De ondergang van bose 7. de vrienden van het derde rijk

In oktober 1943 roept Subhas Chandra Bose in Singapore de Vrije Indische Republiek uit. Duizenden hindoes, Tamils en Sikhs juichen hun Netaji, hun Fuhrer toe. Bose heeft de teerling geworpen, Japan is zijn nieuwe en enige vriend. Hij heeft niet alleen zijn hoop op een overwinning van de Duitsers over Rusland opgegeven, hij is Hitler gaan haten als een boze, loze fakir die zijn beloften niet nakwam. In zijn enige onderhoud met Hitler slaagde Bose er nauwelijks in de monoloog van de Fuhrer te doorbreken, zodat ook Boses grote ideologische probleem met het nazisme - het racisme - niet aan de orde kon komen. Bose had Hitler al eens eerder schriftelijk verzocht of het racisme niet ten minste ten opzichte van de Indiers, die toch ook Ariers waren en van oudsher de swastika kenden en vereerden, kon worden afgezwakt.

Bose was in Berlijn aangekomen in het voorjaar van 1941, na een sensationele vlucht uit de gevangenis - de Engelsen hadden hem voor de duur van de oorlog opgesloten - en dwars door Afghanistan, waar hij op nogal wat sympathie bij vrijwel in onafhankelijkheid levende bergstammen kon rekenen.
Eigenlijk was Bose al tien jaar lang de kwelgeest van de Engelsen. Hij vertegenwoordigde vanuit Bengalen het linkse, radicale verzet tegen de Engelse overheersing en was bij de jeugd veel geliefder dan de gematigde Gandhi en Nehru. Zelfs toen Bose - die een buitengwoon geraffineerd tacticus bleek in de Indische binnenlandse politiek - voorzitter werd van het Congres, nam hij niets van zijn radicalisme terug. Hij was een hartstochtelijk lezer, hij kende het werk van Marx, Sorel, Pareto, Nietzsche, Mussolini. Hij publiceerde zelfs een boek waarin hij een mengvorm van marxisme en fascisme, die elkaar volgens hem in revolutionaire tendens evenaarden, bepleitte als beste weg naar vrijheid en onafhankelijkheid voor India.
Hij maakt lange reizen door Europa, waar hij, naar verluidt, vele liefdesavonturen had. Bose was het idool van de jeugd. Hij deed aan allerlei vormen van sport, was zelfs schermkampioen in Brits-Indie. Daarnaast maakten zijn intellectuele formaat en belezenheid veel indruk. In Duitsland raakte hij sterk geinteresseerd in kringen rond de conservatieve revolutie, die eveneens een soort verzoening van comunisme en fascisme nastreefden. Duitsland en Rusland waren de have-nots van Europa en zouden zich moeten verenigen in een nationaal-revolutionaire omwenteling.
Bose trouwde met een Duitse en keerde terug naar India in de vaste overtuiging dat een van de Engelsen bevrijd India zich als derde grote have-not bij de combine tussen nazi-Duitsland en communistisch Rusland zou kunnen aansluiten.
Toen in september 1939 de oorlog uitbrak, verklaarden de Engelsen eenvoudig het complete Indische miljoenenvolk tot hun bondgenoot in een oorlog waarmee het volgens Bose niets te maken had. In eerste instantie was, na zijn spectaculaire vlucht, zijn hoop nog gevestigd op Rusland. Hij vroeg belet bij Stalin, die zijn vingers absoluut niet vuil wenste te maken aan wespennest Azie, zeker niet tegen de Engelsen. Vriendelijk schoof Stalin Bose door naar Hitler in Berlijn. Deze speelde nog steeds met de gedachte het binnenkort wel met de Engelsen op een akkoordje te kunnen gooien. Hitler wenste ten diepste ook niet de ondergang van het Britse Empire, waarmee hij een nieuwe wereldheerschappij had willen delen. Ook de revolutionaire krachten en machten die in het Nabije en Midden-Oosten voor het opscheppen lagen, liet Hitler dus onbenut; hij hield ze hoogstens in reserve.
Zowel in 1941 als in 1942 hebben zich ruime kansen voorgedaan om Arabische verzetsbewegingen tegen de door de Engelsen overeind gehouden satellietbewinden te steunen. In Irak en Iran kwam het ook tot schermutselingen, maar het speciale Duitse valschermleger dat maanden lang op Rhodos gereed stond, kreeg van Hitler geen toestemming om in te grijpen.
Boses activiteiten in Berlijn moesten zich beperken tot agitatie. Hij kreeg een speciale zender om de Indiers tegen de Engelsen op te ruien, en was daarin volgens Goebbels zeker zo effectief als Lord Haw-Haw, die vanuit Berlijn de Engelsen toesprak, en van veel hoger gehalte dan Ezra Pound, die radiopraatjes voor de Italiaanse fascistische zender verzorgde en die, hoewel misschien de grootste dichter van zijn tijd, als redenaar een producent van wind, lucht en wartaal was. Boses charisma was zo groot dat hij erin slaagde duizenden in Afrika krijgsgevangen gemaakte Indiers de zijde te doen kiezen van de As. Hij mocht een Indisch legioen oprichten, dat tenslotte 3500 man telde. Deze legionairs droegen op hun petten, helmen en tulbanden het hakenkruis en op hun uniformen de springende tijger van het Vrije Indie. In hun gelederen leefden hindoestanen en moslims vreedzaam naast elkaar. Ze werden ook enige tijd gelegerd bij Haarlem en er is een hardnekkig gerucht dat ze eenmaal, met toestemming van de Duitsers, een olifant uit Artis naar Zandvoort hebben geleid om het dier daar te laten pootjebaden. In 1944 werden ze, inmiddels behoorlijk Duits lezend en sprekend, ingezet in Frankrijk, waar ze hard tegen het verzet tekeer gingen.
Bose had inmiddels al lang zijn hoop op een Duitse zege in Europa, laat staan een Duitse doorbraak naar Azie laten varen. Hij gokte op Japan, dat eindelijk in de eerste week van januari 1944 een opmars begon richting Voor- Indie. Uit overgebleven en gevluchte Indiers had Bose een leger van vijftigduizend man geformeerd. Hij liet ook postzegels drukken voor zijn vrije India, maar die bleken te groot om op een brief te kunnen worden geplakt.
In het laatste grote Japanse offensief van de Tweede Wereldoorlog ging ook Boses Vrijheidsleger, de Inas, ten onder. Met slechts 2500 man die het overleefden, stond Bose in de zomer van 1945 in Rangoon. Hij had niets van zijn gezag verloren. Tijdens de veldtocht was zijn gedrag heroisch geweest. Dagenlang kon hij zonder eten, elk vrij uur benutte hij om de klassieken te lezen die hij in een rugzak overal met zich mee droeg. Nooit twijfelde of wanhoopte hij. Hij verzekerde zijn getrouwen steeds: ‘Als ook Japan faalt, hebben we nog altijd Rusland.’ Hij rekende op Stalin, maar wist niet dat deze hem meesmuilend 'een muis die miauwde’ had genoemd.
Op 7 augustus 1945 nam Bose plaats in een vliegtuig richting Rusland. Het was nauwelijks opgestegen of het spatte uiteen en ging op in een vuurzee. Daarin zag men in een flits een gestalte, die van Bose, oprijzen, in zijn uniform met daarop de triomfantelijk springende Indische tijger. Toen veranderde Bose in een laaiende fakkel.