De onderbuik van oma

Wie heeft de honden binnengelaten? Die raadselachtige vraag groeit in Martin Amis’ nieuwe roman Lion Asbo: State of England al snel uit tot een dreunend en dreigend refrein.


Martin Amis, Lionel Asbo: State of England. Jonathan Cape, 288 blz., € 19,50

Martin Amis, Lionel Asbo: de hufter van de lotto, € 19,95 (verschijnt in augustus)

Die honden zijn de witte Jak en de zwarte Jek, die al dagenlang een dieet volgen en op een snikheet balkon van een flat op twaalfhoog in Diston bivakkeren, een buitenwijk van oostelijk Londen verzonnen door Amis. In de flat slapen Des Pepperdine en zijn babydochter Cilla.

Wie heeft die opgefokte, psychiatrische pitbulls – want dat zijn het – binnengelaten, wetend wat de consequenties konden zijn? Was het wellicht Lionel Asbo? Hij is Des Pepperdine’s oom, die al op anderhalfjarige leeftijd onhandelbaar bleek en als kleine draaideurcrimineel verdomd veel lijkt op Manchester United-­voetballer Wayne Rooney: een kleerkast uit de achterbuurt van Liverpool. Het antwoord op de vraag wie die rotstreek met de pitbulls heeft geleverd is gecompliceerd. Er zijn minstens drie kandidaten.

Des Pepperdine is vijftien als Martin Amis’ satirische roman begint, in 2006. Hij is wees. Zijn vader was een zwarte man uit Trinidad die hij één keer heeft gezien, op een bankje ergens in de stad. Zijn moeder was Cilla, die stierf na een ongelukkige val in een supermarkt. Met oom Lionel Pepperdine, die zich op zijn achttiende (hij is 24 in 2006) Asbo liet noemen – een afkorting van Anti Social Behaviour Order – woont hij boven in een torenflat in het overwegend blanke Diston. Lionel is als een vader voor hem, of liever gezegd ‘een antipappa, een tegenvader’. Des wil doorleren en leert medestudent Dawn kennen, Lionel is tegen studeren, hoewel hij slim en uitgekookt is. Lionel Asbo: State of England begint met een brief van Des aan The Sun, waarin hij anoniem bekent dat hij een seksuele relatie heeft met zijn jonge grootmoeder Grace, de piepjonge moeder van Lionel. Dat feit is een tikkende tijdbom onder de vertelling. Die bom is een variatie op het oedipuscomplex: Des gaat met zijn grootmoeder naar bed omdat hij onbewust de strijd wil aangaan met zijn oom, zijn alternatieve vader. Komt Lionel, wiens gedrag niet door de wet maar door instinct wordt gevoed, erachter? Weet hij – de racist die de donkere Des een ‘soap-dodger’ noemt (iemand die zeep schuwt) – het al voordat Des het in de gaten heeft?

Lionel Asbo is een van die honderdduizenden asociale en nationalistische ‘hooligans’ uit een wereldstad die hun eigen domheid koesteren (‘stupid on purpose’). Hij wil geen kosmopoliet zijn omdat hij zich thuis voelt in Diston én in de gevangenis (dan weet hij waar hij is). Die blanke ‘onderwereld’ is zijn natuurlijke leef­omgeving, waar hij uit verdreven wordt als hij de lotto wint: 140 miljoen pond. Van het ene op het andere moment verandert Asbo in iemand die vervreemd is geraakt van zijn Diston-­habitat. Door wangedrag en destructiedrift wordt hij uit het ene na het andere sjieke hotel gegooid. Hij is dan wel steenrijk, hij zal nooit bij de echte rijken horen omdat de Britse klassentegenstelling te groot blijft: liever Cobra-bier drinken dan moeizaam een niet geprepareerde kreeft eten. En de boulevardpers wrijft het hem ook in: te dom om er echt bij te kunnen horen.

Toch weet de doortrapte Lionel Asbo tegenover een vileine roddeljournaliste (de yellow press) helder te formuleren hoe de maatschappelijke kloof aanvoelt: ‘De rijke wereld… is zwaar. Alles heeft gewicht. Omdat die wereld hier is om te blijven. Die gaat niet weg… En mijn eigen wereld, het Diston van vroeger, die is… licht! Niks wat een ons weegt! De mensen gaan dood! Dat, die dingen – vervliegen! (…) Dus dat is de uitdaging. Om van de zwevende wereld… naar de zware te komen.’

De tragiek van Lionel Asbo: State of England is dat Des Pepperdine en Lionel Asbo onherroepelijk uit elkaar groeien. De liefde komt van één kant, de wraak van de andere kant. Amis schrijft alles op in een taal die alert blijft (af en toe analyseert hij scherp het creatieve Brits van Asbo’s onderklasse) en hier en daar welhaast poëtisch is. De nadrukkelijk aanwezige verteller kondigt zelfs aan dat hij zich toelegt op de poëzie van de chaos om de mentaliteit van het Diston met zijn laaghangende hoogspanningskabels te kunnen schetsen: ‘Elk ding vijandig/ Tegenover elk ander ding: op elk punt/ Heet bevocht kou, damp droog, zacht hard, en de gewichtlozen/ willen niks van gewicht weten’.

Er zijn twee personages in de ogenschijnlijke marge van de vertelling die hun sporen nalaten in de ‘vader’ Lionel en ‘de zoon’ Des: de veertienjarige spijbelende scholier Rory Nightingale – met cowboylaarzen en een korte broek – die het ook met grootmoeder Grace doet en het moet bezuren: hij verdwijnt doordat Des hem verraadt (Lionel werkt Rory weg en geeft Des als aandenken zijn lipring). En dan is er de femme fatale en gelegenheidsdichteres Threnody (= klaagzang of rouwdicht), die tijdelijk aanpapt met de steenrijke Lionel en een meesteres is in ‘de kunst van de manipulatie’, een kunst die de boulevardpers tot in de vileine vingertoppen beheerst.

Met Lionel Asbo: State of England heeft Martin Amis een satirische roman geschreven die niet alleen door het incestthema of de yellow press een vervolg is op Yellow Dog (2003). Scherper dan ooit richt Amis zijn pijlen op de hypocrisie, seksueel en maatschappelijk, die van Engeland een meedogenloze maatschappij maakt waarin de ‘hooligans’ gevangen blijven in een milieu dat eerder een gevangenis is dan een open samenleving. Maar wat als de ‘hooligans’ – (‘stupid on purpose’) besluiten intelligent te worden? Een verontrustende vraag.


Half juli verschijnt Lionel Aso: Dit is Engeland in de vertaling van Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre bij uitgeverij Atlas-Contact