werd Oekraïne heen en weer geslingerd tussen Oost en West en kwam het land onder gezag van Polen en Litouwers. Het is geen toeval dat de voornaamste historische trots waarop de Oekraïners kunnen bogen, wordt gesymboliseerd door de kozakkenleider Bogdan Chmelnitski, die het land medio zeventiende eeuw aan de Poolse edellieden ontrukte en vervolgens overdroeg aan de tsaar van Rusland, omdat het plunderen hem administratief te ingewikkeld werd.

Ten tweede binnenlands politiek. Het verval van de Sovjet-Unie heeft menige Rus gekrenkt. Dat er in 1991 een einde kwam aan het bewind van de communistische partij was niet het grootste probleem. Dat tegelijkertijd het mes werd gezet in een staat die zich de erfgenaam van het Russische Rijk wist, was wel een probleem. Rusland was altijd een patriarchale kolonisator geweest. Plots werd ondankbaarheid zijn deel. Poetin is in 2000 president geworden op de golven van de wrok hierover.

Ten derde geopolitiek. Nu Rusland de Kaukasus zo goed als kwijt is – zowel formeel (Georgië, Armenië en Azerbeidzjan) als feitelijk (niet alleen in Tsjetsjenië maar ook in Dagestan, Kabardino-Balkarië en Karatsjevo-Tsjerkessië is de jurisdictie van Moskou een wassen neus) – wordt haar kustlijn langs de Zwarte Zee steeds kleiner. Zelfs de vloot ligt voor anker op de Krim, het schiereiland dat partijleider Chroesjtsjov in 1954 aan de sovjetrepubliek Oekraïne overdroeg. Als Oekraïne zich definitief uit de invloedssfeer van Moskou zou wringen, resteert voor Rusland slechts de strook tussen de badplaats Sotsji nabij Georgië via Novorossisk (waar een oliepijplijn uit de Kaspische Zee uitmondt) tot Taganrog, de geboorteplaats van Anton Tsjechov. In het licht van de ophanden zijnde onderhandelingen met Turkije over mogelijke toetreding tot de Europese Unie is dat een dreigend perspectief: de Zwarte Zee als Europese binnenzee.

Ten vierde is Oekraïne voor Rusland van economisch belang. Tien jaar geleden werd Oekraï ne nog uitgelachen om zijn achterlijke economische infrastructuur. De landbouw was zieltogend, net als het merendeel van de industrie. In het Donbekken in het oosten werden kolen gedolven. Kolen? Ha, ha, die zouden in deze tijd van olie en gas niets meer waard zijn, te meer omdat hun caloriewaarde zo laag was. Nu de olieprijs rond vijftig dollar per vat cirkelt, zijn diezelfde kolen weer van belang. Ze kunnen een rol vervullen in het grote energiespel waarmee Moskou bezig is. Sinds het openbaar ministerie vorig jaar grootaandeelhouder Michaíl Chodorkovsky van het olieconcern Joekos arresteerde en het Kremlin daarna op grond van belastingschulden ging aansturen op een soort reprivatisering van dit bedrijf – een van de kroonjuwelen van Joekos is te koop voor de ramsjprijs van krap negen miljard dollar – is de kapitaalvlucht uit Rusland tot negen miljard dollar gegroeid. In deze tijd van globalisering gokt Poetin daarom op een autarkische variant. Economische hereniging van Rusland en het zogeheten «nabije buitenland», waarbij de natuurlijke hulpbronnen voor de dollars en euro’s zorgen, zou één grote interne markt kunnen scheppen.

Al deze motieven noopten tot een bevriende president in Kiev. Het is de spindoctors uit Rusland niet gelukt. De vraag die nu rijst, is zeer ingewikkeld. Heeft president Poetin zich werkelijk deerlijk vergist met zijn analyse van de maatschappelijke verhoudingen in Oekraïne en zich, nu de Europese Unie en de Verenigde Staten zich ermee zijn gaan bemoeien, in een doodlopende straat gemanoeuvreerd?

Op het eerste gezicht lijkt het er inderdaad op dat Poetin zich heeft vergist. Dat het westelijke deel van Oekraïne rond Lviv zich nergens bij zou neerleggen, was ingecalculeerd. In deze regio bestaan al anti-Russische sentimenten sinds 1939, toen dit gebied volgens het pact tussen Hitler en Stalin aan de Sovjet-Unie werd toebedeeld. Sinds de glasnost van Gorbatsjov werden deze emoties ook nog eens gevoed door een religieus conflict tussen enerzijds de Russisch-orthodoxe en autokefale Oekraïense kerk en anderzijds de kerk der Uniaten, die zich in 1595 hebben onderworpen aan het gezag van de paus in Rome en zo buiten beeld van Moskou konden blijven.

Een Russische krant in Oekraïne onderving het probleem van het westerse nationalisme simpelweg zo in een kop op de voorpagina: Taras Sjevtsjenko (negentiende-eeuwse dichter en vader van het Oekraïens – hs) voor Janoekovitsj; Stepan Bendera (leider van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten die na de Duitse inval in 1941 meer of minder collaboreerde met de nazi’s — hs) voor Joesjtsjenko. Maar dat Kiev onder leiding van Pora zo massaal in verzet zou komen, was niet voorzien, getuige de snelle felicitaties van Poetin aan het adres van Janoekovitsj.

Op het tweede gezicht is een andere analyse echter óók denkbaar. Natuurlijk heeft het Kremlin gehoopt op een geruisloze overgang van Koetsjma naar Janoekovitsj, al blijft het een raadsel waarom het zijn kaarten heeft gezet op een middelmatige apparatsjik uit de Donbas, met een strafblad nota bene, en niet heeft gezocht naar een charismatischer persoonlijkheid. Maar Moskou lijkt wel degelijk een tweede scenario achter de hand te hebben gehad. Actie en reactie, provocatie en escalatie: met als eventuele uitkomst dat de scheidslijnen dwars door Oekraïne zouden lopen.

Volgens het Moskouse financiële dagblad Kommersant zouden zich al sinds de omstreden verkiezingsronde van zondag 21 november speciale troepen van de Russische krijgsmacht in Oekraïne bevinden. Zeker is in ieder geval dat talloze Russische persoonlijkheden inmiddels naar hartelust bijdragen aan een schisma tussen oost en west. Afgelopen zondag vloog burgemeester Joeri Loezjkov van Moskou (sinds jaar en dag een warm en mate rieel pleitbezorger van de Russische minder heden in vooral de Baltische staten die nu lid zijn van de EU) naar de mijnwerkersstad Loegansk (tot 1990 bekend als Vorosjilovgrad, vernoemd naar een wapenbroeder van Stalin) om er een vergadering met provinciale volksvertegenwoordigers uit de Donbas en andere Russisch georiënteerde districten toe te spreken.

Rond Donetsk (ooit Stalino geheten) was net besloten komende zondag een referendum uit te schrijven voor de vorming van een nieuwe en vooral autonome zuidoostelijke republiek los van Kiev. Loezjkov zei tegen de regionale politici: «Enerzijds zien we die sinaasappelheksensabbat die door wie dan ook (lees: buitenlands geld – hs) is gevoederd en de pretentie heeft de meerderheid van Oekraïne te leiden. Anderzijds zien wij de rustige krachten hier in deze zaal verzameld.» «Rusland, Rusland», scandeerde zijn gehoor.

Ongeveer tegelijkertijd trad Poetins chef-spindoctor Gleb Pavlovskij op in het televisieprogramma Sinaasappelsap: «Joesjtsjenko is inderdaad zichtbaar ziek. Hij gelooft werkelijk dat hij is vergiftigd. Hij gelooft echt dat zijn herpes een vloek is van zijn concurrent. We hebben te maken met een geval van paranoia.»

In Kiev overwoog het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken maandag beiden tot persona non grata te verklaren. De colonne is niettemin in beweging. Het schisma is in het westen begonnen, aldus president Koetsjma maandag, in de hoop zo de dreiging te kunnen opvoeren. Een «samenzwering» die al voor de verkiezingen in scène is gezet, repliceerde parlementsvoorzitter Vladimir Litvin dinsdag in een van de vele spoedzittingen van de Verchovna Rada. Waarna de gesprekken werden gestaakt en de barricades weer betrokken, op weg naar een mogelijk fysieke confrontatie.

In deze slangenkuil hebben de Europese Unie en in mindere mate de Verenigde Staten zich nu vol overgave gestort. Hoe de crisis in Oekraïne ook uitpakt, de winst-en-verlies rekening voor het Westen zal nog jaren op zich laten wachten.