Is stemmen per computer wel zo handig?

De oncontroleerbare druk op de knop

Verkiezingen in Nederland zijn vanaf nu oncontroleerbaar. De Ieren keurden de Nederlandse stemmachines af, maar de Tweede Kamer neemt genoegen met het antwoord van minister De Graaf: «Geloof me maar, die stemmachines werken.»

Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement was Amsterdam de laatste stad van Nederland waar de kiezer nog een rood potlood hanteerde. Maar ook de hoofdstad is om. De gemeente heeft in de begroting vierhonderdduizend euro gereserveerd voor nieuwe stemmachines. Nergens in het land zal daarna nog op controleerbare wijze de stem worden uitgebracht.

De gang van zaken bij «papieren» verkiezingen is door iedere leek gemakkelijk te controleren. Dat is ook de taak van de zes leden van het stembureau. Die tellen na sluiting om negen uur ’s avonds de stemmen. Afhankelijk van de opkomst gaat het om acht- tot twaalfhonderd stemmen per bureau. Het tellen gebeurt met de hand. De enige digitale hulpmiddelen zijn rekenmachines om het totaal van de turflijsten te berekenen. Na ongeveer twee uur zijn de stemmen geteld en brengt een van de stembureauleden ze naar het centrale verzamelpunt.

Volgens de Kieswet heeft iedere kiezer het recht aanwezig te zijn bij het tellen der stemmen, om te controleren of zijn VVD-stem niet per ongeluk dan wel moedwillig op het PvdA-stapeltje terechtkomt. Zo was het ook afgelopen donderdag tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement. Maaike Hofstee, werkzaam bij burgerzaken stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid: «Zolang u de stembureau leden niet voor de voeten loopt, niet zelf stemmen wilt tellen of de tellers uit hun concentratie haalt door moeilijke vragen te stellen, kunt u gewoon bij de telling aanwezig zijn. U mag dan zelfs foto’s maken of, mocht u dat willen, filmen.»

Nu voortaan overal via een computer zal worden gestemd, ligt dat anders. Annemiek van Velzen is medewerker van het Bureau Verkiezingen van het Register Amsterdam, dat verantwoordelijk is voor het coördineren van de verkiezingen. Op de vraag hoe een burger kan controleren of zijn stem ook goed terechtkomt na het indrukken van een knop op de stemmachine heeft zij geen antwoord. De overheid geeft de kiezer niet de mogelijkheid een blik te werpen op de interne werking van de stemmachine om de deugdelijkheid ervan te controleren. «Dan moet u bij de fabrikant van de machines zijn», aldus Van Velzen.

Die fabrikant is Nedap in Groenlo, de grootste producent van stemmachines in Nederland. Anne Hoeflaak, werkzaam bij Nedap, legt uit dat de kiezer niet mag weten wat er met zijn stem gebeurt: «Als we die software openbaar maken, kan iedereen met onze software zijn eigen stemmachines gaan bouwen. Er werken zeshonderd mensen in ons bedrijf, en die moeten toch ook hun geld verdienen. Onze stemmachines zijn prima in orde. Doordat ze zijn toegerust met een volledig gesloten systeem kan er niet met de stemmen worden gerommeld. Er zijn inmiddels miljoenen stemmen uitgebracht met onze machines, en er zijn nog nooit klachten geweest dat er iets niet zou kloppen. Ze zijn gebouwd volgens de specificaties van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. TNO heeft vervolgens getest of ze daadwerkelijk aan alle eisen voldoen. Onze machines zijn voor verscheidene Europese landen gecertificeerd, waaronder Duitsland en Ierland.»

Kiezers kunnen het testrapport niet inzien. Hugo Buitenhuis, werkzaam bij tno-tpd, waar ze stemmachines testen: «Een fabrikant als Nedap maakt die machine op een bepaalde manier. Als de details van de interne werking van zo’n apparaat bekend worden, bijvoorbeeld door een testrapport dat wij opstellen, kan iedereen die machine gaan namaken. Het rapport is daarom eigendom van Nedap en niet openbaar beschikbaar.»

Niet alleen de interne werking van de Nederlandse stemmachines is dus geheim, maar ook de rapporten waarin staat dat ze veilig werken. De Nederlandse kiezer moet er maar op vertrouwen dat het allemaal wel goed zit met het elektronisch stemmen.

De stemmers in Ierland namen daar geen genoegen mee. Toen de Ierse regering de machines van Nedap wilde inzetten, ging het verkiezingsdebat even nergens anders meer over. De controleerbaarheid van de 35 miljoen euro kostende elektronische stemmachines uit Nederland werd alom betwijfeld. Dat er geen papieren stembewijs voor hertellingen beschikbaar is, werd door de kiezers helemaal als affreus ervaren. Gedwongen door de vele kritiek stelde de regering uiteindelijk een onafhankelijke commissie van deskundigen in. Die concludeerde een maand voor de verkiezingen dat de controleerbaarheid inderdaad te gebrekkig was om de machines in te voeren. De Ier kon afgelopen week gewoon met het rode potlood stemmen.

Wakker geworden door het tumult in Ierland vroegen CDA-kamerleden Liesbeth Spies en Maarten Haverkamp vice-premier en minister Thom de Graaf naar de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de Nederlandse stemmachines. De minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties antwoordde dat hij de stemmachines volledig vertrouwde. Er was geen enkele aanleiding tot bezorgdheid. Dat mag zo zijn. Maar volgens Bart Jacobs, professor in de informaticabeveiliging, neemt dat niet weg dat «alleen de makers en de testers ervan, hooguit een man of tien» inzicht hebben in de werking van de stemmachine.

Kamerlid Spies verklaart een dag na de officiële uitslag van de verkiezingen: «Er zijn geen signalen dat het allemaal vreselijk mis gaat, dus we moeten geen paniek zaaien waar die er niet is.» Toch had ze «een raar gevoel» op het moment dat ze de knop van de stemmachine indrukte. Spies: «Omdat de enige controle bestaat uit een mededeling op het venstertje blijft zo’n apparaat een black box. Ik ben geen technicus, maar ik moet met mijn boerenverstand kunnen begrijpen hoe zo’n ding werkt. Daarom moet er iets gaan veranderen aan de huidige stemmachines, tenzij de minister ons van het tegendeel kan overtuigen.»

Ondertussen blijft het fundamentele probleem, de geheimhouding van het proces, overeind. Nederland stuurt waarnemers naar prille democratieën, terwijl bij de volgende verkiezingen honderd procent van de stemmen hier door middel van een geheim en oncontroleerbaar stemprocédé tot stand komt.

De stemmer moet de minister geloven op zijn blauwe ogen. Zo keert ook Nederland dankzij de stemcomputer terug naar een oude wijsheid van Tom Stoppard, die in zijn filosofische toneelstuk Jumpers uit 1972 schreef: «It’s not the voting that’s democracy; it’s the counting.»