100 dagen Joe Biden

De onderschatte luisteraar

Joe Biden, aanvankelijk afgeschreven, heeft het meest progressieve presidentschap van naoorlogs Amerika in de steigers gezet. En de terugkeer van de staat wordt in de VS breed gedragen.

President Joe Biden ondertekent in het Witte Huis decreten aangaande het klimaatbeleid. 27 januari © Anna Moneymaker / Pool via CNP / ANP

Acht jaar lang was Joe Biden Obama’s vice-president. In die hele periode hebben Barack en Michelle hem niet één keer uitgenodigd in de presidentiële privé-vertrekken van het Witte Huis. Biden kwam niet verder dan de Oval Office, waar gewerkt werd. Nooit is er gedekt voor een dineetje tussen president en vice-president en de First Ladies. Toen Biden dit feit deelde, terloops in een televisie-interview in de eerste maand van zijn presidentschap, reageerde Amerika verbaasd. Dat Joe en Barack geen best buds waren, was algemeen bekend. Dat de verhouding zo zakelijk was dat de Obama’s nooit persoonlijke gastvrijheid toonden voor hun belangrijkste collega’s, al was het maar voor de vorm, was nieuws.

Het is misschien vreemd om Bidens eerste honderd dagen als president te markeren met een anekdote over zijn vorige functie, maar het maakt duidelijk welke weg hij heeft afgelegd. Hoe dan ook gaat Joe Biden de geschiedenis in als de man die de meest omstreden president uit de Amerikaanse geschiedenis bij de stembus versloeg. Alleen al daarom kan hij aanspraak maken op de rol van redder van Amerika. Als Biden zijn ambities op het gebied van klimaat, economie en raciale gelijkheid waarmaakt, wacht een nog prominentere positie in de galerij der groten.

Dat is bijzonder, want tot voor kort gold Biden vooral als passé, weinig scherp en alles behalve cool. Die overtuiging koesterde Obama eigenlijk al voordat hij Biden aan zijn zijde koos. Als senator hing hij verveeld achterover wanneer Biden achter het spreekgestoelte in het Capitool stond. ‘Schiet. Me. Dood’, schreef Obama op een briefje dat hij doorschoof naar zijn assistent toen Biden in 2005 een redevoering hield tijdens de hoorzitting over de benoeming van Condoleezza Rice als George Bush’s minister van Buitenlandse Zaken.

Dat Biden vice-president mocht worden kwam vooral doordat hij de kneepjes van Washington kende. Ook onderhield hij goede banden met de Republikeinen en kon zijn vertrouwde verschijning dienen om weerstand tegen een zwarte man in het Witte Huis bij het conservatieve deel van het electoraat wat weg te nemen. Wel was Biden een dissonant in het beeld dat Obama wilde uitstralen: dat van een dynamisch presidentschap dat de Verenigde Staten een nieuw tijdperk in zou katapulteren, een Amerika waarin Silicon Valley werd bewierookt en gehoopt werd dat heel Amerika een door politieke reclamejongens uitgedachte boodschap van hoop en verandering zou omarmen.

Die episode werd gevolgd door Trump, de antithese, die economische stilstand voor de onderklasse en broeiend raciaal ressentiment schaamteloos uitbuitte. Amerika scheurde uiteen en de mondiale democratie werd aan het wankelen gebracht. Weer vier jaar verder zit Trump werkloos in zijn vakantieoord in Florida waar hij presidentje speelt achter een kopie van het bureau dat in de Oval Office stond. Obama schrijft scenario’s voor Netflix en maakt een Spotify-podcast samen met Bruce Springsteen waarin ze zichzelf als trotse rebellen presenteren (Renegades is de titel). Op 1600 Pennsylvania Avenue gaat elke dag een man naar boven, naar de presidentiële privé-vertrekken, die hard op weg is de meest vooruitstrevende hervormer in bijna een eeuw tijd te worden.

‘Welkom in het nieuwe progressieve tijdperk’, schreef commentator Anand Giridharadas in The Atlantic, met een knipoog naar de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw toen er in Amerika een duet ontstond tussen sociaal activisme van onderop en hervormingsgezinde politici die zich voegden naar de tijdgeest. Biden lijkt op een politicus uit ‘the progressive era’ omdat hij zijn agenda laat bepalen door wat de coalitie van belangengroepen – milieuorganisaties, vakbonden, groepen die zich inzetten voor burgerrechten – vindt. Biden hoeft zelf de show niet te stelen of verandering te belichamen, concludeert Giridharadas. Hij is een ouderwetse, dienstbare politicus. ‘Velen van ons dachten te weten hoe Bidens presidentschap eruit zou zien, en we verwachtten er niet veel van’, schreef hij. ‘En plotseling vragen we ons af: hoe kunnen we er zo naast hebben gezeten.’

Giridharadas is de auteur van het veel gelezen boek Winner Takes All: The Elite Charade of Changing the World waarin hij de elite kraakt, en de ‘we’ waar hij het over heeft is progressief Amerika. Dat heeft zich vier jaar lang zitten verbijten over Trumps politiek waarmee rijk rijker en arm armer werd, Amerika volop mocht toegeven aan zijn fossiele verslaving en waarmee de vooruitgang die men geboekt dacht te hebben door voor het eerst een Afro-Amerikaanse president te kiezen teniet werd gedaan. Deze uitsnede van de VS zette in op Bernie Sanders of Elizabeth Warren als de gedroomde drakendoder die moest afrekenen met Trump en – eindelijk – een progressieve revolte zou ontketenen. In plaats daarvan kregen ze Joe Biden, die al in Washington rondliep toen de vorige linkse generatie protesteerde tegen de Vietnamoorlog. Biden was geen oplossing maar de belichaming van wat er mis ging in de Amerikaanse politiek – te veel hang naar consensus, te veel oren die hingen naar de wensen van het bedrijfsleven en telkens weer dezelfde gezichten die steeds gerimpelder raakten.

De aantrekkingskracht van Biden ontging mij eerlijk gezegd ook. Het leek lange tijd ondenkbaar dat Amerika in tijden van bedreigingen voor de economie, het klimaat en de volksgezondheid zijn lot in handen zou leggen van een ogenschijnlijk broze man die een belangrijke rol had gespeeld in het optuigen van het land zoals het nu is, met zijn uitgewoonde stadjes, gigantische ongelijkheid en vervuiling van de eigen leefomgeving. Wat ik over het hoofd zag werd me pas goed duidelijk toen er afgelopen december een brief arriveerde.

‘Wat we willen is misschien niet wat we nodig hebben’, schreef Bruce Alkema uit Cedar Rapids, Iowa. Ik ontmoette Bruce voor het eerst in het voorjaar van 2019, tijdens de voorverkiezingen op een campagnebijeenkomst voor Biden. Die dag leek een veeg teken te zijn. De opkomst was minimaal – de andere kandidaten die Iowa op dat moment aandeden trokken volle zalen – en Biden worstelde met vragen van jongeren in het publiek over wat hij ging doen om te voorkomen dat hun toekomst zich zou afspelen op een onleefbare planeet. Bruce is een sixties-veteraan die een levenslange verknochtheid aan Biden koestert. ‘The old man’ noemde hij zijn politieke held liefkozend. Maar na een paar decennia campagne voeren voor de Democraten en hopen op Biden als president had hij het geloof in ‘the cause’ eigenlijk opgegeven. ‘Joe sprak niet meer tot me’, vertelde Bruce.

Een half jaar later, met Biden die zich voorbereidde om de presidentiële eed te zweren, schreef Bruce een brief aan me waarin hij woorden aanhaalde van Jim Morrison (‘nobody gets out of here alive’), The Grateful Dead (‘It’s been a hell of a ride’) en Thomas Paine (‘These are the times that try men’s souls. The summer soldier and the sunshine patriot will, in this crisis, shrink from the service of their country’). Dit drietal beschreef volgens hem perfect de staat van Amerika anno 2020. Bruce zelf had ‘solide grond onder zijn voeten’ hervonden, zei hij. Biden was een ‘onwaarschijnlijke kandidaat’ geweest, gaf hij toe, ‘maar ik herhaal, wat we willen is misschien niet wat we nodig hebben’. Hij ondertekende met ‘met groeten uit het heartland’, het mythische midden van Amerika dat model staat voor de grond waarin de gewone man geworteld is.

Dat heartland bleek trouw aan Biden. Hij won Michigan en Wisconsin, staten die in 2016 naar Trump gingen en door Hillary Clinton als vanzelfsprekend tot het Democratische kamp werden gerekend. Samen met Pennsylvania tilden deze staten Trump met een marge van tachtigduizend stemmen naar de overwinning. In 2020 keerde Pennsylvania terug naar de Democraten, en naar een zoon van die staat. Joe Biden is geboren in Scranton, Pennsylvania. Gecombineerd met de overweldigende keuze voor Biden boven andere Democratische kandidaten in de zuidelijke staten bleek dat een stap terug soms juist een stap vooruit kan betekenen.

‘Hij ziet de parade, rent er naartoe en gaat vooraan lopen – zolang de parade niet botst met zijn waarden’

Dat is wat ik over het hoofd had gezien: de diepe loyaliteit aan Biden die een deel van Amerika koestert. De journalist George Packer schrijft in The Unwinding: An Inner History of the New America, een boek over het langzame verval van de Verenigde Staten, over ‘De Biden-man’, haast een archetype, in zijn geval belichaamd door Jeff Connaughton, een oud-stafmedewerker van Biden die lobbyist werd en in de nasleep van de crisis een onthullend boek schreef over waarom Wall Street altijd wint.

Connaughton maakte mee wat iedere Biden-adept heeft meegemaakt: opgetild worden door hoop, weer neergekwakt worden door teleurstelling. Voor Connaughton kwam dat moment in 2008, toen Biden weinig interesse leek te hebben in het opbreken van de grote banken die met de handel in rommelhypotheken de hele Amerikaanse economie op de rand van de afgrond hadden gebracht. Dat het Witte Huis de plegers van financiële malversaties vervolgens onbestraft liet, was voor hem de druppel. Inmiddels lijkt de Biden-cyclus weer een opwaartse beweging te vertonen. Biden heeft een team van adviseurs aangesteld met daarin prominente economen die vinden dat Amerika veel strenger moet zijn in het handhaven van mededingingswetten in Amerika. Het opbreken van grote bedrijven, hoog op het verlanglijstje van progressief Amerika, zit zeker nog in het vat gedurende Bidens presidentschap. Connaughton kwam aan het woord in het artikel in The Atlantic van Giridharadas. Zijn oude baas toonde ‘de capaciteit om te kunnen groeien en veranderen’.

Die bijzondere trouw aan Biden is vaak het gevolg van een ontmoeting, van dichtbij – Biden heeft de gewoonte uitvoerig te spreken met mensen die hij voor het eerst ontmoet – of op afstand, tijdens een politiek werkbezoek of een campagnebijeenkomst. En na veertig jaar op het politieke toneel zijn er veel van dit soort ontmoetingen geweest. Trumps naamsbekendheid is altijd aangevoerd als een van de belangrijkste redenen waarom hij zomaar president kon worden. Voor Biden geldt in feite hetzelfde. Hij behoort tot het mentale meubilair van talloze Amerikanen. Maar waar Trump bekend staat als straatvechter hangt om Biden het aura van empathie. Er bestaan talloze anekdotes over Biden die, na een verhaal over persoonlijke tegenslag te hebben aangehoord, zijn telefoonnummer geeft en ook daadwerkelijk opneemt als er wordt gebeld.

En het zijn bij uitstek de omstandigheden van pandemie en crisis waarin Bidens voornaamste eigenschappen naar voren komen. ‘Jullie hebben me vaak horen praten over de zwaarste stappen die een ouder kan zetten’, sprak Biden tijdens zijn eerste landelijke toespraak in maart, toen de corona-uitbraak twaalf maanden had geduurd. ‘Dat zijn de stappen de trap op, naar de slaapkamer van de kinderen om te zeggen: “Sorry, ik ben mijn baan kwijtgeraakt”, zoals mijn vader tegen me zei toen hij zijn baan kwijtraakte in Scranton.’ Het verhaal over werkloosheid en economische tegenslag in zijn geboorteplaats heeft Biden inderdaad eindeloos herhaald. Plots bleek het perfect samen te vallen met de situatie waarin Amerika zich bevindt.

Biden kondigt aan dat het doel van tweehonderd miljoen covid-vaccinaties tijdens zijn eerste honderd dagen als president gehaald wordt. Washington D.C., 21 april © Sarak Silbiger / Pool / ANP

De presidentsverkiezingen en de eerste honderd dagen van de nieuwe president vonden plaats tegen de achtergrond van de hoogste werkloosheid en de grootste economische terugval sinds de jaren dertig. Obama belichaamde Amerika’s meritocratische ideaal dat iedereen alles kan worden ongeacht zijn of haar komaf. Trump was de uitdrukking van Amerika’s vermogen je eigen biografie te verzinnen en succes uit te stralen zonder dat daar een basis voor is. Biden sluit aan bij een moment waarop meritocratie en grenzeloze zelfovertuiging geen soelaas bieden tegen het noodlot. Biden is de zeldzame politicus met een verhaal waarin omgaan met tegenslag het voornaamste thema is. Het heeft hem in ieder geval vier jaar in het Witte Huis opgeleverd.

Maar Amerika heeft meer gekregen dan een helende kracht. In de honderd dagen van Joe Biden als de 46ste president van de VS is er meer in beweging gezet om Amerika eerlijker, duurzamer en rechtvaardiger te maken dan in alle decennia die hijzelf meemaakte in de politiek. Bidens klimaatwet is de meest ambitieuze poging tot verduurzaming tot nu toe. Hij trok de klimaatdoelen van het Parijsakkoord naar voren. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen zijn gehalveerd. Hij heeft een plan opgesteld om winstbelasting voor bedrijven mondiaal gelijk te trekken, een poging om de internationale wedloop om het gunstigste fiscale tarief een halt toe te roepen. Hoe dan ook richt Biden Amerika fiscaal opnieuw in. Hij wil hoge inkomens zwaarder belasten en het geld gebruiken om kinderopvang en onderwijs te financieren en hij heeft een programma opgesteld om belastingontwijking door grote bedrijven tegen te gaan. Peiling na peiling laat zien dat dit een grote prioriteit is voor Amerikanen van alle politieke gezindten.

En Biden pakt grote dossiers op waar velen in Washington al jaren omheen lopen. Er komt een commissie die de mogelijkheid van herstelbetalingen voor slavernij gaat onderzoeken. Het Witte Huis steunt de wens van Washington D.C. om als volwaardige staat gerekend te worden. Biden is voorstander van maatregelen die de federale overheid meer greep geeft op verkiezingen, waardoor de obstakels die met name zwarte kiezers hinderen in hun toegang tot de stembus uit de weg kunnen worden geruimd.

Bidens progressieve presidentschap bestaat nog vooral op de tekentafel, maar wat hij al wél voor elkaar heeft gekregen is breken met de doctrine die de afgelopen decennia min of meer de consensus vormde in Washington. Reagan verwoordde deze in de jaren tachtig, toen hij zei dat hij zich geen beangstigender woorden in de Engelse taal kon voorstellen dan ‘I’m from the government, and I am here to help.’ De Republikeinen omarmden de anti-overheidsdoctrine stevig. De Democraten gedroegen zich ernaar door zo min mogelijk ruchtbaarheid te geven aan de aanwezigheid van de overheid in het dagelijks leven van mensen.

Onder Joe Biden maakt staatsinterventie, en vooral ook de trots daarop, een terugkeer. In toespraken houdt Biden nauwgezet bij hoeveel Covid-vaccins er worden gezet en hoeveel nooduitkeringen er bij gezinnen terecht zijn gekomen. Zijn infrastructuurplannen kondigde hij aan in Pittsburgh, Pennsylvania, het voormalig hart van de staalindustrie, en vice-president Kamala Harris maakt een ronde door Amerika waarin ze toespraken houdt om te verkondigen dat overheidsinvesteringen goed betaalde banen zullen opleveren. Ook Trump was goed in politieke pr, maar dan voor zichzelf. Biden maakt reclame voor de overheid. Daarbij heeft Biden opvallend weinig gêne over de kosten. Zijn infrastructuur en klimaatwet kosten een astronomische vierduizend miljard dollar en worden deels betaald met belastingverhogingen.

De coronapandemie is het smeermiddel voor deze terugkeer van de staat. Biden trok al vroeg de conclusie dat alleen de federale overheid ervoor kan zorgen dat het virus met een grootschalige vaccinatiecampagne kan worden ingedamd en dat alleen de overheid kan compenseren voor de verliezen van een volledig stilgevallen economie. Ook de regering-Trump kwam met grote steunpakketten en zette de overheid aan het werk om de ontwikkeling en productie van vaccins te versnellen. Maar van brandblusser is de overheid onder Biden aanjager en probleemoplosser aan het worden. Biden sluit daarmee aan bij een groeiende consensus binnen de Democratische Partij: dat de problemen van deze tijd te groot zijn om aan enkel de markt en de samenleving over te laten. ‘Biden is politicus in de beste zin des woords’, zei Robert Reich, politiek commentator en oud-minister van Arbeid onder Clinton, tegen The Atlantic. ‘Hij ziet de parade, rent er naartoe en gaat vooraan lopen – zolang die parade niet botst met zijn waarden.’

Bijna driekwart van de Amerikanen steunt Bidens economisch noodpakket. Tweederde steunt zijn belastingplannen

I nmiddels doet Biden meer dan marcheren op de maat van de muziek. Hij lijkt de opening die de coronacrisis heeft geboden te gebruiken voor een actievere rol van de staat om het politiek-economische landschap van Amerika volledig opnieuw in te richten. Zijn Republikeinse critici hebben geen ongelijk als ze zeggen dat Biden noodmaatregelen gebruikt om allerhande afgeleide politieke doelen mee naar binnen te smokkelen. Zijn economische steunpakketten sluizen grote bedragen door naar lagere overheden op het niveau van steden en staten. Zijn infrastructuurplannen zijn vooral bedoeld om de Amerikaanse economie weg te leiden van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Dit soort Paard-van-Troje-politiek is Bidens toevoeging aan een tijdgeest die meer ruimte biedt voor de overheid om de regie te nemen over het kapitalisme.

De Democratisch gezinde pers strooit onderhand met vergelijkingen. Is Biden een nieuwe Roosevelt? Presidentieel biograaf Jonathan Alter, auteur van The Defining Moment: FDR’s Hundred Days and the Triumph of Hope, meent van wel. Biden kiest dezelfde uitgangspunten als Roosevelt, schreef Alter in The New York Times: ‘relief, recovery and reform’, een drie-eenheid die tegelijk de economie en de democratie moet redden. In The Washington Post werd Biden een ‘Lyndon B. Johnson 2.0’ genoemd, die lbj’s ideaal van een ‘great society’ een broodnodige update geeft. In wiens voetsporen Joseph Robinet Biden ook treedt, hij oogst op dit moment unisono lof binnen zijn partij. Zelfs Bernie Sanders, uit principe geen officieel lid van de Democraten omdat die club niet links genoeg is, toont zich zowaar tevreden. In maart complimenteerde hij Biden met ‘veruit het belangrijkste wat de politiek heeft gedaan voor de werkende klasse sinds de jaren zestig’.

Het wetsvoorstel dat Sanders’ lof ontlokte, is het American Rescue Package, Bidens herstelplan voor de Amerikaanse economie, die snakt naar lucht sinds de lamlegging vanwege corona – negentienhonderd miljard trok Biden uit. Kenmerkend is waar het geld naartoe gaat. Trump gaf de Amerikaanse economie een injectie met belastingkorting en een noodpakket van 2200 miljard. Dat leverde een vrijwel perfecte curve op: hoe hoger het inkomen, hoe groter het profijt. Bidens maatregelen vormen het spiegelbeeld: hoe lager het inkomen, hoe meer voordeel. Trump richtte zich er vooral op om bedrijven, groot en klein, overeind te houden in tijden van lockdown. Bidens noodsteun komt in ruime meerderheid terecht bij gezinnen, in de vorm van extra kinderbijslag, hogere uitkeringen, huursubsidies voor gezinnen die dakloos dreigen te worden, meer zorgtoeslag, noodsteun voor wankele pensioenfondsen van laaggeschoolden. Bidens plannen kunnen de armoede in Amerika halveren, zo berekenden onderzoekers van Columbia University. De groeiverwachting voor Amerika voor dit jaar is een indrukwekkende acht procent.

In 2008 dachten de Democraten de crisis van dat moment te kunnen bestrijden op een koopje. 720 miljard was het bedrag van Obama’s stimuluswet. Het bleek genoeg om Amerika weer op de rails te krijgen, maar het aanleggen van een nieuwe wissel zat er niet in. De groei trok weer aan, maar de onderliggende structuren bleven nagenoeg intact. Ongelijkheid nam niet af, lage en middenlonen bleven stagneren en de macht van grote bedrijven werd niet ingedamd. De beperkte ambities van Obama’s economische agenda resulteerden in ‘a crisis wasted’, zoals de titel luidt van een van de meest inzicht gevende boeken over de Grote Recessie. Het is geschreven door Reed Hunt, een adviseur die onderdeel was van Obama’s transitieteam toen die het stokje overnam van Bush. Wat volgde was het verlies van een Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden in 2010. In 2014 volgde ook nog eens de Senaat. Twee jaar later greep Trump het presidentschap.

Deze oppositie tegen Obama’s presidentschap groeide deels omdat hij iets belangrijks naliet, zeker in de ogen van een electoraat dat toch al weinig vertrouwen had in de overheid en ‘elites’. Deze groep, waartoe zowel Republikeinen als Democraten behoren, voelde zich door de financiële crisis bevestigd in dat wantrouwen. Ook Obama zelf lijkt tot die slotsom te zijn gekomen, zo blijkt uit zijn onlangs verschenen autobiografie. ‘Tot op de dag van vandaag lees ik rapporten over de toenemende ongelijkheid in Amerika, over de afnemende opwaartse mobiliteit en de nog steeds gelijk blijvende lonen, met alle woede en ontwrichtende invloed die dergelijke trends op onze democratie hebben’, schrijft hij. ‘En ik vraag me af of ik die eerdere maanden niet doortastender had moeten ingrijpen. Of ik niet meer economische pijn voor de korte termijn had moeten toebrengen om een permanent veranderde en rechtvaardigere economische orde na te streven.’

Tweede kansen bestaan er niet voor een president die twee termijnen heeft gediend en dus ligt Obama’s gepijnigd afvragen voorgoed op het kerkhof van ‘had ik maar’. Biden, dankzij een onverwachte speling van het politieke lot, is in de bijzondere positie terechtgekomen dat hij vergissingen uit het verleden kan rechtzetten. Toen hij zijn noodpakket onthulde, blikte hij terug op de maanden waarin hij als vice-president medeverantwoordelijk was voor het vlottrekken van de economie na de implosie van het financiële stelsel. ‘Als we een ding geleerd hebben, zoals jullie weten, is dat we niet te veel kunnen doen’, sprak hij. ‘We kunnen wel te weinig doen. We kunnen te weinig doen en de motor laten sputteren.’

Het zijn typerende woorden voor Biden die, zoals Roosevelt-biograaf Jonathan Alter concludeerde, ‘geen geweldige redenaar’ is, in tegenstelling tot fdr die zijn hervormingsprogramma met retorisch talent aan Amerika wist te verkopen. Maar wat Biden ontbeert aan vlotte spraak, mede veroorzaakt door een levenslang worstelen met stotteren en ongetwijfeld ook het klimmen der jaren, lijkt hij goed te maken met een ander zintuig. ‘Joe Biden, de luisteraar’, was de kop boven een profiel van Amerika’s nieuwe president in Newsweek in januari. Het stuk beschreef Bidens vermogen om zijn gesprekspartner het gevoel te geven dat de boodschap ook daadwerkelijk binnenkomt. New Yorker-journalist Evan Osnos besluit zijn recente Biden-biografie met een vergelijkbare observatie. ‘[Biden] geeft mensen het gevoel dat er iemand in de hoofdstad naar ze luistert’, schrijft hij.

Hoe letterlijk het idee van Biden de luisteraar wordt genomen, merkte ik onlangs bij een bezoek aan Louisiana, een van de armste staten van Amerika. Ik bezocht daar het gebied tussen New Orleans en Baton Rouge, langs de Mississippi. Dit stuk Amerika draagt de grimmige bijnaam ‘Cancer Alley’, vanwege de enorme concentratie van petrochemische industrie langs de rivieroevers. Het aantal kankergevallen hier behoort tot de hoogste van Amerika. Cancer Alley is vergeten gebied, de bewoners worden vertegenwoordigd door een Democratisch Congreslid en hebben er jaar na jaar fabrieken bij zien komen die voorgeschreven uitstootnormen ver overschrijden. Wie in het gebied woont, wordt afgeraden meer dan vier keer per maand vis uit de rivier te eten – de opbouw van schadelijke stoffen in het lichaam zou anders te groot worden.

Biden, in zijn eerste week als president, vaardigde een decreet uit om milieuvervuiling en uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Hij zei te zullen stoppen met het afgeven van vergunningen om te boren naar olie en gas op openbaar land en in publieke wateren. En hij zei te zullen streven naar ‘milieurechtvaardigheid voor gemeenschappen in de frontlinie zoals Cancer Alley, Louisiana’. Dit was het moment waarop Sharon Lavigne opveerde. Lavigne is een gepensioneerd docent en woont in St. James, een van de gemeenschappen tussen New Orleans en Baton Rouge. Ze woont vlak naast een aluminiumfabriek en artsen hebben gevaarlijk hoge concentraties aluminium in haar lichaam gevonden. Haar woning kijkt uit op een groot open terrein waar een plasticfabriek is gepland die zal worden neergezet door Formosa, een Taiwanese plasticgigant. Lavigne heeft een stichting opgericht, Rise St. James, die zich inzet om de komst van Formosa Plastics te verhinderen.

Ik ontmoette Lavigne aan de voet van een brug over de Mississippi, langs de snelweg in een landschap waar aan iedere horizon een industrieel complex staat en de lucht ruikt naar verbrand plastic. Samen met collega’s van Rise St. James toonde ze een spandoek aan het voorbij razende verkeer waarop de woorden ‘Formosa wordt onze doodstraf’ waren geschreven. Lavigne en de anderen namen een video op van zichzelf terwijl ze het spandoek vasthielden. Via sociale media zouden ze die naar het Witte Huis sturen. ‘Kom naar St. James, meneer de president’, sprak Lavigne. ‘Dit is onze gemeenschap, een plek waar we van houden, maar waar de mensen worden vernietigd.’ Biden heeft nog geen gehoor gegeven aan Lavigne’s oproep, maar de kans dat Formosa mag gaan bouwen lijkt inmiddels klein. De milieucommissie van het Witte Huis, die de finale toestemming moet geven voordat de fabriek er komt, lijkt niet geneigd groen licht te geven. ‘Ik wil ervoor zorgen dat de stem van armen en machtelozen, van de meest rurale gebieden tot aan de grootste steden, wordt gehoord terwijl wij de grote milieu- en gezondheidscrises aanpakken’, sprak Brenda Mallory, een milieuadvocaat die aan het hoofd staat van Bidens milieuteam.

Amerika kent talloze van dit soort David-en-Goliath-verhalen, meestal met een afloop in het voordeel van de tweede. Biden lijkt zich tot doel te hebben gesteld de kansen van David iets te vergroten. Zijn bereidheid om te kijken naar het opbreken van de grote bedrijven in Silicon Valley en de financiële sector is daar een illustratie van, net als zijn plan om de toegang tot betaalbare gezondheidszorg te verruimen en knellende studieleningen deels kwijt te schelden. Biden werkt aan wetten die vakbondsvorming moeten vergemakkelijken en heeft nieuwe beperkingen ingesteld voor de lobby namens het bedrijfsleven. Het Congres werkt momenteel aan een ingrijpende hervorming van Amerika’s kieswetten waarmee iedere Amerikaan automatisch als kiezer geregistreerd zal staan en er beperkingen komen aan de hoeveelheid geld die politieke kandidaten kunnen ophalen om hun campagne te stutten. Inderdaad zijn het contouren van een nieuw ‘progressief tijdperk’ waarin opvattingen die worden gedeeld door een meerderheid van de Amerikanen de raderen in Washington in werking zetten.

Het succes van Bidens presidentschap lijkt daarmee af te hangen van hoe vaak er daadwerkelijk een verbinding wordt gelegd tussen die miljoenen stemmen die iets verlangen van een nieuwe president en de luisteraar in het Witte Huis. De eerste tekenen zijn gunstig. Ruim 53 procent van de Amerikanen is tevreden over hoe Biden zijn taak heeft uitgevoerd in de eerste honderd dagen. Geen historisch record, maar meer dan de krap veertig procent die Trump scoorde in zijn eerste honderd dagen. Ondertussen oogsten Bidens kenmerkende plannen heel wat meer lof. Bijna driekwart van de Amerikanen steunt Bidens economisch noodpakket. Tweederde is voorstander van zijn plannen voor infrastructuur en belastingen. Hieruit spreekt een stille boodschap: de terugkeer van de staat wordt in Amerika breed gedragen, over partijgrenzen heen.