De onafwendbare drone

Op een luchtmachtbasis in Nevada zit de piloot van een drone naar een scherm te kijken. Daar ziet hij het bergachtige, terroristenrijke grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Hij zoomt in op een dorpje waar zich een verdachte menigte heeft verzameld.

Hij drukt op de rode knop, de bom valt, op een groep bruiloftgangers. Tien doden. Internationale verontwaardiging. Laffe Amerikanen! President Karzai protesteert bij collega Obama. Zulke ‘incidenten’ hebben we eerder meegemaakt. In principe is het oud nieuws.

In 1944 heeft de Amerikaanse essayist Dwight MacDonald zijn Notes on the Psychology of Killing geschreven. Het wordt de moderne mens steeds gemakkelijker gemaakt deel te nemen aan de massamoord die we oorlog noemen, omdat dit bedrijf wordt gedepersonaliseerd. Dat is bijna zeventig jaar geleden. De inwoners van Hiroshima en Nagasaki wisten nog van niets. Op 6 augustus 1945 ontplofte de eerste atoombom. Daarbij werden 78.000 mensen gedood. Tegen het einde van het jaar was het aantal slachtoffers door verwondingen en straling opgelopen tot 140.000. Drie dagen na Hiroshima volgde Nagasaki, met in eerste instantie 39.000 en ten slotte 70.000 doden.

Hebben de bemanningen van de bommenwerpers zich gerealiseerd wat ze gingen aanrichten? De gezagvoerder van de B-29 Superfortress, kolonel Paul W. Tibbets, had zijn vliegtuig de Enola Gay genoemd, naar zijn moeder. De vierduizend kilo wegende bom, met een explosieve kracht van vijftienduizend ton TNT, was Little Boy gedoopt. De bom die Nagasaki heeft getroffen heette Fat Man. Tibbets is later vaak geïnterviewd. Altijd heeft hij verklaard dat hij geen seconde spijt heeft gehad en nooit slecht heeft geslapen. Hij is op 11 februari 2007 gestorven, 92 jaar geworden. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, 14 mei, een uur of elf, is het precies 63 jaar geleden dat de Heinkels 111 van de Luftwaffe opstegen om mijn stad, Rotterdam, te verwoesten. Ze vlogen laag en langzaam. Ik stond in de tuin, zag in de glazen neuskoepel de bommenrichters zitten. Nog altijd zou ik zo’n man eens willen spreken, niet om ruzie te maken maar om hem te vragen of hij toen besefte wat hij had aangericht. Ik denk dat ik het antwoord wel weet. ‘Ik deed mijn plicht.’

Deze week zal ergens in de Stille Oceaan van het vliegdekschip George H.W. Bush een volledig geautomatiseerde gevechtsdrone opstijgen en daar ook weer landen, las ik in de International Herald Tribune. (13 mei). Als dat experiment lukt zal het beschouwd worden als een nieuwe technische topprestatie. Dit onbemande vliegtuigje is uitgerust met alles wat een eigentijdse strateeg zich kan wensen: schiettuig, bommen en ook apparatuur waarmee de radarinstallaties en digitale defensie van de vijand kan worden ontregeld. De schrijver van het artikel, de dronedeskundige Richard Parker, stelt zich de vraag of deze proef moet worden beschouwd als een stap in de wapenwedloop tussen Amerika en China. Hij weet het niet maar hij houdt wel rekening met een wedijver, in eerste instantie gericht op een overmacht ter zee. Daaruit zou dan weer een ‘dronecentrische oorlog’ kunnen ontstaan. Daarmee hebben we geen ervaring, ons voorstellingsvermogen is niet toereikend om ons daarvan een beeld te kunnen vormen, waardoor de kans dat we erin betrokken raken groter wordt.

Hoe we het ook wenden of keren, een uitvinding kan niet ongedaan worden gemaakt, zeker niet als er zoveel voordelen aan zitten. Een wereldmacht die doeltreffend is uitgerust met drones, spaart daarmee de levens van zijn soldaten, hoeft geen geweldige strijdmacht meer te handhaven en dient daarmee in zeker opzicht de zaak van de menselijkheid en de rechtvaardigheid. ‘Targeted killing’ is door Obama goedgekeurd, en dat je daarbij een schoolplein in plaats van een terroristenschuilplaats treft, hoort tot de risico’s van het vak. Wat wil je liever, een drone inzetten of een stad platbombarderen? Die keuze is snel gemaakt. En bovendien is de oorlog van karakter veranderd. In de asymmetrische oorlog hebben we geen veldslagen meer. Het gaat om het onschadelijk maken van terroristen. Niet meer het blind platbombarderen maar met de nauwkeurigheid van een scherpschutter de boosdoeners onschadelijk maken. Dat is de morele rechtvaardiging van de drones.

Daarbij komt de technische onafwendbaarheid. Een uitvinding die haar bruikbaarheid eenmaal heeft bewezen ontwikkelt als het ware zichzelf naar verdere vervolmaking en bovendien krijgt zo’n verworvenheid afgeleide varianten die worden gedemocratiseerd. Dat gaat in deze tijd steeds sneller. Op het ogenblik kun je bij Amazon voor driehonderd dollar je eigen droontje bestellen dat je met je smartphone kunt besturen. Wat wil een mens meer.

De literatuur over de dronewetenschap groeit nu met de dag. De enige vraag die voor mij overblijft, is wat we in 2018 (op z’n vroegst) met onze hyperstraaljager de JSF moeten. Ombouwen tot een reuzendrone.