De omgekeerde schoenendoos van paglia

Camille Paglia, Vamps en tramps. Uitgeverij Prometheus, 600 blz., \f55,- (verschijnt volgende week)
SOMS IS JE eigen woonkamer een heidense arena. Zo werd ik anderhalve week geleden verrast door een nogal ongebruikelijke nieuwjaarswens. Ik zat studieus te lezen toen bureau Ragazzo zich telefonisch meldde met de vraag of de nieuwjaarsshow om vier uur geleverd kon worden. Ik wist van niks, maar omdat de surprise al per creditcard was gefinancierd en dankbaarheid een van mijn mooiere eigenschappen is, accepteerde ik het spannende begin van het nieuwe jaar gelaten. Een klein uur later stond er een nipt in het pak gestoken jongeman voor mijn deur, een weelderige bos suikerspinroze rozen en een fles champagne in de hand. Hijzelf was voor een uur betaald. Zakelijk informeerde ik wat hij in zijn pakket had. Massage, striptease en fotosessie. Aan mij de keuze. Doe mij maar de striptease en de fotosessie en ontkurk de champagne alsjeblieft.

Ik sloot de gordijnen en ging lui in een fauteuil zitten. Op de Bolero - natuurlijk op de Bolero - ontdeed de jongeman zich in een stroperige dans van zijn kleren. Eerst lag de stropdas als een eenzame slang op de vloer. Colbert, overhemd en pantalon volgden. Hij draaide mij zijn rug toe, zijn borst, zijn flank, kronkelde over het parket, liet zijn handen traag over bast en buik gaan, haakte zijn broeierige blik als een anker in de mijne. Tergend langzaam stroopte hij zijn boxershort naar beneden. De verlossing bracht dat nog niet: onder de boxer droeg hij een zwarte tanga, daaronder nog een, en nog een, en nog een. Eindelijk was er dan toch de piemelnaakte climax.
Over de fotosessie - blote jongeman liggend, blote jongeman in bodybuilderspose, blote jongeman voor spiegel, blote jongeman op schoot - zal ik het verder niet hebben.
NEE, LAAT IK HET gebeuren met behulp van de nieuwe Camille Paglia verklaren. De seksuele dans is een oeroude, grote kunstvorm, een mysterieus ritueel met een heidense oorsprong. Seksueel exhibitionisme speelt een rol in de meeste natuurgodsdiensten, zoals het hindoeisme. Het feministische gezwatel over de ‘mannenblik’ die alles en iedereen zou verlammen, moet resoluut van de hand worden gewezen. Seksuele objectivering is algemeen menselijk en niet van de artistieke impuls te onderscheiden - inderdaad, wat zich in mijn woonkamer voltrok, was kunst. Het zijn degenen die geschokt of gegeneerd reageren bij het zien van een erotische dans die met een probleem zitten: hun natuurlijke reacties worden onderdrukt door een ideologie, of die nu godsdienstig, kleinburgerlijk of feministisch is. Niet voor niets verbood de vroeg-christelijke kerk het dansen vanwege de heidense associaties die erdoor werden gewekt en de wellust die erdoor werd opgeroepen.
De striptease onthult de demonische impulsen van de dionysische nacht. Zij geeft zicht op de archaische, veranderlijke dynamiek van de natuur, maar stileert die tegelijk. De erotische dans is een opwindend samenspel van het dierlijke en het kunstmatige, van extatische overgave en atletische beheersing. De jongeman in mijn kamer is een regelrechte afstammeling van Dionysos, een hedendaagse bacchant, zijn dans onderdeel van de orgiastische riten uit de eredienst voor de god van de wijnstok. Doet de vorm van zijn tanga’s niet aan de druiventros denken? Zorgt champagne niet voor de noodzakelijke tintelende roes om je aan de gevaarlijke vervoering over te geven?
IK WIL MAAR zeggen: de bombastische pagliaanse terminologie is inmiddels volkomen pasklaar en voorspelbaar. Waren de seksuele maskers die ze in Sexual Personae onderscheidde in de kunstgeschiedenis van de klassieke oudheid tot het eind van de negentiende eeuw nog verrassend en prikkelend, de 'personae’ die ze in haar nieuwe boek Vamps & Tramps opvoert, zijn herhalingen van herhalingen. In Sexual Personae zette Paglia uiteen dat seks en erotiek de kwetsbare snijvlakken van natuur en cultuur zijn, dat in de seksualiteit ongeremde natuurkrachten naar boven komen. Vandaar dat zij in de kunst de seksuele maskers probeert te traceren: die bieden een blik op een verborgen, door het humanisme onderdrukte, paganistische onderstroom van de westerse beschaving.
Net als in haar vorige essaybundel, Sex, Art and American Culture, tracht Paglia in Vamps & Tramps het heidense slagveld waar op mannelijkheid en vrouwelijkheid, vorm en chaos, het apollinische en het dionysische, cultuur en natuur onophoudelijk strijd voeren, in het heden te ontwaren. De seksuele persoonlijkheden uit mythologie en klassieke kunst - de oermoeder, de verwijfde man, de femme fatale, de sfinx, de amazone - ziet zij terug in hedendaagse popsterren, sporters, politici, hoeren en travestieten.
Soms levert dat aardige, niet al te originele typeringen op: Jackie (Kennedy) Onassis als raadselachtige Mona Lisa; prinses Diana als achtereenvolgens Assepoester, moeder, koningin van Hollywood en Griekse jongeling; Hillary Clinton als de feeks die ook geraffineerd de gedaante van een warme Southern belle kan aannemen; Barbara Streisand als de Nefertiti van Brooklyn. De prostituee en de drag queen, zo benadrukt Paglia uitentreuren, zijn de seksuele krijgers die de burgerlijke keurigheid een heidense handschoen toewerpen.
De verdwenen seksuele personae die volgens haar model moeten staan voor het eigentijdse feminisme, zijn, zoals de titel van de bundel aangeeft, de vamp en de tramp. Als de vamp de ruimte krijgt binnen het feminisme, mag de feministische vrouw weer verleidelijk zijn, weer 'de oude vampiermacht van de vrouw over de man uitoefenen’. De tramp is de in een mysterieus waas gehulde zwerfster, de vrijbuiter die de wildernis buiten de status quo verkent.
Ik weet heel goed dat het Paglia om oertypes gaat, om stokoude 'Babylonische personae’ - oorspronkelijke typeringen hoef je van haar dus niet te verwachten. Maar Paglia hangt de figuren die ze behandelt wel heel makkelijk een masker voor, analyse en uitleg laat ze nagenoeg achterwege. De mythische verbanden die ze legt, hebben daardoor het meeste weg van loos vertoon van eruditie. Het zijn chique etiketten op een ordinaire fles Coca-Cola.
ALS PAGLIA HET paganisme meer algemeen in de samenleving onderkent, gaat het erger mis. In het lange essay 'De arena kent geen wetten: een heidense theorie over seksualiteit’ bepaalt ze wederom haar standpunt inzake verkrachting, seksuele intimidatie, prostitutie en homoseksualiteit. Natuurlijk heeft ze gelijk als ze de fobische seksuele ideologie van het Amerikaanse feminisme hekelt en afstand neemt van de uitbreiding van verkrachting tot iedere onaangename of genante seksuele ervaring. De expliciete seksuele richtlijnen die op de Amerikaanse universiteiten gelden - Paglia noemt de campus een peuterspeelplaats waar studenten nooit leren volwassen te worden - zijn in onze ogen zonder meer overtrokken. Maar wat stelt Paglia daar tegenover? Inderdaad, het afgesleten liedje dat we in een seksuele jungle leven, dat vrouwen het sterke geslacht zijn en dat mannen verkrachten omdat ze bang zijn voor de chtonische vrouwelijke natuur. Zelfkennis is haar recept. Schieten we daar wat mee op? Nou nee.
Vamps & Tramps geeft niet meer dan een grijsgedraaide weergave van Paglia’s grammofoonplaat. Andermaal haalt ze ziedend van woede uit naar het feminisme, de klonterige honingpot van het lesbianisme, de middelmaat van de universiteit, de Franse filosofie en het homo-activisme. Andermaal verheerlijkt ze de tegencultuur van de jaren zestig, dat revolutionaire decennium waarin zij werd gevormd, de bloederige iconografie van het katholicisme, haar vurige Italiaanse achtergrond, pornografie, de penis, drag queens, hoeren, homoseksuelen en zichzelf. En andermaal is Vamps & Tramps een 'multimediaboek’, wat betekent dat er interviews in zijn opgenomen, letterlijk uitgeschreven talkshows, scripts van documentaires waarin Paglia optreedt, draaiboeken van films waar ze aan meewerkt. Multimediaal is dus synoniem met omgekeerde schoenendoos.
Bovenal probeert Camille Paglia zichzelf als seksueel persona te presenteren. Trots toont ze de cartoons die er van haar zijn gemaakt, brengt ze te berde wie wat over haar zegt, uitgebreid heeft ze het over haar eigen gefrustreerde seksleven. Ze bestempelt zichzelf als amazone, als klassieke androgyne jongen, als drag queen, als een van die waarlijk grote persoonlijkheden die - denk aan Madonna, denk aan Lady Di - auto- erotisch is: 'O, ik heb genoeg aan mezelf. Ik ben verliefd op mezelf. De romance van de eeuw.’
EN IK MOET toegeven: ze is zo'n absoluut krankzinnige, hysterische persoonlijkheid dat je geneigd bent alle bombastische onzin die ze verkondigt te laten voor wat die is en je ademloos aan dat malle geval te vergapen. Neem het uitstapje dat ze voor de televisie maakte met de travestiet Glennda Orgasm. Ze verklaren direct dat het Anti-Andrea-Dworkin-Dag is en roepen vervolgens als opgewonden kleuters zo vaak en hard mogelijk dat porno kunst is. Als ze stuiten op een groepje tegen porno demonstrerende vrouwen, gaat Paglia graag de strijd aan. 'Jullie zijn anti-kunst. Porno is kunst’, is het refrein. De vrouwen deinzen achteruit en willen niet in beeld: 'Het is Camille!’ roepen ze verschrikt. 'Lesbische muesli-lafbekken!’ scheldt Paglia.
Of neem het essay 'Sontag, bloody Sontag’ waarin ze Susan Sontag probeert te verpulveren. Zoals gebruikelijk speelt ze niet de bal, maar de tegenstandster. Maar wat is het ergste dat ze Sontag uiteindelijk verwijt? Dat ze tijdens een ontmoeting in Paglia niet haar opvolgster heeft herkend. 'Ik ben de Susan Sontag van de jaren negentig, dat staat buiten kijf.’