Obama zal uiteindelijk zijn critici de mond snoeren

De onderschatte president

Rechts noemt hem een socialist, links vindt dat hij de hielen van Wall Street likt, en onafhankelijken zien in hem een watje. Andrew Sullivan beschrijft hoe de president iedereen ongelijk zal geven - op den duur. Want de harde feiten tonen dat hij veel dingen goed heeft gedaan.

JE HOORT HET overal. Democraten zijn teleurgesteld in de president. Onafhankelijken zijn nog meer verbitterd. Republikeinen hebben zichzelf tot een apocalyptische vurigheid opgeschroefd. En inderdaad, dit is niet ongebruikelijk.
Een president in het laatste jaar van zijn eerste termijn zal altijd genadeloos worden aangevallen door de aanhangers van de tegenpartij en ook, vaak, door de meer opstandige leden van zijn eigen achterban. En wanneer de werkloosheid opmerkelijk groot is geworden, en de staatsschuld records vestigt, zal de kritiek nog heviger zijn - en moeten zijn. Maar deze keer, met deze president, is er iets anders gebeurd. Het is niet dat ik de kritiek op Barack Obama van geëngageerd rechts en gedemoraliseerd links niet begrijp. Ik herken hun beschrijving van Obama’s eerste termijn op geen enkele manier. De aanvallen van zowel rechts als links op de man en zijn beleid zijn niet buitenproportioneel. Ze zijn simpelweg - empirisch - onjuist.
Een waarschuwing: ik schrijf dit als een uitgesproken aanhanger van Obama sinds begin 2007. Dat werd ik niet als liberaal, maar als een conservatief ingestelde onafhankelijke die genoeg had van de prestaties op het gebied van oorlog, schuld, uitgaven en marteling door de regering-Bush. Ik verwachtte, of wilde, geen Messias. Ik heb er al een, dank u wel. En ik ben het vaak oneens geweest met beslissingen die Obama heeft genomen - het laten vallen van de Bowles-Simpson-schuldcommissie, het negeren van de oorlogsmisdaden in het recente verleden en het beginnen van een oorlog in Libië zonder de goedkeuring van het Congres, om er drie te noemen. Maar gezien de enormiteit van wat hij erfde, en gezien wat hij expliciet beloofde, blijft het gewoon een feit dat Obama zijn beloften is nagekomen op een manier die verward links en puristisch rechts nog moeten begrijpen of tot zich laten doordringen. Hun korte-termijnuitbarstingen hebben Obama’s lange-termijnwerk gemist - en zijn herverkiezing blijft, volgens mij, even essentieel voor de toekomst van dit land als zijn oorspronkelijke verkiezing dat was in 2008.
De kern van de rechtse zaak is dat Obama geregeerd heeft als een radicale leftist die probeerde een ?fundamentele transformatie’ van de Amerikaanse way of life te bewerkstelligen. Mitt Romney beschuldigt de president ervan dat hij de recessie erger maakt, dat hij Amerika wil veranderen in een Europese welvaartsstaat, dat hij niet gelooft in kansen grijpen of vrij ondernemen, dat hij geen benul heeft van de echte economie, en dat hij zich verontschuldigt voor Amerika en onze vijanden te vriend houdt. Volgens Romney is Obama een dodelijke bedreiging voor ?de ziel’ van Amerika en een leeghoofd dat nog geen bedrijf zou kunnen leiden, laat staan een land.
We letten even niet op de innerlijke incoherentie - hoe zou iemand die zo incompetent is een bedreiging kunnen zijn voor wie dan ook? Niets van dit alles heeft ook maar de minste connectie met de realiteit - en de feiten staven dat. Wat de economie betreft zijn dit de feiten. Toen Obama aan de macht kwam, verloren de Verenigde Staten zo'n 750.000 banen per maand. In het laatste kwartaal van 2008 was er een op jaarbasis berekende daling van de groei die de negen procent benaderde. Dat was de ernstigste daling sinds de jaren dertig, er was een reële kans op een instorting van het hele mondiale financiële systeem, en de werkloosheid en de staatsschuld zouden nog verder groeien. Geen eerlijk mens kan Obama de schuld geven van de ravage van de volgende twaalf maanden, toen de financiële crisis de werkgelegenheid verwoestte. Economieën hebben tijd nodig om van koers te veranderen.
Maar Obama deed verschillende dingen tegelijk: hij zette de banken-bail-out voort die was begonnen door George W. Bush, hij initieerde een auto-bail-out, een financiële injectie voor de autoindustrie, en deed zijn best om een enorm stimuleringspakket van 787 miljard dollar erdoor te krijgen.
Al die beslissingen verdienen het om nauwkeurig bestudeerd te worden. En in retrospectief waren ze veel succesvoller dan tot nu toe is erkend, en niemand heeft Obama er nog volledig de credits voor gegeven. Het krimpen van het aantal banen stopte begin 2010, toen de stimulering vruchten begon af te werpen. Sindsdien zijn er in de VS 2,4 miljoen banen bij gekomen. Dat is niet genoeg, maar het is veel beter dan wat Romney wil doen geloven, en meer dan het netto aantal banen dat werd gecreëerd onder de gehele regering van Bush. In 2011 alleen al werden er 1,9 miljoen banen gecreëerd in de private sector, terwijl er netto 280.000 overheidsbanen verdwenen. De totale werkgelegenheid bij de overheid is in de afgelopen drie jaar met 2,6 procent gekrompen. (Dat is te vergelijken met de daling van 2,2 procent tijdens de beginjaren van de regering-Reagan.) Als je luistert naar de Republikeinse retoriek van dit moment over Obama’s socialistische manieren wat big-government betreft, zou je denken dat het omgekeerde waar was. Dat is het dus niet.
Rechts beweert dat de stimulering is mislukt omdat die niet de werkloosheid terugbracht tot acht procent in het eerste jaar, zoals was voorspeld door Obama’s team van economen. In plaats daarvan steeg ze naar 10,2 procent. Maar die voorspelling van acht procent werd gedaan voordat Obama president werd en was onjuist puur en alleen omdat ze was gebaseerd op statistieken die ervan uitgingen dat de economie slechts kromp met zo'n vier procent, en niet negen. Als je die statistische misrekening weglaat (die werd gemaakt door zowel economen van de overheid als van de private sector) deed de stimulering precies wat ze behoorde te doen: ze legde een bodem onder de vrije val. Het is niet overdreven om te zeggen dat ze een neerwaartse spiraal voorkwam die had kunnen leiden tot de Tweede Grote Depressie.
Als je luistert naar de Republikeinse debatten, dan zou je denken dat Obama de belastingen heeft verhoogd. Ook dit is weer niet waar. Niet alleen stemde hij ermee in de belastingverlagingen van Bush gedurende zijn hele eerste termijn niet ongedaan te maken, ook heeft hij de belastingen voor de meeste Amerikanen verlaagd. Een derde van het stimuleringspakket bestond uit belastingverlagingen, die 95 procent van de belastingbetalers betroffen; hij heeft de personeelsbelasting verlaagd, en moest recent nog strijden om die verlaagd te houden tegenover Republikeinse oppositie. Zijn prestaties wat uitgaven betreft zijn ook veel beter dan die van zijn voorganger. Onder Bush kostte nieuw belasting- en uitgavenbeleid de belastingbetaler totaal 5,07 triljoen dollar. Onder de begrotingen van Obama, zowel die uit het verleden als die zijn voorzien, zal hij er in twee termijnen 1,4 triljoen dollar aan hebben toegevoegd. Onder Bush en de Grand Old Party, de Republikeinse Partij, namen de niet-defensie discretionaire uitgaven toe met een factor twee in vergelijking met onder Obama. Nogmaals: stel je voor dat Bush een Democraat was geweest en Obama een Republikein. Je zou makkelijk kunnen stellen dat Obama fiscaal conservatiever is geweest dan zijn voorganger - behalve, natuurlijk, dat Obama heeft moeten regeren onder de ergste recessie sinds de jaren dertig, en Bush, na de neergang van 2001, regeerde in een periode van gematigde groei. Het vereist enig werk om de schuld te verhogen in tijden van groei, zoals Bush deed. Het vereist nog veel meer werk om de schuld te beperken in de diepe recessie waar Bush Obama mee opzadelde.

DE GROTE conservatieve obsessie, Obamacare, is ook veel gematigder dan de critici ervan hebben beweerd. De Congressional Budget Office heeft voorspeld dat het het tekort zal verminderen en niet drastisch vergroten, zoals wel gebeurde door Bush’s Medicare Prescription Drug Benefit. Het is gebaseerd op het individuele mandaat, een idee dat in het verleden werd gepropageerd door de aartsconservatieve Heritage Foundation, Newt Gingrich en, natuurlijk, Mitt Romney. Het heeft geen publieke optie; het biedt een enorme nieuwe cliëntenbasis aan de geneesmiddelen- en verzekeringsbedrijven; de zorgverzekerings-marktplaatsen werden ook gesteund door rechts. Het staat rechts van Clintons monstruositeit in 1993, en het lijkt opmerkelijk veel op Nixons voorstel uit 1974. Het aannemen ervan gebeurde niet in plaats van pogingen tot herstel, maar volgde daarop. Het moet nog op veel onderdelen verbeterd worden, maar de regering staat open voor verdere hervormingen en heeft erin toegestemd dat staten er op verschillende manieren mee experimenteren om hetzelfde resultaat te bereiken. Het is niet, zoals Romney maar blijft zeggen, het van bovenaf opleggen van één model. Net als het onderwijsinitiatief van Obama, Race to the Top, zet het standaards, geeft het premies en staat vervolgens individuele staten toe om te experimenteren. Erbij ingesloten zijn ook een hoop pilotplannen voor kostenbesparing om de uitgaven aan gezondheidszorg terug te brengen. Ja, het steekt de Rubicon over van algemene toegang tot gezondheidszorg. Maar aangezien de federale wet voorschrijft dat ziekenhuizen alle eerstehulpzaken accepteren die behandeling vereisen, voldoen we al aan dat socialistische principe - maar op de inefficiënst mogelijke manier. Om 44 miljoen profiteurs van dit moment te laten meebetalen aan het systeem is niet fiscaal roekeloos; het is fiscaal verstandig. Dat is, durf ik te zeggen, conservatief.

HET BUITENLANDBELEID heeft van rechts de hevigste kritiek gekregen. Romney werpt de president voor de voeten dat hij zich voor Amerika verontschuldigt, en anderen beschuldigen hem nog net niet van verraad en appeasement. In plaats daarvan heeft Obama Bush’s beleid om Osama bin Laden te negeren omgedraaid en is direct een koers ingeslagen die uiteindelijk leidde tot diens gevangenneming en dood. En toen het moment kwam om te beslissen, overrulede de president zowel zijn minister van Buitenlandse Zaken als de vice-president bij het verordonneren van het meest riskante - maar meest ambitieuze - plan dat voorlag. Hij bestelde zelfs persoonlijk de extra helikopters die de missie redden. Het was een triomf, niet alleen doordat Amerika’s belangrijkste vijand werd gedood, maar vooral ook doordat er op grote schaal informatie werd teruggehaald om al-Qaeda nog verder mee te ondermijnen. Als George Bush Bin Laden had gedood, de top van al-Qaeda had weggevaagd en een schat aan echte informatie had teruggekregen door een gedurfde aanval, zou hij nu op Mount Rushmore staan. Maar waar Bush stoere praatjes had en contraproductief handelde heeft Obama eenvoudig, stilletjes en gestaag onze werkelijke vijanden gedecimeerd, en ondertussen de bredere propagandaoorlog gewonnen. Sinds hij aan de macht is gekomen is de populariteit van al-Qaeda in de moslimwereld gekelderd.
Obama’s buitenlandse beleid, net als dat van Dwight Eisenhower of George H.W. Bush, schuwt politieke slagen op de korte termijn ten faveure van strategisch voordeel op de lange termijn. Het wordt gevoerd door iemand die geïnteresseerd is in het bevorderen van Amerikaanse belangen - niet in het handhaven van een ideologie en die met geweld opleggen zonder oog te hebben voor de gevolgen. Door enigszins achterover te leunen, door ?leading from behind’ in Libië en elders, heeft Obama andere landen actief doen vragen om Amerika’s hulp en onze rol opnieuw doen waarderen. Als tegengif voor de slechte gevoelens over de Irak-oorlog heeft dat bijna perfect gewerkt.

MAAR NIET ALLEEN rechts schat Obama verkeerd in. Terwijl links minder hevig is in haar kritiek zal ook zij eerder op de details letten dan het hele plaatje zien. Vanaf het begin hebben liberals absurde ideeën op Obama geprojecteerd over wat een president werkelijk kan doen in een gepolariseerd land, waar alles zestig stemmen van de Senaat nodig heeft om zelfs maar een kans te maken om tot wet te worden. Ze hebben hem beschreven als een ongelukkig instrument van Wall Street, een voortzetting van Bush in burgerlijke vrijheden, een afgezonderde elitaire man die niet in staat is het populistische moment te (be)grijpen dat zijn historische mogelijkheid is. Ze gaan tekeer tegen zijn pogingen om een Grand Bargain te bereiken over hervormingen van uitkeringen. Ze kraken zijn te beperkte stimulering af, zijn te zwakke financiële hervormingen en zijn te voorzichtige benadering van burgerrechten voor homoseksuelen. Ze wanhopen erover dat hij reageert op razende Republikeinse aanvallen door op een hooggestemde manier te appelleren aan eenheid en compromis.
Ze missen, denk ik, twee essentiële dingen. Het eerste is de simpele schaal van wat er is bereikt in de kwesties waarvan liberals zeggen dat ze erom geven. Een depressie werd afgewend. De bail-out van de autoindustrie was - verbazend genoeg - succesvol. Zelfs de bank-bail-outs zijn tot op grote hoogte terugbetaald door een zich herstellende banksector. De Irak-oorlog - de kwestie die Obama de genomineerde maakte - is op tijd beëindigd en, wat essentieel is, zonder dat er troepen zijn achtergebleven. Op defensie wordt gestaag bezuinigd. Onder Obama is de steun voor huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht en de legalisering van marihuana gestegen naar recordhoogten. Onder Obama heeft een doorslaggevende staat, New York, huwelijksgelijkheid voor homoseksuelen een onomkeerbaar feit van het Amerikaanse leven gemaakt. Homo’s dienen nu openlijk in het leger, en de Defense of Marriage Act is nu publiekelijk aan het sterven in de rechtbanken, en wordt niet verdedigd door Obama’s ministerie van Justitie. Er is enorm veel overheidsgeld gepompt in koolstofvrije-energie-investeringen, via het stimuleringspakket. De normen voor brandstofuitstoot zijn ingrijpend verhoogd. Er is een eind gemaakt aan martelingen. Twee gematigde liberal vrouwen hebben mannen vervangen in het Hooggerechtshof. En o ja, de liberal Heilige Graal die Johnson en Carter en Clinton ontging, vrijwel universele gezondheidszorg, is tot wet geworden. Politifact stelde onlangs vast dat van 508 specifieke beloften een derde is nagekomen en er maar twee niet op een of andere manier zijn behandeld. Omdat hij dat alles heeft gedaan en tegelijk een economische orkaan heeft bestreden, is Obama de eerlijkste beloften-vervuller die een politicus zou kunnen zijn.
Wat liberals nooit hebben begrepen van Obama is dat hij een vorm van binnenlands beleid voert die is gebaseerd op show-don’t-tell en op de lange termijn. Wat hij belangrijk vindt is wat hij echt voor elkaar kan krijgen, niet de dingen die hem instant applaus opleveren. En dus ben ik bijna twee jaar lang tegen hem tekeergegaan omdat hij de zaak traineerde wat homokwesties betrof. Maar wat hij werkelijk deed was zijn Republikeinse minister van Defensie en de voorzitter van de chefs van staven in gang zetten voor hijzelf dat deed. De man die ervoor zorgde dat ?don’t ask, don’t tell’ werd afgeschaft was uiteindelijk admiraal Mike Mullen. Dat kostte tijd - net zoals Obama’s onverdroten ingreep in de regel die hiv-positieve immigranten en toeristen uitsloot tijd kostte - maar de langzame en weloverwogen en niet-provocerende manier waarop dat werd bereikt maakte dat de veranderingen veel duurzamer waren. Niet voor het eerst drong het tot me door dat als je Obama werkelijk wilt begrijpen je moet kijken naar de lange termijn. Want dat is wat híj doet.
Of neem de banken. Liberals hebben Obama belachelijk gemaakt omdat hij een gijzelaar zou zijn van Wall Street, omdat hij door Larry Summers en Tim Geithner onder druk was gezet om te passief te reageren op de roekeloosheid van de grote Amerikaanse banken. Maar we moeten niet vergeten dat begin 2009 iedere verantwoordelijke president prioriteit had gegeven aan het stabiliseren van het financiële systeem, en niet aan wraak. Obama werd niet gekozen, ondanks fantasieën van liberals, als een linkse kruisvaarder. Hij werd gekozen als een pragmatische, eenheid brengende hervormer die veel verantwoordelijker zou zijn dan Bush.
En wat zagen we? Een terugkerend patroon. In de woorden die Obama voor het eerst gebruikte in zijn inaugurale toespraak: de president begint met het uitsteken van een hand naar zijn tegenstanders; als ze reageren met het opsteken van een vuist, dan laat hij zien dat zij de bron zijn van het probleem; en dan, uiteindelijk, kiest hij zijn favoriete positie van gematigd liberalisme en vecht ervoor zonder zwart gemaakt te worden als een ideoloog of een zaaier van verdeeldheid. Dat soort strategie heeft tijd nodig. En het betekent dat er lange periodes zijn wanneer Obama niet in staat lijkt zichzelf te verdedigen, of bereid lijkt anderen hem te laten definiëren, of simpelweg zwak is. Ik herinner me die periodes tijdens de campagne tegen Hillary Clinton. Ook herinner ik me nog van wie de strategie was die uiteindelijk won.
En dat is waar links het werkelijk mis heeft. Door Obama’s strategie en temperament en vasthoudendheid verkeerd te begrijpen, door op het publiek te spelen met de ene kwestie na de andere, door onrealistische fantasieën te projecteren op een kandidaat die nooit een liberal revolutie heeft gezworen, hebben ze niet gezien dat vanaf het begin Obama op de lange termijn werkte. Dat deed hij met zijn eigen partij met betrekking tot de hervorming van de gezondheidszorg. Hij deed het met de Republikeinen wat de staatsschuld aanging. Hij heeft het gedaan met de regering van Israël rond het stoppen van de nederzettingen op de Westoever - en met de Iraanse machthebbers, door ze niet in de kaart te spelen tijdens de Groene Revolutie, ook al schoten ze onschuldige burgers dood in de straten. Niets in zijn eerste termijn - inclusief de ingewikkelde meerjarige invoering van algemene gezondheidszorg - is te begrijpen als je niet beseft dat Obama altijd van plan is geweest om acht jaar aan de macht te zijn, en niet slechts vier. En als hij opnieuw wordt gekozen, dan zal hij een slag hebben gewonnen die belangrijker is dan die van 2008: want het zal een mandaat zijn voor een achtjarige beweging weg van de excessen van ongelijkheid, van de overreach in het buitenland en het roekeloos overbesteden van de laatste drie decennia. Het zal hem nieuwe kracht geven om zich in te graven in wat hij al heeft gedaan en het onomkeerbaar maken.
Ja, Obama heeft een oorlog gevoerd gebaseerd op een opvatting van uitvoerende macht waar veel burgerlijk libertairen, onder wie ikzelf, tegen zijn. En hij heeft bij wet vastgelegd dat Amerikaanse staatsburgers voor onbeperkte tijd mogen worden gedetineerd zonder proces (ook al zwoer hij zelf nooit die tirannieke macht te gebruiken). Maar hij heeft het belangrijkste gedaan van alles: het uitbannen van het gezwel van marteling uit militaire detentie en militaire rechtspraak. Als hij niet wordt herkozen, keert die kanker misschien terug. Veel mensen op de rechterflank lijken dat graag te willen.

NATUURLIJK KAN Obama niet opnieuw die uitzonderlijke belofte zijn die hij in 2008 was. We hebben al de eerste zwarte president van het land gekozen en we hebben een dauphin met de mond vol tanden vervangen door een man van ongeëvenaarde welsprekendheid. En hij is er misschien niet in geslaagd een eind te maken aan de brute ideologische polarisatie in Washington, zoals hij zwoer te zullen doen, maar volgens peilingen vinden de meeste Amerikanen, terecht, dat Obama minder schuld heeft aan deze impasse dan de Republikeinen. Obama heeft consequent afgezien van het voeren van de culture war, terwijl rechts hem heeft beschuldigd van een ?war against religion’. Hij heeft aangeboden te snijden in uitkeringen (en heeft al bezuinigd op Medicare), terwijl de Republikeinen hebben geweigerd ook maar één dollar extra belasting van iemand te vragen. Zelfs de meest op bezuinigen gerichte regering in Europa, de Engelse Tories, staat daar links van. En het is die Republikeinse onverzettelijkheid - van de verklaring in 2009 door Rush Limbaugh dat hij wil dat Obama ?mislukt’ tot de erkenning van de Meerderheidsleider van de Senaat Mitch McConnell dat zijn primaire doel is Obama te weerhouden van een tweede termijn - die werkelijk verantwoordelijk is geweest voor de impasse. En de enige weg uit die impasse is een electorale nederlaag van de GOP, aangezien de taal van overwinning en nederlaag de enige lijkt te zijn die ze begrijpt.
Als ik bevooroordeeld klink, dan is dat omdat ik dat ben. Ik geef de voorkeur aan de daadwerkelijke prestaties, niet de spin; aan een president die zich met fatsoen en rust heeft gedragen onder ongelooflijke druk, die crises heeft moeten beheersen die we niet meer hebben gezien sinds de Tweede Wereldoorlog en de Depressie, en die tot nu toe nog niet éen serieus schandaal op zijn naam heeft. ‘Om te zien wat je voor je neus hebt, is een constante strijd nodig’ schreef George Orwell ooit. Wat ik voor mijn neus zie is een president wiens karakter, prestaties en beloften nu nog net zo grotesk worden ondergewaardeerd als ze in 2008 absurd werden gehypet. En ik ben ervan overtuigd dat eerder vroeger dan later het Amerikaanse volk Obama’s eerste termijn zal gaan bezien vanuit hetzelfde kalme, verstandige perspectief. En zal besluiten om af te maken wat het is begonnen.


Andrew Sullivan (48) is een fenomeen. Hij is een van de meest gelezen bloggers in Amerika, een onvermoeibare auteur en spreker, veel geciteerd in het publieke debat maar onmogelijk in een hokje te plaatsen. Hij is conservatief maar openlijk homoseksueel. Katholiek, maar voor same-sex marriages. Voor een kleinere overheid, minder bemoeienis van de staat en inperking van de verzorgingsstaat – typisch ‘rechtse’ thema’s. Maar tegen de doodstraf en tegen de war on drugs. Weer typisch links, of liberal. Hij steunde de inval van de regering-Bush in Irak, maar was snoeihard in zijn kritiek op de manier waarop die oorlog gevoerd werd.
Sullivan is zowel een gelauwerd academicus als journalist. In het begin van zijn werkende leven lopen die twee carrières nog door elkaar. Hij studeert in Oxford, doet een master in Harvard, gaat de journalistiek in en keert dan terug naar Harvard om les te geven in politieke theorie. Tegelijk begint hij met freelancen voor grote kranten en bladen: The Wall Street Journal, The Washington Post, The Daily Telegraph. In 1991 wordt hij de jongste editor ooit van The New Republic en eind jaren negentig gaat hij schrijven voor New York Times Magazine en de New York Times Book Review.
Maar dan, in 2000, begint hij een blog. Het is op dat moment geen logische stap voor een gevestigde auteur van gerenommeerde gedrukte media. Blogs zijn nog onbekend – Wim de Bie begon als een van de eerste Nederlandse bloggers een jaar later, geenstijl begon pas in 2003 – en de stijl van Sullivan is een trendbreuk. Zijn ‘daily dish’ is hard, eerlijk, geïnformeerd, snel en vernieuwend. Biased and balanced noemt hij het zelf. Onder meer door zijn scherpe, korte en toch eloquente bijdrages – ideaal voor het internet – groeit zijn populariteit naar een miljoen bezoekers per maand. Hij wordt aangetrokken door Time.com, vervolgens The Atlantic Online en in april 2011 verhuist hij naar The Daily Beast/Newsweek. Bij zijn aantreden schrijft hoofdredactrice Tina Brown: ‘Andrew almost single-handedly defined the political blog and has been refining it as a form of journalism in real time nearly every day for the past decade.’
Nearly every day. Meer dan dat: Sullivan is overproductief. Een weekje bloggen: gemiddeld 250 berichten. Goed, tussen Kerst en oud en nieuw deed hij het rustig aan, met slechts 183 berichten.
In real time. Zeker. Afgelopen week versloeg hij het debat tussen Mitt Romney and Newt Gingrich. De aankondiging: ‘I’ll be live-blogging, of course. For the eighteenth time.’
YASHA LANGE


Vertaling Rob van Erkelens
Dit artikel verscheen eerder in Newsweek