Het zorgstelsel en de problemen

De omgekeerde wereld

Het motto van het kabinet-Balkenende is simpel: meer werk, minder regels. Het zorgstelsel wordt de kroon op dit werk. Tienduizenden Nederlanders in den vreemde hebben er inderdaad meer werk aan. Omdat er méér regels zijn.

PARIJS – Ik ben geen volwaardig Ne der lands staatsburger meer. Re ge ring en parlement hebben besloten om mij, samen met zo’n 25.000 anderen, een aparte behandeling te ge ven. Ik heb een Nederlands paspoort. Maar ook dat is voor de overheid geen reden om mij per brief, telefoon of e-mail in kennis te stellen van mijn degradatie tot tweederangsburger. Ik heb het zelf mogen ontdekken. Dat ging als volgt.

Ik woon in Frankrijk, een lidstaat van de Europese Unie. Ik ben Nederlander en volgens het Verdrag van Maastricht van 1991 bovendien Europees burger. Maar Nederland vindt dat iemand die buiten de Nederlandse grens woont niet volwaardig is. Daarom krijgen Nederlanders binnen Nederland tot 1 maart de tijd om, in het kader van het nieuwe zorgstelsel, te kiezen voor een nieuwe zorgverzekeraar. Ik krijg in theorie maximaal een week, in de praktijk en als het meezit zelfs één dag om mijn nieuwe verzekering te regelen. Het betekent dat ik, en met mij duizenden andere Nederlanders in het buitenland, op 1 januari niet meer volledig verzekerd kan zijn.

Eerst de oorzaak. Bij het ministerie van Volksgezondheid hebben de meeste ambtenaren geen belangstelling voor Nederlanders in den vreemde. Ze bedachten daarom dat het College voor Zorgverzekeraars (CVZ) de zaakjes van hen maar moest regelen. In de regering en het parlement was er ook niemand die zich voor dit probleem interesseerde. Dus kreeg het CVZ de opdracht ervoor te zorgen dat alle Nederlanders in het buitenland, die verplicht in de nieuwe zorgverzekering moeten, hun zaken op 1 januari geregeld moeten hebben.

Ik had in Nederlandse kranten gelezen over de nieuwe zorgverzekering. Op een dag kreeg ik ook een invulformulier van mijn ziektekostenverzekeraar (CZ), die aan de hand van mijn gegevens wilde nagaan of ik onder de nieuwe zorgverzekering zou vallen of dat ik het zelf in Frankrijk moest regelen. Ik stuurde het formulier in en hoorde niets meer. Op 20 oktober werd ik ongerust. Ik raadpleegde een website van het ministerie van VWS en concludeerde dat ik onder de nieuwe zorg ver ze ke ring zou vallen. Ik meldde mij per brief bij het CVZ. Ik hoorde niets. Op 19 november belde ik mijn verzekeraar CZ, waar ik tot nu toe particulier verzekerd ben. CZ meldde aan het CVZ te hebben doorgegeven dat ook ik in de nieuwe zorgverzekering moest. De Grafische Bedrijfsfondsen (GBF), die mij prepensioen uitbetalen, hadden mij eveneens aangemeld bij het CVZ.

Ik belde het CVZ. Na een half uur wachten – even geduld alstublieft – vond ik het welletjes. De volgende morgen was ik om negen uur de eerste die bij het CVZ aan de lijn hing. De dame aan de telefoon stelde vast dat mijn naam niet in het systeem voorkwam. Ze adviseerde mijzelf nog eens via internet aan te melden. Dat deed ik. Weer geen enkele reactie. Opnieuw belde ik het CVZ. De telefonist zei dat de wachttijd zeker anderhalf uur was. Ik kon vragen om terug gebeld te worden. Dat zou ongeveer anderhalve week duren. Op 25 november was ik ’s morgens om negen uur weer de eerste bij het CVZ. De dame aan de telefoon kon mijn naam niet in haar systeem vinden, maar ten slotte wel in een ander systeem. Aangemeld dus.

Maar waarvoor? Op 15 december zal ik per post het formulier E121 ontvangen. Dan moet ik met ingang van 1 januari bij de Franse ziektekostenverzekering ondergebracht zijn. Nederland houdt geld op mijn prepensioen in en garandeert Frankrijk mijn ziektekosten te betalen. Gaat dit? Nee. Als de post werkt zoals het CVZ voorziet – wat een wonder zou zijn – heb ik precies één dag om mijn verzekering in Frankrijk te regelen. Want de dag daarna ga ik voor drie weken met vakantie naar Afrika, net zoals half Nederland in de kersttijd een reis maakt. Als ik niet zou vertrekken, zou het dan wel gaan? Ook niet. Dan zou ik maar een week hebben om alles te regelen. Want tussen kerst en nieuwjaar is alles in Frankrijk gesloten.

Ik heb inmiddels uitgezocht wat ik in die ene dag zou moeten regelen om per 1 januari in Frankrijk verzekerd te zijn. Ik moet allereerst een internationaal afschrift van mijn geboorteakte uit Nederland hebben. Dan moet ik met het formulier E121 naar een Franse verzekeraar. Pas als ik daar ben ingeschreven kan ik een aanvullende verzekering sluiten.

Niet waar, zei een vriendelijke dame bij het CVZ. Wij garanderen dat u vanaf 1 januari verzekerd bent, ook als u nog niet alles in Frankrijk rond hebt. Maar hoe leg ik dat in een Afrikaans ziekenhuis uit? Dat wist de dame ook niet. En wat moet ik in dat ziekenhuis zonder een Franse aanvullende verzekering? Dat wist ze ook niet. Er zijn bij het ministerie van VWS ambtenaren die hun best hebben gedaan om duidelijk te maken dat de Nederlanders over de grenzen zo niet behandeld konden worden. Ze hebben tot nu toe geen succes gehad.

Ik heb mijn huidige zorgverzekeraar CZ ge vraagd mij tot 1 februari te verzekeren. Dan zou ik in januari rustig de tijd hebben om mijn zaken te regelen. CZ heeft gezegd dat dit niet mag. Als ik in januari niet onverzekerd wil zijn, moet ik een kostbare list verzinnen.

Nederlandse ambassades worden op het ogenblik belaagd door Nederlanders die niet weten wat ze moeten. Door een echtpaar bijvoorbeeld. Hij heeft voor een internationale organisatie gewerkt. Het echtpaar heeft via die organisatie een ziektekostenverzekering. Zij heeft altijd in het buitenland voor een Nederlandse onderneming gewerkt. Zij ontvangt een Nederlands pensioen. Daarvan wordt per 1 ja nuari plotseling een premie voor een zorgverzekering ingehouden waarvan zij nooit ge bruik zal maken.

Omdat ik geen volwaardige Nederlander meer ben, wordt het tijd om te gaan onderzoeken of het overstappen op een andere nationaliteit voordelen heeft. Gelet op de behandeling bij de nieuwe zorgverzekering lijk ik weinig te verliezen te hebben.

De redactie houdt zich aanbevolen voor andere praktische voorbeelden van de omgekeerde wereld die «meer werk, minder regels» tot nu toe heeft opgeleverd