De olie van de geschiedenis

Drill Baby, Drill! is een van de leuzen van alle Republikeinse kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap. Ze willen dat binnen de grenzen van de Verenigde Staten zoveel mogelijk naar olie geboord wordt, ongeacht de schade aan het milieu en het feit dat de Amerikaanse voorraden naar schatting niet meer dan ongeveer twee procent van het wereldtotaal uitmaken.

Benzine kost nu aan de pomp drie dollar tachtig per gallon (3,8 liter) wat naar Amerikaanse maatstaven een exhorbitante prijs is. De oorzaken van deze stijging liggen voor de hand: de dreiging van een oorlog met Iran en de toenemende concurrentie van China, India en andere opkomende economieën op de wereldmarkt. De president doet er alles aan om die oorlog te voorkomen en op de markt heeft hij geen invloed. Maar die argumenten passen niet in de Republikeinse propaganda. Het is de schuld van Obama, die misschien ook nog een geheime moslim is.

In de loop van de voorverkiezingen voor hun kandidaat is het duidelijk geworden dat de Republikeinen opnieuw een stevige zwaai naar rechts maken. Rick Santorum zou naar Nederlandse maatstaven waarschijnlijk als een aankomende godsdienstwaanzinnige worden beschouwd en Newt Gingrich gedraagt zich nu ook als een reactionaire zendeling. Ze weten het antwoord op de vraag hoe de natie de weg naar God zal terugvinden. Mitt Romney is de enige die hier als politicus au serieux zou worden genomen. Tot zo ver mijn mening over deze Republikeinse kandidaten. Maar nu gaat het verder om een paar praktische vragen. Hoe groot is de kans dat Obama in november zal verliezen? Wat kunnen we dan van een Republikeinse president verwachten? En hoe zal Europa daarop reageren?

Het is in het voordeel van Obama dat de economie zich nu weer langzaam aan de crisis ontworstelt. Maar zal dat voldoende zijn? In Amerika is de brandstofprijs heilig en er is een niet geringe kans op een verdere stijging. Weliswaar is de spanning tussen Amerika en Iran enigszins geweken nadat tussen de Israëlische premier Netanyahu en Obama in Washington een voorlopig akkoord was bereikt, in die zin dat Israël voorlopig geen preventieve aanval op de Iraanse atoominstallaties zal ondernemen. Maar de situatie blijft labiel. Het meest recente teken is dat Irak werkt aan een pijpleiding om zijn olie via Turkije te kunnen exporteren in plaats van door de Straat van Hormuz. En de noninterventie van Israël blijft voorwaardelijk. Hoe absurd dat ook mag klinken, of Obama een tweede termijn zal worden gegund, hangt er in hoge mate van af hoe de broeiende crisis om Iran zich de komende maanden zal ontwikkelen. Dat wil zeggen: wat de leiders in Teheran zullen ondernemen en wat daarop de reactie van de Israëlische en de Amerikaanse regering zal zijn.

Oplopende spanning heeft haar eigen onafwendbare logica. Eerst wordt de brandstofprijs hoger. Daarvan krijgen in Amerika opnieuw de Democraten de schuld terwijl de drang van Netanyahu tot een preventieve aanval toeneemt. Daartoe zijn de voorbereidingen nu al ruimschoots getroffen. Deze paraatheid op zichzelf heeft een bevorderende werking. En dit mag nu overdre ven dramatisch klinken, maar is het commando eenmaal gegeven, dan is daarmee misschien een nieuwe fase in de wereldgeschiedenis begonnen. Het is uitgesloten dat Israël dan niet door Amerika zal worden gesteund. In hoeverre deze nieuwe oorlog zijn invloed zal hebben op de andere conflicten in de regio valt niet te voorzien. Maar wel is het duidelijk dat na Irak en met de oorlog in Afghanistan nog in volle gang, Amerika in verkiezingstijd er een conflict bij zal krijgen.

Het ontwerpen van scenario’s, het bedenken van een reeks gebeurtenissen die van bepaalde besluiten het gevolg zou kunnen zijn, is in deze tijd uit de mode geraakt. Ik doe hier een poging. Door de oorlog stijgen de benzineprijzen en maakt de Amerikaanse publieke opinie automatisch nog een ruk naar rechts. Mitt Romney heeft Obama onophoudelijk van lafheid en nalatigheid beschuldigd en hem de schuld van de crisis in de schoenen geschoven. In november wint Romney de verkiezingen. Tot januari is Obama de lame duck president, het afscheid nemende en het aantredende staatshoofd kunnen nog niet veel doen. De nieuwe crisis in ontwikkeling woekert nauwelijks gestoord verder. Bij zijn inauguratie wordt de nieuwe president geconfronteerd met een wereld waarin de oude conflicten niet zijn opgelost terwijl hij een nieuw erbij heeft, internationaal en daarbij ook een paar nieuwe binnenlandse problemen. Naarmate je meer bommen op het Midden-Oosten gooit, stijgen de brandstofprijzen terwijl de druk van de toch al zwaar beproefde publieke opinie toeneemt.

Toegegeven, op dit ogenblik is het een verzameling sombere verzinsels. Maar de kans dat er een grond van waarheid in zit neemt toe. The Economist van deze week wijdt een beschouwing aan de dilemma’s van Obama. ‘Hij is niet in staat de brandstofprijs te verlagen. Maar het zou beter voor hem zijn als hij tenminste de indruk wekte dat hij het wil.’ Zijn machteloosheid mooi samengevat. De rest is nog scenario.