hoogleraar comparatieve stadsgeschiedenis

De onderzoeker: Manon van der Heijden

Tegenwoordig is het aandeel van vrouwen in de misdaadstatistieken slechts tien procent, maar dat is zeker niet altijd zo geweest. In de zeventiende eeuw was hun aandeel in steden als Amsterdam wel vijftig procent of hoger. Vertoonden vrouwen vroeger vaker crimineel gedrag?

Medium manon van der heijden zw

“Dat lag niet zoals veel mensen denken alleen aan het vervolgingsbeleid in die tijd, toen bijvoorbeeld prostitutie nog verboden was. Als je dat buiten beschouwing laat, dan waren er nog steeds veel meer criminele vrouwen dan nu. Bovendien werden ze vooral veroordeeld voor vermogensdelicten zoals diefstal, oplichting en heling, en dus niet voor typisch vrouwelijke delicten als overspel en kindermoord.

Zo’n misverstand wil ik als historica rechtzetten. Daarom onderzoek ik nu waarom vrouwen vroeger vaker crimineel gedrag vertoonden. Hersenonderzoekers menen dat verschillen in criminaliteit tussen mannen en vrouwen in hun biologische natuur liggen. Dat klopt deels, maar het kan niet verklaren waarom die verschillen in tijd en ruimte variëren. Mijn idee is dat deze variatie verklaard wordt door verschillende omstandigheden zoals morele normen, maar ook door de arbeidsparticipatie van vrouwen en hun juridische positie. Om de invloed van deze factoren te bepalen, doen we vergelijkend onderzoek in verschillende Europese steden: Amsterdam, Rotterdam, Zwolle, Londen, Bologna, Frankfurt en Le Havre.

In de zeventiende en achttiende eeuw moesten veel vrouwen in de Hollandse steden het alleen zien te rooien omdat hun mannen op zee waren. Bovendien waren er veel alleenstaande migrantenvrouwen. Lokale overheden gaven deze vrouwen de juridische bevoegdheid om handel te drijven, zodat ze niet massaal een beroep op armenzorg zouden doen. Een onbedoeld gevolg was echter dat de vrouwen in de gelegenheid kwamen om het criminele pad op te gaan. Ze stalen niet zozeer brood tegen de honger, maar allerlei producten die via heling wat konden opleveren, zoals het in de achttiende eeuw in de mode geraakte porselein. Vrouwen waren kwetsbaar, maar ook zelfstandig en soms behoorlijk berekenend.

‘Vrouwen zijn de blinde vlek van historici’

Historici wisten al veel over ideologische opvattingen over mannen- en vrouwenrollen, maar nog weinig over hoe die normen in de praktijk werden toegepast. Terwijl patroon en praktijk juist in de vroegmoderne tijd erg uiteen liepen. In de zeventiende eeuw was het kostwinnersmodel een ideaal, waarbij kuise vrouwen het huishouden bestierden en vooral thuis zaten. Op schilderijen van Vermeer is te zien hoe ze braaf de vloer boenen. Maar zo ging het vaak helemaal niet. De meeste vrouwen werkten buiten de deur. Dan blijkt ineens dat vrouwen de blinde vlek zijn van historici. Veel geschiedkundige studies gaan alleen over mannen: mannen in de handel, mannen in gilden, zeemannen bij de VOC. Over die zeemannen bestond het idee dat zij niet getrouwd konden zijn omdat hun loon te laag was en matrozen overal een liefje hadden. Terwijl veel zeemansvrouwen berooid thuis zaten, overspel pleegden en werden vervolgd.

Voor mij als wetenschapper is de stad een laboratorium: daar leefden en overleefden de gewone mensen, daar gebeurde het allemaal. In alle steden die we onderzoeken zijn juridische bronnen beschikbaar: verhoren, getuigenverklaringen, vonnissen. Zo weten we wie er vervolgd werd, waarvoor en wat de straf was. Het archiefonderzoek is echt monnikenwerk: tienduizenden dossiers doorspitten. Als onderzoeksleider ben je vooral aan het organiseren en publiceren, maar ik heb vorig jaar in mijn onderwijsvrije semester zelf ook nog archiefwerk gedaan. Dan zat ik dagenlang verhoren te lezen. De verslagen zijn ontzettend gedetailleerd: buren doen hun verhaal, verdachten worden door familieleden in bescherming genomen. Ondertussen lees je over hoe de nachtwakers iets verdachts zagen en over iemand die haar boontjes zat te doppen in de deuropening. Dat blijft het allerleukste, die historische sensatie. Je komt zo dicht bij mensen in het verleden.

Vrouwen werden meestal niet anders gestraft dan mannen, behalve als ze zwanger waren of een kind aan de borst zoogden. Als verdachten niet bekenden, kwam het tot “het scherpe examen”: marteling met behulp van de pijnbank of duimschroeven. Daarna moesten ze opnieuw bekennen, vrij van “banden van pijn en ijzer”. Zelf heb ik weinig last van medelijden, maar een van de onderzoeksters kwam afgelopen week ontdaan terug uit Bologna. In het dossier over een kindermoordzaak vond zij een cruciaal bewijsstuk: een bebloede lap van het kindje dat was vermoord. Toen heeft ze wel even pauze genomen.’ jurre van den berg


Manon van der Heijden is hoogleraar comparatieve stadsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. In januari verschijnt bij uitgeverij Bert Bakker haar boek Misdadige vrouwen: Criminaliteit en rechtspraak in Holland 1600-1800.

De Groene presenteert deze week een special over de geesteswetenschappen. Hoe ontwikkelt zij zich en wat is haar relevantie? Een overzicht van alle originele bijdragen vindt u hier.