De ommezwaai

Politicologen bestuderen macht. Politieke filosofen worstelen met noties van rechtvaardigheid. Vergeleken met deze imposante onderzoeksvelden komt de belangrijkste vraag van de politiek er stiefmoederlijk af. Hoe veranderen mensen van mening? Hoe worden progressieve mensen conservatief en behoudzuchtigen pleitbezorgers van radicale veranderingen? De meest simpele verklaring is natuurlijk dat zij hun opvattingen bijstellen in het licht van nieuwe feiten. De creativiteit waarmee mensen onwelgevallige gegevens onschadelijk kunnen maken, is grenzeloos. De Amerikaan Lance De Haven Smith heeft laten zien hoe dat gaat. Als een onderzoek stelt dat het beleid faalt, kan het uitblijven van klinkend resultaat gemakkelijk worden weggeredeneerd: het duurt enige tijd voor de successen zichtbaar worden, zonder het initiatief zou het nog slechter zijn geweest of er is domweg nog niet genoeg geld besteed. De beste reactie op de teleurstellende effecten is dan niet minder, maar juist meer van hetzelfde.

En zelfs als het failliet onloochenbaar is, dwingt dat mensen nog niet tot een koerswijziging. Nu overstag gaan, zou immers de gevreesde vijand in de kaart spelen. Zo werd in België veel kritiek op het oude regime ingeslikt uit angst voor het Vlaams Blok. Wie niet van mening wil veranderen, heeft genoeg uitvluchten. Toch gaan mensen soms overstag. De vertegenwoordigers van de alles-moest-anders generatie zijn collectief van hun geloof gevallen. Vroeger dachten ze dat ze de maatschappij in een vloek en een zucht konden veranderen, nu menen ze dat elke poging in die richting tot mislukken is gedoemd, want als zij het niet kunnen, kan niemand het. Nu lijkt de Werdegang van progressief naar conservatief natuurlijk. Iedereen wordt sadder en wiser. Over de bekering van conservatief naar progressief is minder bekend. Toch lijkt zo'n ommezwaai gaande. Het neo-liberale/neo-conservatieve beleid van de afgelopen twee decennia loopt op zijn einde. Voor zover er successen konden worden geboekt, zoals het saneren van de overheidsfinanciën, is dat gelukt, maar bij belangrijke maatschappelijke kwesties faalt het rechtse beleidsinstrumentarium. Afgelopen week werden prognoses bekend dat er bij ongewijzigd beleid over vijf jaar een miljoen WAO'ers zijn. Lubbers zou bij dat aantal aftreden. Maar het onder zijn regie ingezette beleid van prijsprikkels en strengere keuringen wordt niet gestaakt. Geheel conform De Haven Smith is er niemand die uit de stijging van het aantal arbeidsongeschikten de conclusie trekt dat het beleid faalt. Hetzelfde geldt voor het asielbeleid. Afgelopen week werd bekend dat bijna een kwart van de bewoners van het grenshospitium domweg op straat is gezet, maar de gevolgtrekking dat het terugkeerbeleid en dus het asielbeleid niet deugt, blijft achterwege. Maatschappijopvattingen hebben een onaantastbare kern. De generatie van de jaren zestig geloofde boven alles dat iets doen altijd beter was dan niets doen en bij de huidige machthebbers overheerst de angst om naïef te zijn. Zo'n basisopvatting verandert pas na een radicale perspectiefwisseling. De eerste foto’s van de aarde brachten dertig jaar geleden zo'n Gestalltswitch tot stand. De kwetsbaarheid van dat kleine blauwe bolletje viel niet meer te ontkennen. Het milieubewustzijn groeide exponentieel. Maar hoe maak je foto’s van nog ongeboren kleinkinderen, hoe breng je de samenhang in beeld tussen arbeidsethos en arbeidsongeschiktheid, tussen onrecht daar en asielproblemen hier? Toch is dat nodig, want pas wie zijn horizon durft te verbreden kan van opvatting veranderen.