Film

De ongehoorzame burger

Film: ‹The Terminal› van Steven Spielberg

Iets is geknakt in Gupta. Gedurende vele jaren van illegaliteit poetste hij als een onzichtbare de vloeren waarop duizenden mensen iedere dag lopen en rennen om vliegtuigen te halen naar grote steden om zaken te doen, zodat de raderen van de westerse maatschappij kunnen blijven draaien. Niet dat Gupta hier zo over nadenkt. Wat hij nu doet, is meer een impuls: met zijn dweil schuifelt hij de vertrekhal uit, de landingsbaan op. Het sneeuwt. Een Boeing landt. Maar Gupta blijft vegen. Het vliegtuig raast op hem af. En hij dweilt en dweilt en dan plaatst hij zijn dweil op het vliegtuigwiel, waardoor het boze gevaarte tot stilstand komt met een zachte zucht. Dan lacht Gupta.

De burgerlijke ongehoorzaamheid van Gupta, gespeeld door de 86-jarige acteur Kumar Pallana, is cruciaal in The Terminal van Steven Spielberg. Net als The Village van M. Night Shyamalan dat twee weken geleden in première is gegaan, valt Spielbergs nieuwe film te lezen als een reflectie van het Amerika van president George W. Bush. De schaduw van homeland security en de obsessie met geüniformeerde mannen zijn duidelijk aanwezig in het verhaal. Viktor Navorski (Tom Hanks) strandt op een luchthaven in New York na een staatsgreep in zijn geboorteland, een imaginaire staat ergens in Oost-Europa. Navorksi kan Amerika niet in. Hij is «onaanvaardbaar», in de woorden van Frank Dixon (Stanley Tucci), hoofd van de immigratiedienst op de lucht haven. En dus blijft Viktor in de vertrekhal, maandenlang. Hij ontmoet de onzichtbaren van de publieke ruimte: fastfood-koks, verkoopsters, bagagesorteerders. En schoonmaker Gupta, die dweilt.

De film is kritisch over de consumptiemaatschappij en de verborgen vreemdelingenhaat van immigratiedienstagenten. Viktor is «onaanvaardbaar» doordat hij geen geld heeft om verbruiksgoederen te kopen. Bovendien is hij «de ander», een onbekende die onder constante surveillance dient te vallen. Viktor kan pas ontsnappen wanneer Gupta, die in India gezocht wordt wegens poging tot moord, het vlieg verkeer stillegt met zijn daad van protest.

The Terminal is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, maar dat is niet interessant. Wat het werk bijzonder maakt naast de effectieve maatschappijkritiek is het feit dat het hier een cineast betreft die het toppunt van zijn carrière lijkt te bereiken. Na het schitterende Artificial Intelligence (2001), Minority Report (2002) en Catch Me If You Can (2002) heeft Spielberg met The Terminal een van zijn beste films gemaakt. Ook qua vorm. De wijze waarop de regisseur samen met cameraman Janusz Kaminsky de publieke ruimte in beeld brengt, is een hommage aan het werk van Jacques Tati, vooral Playtime (1967). En Hanks, die schittert als fysieke komediant, lijkt in alles op Monsieur Hulot, Tati’s personage dat eeuwig strijdt tegen de tirannie van de moderniteit.

Hulot is een ondeugende revolutionair, en daar houdt Spielberg wel van. Vaak is zijn held de ongehoorzame burger: Gupta en Viktor in The Terminal, maar ook Roy Neary (Richard Dreyfuss) in Close Encounters of the Third Kind (1977) en Frank Abagnale (Leonardo DiCaprio) in Catch Me. In dit rijtje past vooral ook Lou Jean Poplin (Goldie Hawn) in The Sugarland Express (1974), Spielbergs eerste grote speelfilm. Sterker, wie The Terminal ziet, zou opnieuw naar Sugarland moeten kijken. Is Sugarland een lofzang op de vrijheid, gesymboliseerd door een lange, anarchistische politieachtervolging in Texas, The Terminal is een studie van de claustrofobie van de geforceerde inertie van Viktor in de vertrekhal. Beide films laten zien dat acceptatie van de huidige stand van zaken geen optie is. Vecht tegen de repressie, zegt Spielberg, desnoods met een dweil. Júist met een dweil.

Te zien vanaf 16 september