De onbekende revolutie

OP TALRIJKE TERREINEN zijn we gaan denken in termen van waarschijnlijkheden en gaan handelen op basis van statistiek. Sluipenderwijs heeft zich in ruim een eeuw een omwenteling voltrokken. Er is een nieuw wereldbeeld ontstaan. Het politieke landschap is door deze omwenteling veranderd. Dit vormt in feite hét filosofische succesverhaal van de negentiende en twintigste eeuw. Marx mag dan ruim een eeuw lang een grote schare navolgers hebben gehad, die bijval valt echter in het niet bij het succes van de probabilistische revolutie.

De probabilistische revolutie betekende een omwenteling in ideeën over kennis, logica, metafysica en politiek. Zij houdt daarnaast een reeks van institutionele veranderingen in. De gevolgen kunnen we dagelijks overal ter wereld aantreffen. Moderne economie zonder statistiek is ondenkbaar. Een belangrijk deel van hedendaagse politieke debatten betreft risico’s en gaat dus over kansberekening. Over de rechtvaardigheid van de verdeling van overheidsgeld wordt beslist op basis van statistische modellen. Bedrijven gebruiken statistische informatie om hun koers uit te zetten. Beslissingen over medische behandelingen worden vaak mede op statistische gronden genomen. En of we nu onze aandacht richten op de natuurkunde, de biologie of de sociale wetenschappen, een statistische stijl van argumenteren vinden we overal. Alleen de culturele sfeer blijft achter. De experimenten van dada om gedichten te maken door het willekeurig achter elkaar zetten van woorden hebben weinig navolging gevonden, al zou men het samplen van de dj in de disco als zodanig kunnen beschouwen. Wie zich afvraagt of zijn kind zich ‘normaal’ ontwikkelt, gebruikt echter vermoedelijk zonder zich dat te realiseren een statistisch begrip. Anderhalve eeuw geleden had hij zich niet over de normaliteit van het gedrag maar over de 'natuur’ van het kind zorgen gemaakt. De probabilistische revolutie is een sociale revolutie, al manifesteert zij zich niet in de vorm van klassen die bewust worden en zich in gedisciplineerde partijen organiseren. Hier draait het niet om klassen maar om populaties, niet om bewustzijn maar om informatie, niet om discipline maar om controle. Net als in het andere geval gaat het echter om een omwenteling in denken en handelen en net als daar treffen we ook hier een soort partijbonzen aan, in de vorm van experts die zich op grond van hun technische inzichten tot woordvoerders van velen opwerpen. En ook hier is democratische controle op hun activiteiten vaak ver te zoeken. Net als dat andere, meer bekende geval, is de probabilistische revolutie van nederige afkomst. Haar wortels moeten in de middenklasse worden gezocht. Deze revolutie begint met bescheiden beschouwingen over onder meer de vraag wat een faire weddenschap is en hoe met fouten gerekend kan worden. Zij gaat echter al snel over in een jacht op groter wild als de vraag aan de orde komt hoe een volk of de macht van de staat op een overzichtelijke manier gerepresenteerd kan worden en de verbijstering toeslaat als dan blijkt dat misdaad, zelfmoord en gekte zich in een volk met ijzeren regelmaat voordoen. Zij uit zich vervolgens in de pogingen van de hygiënisten om het volk zowel fysiek als geestelijk gezonder te maken, maar ook bijvoorbeeld in de vraag hoe experimenten in de landbouw kunnen worden geëvalueerd. De probabilistische revolutie startte vanuit praktische en politieke vraagstukken. Het is geen toeval dat in 'statistiek’ het woord 'staat’ doorklinkt. VOOR DE ZEVENTIENDE eeuw is het probabilistische begrippenkader onbekend en in de achttiende eeuw geldt nog dat het spreken over waarschijnlijkheden niet bepaald van goede smaak getuigt. In de negentiende eeuw verandert dat echter snel. Toch zal het nog tot ver in de twintigste eeuw duren voor de revolutie in technisch opzicht een redelijk afgeronde vorm krijgt. Daaraan vooraf gaat een lange periode van conceptuele verwarring die in een aantal opzichten nog voortduurt. Het begrip 'waarschijnlijkheid’ heeft nog steeds verschillende betekenissen. Sommigen vatten het begrip op als een maat voor onzekerheid in onze kennis; anderen als een maat voor de frequentie van het optreden van gebeurtenissen. Voor de meeste hedendaagse gebruikers is statistiek echter een hulpmiddel waarvoor een standaard-computerprogramma beschikbaar is dat zij aanroepen in de misplaatste veronderstelling dat het hier om een neutraal technisch instrument gaat. Het resultaat is - in woorden die door Amerikanen aan Mark Twain en door Britten aan Disraeli worden toegeschreven - 'There are lies, damned lies and statistics.’ Het resultaat van de probabilistische revolutie is echter ook een omwenteling van het wereldbeeld. Waarschijnlijkheidsrekening en statistiek bewijzen dat regelmatigheden geproduceerd kunnen worden door toevalsprocessen. Dat heeft diepgravende filosofische consequenties. Eeuwenlang was de leidende gedachte dat alles wat plaatsvindt in beginsel is terug te voeren op vaste wetmatigheden en oorzakelijkheden. Aan elk verschijnsel zouden mechanismen ten grondslag liggen die met de precisie van een klok werken. Zelfs de onregelmatige manier waarop een wolkenlucht van gestalte verandert zou uiteindelijk zo kunnen worden verklaard. Alleen de complexiteit van de verschijnselen zou ons inzicht in de weg staan. Vanaf het einde van de negentiende eeuw begint echter de gedachte post te vatten dat aan chaos niet een onbekende orde ten grondslag ligt, maar dat, omgekeerd, orde het - berekenbare - resultaat van chaos is. Het determinisme wordt ingeruild voor een indeterministisch wereldbeeld. De veronderstelling dat 'all clouds are clocks’ wordt vervangen door het idee dat 'all clocks are clouds’, zoals Popper het bondig formuleert. Wie in een file staat die zonder duidelijke oorzaak begint en ook zonder duidelijke oorzaak weer oplost, hoeft zich niet langer te verbijten. Zijn oponthoud is het resultaat van toevalsprocessen. De probabilistische revolutie begon in wat nu de sociale wetenschappen worden genoemd en zij zou pas later de natuurwetenschappen bereiken. Maxwell, die een belangrijke stap heeft gezet bij de introductie van het indeterminisme in de fysica, komt op het spoor van de statistische mechanica als hij kennis neemt van de denkbeelden van Quetelet, die uitvoerig had geschreven over regelmatigheden in de frequentie van misdaad en zelfmoord. Het werk van Quetelet werd mogelijk door de lawine van getallen die vanaf het begin van de negentiende eeuw verzameld wordt. Particuliere onderzoekers en staten beginnen dan gegevens te verzamelen over een brede reeks van gedragingen, waarbij het opvalt dat de aandacht vaak uitgaat naar onderwerpen als ziekte, misdaad en andere vormen van afwijkend gedrag. Er ontstaan talrijke verenigingen en bureaus die zich alle bezighouden met het vergaren van sociale statistieken. Hun activiteiten vormen de uitdrukking van een veranderend politiek besef, waarin naast de individuele burger en de staat ook het bestaan van een daarvan onderscheiden entiteit, 'de samenleving’, onderkend wordt. De sociale wetenschappen en het onderwerp dat zij bestuderen komen tegelijk ter wereld. Waarop berust dat vertrouwen in kwantitatieve gegevens? De gangbare gedachte luidt dat wie zich in getallen uitdrukt precies is, en dat over de betekenis van getallen niet kan worden getwist. 'Meten is weten’ en wie iets precies wil weten moet zijn metingen in getallen uitdrukken. Dat idee is overigens minder oud dan gewoonlijk wordt gedacht: niet met de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw maar pas in de negentiende eeuw vindt het ingang. De door Charles Dickens in Hard Times onsterfelijk gemaakte Mr. Gradgrind is er een spreekbuis voor. Als hij om een definitie van een paard vraagt, verwacht hij een precies antwoord, dus getallen: 'Quadruped. Graminivorous. Forty teeth, namely twenty-four grinders, four eye-teeth, and twelve incisive. Sheds coat in the spring; in marshy countries, sheds hoofs, too. Hoofs hard, but requiring to be shod with iron. Age known by marks in mouth.’ Nu weet je wat een paard is, aldus Gradgrind. Feiten wil hij van zijn leerlingen horen en niets dan feiten. Het is een onnozel maar ook gevaarlijk idee. De kenniswaarde van getallen wordt bepaald door de kwaliteit van de procedures waarmee werd gemeten; de betekenis ervan hangt af van de vraagstelling en het kader waarin zij functioneren. Getallen leveren niet automatisch objectiviteit. In nogal wat gevallen blijken pogingen om door het gebruik van statistiek en mathematische modellen fouten en ideologische vertekeningen te vermijden, slechts tot een nieuw soort (maar minder makkelijk op te sporen) fouten en ideologische vertekeningen te leiden. Een hedendaagse maatschappijcriticus zal zich de fijne kneepjes van de waarschijnlijkheidsrekening en statistiek eigen moeten maken. DE AANTREKKINGSKRACHT van getallen ligt niet in hun kenniswaarde. Getallen spelen zowel in de wetenschappen als in het maatschappelijk leven een prominente rol omdat zij gemakkelijk te transporteren en te reproduceren zijn, omdat zij gemanipuleerd en gecombineerd kunnen worden, en omdat zij in grafieken en tabellen op een overzichtelijke manier kunnen worden gepresenteerd. Wie over informatie in numerieke vorm beschikt, kan gegevens uit zeer uiteenlopende bronnen samenvatten en presenteren, en systematisch onderzoek doen naar mogelijke fouten in de aangeleverde gegevens. Naarmate meer mensen zich met kennis gaan bemoeien en de organisatiegraad van een wetenschappelijke discipline of een andere vorm van bedrijvigheid toeneemt, worden getallen belangrijker. Wie een kleinschalige nering drijft, weet ook zonder ingewikkelde berekeningen wel hoe zijn bedrijfje er voor staat; de directie van een multinationale onderneming is echter afhankelijk van berichtgeving uit zeer uiteenlopende bronnen en zal om overzicht te krijgen statistici in dienst moeten nemen. De arts die alleen met de patiënt te maken heeft die zich in de spreekkamer meldt, kan het meestal wel met woorden af. Zodra zijn werk echter onderwerp wordt van collegiaal verkeer, verandert dat. Dan zal hij zijn bevindingen liever getalsmatig uitdrukken en mogelijk ook de keuze voor een specifieke behandelwijze door statistische overwegingen laten leiden. Als in de twintigste eeuw de netwerken waarin informatie circuleert groter en dichter worden en de bedrijvigheid toeneemt, ontstaan specialistische organisaties die tot taak hebben de informatiestromen te leiden en te beheersen. Er verrijzen nieuwe disciplines en beroepen. Operations research, beslissingstheorie, risicoanalyse en een brede waaier van statistische onderzoeksmethoden gaan dan bemiddelen tussen de vragen waarin wij politiek, bedrijfsmatig of wetenschappelijk geïnteresseerd zijn en de antwoorden daarop die in verspreide ervaringen besloten liggen. Een belangrijk deel van de vragen moet daarvoor opnieuw worden geformuleerd. Politieke vragen over de rechtvaardigheid van de behandeling van bevolkingsgroepen worden nu vertaald in statistische problemen over bijvoorbeeld 'kansen op de arbeidsmarkt’. Dat heeft grote voordelen: het wordt mogelijk om met een grote verscheidenheid van gegevens rekening te houden. Zodra over getallen gesproken wordt is het bovendien mogelijk om gezichtspunten en compromissen te formuleren die in de taal van alledag niet kunnen worden uitgedrukt. Afwegingen worden nu echter voor een belangrijk deel aan het publieke oog onttrokken. De politiek verplaatst zich naar de kantoren van modellenbouwers en statistische bureaus. Berekeningen komen in de plaats van politiek rumoer. DE CULTURELE EN POLITIEKE effecten van de probabilistische revolutie zijn groot. Het gebruik van statistiek en kansmodellen produceert onderscheidingen die vervolgens 'sociale realiteit’ worden. De enorme uitbreiding van het aantal organisaties dat zulke berekeningen uitvoert, brengt met zich mee dat we maatschappelijke ontwikkelingen steeds vaker beschouwen als het resultaat van individuen en organisaties die geacht worden niet anders dan berekend te werk te gaan. Specifieke verschuivingen zijn het resultaat. Zo impliceert het spreken over kansen en het gebruik van statistiek een scherp onderscheid tussen wetenschappelijke en lekenkennis. 'Ervaring’ krijgt een nieuwe betekenis. Neem de gezondheidszorg. Traditionele noties over ziekte en gezondheid zijn in de loop van deze eeuw vervangen door beschouwingen over 'gezondheidsrisico’s’, een statistisch begrip. Wetenschappelijke analysen van de kansen op ziekten zijn adequater dan de ideeën die niet-wetenschappers daarover hebben. Vanaf het moment waarop de epidemiologie het verband heeft gelegd tussen roken en voortijdig overlijden, doet de eigen ervaring met een opa die een stevige roker was maar toch stokoud werd niet langer ter zake. De statistische stijl van redeneren verandert ook onze houding tegenover tal van handelingen. Op basis van statistische overwegingen krijgen wij nieuwe verantwoordelijkheden toegewezen, zoals de verantwoordelijkheid voor onze gezondheid op lange termijn. Wat zich als toeval en noodlot aandiende, wordt nu geacht beheersbaar te zijn. Risico’s zijn niet ons lot. Als neveneffect daarvan ontstaat een ordening in de tijd, waarin vroege fenomenen meer belang krijgen dan latere. De gezondheid van kinderen wordt bijvoorbeeld belangrijk, niet alleen omdat kinderleed voorkomen moet worden, maar ook omdat een gezonde jeugd de basis legt voor een gezonde beroepsbevolking en later een gezonde ouderdom. De verantwoordelijkheid voor handelingen neemt toe, omdat niet langer alleen directe effecten maar ook de kansen op gevolgen op lange termijn meewegen. Modellen om deze verantwoordelijkheid vorm te geven bestaan echter nog niet of nauwelijks. Vreemd is dat niet. 'Verantwoordelijkheid’ is in onze traditie primair verbonden met de gevolgen van handelingen die een persoon had kunnen voorzien en waarover hij geacht kan worden daadwerkelijk controle te hebben gehad. Maar wie over risico’s spreekt heeft het over een begrip dat verwijst naar kansen. Welke relatie heeft wetenschappelijke kennis over zulke kansen met de problemen en concrete keuzen waarvoor individuen zich gesteld zien? Hard Times levert daarover een dialoog die zich gemakkelijk naar meer hedendaagse situaties laat verplaatsen. Als Louisa, de dochter van Gradgrind, in twijfel over haar ophanden zijnde huwelijk uitroept: 'Father, I have often thought that life is very short’, luidt het antwoord van haar vader: 'It is short, no doubt, my dear. Still, the average duration of human life is proved to have increased of late years. The calculations of various life assurance and annuity offices, among other figures which cannot go wrong, have established that fact.’ 'I speak of my own life, father.’ 'O indeed? Still’, zegt Mr. Gradgrind, 'I need not point out to you, Louisa, that it is governed by the laws which govern lives in the aggregate.’ Menigeen die geconfronteerd wordt met wetenschappelijke kennis over kansen zal zich in de positie van Louisa voelen: welke relatie hebben de gebeurtenissen waarnaar de wetenschappelijke uitspraken verwijzen met mijn eigen leven? Welke betekenis moet een zwangere vrouw bijvoorbeeld hechten aan de mededeling van de arts dat de kans op een bepaalde afwijking van het kind één op zeshonderd is? En dat die kans vijf maal hoger is dan de kans die vrouwen van haar leeftijd gemiddeld lopen? Is dat een voldoende reden om de zwangerschap af te breken? De arts zal die conclusie niet trekken en de betrokkene erop wijzen dat zij op basis van de geleverde informatie zelf moet beslissen. Overwegingen die te maken hebben met de persoonlijke bekendheid met gehandicapte kinderen en ervaringen in de familiekring, blijken in zulke gevallen een belangrijke rol te gaan spelen - overwegingen dus die wetenschappelijk gezien even suspect zijn als de ervaring met de sigarenrokende opa. DE PROBABILISTISCHE REVOLUTIE heeft een nieuw politiek landschap voortgebracht. De modellen die geformuleerd worden onttrekken sommige thema’s aan de publieke discussie maar leveren ook tal van nieuwe onderwerpen voor politiek debat. Op statistische gronden worden populaties gedefinieerd en onderscheidingen tussen mensen gemaakt. De geschiedenis van volkstellingen levert daarvan talrijke illustraties. In de eerste Amerikaanse census werden mensen geclassificeerd als vrije burger of slaaf, vrije zwarte burger of blanke, man of vrouw, en man of jongen. Op die manier werd de groep zichtbaar gemaakt waarin de overheid geïnteresseerd was: vrije, blanke mannen. In latere volkstellingen worden vragen over het beroep toegevoegd. Nu is men in de economische bijdrage van burgers geïnteresseerd. Vanaf 1840 worden vragen opgenomen over de gezondheidstoestand. Langzamerhand begint volksgezondheid dan een thema van overheidszorg te worden. Zulke beschrijvende indelingen vormen steeds het aangrijpingspunt voor beleid en controle, zij definiëren gedragingen, worden uitgangspunten voor voorlichtingscampagnes en formuleren normen en verantwoordelijkheden. De verantwoordelijken kunnen vervolgens daarop worden aangesproken door overheidsinstanties of particuliere verzekeraars. Zo ontstaan er nieuwe vormen van bestuur en beheer voor zulke groepen, er worden communicatiekanalen voor in het leven geroepen, de leden van deze groepen worden wellicht aangemoedigd zichzelf te organiseren. Wat hen aanvankelijk verenigt is uitsluitend een door sociologen, economen, of epidemiologen gedefinieerd kenmerk of belang. De overheid formuleert op grond daarvan echter beleid en verzekeraars besluiten wellicht deze groep uit te sluiten of voor hen de premies te verhogen. Wat als een statistische beschrijving begon, heeft opeens politieke consequenties. De nieuwe vormen van beheer en beleid worden niet in staatsrechtelijke, maar in wetenschappelijke termen gelegitimeerd. Degenen van wie het leven in kaart wordt gebracht hebben doorgaans weinig te zeggen over de manier waarop dat gebeurt. Zij worden in statistieken gerepresenteerd en eventueel geïnformeerd, maar zijn niet politiek vertegenwoordigd. Als we hun situatie in politieke termen moeten typeren, lijkt die nog het meest op die van ingezetenen van een niet-constitutionele monarchie. De taken en verantwoordelijkheden van de meer traditionele beroepsgroepen en organisaties die tussen staat en burger staan, zoals juristen, notarissen en de politie, zijn nauwkeurig in de wet geregeld. Publieke discussie over de nieuwe professies die op een nieuwe manier overeenkomstige rollen vervullen blijft echter uit. Checks and balances ontbreken. Accountants, statistici, verzekeringsdeskundigen, epidemiologen en risicoanalisten hoeven alleen in de eigen, besloten, professionele kring verantwoording af te leggen. Wanneer individuen uit zulke professionele gemeenschappen de klok luiden is de reactie zoals onlangs weer eens bleek bij een RIVM-medewerker ritueel: uitsluiting, schorsing. Universiteiten die steeds vaker via contracten bij het beleid worden ingeschakeld, leveren onvoldoende tegenmacht. De probabilistische revolutie heeft de wereld veranderd. Het wordt tijd haar te interpreteren.