Het Migrantenmuseum

De omafiets

Medium museum nine bisikleti

Zeker nooit van Koroglu gehoord? Letterlijk betekent het ‘de zoon van de blinde’. Vroeger, in een bergachtig gebied, wilde de heer van die streek het beste paard aller tijden hebben. Een oude paardenhouder bracht zijn jongste veulen naar die heer en wilde het hem cadeau doen. De heer werd woedend toen hij het uitgemergelde veulen zag, beschouwde het cadeau als een belediging en liet de beide ogen van de paardenhouder eruit priemen. De blinde paardenhouder had een jonge zoon. De zoon groeide samen op met dat veulen. Samen werden ze groot en sterk. En toen de blinde paardenhouder vond dat zoon en paard sterk genoeg waren om ten strijde te trekken tegen het leger van de heer besteeg de zoon van de blinde het prachtige paard en wreekte de ogen van zijn vader.
De vader van Olcay was niet blind. Integendeel. Hij was bij machte om licht te zien en had ook nog eens visie. Eerder dan alle andere migranten had hij beseft dat de toekomst van zijn kinderen in het vlakke land lag en hij haalde zijn kroost weg uit het moederland. Zijn kinderen leerden de taal, de oudste ging op voetballen, de middelste werd bewonderaar van Elvis en de jongste, die had een krantenwijk, voelde zich in zijn element in Utrecht, droomde toen al van een Jaguar en was bereid om te vechten tegen iedereen die zijn plannen wilde dwarsbomen.
Wanneer hij op zijn fiets sprong en op de pedalen trapte, had hij de uitstraling van Koroglu. En zijn zwarte omafiets was als dat prachtige witte paard dat meevocht in de oorlog.
Olcay was een bijna vernederlandste dertienjarige toen hij de bui zag hangen. Andere kinderen die de taal uit dat zonnige land zo veel beter spraken dan hij begonnen zich in de straten van zijn stad te begeven. Olcay dacht even na en besloot toen in te grijpen.
De eerste nieuwe migrant nam hij te grazen toen die softijs aan het eten was. Het ijs drukte hij in het gezicht van de huilende jongen en schreeuwde: ‘Rot op naar je eigen land! Zeg tegen je vader dat hij je terug moet brengen. Als ik je nog een keer tegenkom in dit land breek ik je botten!’ De tweede pakte hij vlak bij de markt. Het arme slachtoffer was de smaak van een broodje haring aan het ontdekken. Het derde gevecht was voor de kerk in Lombok. Deze jongen vocht wel terug, maar was niet opgewassen tegen Olcay, die vanwege zijn jaren in Nederland een voorsprong had opgebouwd door de betere voeding. De vierde, de vijfde, de zesde…
In het Migrantenmuseum staat de vernielde omafiets van Olcay. Waarom vernield, zou u kunnen vragen. Olcay was toch dapper en sterk?
Dat is waar, maar zelfs de grootste held kan niet op tegen de gevolgen van overmoed. Dit overkwam Olcay toen hij in zijn prachtige stad zijn krantenwijk deed, langs een nieuwe school reed waar hij wel zestig migrantenkinderen bij elkaar zag die pauze hadden. Een speciale school voor nieuwkomers, stond op het bord van de school. Olcay dacht: een mooie gelegenheid om grote schoonmaak te houden. Hij reed met zijn fiets de massa in en was zo driest als een zelfmoordmilitant. ‘Weg met jullie… Jullie gaan het verpesten voor mij en mijn familie… Nederlanders gaan ons haten als er te veel van ons zijn’, riep hij met een hartverscheurende eerlijkheid en sprong van zijn fiets. Om klappen uit te delen aan ieder die in de buurt was.
Olcay is nu schilder en scheldt op de Nederlanders. Die discrimineren de veertiger omdat hij allochtoon is. Een ongelukkige veertiger met wie we samen de gesloopte fiets naar het museum hebben gereden.
‘Ze waren met zo velen. Mijn fiets hebben ze ook gesloopt natuurlijk’, jammerde hij nu, bijna dertig jaar later.
Ik zei dat Koroglu aan zijn einde is gekomen nadat het geweer was uitgevonden. De heer had hem doodgeschoten. Deze lafhartige manier van vechten was de enige manier om de held Koroglu te verslaan. Leek hij niet op die held?
Olcay vond dat ik een slijmbal was. ‘Let liever beter op de weg’, zei hij. Gelukkig maar, als ik had doorgepraat had ik misschien verklapt dat ik ook een van die zestig lafaards was die hem een gebroken neus, zeven gekneusde ribben, ontelbare blauwe plekken en een vernielde fiets hadden bezorgd.