De onderkant der mensen

Het is een prettig ouderwetse film, die al of niet laatste film van Imamura. Een historische morele vertelling met een kop en een staart. Een vertelling ook met een held. De Dr. Akagi uit de titel is een toegewijde plattelandsdokter met een missie. Hij rent zich de benen uit het lijf van ziekenbezoek naar ziekenbezoek en tussendoor zoekt hij fanatiek naar de oorzaak van de ziekte die de meeste van zijn patiënten hebben. Volgens hem hebben ze allemaal geelzucht en dat heeft hem de bijnaam ‘dokter lever’ opgeleverd. Die hepatitusepidemie hangt samen met de omstandigheden van de tijd waarin de film speelt; de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Je zou denken dat de held zou slagen in zijn missie. Dat al het getuur in een microscoop en het samen met een ontsnapte Nederlandse krijgsgevangene improviseren van een ingenieuze belichting van zijn onderzoeksopstelling zouden leiden tot een ontdekking van Pasteur-formaat. Maar dat is niet de moraal van het verhaal. Door zijn ijverige research zijn de patiënten een ogenblik op het tweede plan gekomen. Als één van zijn patiënten overlijdt voordat hij haar heeft bezocht realiseert de dokter zich met een schok dat hij een andere keuze moet maken. Hij laat de grote ontdekking voor wat hij is en hij wijdt zich weer volledig aan het nobele voetenwerk van de plattelandsdokter.

Een mooi serieus verhaal, maar zo wordt dat niet door de oude meester opgediend. Het drama kreeg meer dan een vleug komedie mee. Als de dokter rennend op weg is naar een zieke lijkt hij nog het meest op een komiek uit een stomme film. Een effect dat wordt versterkt door de vrolijk huppelende jazzy muziek op de geluidsband. Om de figuur van de dokter heen zijn allerlei personages gedrapeerd die nog komischer tot soms ronduit kluchtig zijn. De twee beste en meest betrouwbare vrienden van de dokter zijn een aan morfine verslaafde voormalige chirurg en een zwaar alcoholische priester. Zijn beste vriendin is hoerenmadam en als assistente krijgt hij een lieve en vrolijke jonge prostituee. Niet dat de dokter zelf tijd voor seks heeft, daarvoor is hij te gedreven met zijn missie bezig, maar door de vele bijfiguren wordt heel wat afgeneukt. Na de impotente kapper in The Eel, zijn voorlaatste film, is de fameuze promiscuïteit van Imamura’s filmpersonages weer helemaal terug.
De bonte en hoerige wereld van Imamura valt al bijna op te roepen door enkele van zijn filmtitels in de herinnering te roepen: Karayuki-san, The Making of a Prostitute, The Pornographers, Pigs and Battleships, Endless Desire, Intentions of Murder… Het is een wereld in de marge van de maatschappij, waar grote passies ruw tot uiting komen. Een van Imamura’s meest geciteerde uitspraken luidt: ‘Ik ben geïnteresseerd in het onderste deel van het menselijk lichaam en het onderste deel van de samenleving.’
Het gegeven van Dr. Akagi is concreet, serieus en historisch. Het gaat over het lijden van de gewone bevolking onder een door de Japanse militaire heersers nodeloos lang gerekte, toch verloren oorlog. Een hoogst realistisch uitgangspunt dat door Imamura met veel humor en fantasie wordt verbeeld. Hij deinst er zelfs niet voor terug om aan het slot een fantastische walvis te laten opduiken; een soort Disney-dier dat uit een andere film lijkt te zijn weggezwommen. Kennelijk maalt Imamura niet meer om realisme en waarschijnlijkheid. Hij gaat nog niet zo ver als Kurosawa in zijn volslagen kunstmatige en naïeve late films, maar de wijsheid van de ouderdom heeft hem blijkbaar een grote vrijheid en onbevangenheid gegeven. Het is eigenlijk jammer dat het maar zo weinig regisseurs gegeven is om op hoge leeftijd nog films naar eigen inzicht te kunnen maken. Het zou het filmlandschap er aanmerkelijk grilliger en veelkleuriger op maken.

  • Siberia, de tweede film van Robert-Jan - Zusje - Westdijk is door de kritiek veel te mild ontvangen. Onder een bombastische en maniëristische laag muziekvideo- en commercial-effecten wordt een klein en dun kwajongensverhaaltje verteld. Veel geschreeuw en weinig wol.