De onaantastbare kamikazepiloot

De arrestatie van de Nederlands-Argentijnse Transavia-piloot Julio P. vorige week is heuglijk nieuws. Van de beul tot de Schreibtischmörder – iedere keer als een dader uit de vuile oorlog van de Videla-junta (1976-1983) voor de rechter verschijnt betekent dat gerechtigheid. Alleen al daarnaar streven is een elementaire vorm van morele zuivering waartoe een democratie zich verplicht moet voelen. Duitsland deed dat na de oorlog, en velen die de dans ontsprongen door bijvoorbeeld naar Argentinië te vluchten, leefden altijd met de kans alsnog opgespoord te worden door nazi-jager Simon Wiesenthal.

Argentinië heeft dit proces echter nooit willen aangaan. Tot 2003 golden amnestiewetten die de oorlogsmisdadigers immuniteit bezorgden. De slachtoffers en nabestaanden van de naar schatting vijftien- tot dertigduizend vermoorde of verdwenen familieleden, inclusief de geroofde en ter adoptie gegeven baby’s, konden ook ná 2003 zo veel bewijzen verzamelen als ze wilden, ze kregen min of meer nul op rekest. Dat is zowel illustratief voor het politieke bestel van dit land als voor het milieu waarin de gevestigde orde is geworteld. De daders lopen onaantastbaar op straat rond, maken carrière en reizen vrij over de aardbol.
Dat velen van hen bovendien geen last van berouw hebben, choqueert misschien nog wel meer. Tijdens een dineetje op Bali hoorden Julio’s collega’s de gezagvoerder met het dubbele paspoort trots pochen over een van de meest vulgaire – en officieel altijd nog weggemoffelde – facetten van het militaire regime: het uit vliegtuigen dumpen van levende ‘linkse terroristen’ in de oceaan. Ja, ze werden wel gedrogeerd om zich niet bewust te zijn van hun gewisse dood. Julio zou als piloot van deze doodsvluchten zeker duizend politieke gevangenen hebben laten verdwijnen.
Zijn toehoorders waren verbijsterd over zijn ideologische overtuiging dat het ‘noodzaak was, want tijdens een oorlog vallen er aan beide kanten doden’. Met die historische verklaring komen meer Argentijnen weg; Europeanen snappen immers niks van die periode toen het rode gevaar oprukte op het Latijns-Amerikaanse continent.
Ook Nederland is altijd ‘een beetje dom’ geweest. Daar confronteert Julio’s arrestatie de Nederlandse staat nu mee. Sowieso met ons falende screening-systeem. Deze marinepiloot, verbonden aan het beruchte militaire esma-complex, kon zich slechts een paar jaar na de wisseling van het politieke systeem probleemloos bij de migratiedienst melden om daarna een mooie carrière te maken. Tot 2004 kreeg hij van de inlichtingendienst een ‘geen bezwaar-verklaring’, terwijl er voor vliegpersoneel een zware screening geldt. Dat geeft te denken over het niveau van de veiligheidsdienst.
Maar er rijzen meer vragen. Transavia meldde hem na meldingen in 2003 niet aan bij de politie. Pas drie jaar later, toen piloten gefrustreerd hierover persoonlijk aangifte deden, ging de bal rollen. Maar ook weer niet meteen: het duurde nog eens drie jaar voor hij werd gearresteerd. Niet in Amstelveen, maar in Spanje, vanwege het ontbreken van een uitleveringsverdrag met Argentinië.
Het negeren van compromitterende informatie is pijnlijk voor een land dat zich wereldwijd afficheert als voorvechter van mensenrechten, met het Internationaal Strafhof in Den Haag als belichaming daarvan. Zijn eigen opschepperij maakte Julio P. uiteindelijk tot een kamikazepiloot, met dank aan de gewetensbezwaren van individuele burgers. De Staat der Nederlanden gaf hem kennelijk het gevoel hier onaantastbaar te zijn.