Film

De oerkreet van de oermens

Film: Open Water van Chris Kentis

Het is pikkedonker. Een vrouwenstem klinkt angstig: «Ik hou van je, ik hou van je, ik hou van je!» Plotsklaps onthult een bliksemschicht het beeld: in het midden van een oceaan drijven een man en een vrouw. Gekleed in duikerspakken, zuurstofflessen op de rug. Zij kijken wild om zich heen. Nergens is land te zien. Zij zijn alleen op de wereld. Bijna. Tussen de golven verschijnen vinnen. En onder de oppervlakte zwemmen de haaien.

Nauwelijks tachtig minuten duurt het op digitale video gedraaide Open Water van regisseur Chris Kentis. Toch levert de tot voor kort onbekende Amerikaanse regisseur een cinematografisch hoogstandje af. Vooral het einde van zijn overlevingsfilm is van een onuitsprekelijke schoonheid. Het is bijna onmogelijk Open Water te bespreken zonder een diepere analyse van dit einde. Die zal in de toekomst nog wel komen, want de invloed van de film belooft verregaand te zijn. Voorlopig zullen hier geen details aan de orde komen, aangezien de laatste minuten cruciaal zijn voor het emotionele effect van de hele film op de kijker.

De grootste troef van het werk is de eenvoud van vorm en inhoud. Het verhaal begint als twee carrièrejagers, Daniel (Daniel Travis) en Susan (Blanchard Ryan), hun mooie huis in de voorsteden verlaten voor een snelle vakantie in een warm land. Tijdens een duikexcursie blijven zij alleen achter op open zee als de rest van het gezelschap terugkeert naar land. Wat te doen?

Het minimalisme is bedrieglijk; de film handelt over grote thema’s. Het belangrijkste is de strijd tussen natuur en technologie. Aan het begin zijn Daniel en Susan omringd door de apparaten van het moderne leven: auto’s, vliegtuigen, gsm’s, draagbare computers. Op hun vakantie bestemming sijpelen elementen van de natuur vrijwel ongezien hun bestaan binnen: onschuldige golfjes op het strand, tropische bloemen die schitteren in de zon, een leguaan die badgasten op het strand van een afstand bespiedt. En een even geniale als hilarische vondst: een mug die de hoofdpersonages de avond voor hun excursie uit hun slaap houdt. Dit alles biedt een wrange vooruitblik op de horror die de natuur de volgende dag zal brengen in het leven van Daniel en Susan.

Met veel gevoel schetst de regisseur hun relatie. De scène in de hotelkamer refereert aan Nicholas Roegs film Don’t Look Now (1973). In een klassieke scène in die film bedrijft het echtpaar, gespeeld door Julie Christie en Donald Sutherland, de liefde terwijl de regisseur flitsen van intieme activiteiten laat zien: Christie die zich aankleedt, Sutherland die naakt achter een tekentafel gaat zitten. In Open Water poetsen Daniel en Susan samen voor de spiegel hun tanden. Op speelse wijze plagen zij elkaar. De grapjes verhullen datgene waar hun relatie mank aan gaat: hun onvermogen geestelijk intiem te zijn met elkaar. Later ligt Susan naakt op bed. Van erotiek is geen sprake. Zij leest een tijdschrift. Het echtpaar valt in slaap. Draait de scène in Roegs meesterwerk om seksuele driften in een disfunctionele relatie, centraal in Kentis’ film staat de afwezigheid van erotiek in precies hetzelfde soort relatie.

De leegte in het snelle leven van Daniel en Susan krijgt pas een invulling als zij alleen achterblijven in de grote zee, tussen de allervreselijkste wezens van de natuur. De angst voor de haaien, voor de mogelijke, naderende dood, leidt eerst tot beschuldigingen over en weer. Maar dan komt Susans liefdesverklaring terwijl zij in de nacht samen met Daniel op en neer deint in de golven.

Dat moment leidt het einde van de film in, dat letterlijk en figuurlijk adembenemend is. Het is de laatste akte van een existen tiële nachtmerrie die de vorm aanneemt van het drijven in de donkere nacht in het vruchtwater van deze planeet. Open Water is als een oerkreet van de oermens, rauw en simpel, angstaanjagend en afschuwelijk mooi. Wat een film.

Te zien vanaf 25 november