De ondergang van het schrift

Op de crèche van mijn kinderen verscheen het beste vriendje van mijn zoon vanmorgen met een digitale camera. ‘Een oud ding, en als die stuk gaat, is die stuk’, zei z’n moeder. Maar hij ging niet stuk. Sterker nog: het vriendje van amper drie hanteerde het toestel vaardig, en toen ik door de eerder gemaakte foto’s bladerde (hij moest mij uitleggen hoe dat moest) was ik verbluft.

Medium ipad 1743083c

‘Die kun je zo afdrukken en in een galerie ophangen’, vond ik. Het bijzondere aan dit werk was een combinatie van het consequent vast­gehouden lage perspectief en de al even consequent gehanteerde nonchalance, als van de lomo-fotografie-rage in de jaren negentig, toen hippe hoofdstedelijke fotografen zich ineens bekeerden tot het oude sovjettoestelletje dat maar één kunstje kende: een foto maken.

In een flits zag ik een groot kunstproject gestalte krijgen, waarbij al die kids een dag lang zo’n camera krijgen, of een hele week, en op die manier een intiem document vormen van de kinderlijke belevingswereld (u hoort het, ik formuleer het al een beetje in de terminologie van de subsidieverstrekkers).

Wat me ook verbaast is dit. Die kinderen zijn digital natives, geboren in de digitale media. Geef ze een ouderwetse papieren krant en ze slaan aan het swipen met hun vingertoppen, en zijn beteuterd dat de foto’s niet inzoomen onder hun pinchende vingertjes.

Laatst had het NOS Journaal een item over het verdwijnen van het handschrift. Er waren scholen waar kinderen al met de iPad hun opgaven maakten. Een docente dacht dat schrijven met de hand binnenkort afgelopen zou zijn.

Ik hou erg van nieuwe technologische snufjes en heb sinds kort ook een telefoon die alles kan waar een zware computerkist vijftien jaar geleden alleen maar van kon dromen. En toch moest ik even slikken. De ondergang van het schrift. Het is waarschijnlijk nog waar ook, wat die mevrouw op het Journaal vertelde. Onvermijdelijk zullen we sneller kunnen typen en swipen dan dat we zelf die lettertjes één voor één tekenen.

Ik schrijf vaak met vulpen in een klein boekje. ‘Echt waar? Maar gaat dat niet veel te langzaam?’ vroeg een student laatst na een lezing. Ik heb het nooit geklokt, maar ik weet haast zeker dat ik op de vulpen meer woorden per minuut scoor. Waarschijnlijk ook doordat ik met zo’n notitieboekje offline ben. Als je op een computer of telefoon of iPad schrijft, ben je onophoudelijk verbonden met andere applicaties en netwerken, waardoor je concentratie onvermijdelijk uiteenspat.

David Hockney ontwikkelde een revolutionaire tekentechniek voor de iPad, maar uiteindelijk stond hij toch weer gewoon achter z’n schildersezel in een landschap.

Ik hou van de vloeiende bewegingen, de doorhalingen, het gekrabbel. Als ik twijfel aan de zin van dat alles hoef ik het Letterkundig Museum maar binnen te stappen, en wat manuscripten van Hermans of Bordewijk of Boon te voorschijn te laten schuiven (dat gaat daar heel modern met drukknoppen en zo) en ik krijg weer zin in de fysieke actie van het schrijven.

Maar misschien is dat sullige romantiek.Dirk van Weelden heeft een tijdje een weblog gehad waarop hij stukken typte op een van de type­machines uit zijn verzameling en die daarna fotografeerde. Een geweldige stunt (van vergelijkbare grootsheid als mijn crèchekiekjes-project), zoals ook het handgeschreven werk vroeg of laat een stunt zal zijn.

Waar heb je pen en papier nog voor nodig? Snelle notities gaan in je telefoon. Plakbriefjes in de trant van ‘ben even boodschappen doen, X’ verstuur je met je telefoon. Boodschappenlijstjes worden opgesteld door een app, die meteen de slimste looproute berekent door de supermarkt die zich het dichtst bij jouw huidige gps-positie bevindt. Iemand met een pen zal even zonderling zijn als een lantaarnopsteker, een kolenboer of een tramconducteur. We hebben chipkaarten en touchscreens. Als mijn zoon met z’n speelgoedtrein speelt, hoor ik de woorden ‘inchecken’ en ‘uitchecken’ al.

Gaat er iets verloren met het handschrift? Ja, het eigene, het individuele, het intieme. De handgemaakte letters worden universele fonts. De unieke signatuur, zo eigen als je DNA of je vingerafdruk, en daarom zelfs geschikt als autorisatiemiddel (de handtekening) verdwijnt in de eenvormigheid van voorbedachte letters.

Laatst drukte NRC Handelsblad het zelfmoordbriefje af dat de gepeste Tim Ribberink aan z’n ouders had achtergelaten. Het was een screenshot van een telefoonscherm, met de gele gelinieerde achtergrond van een Notes-app. ‘Lieve pap en mam’, had hij bovenaan geschreven. Of nee, hij had die woorden ingetoetst of geswipet, en nu stonden ze daar, in het lettertype Comic Sans. Dat schokte me. Als we niet eens voor een zelfmoordbriefje nog de moeite doen een pen te pakken, dan zal het inderdaad eerdaags wel gedaan zijn met het schrift.