hoogleraar filmwetenschap

De onderzoeker: Patricia Pisters

Medium patricia pisters zw

‘Wat betreft films ben ik een omnivoor. Ik kijk alles, van populaire films, non-fictie tot de meest obscure. Het begint met een film die me raakt. Dat wil ik dan verder onderzoeken. Vroeger was ik vooral geïnteresseerd in de politieke dimensie van films, maar nu richt ik mij voornamelijk op de relatie met de filosofie en neurologie. Dat nieuwe onderzoeksgebied wordt ook wel neurocinematics of neuroaesthetics genoemd.

In mijn onderzoek bestudeer ik welke kracht filmbeelden kunnen hebben. Neurologische experimenten kunnen ons laten zien welke materiële, objectief waarneembare processen er aan de basis van onze reactie op filmbeelden liggen. Aan de andere kant heb je de geesteswetenschappen om subjectieve processen te beschrijven en historische en culturele context te bieden aan de films die je ziet. Ik wil die benaderingen met elkaar verbinden en met elkaar in dialoog brengen.

Het idee om me te verdiepen in de relatie tussen film en neurowetenschappen kwam van de Franse filosoof Gilles Deleuze. Zijn werk over film fascineerde me. Hij schreef dat onze hersenen een scherm zijn en wees er al op dat het hedendaagse hersenonderzoek een wetenschapsgebied is om in de gaten te houden. Het bood volgens hem vruchtbare principes om film mee te analyseren. Dat ben ik verder gaan uitzoeken.

‘Alsof de wereld één groot brein is’

Het klassieke idee van een beeld – en dat komt al van Plato – is dat het slechts een representatie is die we met onze ogen waarnemen. Binnen de filmwetenschappen is de film altijd vanuit het oog bekeken. We hadden het altijd over “the gaze”, de blik. Maar ik heb dat nooit zo gevoeld. Het oog is niet het enige zintuig waarmee we film ervaren en het beeld is niet alleen maar een afspiegeling. Beelden bezitten een eigen kracht en het hele lichaam speelt een rol bij de ervaring van films. Wanneer je de ervaring van filmbeelden bestudeert vanuit het idee van belichaamde hersenen kun je het op een heel nieuwe manier benaderen.

Een interessant voorbeeld uit de neurowetenschappen zijn de zogenaamde spiegelneuronen. Die bieden een materiële basis om de kracht van het filmbeeld op een nieuwe manier te onderzoeken. Ze zijn interessant als je wilt nadenken over hoe wij mee kunnen leven met een hoofdpersoon op het filmdoek. De standaardopvatting was altijd dat dat kwam door ons cognitief in te leven in de ander, “stel dat ik het was…”. Maar wanneer je van spiegelneuronen uitgaat, dan is de ervaring veel directer en hoef je helemaal niet bewust na te denken om je in te leven. Hersenonderzoekers hebben dat getest door mensen onder een MRI-scanner naar films te laten kijken. Het interessante was dat het bij de ene film werkte zoals de spiegelneuronen zouden voorspellen, terwijl het bij de andere meer volgens de cognitieve opvatting verliep. Ik werk dit soort inzichten nu uit. Zo wil ik een bijdrage leveren aan een bredere discussie om de cognitieve, analytische benadering en de meer fenomenologische, continentale benadering van filosofie dichter bij elkaar te brengen.

Neurowetenschappen zie je tegenwoordig overal. We leven in een neurocultuur. De wereld is zo complex geworden, alles is aan elkaar gekoppeld. Alsof de wereld één groot brein is. In veel hedendaagse cinema zie je dit ook, film staat tenslotte niet los van de wereld waarin we leven. In veel films lopen we tegenwoordig in de hersenen van de hoofdpersonen rond. Dat zie je heel duidelijk in films als Being John Malkovich, Eternal Sunshine of the Spotless Mindof Inceptionen Avatar. Er is een nieuw soort cinema ontstaan: de cinema van het neurobeeld.

Ook komen er in hedendaagse films opvallend vaak mensen voor die lijden aan hersenaandoeningen of psychiatrische ziekten. Neem bijvoorbeeld het hoofdpersonage Carrie Matheson uit de serie Homeland, een bipolaire FBI-agente die door velen voor gek wordt verklaard. Waanzin in film is interessant omdat er vaak een scherpe observatie van de wereld in zit. Deze “gekke” personages kunnen de wereld zien zonder de filters die de meeste mensen hebben. Carrie mag dan wel gek zijn, haar intuïties werken feilloos en ze heeft het vaak bij het rechte eind. Ik zie deze personages als een symptoom én als een kritiek op onze tijd van informatieovervloed, hyperkapitalisme en globalisering. En zo kom ik in mijn onderzoek ook altijd weer op mijn eerste interesse in de politieke dimensie van film uit.’ Liesbeth Beneder


Patricia Pisters is hoogleraar filmwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam