Armoede als splijtzwam

De onderkant van Europa

Er loopt een onzichtbare grens door Europa, tussen het rijke noordwesten en het arme zuidoosten. Onder de grens bevinden zich de Roma, de armsten van de armen. Zij zijn de ultieme testcase voor de Europese solidariteit.

Medium 2013 12 02 13.30.23

Op een enorme vuilnisbelt bij het Bulgaarse dorpje Kapitan Dimitrievo, 150 kilometer ten oosten van de hoofdstad Sofia, zag ik de onderkant van Europa. Mijn vriend Vasil en ik reden zonder toestemming in zijn rammelende Suzuki de berg op, over een weggetje van zwarte drek dat was bezaaid met lange repen plastic- en zilverfolie. Het had de dag ervoor gesneeuwd, maar de sneeuw was nu gesmolten: het was nat en koud. Boven op de berg ontvouwde zich een hels tafereel. Onderweg zagen we al houten karretjes af en aan rijden, getrokken door paarden en ezels, waarop de Roma hun buit naar huis vervoerden. Boven brandden overal vuurtjes waar mannen, vrouwen en kinderen zich aan warmden. Plastic afval voor zover het oog reikte. De giftige stank was allesdoordringend. Hier en daar brandden stapels autobanden die zwarte rookwolken onze kant op stuurden: de Roma staken die in brand om de velgen te kunnen ‘oogsten’. Overal zochten groepjes mensen in het afval naar verkoopbare metaalresten en plastic verpakkingen. Een man opende zijn vuilniszak en liet gedeukte plastic flessen zien, de resten van een stethoscoop en stukjes draad van een kerstverlichting. Met dit jutten verdiende hij ongeveer vijf leva, 2,50 euro, per dag. De Roma-jongens Suleiman, Nacho (Anastasios) en Krasimir keken vrolijk uit hun ogen, maar zagen er net als alle anderen intens smerig uit. Ze waren opgegroeid op de afvalberg en gingen niet naar school. Ze wilden graag op de foto en keken trots naar zichzelf op mijn mobieltje.

Eerder spraken we in het dorp met een groep bewoners die enkele dagen daarvoor onder leiding van de burgemeester in protest de weg naar het provinciestadje Pazardzjik hadden geblokkeerd. Ze vertelden dat bijna de helft van de sterfgevallen in de laatste decennia te wijten was aan longkanker: de dood van een 53-jarige dorpsbewoonster was de aanleiding voor het protest. De dorpsarts bevestigde dat het aantal kankerdoden inderdaad zo’n zes tot zeven keer hoger lag dan het Bulgaarse gemiddelde. De rook en stank hangen al tientallen jaren boven het dorp, bij harde westenwind vliegen de plasticsnippers in het rond. De dorpelingen sluiten regelmatig de ramen en durven niet naar buiten vanwege de giftige gasrook: ‘We leven hier in een hel.’ Jonge mensen trekken zo snel weg als ze kunnen. De dump (door de bewoners het ‘eeuwige vuur’ of ‘de vulkaan’ genoemd), was in 1964 ingericht alleen voor het stadje Pazardzjik en zou na twintig jaar verhuizen. Maar na een halve eeuw bestaat hij nog steeds, vele malen groter dan wettelijk toegestaan, en hij bedient nu meer dan dertig gemeenten. Protesten en petities bij het gemeentebestuur van Pazardzjik en het ministerie van Milieu in Sofia hebben niets uitgehaald. Hoewel er EU-gelden beschikbaar zijn om dit soort afvaldepots te saneren, heeft de burgemeester van Pazardzjik tot twee keer toe verzuimd om een subsidieaanvraag in te dienen. Hij weigerde met de bewoners van Kapitan Dimitrievo om de tafel te gaan zitten en zette de dorpsburgemeester onder druk. Volgens plaatselijke milieuactivisten omdat hij bezig was een eigen afvalverwerkingsbedrijfje op te richten om vervolgens een heffing van de bewoners te kunnen incasseren.

Medium 2013 12 02 13.27.42

Aan de andere kant van Kapitan Dimitrievo, bij Novo Selo, ligt een tweede ‘afvalberg’: een grafheuvel van de Thraciërs. Hij markeert het eerste hoogtepunt van de Europese beschaving. Het levende menselijke afval: de Roma-jutters in hun diepsmerige lompen in de modder en de rook van brandend rubber en plastic, vormen een dieptepunt ervan. Taferelen als deze staan op grote afstand van het goede, rijke en veilige leven zoals wij dat, inclusief onze armen en kanslozen, kennen in Noordwest-Europa. Alle problemen komen in dit dickensiaanse inferno samen: troosteloze armoede van een gediscrimineerde minderheid, acute gezondheidsproblemen en hoge sterftecijfers door luchtvergiftiging en andere milieuvervuiling, bestuurlijke willekeur, onwil en corruptie. De problemen die wij in de noordwestelijke landen hebben met onze eigen (etnische) onderklasse, met de vervuiling van het milieu en met bestuurlijke en politieke corruptie zijn in principe dezelfde, maar kunnen voor de zuidoostrand van Europa met een factor twintig worden vermenigvuldigd. Vooral de dieptreurige toestand van de Roma moet ons wakker maken voor dit enorme schaalverschil, en voor het feit dat de integratie van onze eigen etnische minderheden ondanks alle gekrakeel eigenlijk heel succesvol verloopt. ‘De behandeling van de Roma is de lakmoesproef voor de democratie’, zei Vaclav Havel al in 1993. Dat geldt des te meer nu de meesten van hen sinds 2004 Europese burgers zijn geworden.

Medium 2013 12 02 13.30.52
Het aantal kankerdoden rond de afvalberg ligt zes tot zeven keer hoger dan het Bulgaarse gemiddelde

De Roma zijn de armsten van de armen in de arme landen van Europa. Met meer dan tien miljoen mensen vormen zij de grootste Europese minderheid. In Bulgarije leven er naar schatting 750.000, in Nederland rond de 3500 (cbs, andere schattingen zijn hoger: tienduizend of meer). De meeste tsigani wonen in zelfgebouwde krotten van stenen, zeil en golfplaat, soms nog in containers, zonder water, riolering of elektriciteit, of in stedelijke getto’s zoals Fakulteta (‘Fuck-ulteta’) in Sofia, waar taxichauffeurs je niet naartoe willen brengen omdat je dan zou worden beroofd of neergeslagen. Hun situatie is na de val van het communisme in 1989 alleen maar verslechterd, en ook niet merkbaar verbeterd na toetreding van de meeste Oost-Europese landen tot de Unie in 2004 en 2007. Volgens officiële (rooskleurige) cijfers heeft slechts de helft van de Roma betaald werk. Het aantal scholieren en studenten is extreem laag: niet meer dan 4,4 procent boven de vijftien jaar. Het analfabetisme is chronisch, veel Roma(-kinderen) spreken slecht Bulgaars, de schooluitval is dramatisch hoog. Meisjes en vrouwen lijden onder een beklemmende patriarchale cultuur, de gezondheidsproblemen zijn groot en de criminaliteitscijfers hoog (inderdaad: onze ‘Bulgarenfraude’ was een actie van enkele slimme Roma). Zo figureren de Roma in alle verkeerde rijtjes en in alle verkeerde statistieken.

De afkeer tegen dit ‘volk van stinkende, stelende bruinen’ is wijdverspreid en wordt al decennia aangewakkerd door een nationalistische partij als Ataka (Aanval). Hoewel ze al vele generaties lang in Bulgarije wonen, worden ze nog steeds als migranten gezien. Volen Siderov, de flamboyante, agressieve en dus mediagenieke Ataka-leider en auteur van boeken als Bulgarofobie (2003) en Mijn strijd voor Bulgarije (2007) – de titel is een openlijke flirt met Mein Kampf – voert al tientallen jaren een hetze tegen joden, Roma, Turken en homo’s. Ataka-aanhangers vielen in 2008 de Gay Parade in Sofia aan met de leuze: ‘Homoseksuelen zijn ziek’. Tijdens anti-Roma-rellen in het dorp Katounitza in 2011 en een aanval op de Banya Bashi-moskee in Sofia in hetzelfde jaar voerden zij slogans als: ‘Alle Roma zijn crimineel’ en ‘Zigeuners in de zeepketel, Turken aan het mes’. Volgens het beginselprogramma van Ataka is Bulgarije een unitaire, monolithische natie die noch op religieuze, noch op etnische, culturele of welke andere grond dan ook kan worden verdeeld. Wie dat probeert, is een vijand van het volk: ‘Bulgarije voor de Bulgaren!’ Minderheden als de Roma, ‘Turken’ (moslims) en homo’s zijn ‘voor eeuwig schuldig’, en spelen zondebok voor alle problemen waar Bulgarije onder lijdt.

Medium 2013 12 02 13.31.25

En die zijn niet gering. Zij kunnen het beste worden uitgelicht aan de hand van het beeld van de ‘Europese diagonaal’. Van noordwest naar zuidoost loopt door Europa een politiek-geografische as die veel méér beschrijft dan een contrast tussen de oude democratische kern van de Unie en landen in de voormalige periferie met een veel sterkere autoritaire traditie. Deze diagonaal laat ook een kloof zien tussen rijke kredietlanden en arme deficietlanden, die sinds het uitbreken van de bankencrisis in 2008 sterk is verdiept. Daarnaast illustreert de diagonaal systematische verschillen in wat de European Values Study ‘waardenprofielen’ noemt: verschillen in levensopvatting en levensstijl, sociaal vertrouwen, vertrouwen in de democratie en tolerantie voor diversiteit, die op hun beurt invloed hebben op politieke opvattingen. Het is frappant (en historisch gezien tragisch) dat veel van deze variabelen een ‘knik’ vertonen bij de grens tussen Oostenrijk en Hongarije. Dat was niet alleen de zachte, poreuze grens tussen de twee kernlanden van de oude Donaumonarchie, maar ook de harde grens tussen West en Oost tijdens de Koude Oorlog. Bulgarije ligt dicht bij het uiteinde van de diagonaal, en komt dus net als zijn eigen Roma-burgers als land op alle verkeerde lijstjes voor.

het eerste wat langs de noordwest-zuidoost-diagonaal zichtbaar wordt, is een internationale ‘klassentegenstelling’ tussen rijke en arme landen. Het bruto nationaal product per capita bedraagt in Noorwegen 54.000 euro, in Nederland en Oostenrijk bijna 43.000 euro, in Italië en Spanje ongeveer dertigduizend euro, in Polen en Hongarije twintigduizend euro, terwijl het in Bulgarije en Roemenië slechts dertien- tot veertienduizend euro is. In Bulgarije leeft één op de vier burgers onder de armoedegrens; het land kent het laagste gemiddelde loonniveau in de EU (vierhonderd euro per maand). Die welvaartsverschillen vertalen zich in verschillen in de gemiddelde levensverwachting: er gaapt een kloof van tien jaar (in Noordwest-Europa tachtig jaar, in Zuidoost-Europa zeventig jaar), zoals die ook bestaat tussen de economische klassen binnen landen – in Nederland is het verschil in levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden bijvoorbeeld zeven jaar. Die verschillen worden bevestigd door andere demografische cijfers, zoals de verschillen in kindersterfte en sterfte van vrouwen in het kraambed.

Het deel van de bevolking dat in 2012 volgens Eurostat onder de armoedegrens viel, laat hetzelfde verloop zien: Engeland veertien procent, Nederland 10,5 procent, Duitsland 15,5 procent, Oostenrijk zes procent, Hongarije 13,9 procent, Griekenland twintig procent, Roemenië 21,1 procent en Bulgarije 21,8 procent (in sommige Afrikaanse landen leeft trouwens tachtig procent van de bevolking beneden de armoedegrens).

Ook de cijfers over inkomensongelijkheid in Europa spreken duidelijke taal. Die is in alle Europese landen in de afgelopen decennia toegenomen. De voormalige Oostbloklanden doen het daarbij relatief beter: de kapitalistische ongelijkheid heeft de erfenis van de communistische gelijkheid nog niet helemaal uitgewist. De Gini-coëfficient voor 2010 (0=maximale gelijkheid, 100=maximale ongelijkheid) verloopt via Slovenië (23,8) Zweden (24,4), Tsjechië (25,2), Nederland (25,8), Oostenrijk (26,3), Hongarije (26,8), Duitsland (29), Frankrijk (30,8), Polen (31,1), Italië (31,9) naar Engeland (33) dat daarmee bijna even hoog scoort als Roemenië (33,2), Griekenland (33,6), Spanje (34) Portugal (34,2) en Bulgarije (35,1). De jeugdwerkloosheidscijfers volgen dezelfde lijn van noordwest naar zuidoost, net als de uitgaven aan sociale zekerheid per hoofd van de bevolking.

Terwijl in Noordwest-Europa het zwaartepunt van de economie en de werkgelegenheid in de dienstensector ligt, ligt die in Zuidoost-Europa nog steeds in de landbouw. Nauw daarmee samenhangend laat de diagonaal verschillen zien in de ratio tussen hoog- en laagopgeleiden: een sociologische tegenstelling die steeds zwaarder weegt binnen, maar ook tussen de Europese landen. Het Europese gemiddelde van de 25- tot 64-jarigen met een hoger onderwijsdiploma was in 2011 26,8 procent. De Inner London-regio scoorde het hoogst met 59,7 procent, gevolgd door de regio ten zuiden van Brussel (55,7 procent, eveneens een meerderheid). In Amsterdam is bijna de helft van de bevolking hoogopgeleid. Het laagst op de ladder staan 75 EU-regio’s met minder dan twintig procent hoogopgeleiden, waarvan negentien in Italië, acht in Oostenrijk (uitgezonderd Wenen), telkens zeven in Tsjechië, Roemenië en Griekenland, zes in zowel Hongarije als Portugal, vier in Bulgarije en Polen, drie in Slowakije, twee in Frankrijk, een in Spanje en een in Malta (dat één regio vormt).

Medium 2013 12 02 13.27.24
Het wordt tijd dat we Europa leren zien als één geheel, één sociale ruimte, één project van verheffing

Richard Wilkinson en Kate Pickett hebben in The Spirit Level (2009) uitvoerig gedocumenteerd dat de bewoners van meer egalitaire samenlevingen over het algemeen gelukkiger en gezonder zijn. Zij worden minder geconfronteerd met geweld, hebben minder te lijden onder allerlei verslavingen en genieten betere opleidings- en mobiliteitskansen. Een meer egalitaire samenleving schept meer onderling vertrouwen en empathie, terwijl ongelijkheid afstand schept, de sociale tegenstellingen verdiept en een sterkere wij-zij-vijandigheid veroorzaakt. Gegevens van de European Values Study en de Corruption Perception Index bevestigen dit beeld. De stelling ‘je kunt de meeste mensen vertrouwen’ wordt onderschreven door (slechts) dertig procent van de ondervraagden in heel Europa. Daarbij staan high trust societies als Denemarken (66,5 procent), Zweden (65 procent) en Nederland (zestig procent) op grote afstand van low trust societies als Roemenië, Bulgarije, Griekenland, Albanië en Turkije (15-24 procent), terwijl het sociaal vertrouwen in andere Balkanlanden nog lager ligt (minder dan vijftien procent).

De mate van vertrouwen in de democratie varieert op dezelfde manier langs de diagonaal, met hoge scores in Zweden, Denemarken en IJsland (maar ook in Griekenland!) en lage scores in Zuid-Europa (maar ook in Finland en Engeland). Dezelfde variatie geldt nog veel duidelijker voor de waarneming van corruptie. Er bestaan geen honderd procent schone landen, maar Denemarken en Finland scoren negentig procent, Nederland 84 procent, Duitsland 79, Oostenrijk 69, Spanje 65, Hongarije 55, Roemenië 44, Italië 42, Bulgarije 41, Griekenland 36 en Albanië 33 procent. Rusland haalt niet meer dan 28 procent en de Oekraïne 26 (cijfer van voor de onrusten in 2014). De wereldranglijst daalt verder tot Afghanistan, Noord-Korea en Somalië met ieder acht procent (cijfers van Transparency International 2013). Het recente rapport over corruptie van de Europese Commissie laat dezelfde noordwest-zuidoostverdeling zien.

Deze optelsom van variabelen laat zien hoe Europa één sociale ruimte vormt en hoe (sterk) de sociaal-economische ongelijkheid transnationaal is gespreid. De welvaartsstaten in het noordwesten vormen met hun stevige sociale vangnet, hun toegankelijke publieke voorzieningen, hun relatief open stijgingskansen en hoge levenskwaliteit een monument van beschaving. Zij zijn het jaloersmakende thuis van een bepaalde manier van leven: de vrijheid die door sociale zekerheid wordt gestimuleerd en door sociale verantwoordelijkheid wordt gebonden. Dat is het Europese goede leven, waarin de sociaal-economische angst voor een aanzienlijk deel is teruggedrongen, mensen zich kansrijk achten om hun leven te beteren en vertrouwen hebben in elkaar en in de toekomst. Dat is het goede leven dat we iedereen gunnen, om te beginnen in Europa.

Medium 2013 12 02 12.37.41

De vredestichtende rol van Europa houdt daarom veel meer in dan de afwezigheid van oorlog. Het betekent ook: sociale huisvrede, die moet stoelen op sociale rechtvaardigheid. In het neoliberale Europa van nu wordt de sociale rechtvaardigheid echter geofferd aan economische groei, en in deze crisistijd aan harde bezuinigingsdoelstellingen die de verzorgingsstaat ondermijnen. Volgens Ulrich Beck in Das Deutsche Europa (2012) komt deze ‘Duitse’ bezuinigingspolitiek in feite neer op ‘staatssocialisme voor de rijken en de banken en neoliberalisme voor de middenklasse en de armen’. Het resultaat is een herverdeling van boven naar beneden en een dramatische kloof tussen de kredietstaten in het noorden en de schuldenstaten in het zuiden, die de nieuwe onderklasse van Europa vormen. Onder druk daarvan kraakt het dunne ijslaagje van Europese solidariteit en hoort men steeds meer pleidooien voor een harde breuk in de diagonaal, bijvoorbeeld via een scheiding tussen ‘neuro’ en ‘zeuro’ of via een Brixit, Grexit of zelfs Nexit.

Medium 1276028 10152218449759112 807774150 o

De reflex van zowel rechtse als linkse patriotten in deze situatie is om te ‘houden wat je hebt’, dus om de nationale verzorgingsstaat met zijn herverdelende effecten te behouden. Op zijn slechtst (pvv) komt dat neer op ‘eigen volk/geld/uitkeringen eerst’, op zijn best (sp) op ‘socialisme in één land’. Maar herverdeling van de rijkdom langs de Europese diagonaal is voor velen een brug te ver: ‘Geen cent meer naar de corrupte Zuid-Europeanen!’ Het wordt tijd dat we uit die zelfgenoegzaamheid treden en Europa leren zien als één geheel, één sociale ruimte, één project van verheffing. De armoede van de Roma is onze armoede, de vuilnisbelten in Bulgarije zijn onze vuilnisbelten.

Het ‘patriottisme van de rijken’ (hardwerkende Nederlanders versus luie Grieken of corrupte Bulgaren) is even kortzichtig en immoreel als de houding van Victoriaanse egoïsten als Thomas Gradgrind en Josiah Bounderby in Charles Dickens’ Hard Times. Europa zal sociaal zijn of het zal niet zijn.


Beeld: (1) Bulgarije, de vuilnisbelt bij het dorp Kapitan Dimitrievo. (2) Suleiman en zijn moeder. (3) Op de voorgrond: Krasimir. (4) Suleiman en Nacho. (5) Nacho. (6) Kennisgevingen van overlijden in het bushokje van Kapitan Dimitrievo. (7) Een Romagezin op weg naar de vuilnisbelt.