Opheffer

De ongelovige

Als er één groep is die werkelijk wordt gediscrimineerd – keer op keer – dan zijn het de ongelovigen. De overheid, bijvoorbeeld, zegt dat er maar een paar duizend ongelovigen zijn. Ze baseert zich op het aantal leden van het Humanistisch Verbond. Dat alle andere wetenschappelijke onderzoeken uitwijzen dat de helft van Nederland ongelovig is, wordt door de Raad van State domweg ontkend. Consequentie: ongelovigen worden voor de helft gekort in hun zendtijd. Islamieten – van wie er volgens de overheid een miljoen zijn – krijgen er zendtijd bij. Wat wil je ook met een cda-cu- en pvda-regering.

Ongelovigen worden ook gediscrimineerd als het gaat om moraal. Ze zouden geen moraal hebben. Dit wordt door twee zogenaamde argumenten geadstrueerd: ze missen God, dus hebben ze geen boek en dus geen richtsnoer. Ze weten niet wat goed en kwaad is. En twee: ongelovigen staan voor euthanasie, abortus, het vrije huwelijk – allemaal zaken die, volgens de gelovigen, de mens juist ongelukkig en zelfs dood maken voordat ze geboren zijn, en dus onmenselijk zijn en getuigen van een gebrek aan een gezonde moraal.

Ongelovigen geloven in de rede, de taal, de kracht van het argument, de logica – ze hebben dus geen gevoel voor mysterie en mystiek en zijn derhalve artistiek altijd de mindere. Immers, wat is, zo redeneert de gelovige, artisticiteit anders dan ontplooiing en illustratie van het wonderlijke, van het goddelijk geïnspireerde, van het mysterie? Je ziet het, als je goed leest, in de cultuur van de recensies. Literatuurwetenschap wordt nog steeds verkocht als wetenschap, net als theologie, maar is dat natuurlijk niet. In de literatuur kan alles, zoals in de bijbel of de koran ook alles kan, maar zoals men in de bijbel gelooft, zo gelooft men dus ook in de literaire verhalen. Concreter: alleen auteurs die letterlijk over het geloof schrijven, bereiken grote hoogten in Nederland. Siebelink, ’t Hart, Wolkers, Reve, Grunberg. De Nederlandse literatuur kent eigenlijk maar twee onderwerpen: religie en oorlog – vreemd eigenlijk dat er over de strijd tegen het water tot op heden nog nooit een goede roman is geschreven – maar dit terzijde.

De ongelovige wordt gevreesd vanwege zijn logica en wordt daarom bestreden. Men beweert – terecht overigens – dat uitvindingen als de atoombom door mensen zijn bedacht en niet door goden. En mensen hebben die bom bedacht door logisch na te denken, dus leidt logica tot gevaarlijke bommen en dus zou logica verboden moeten worden. Hoe goed God is, blijkt dan uit de redenering dat God weliswaar tsunami’s en aardbevingen bewerkstelligt, maar geen bommen, en zeker geen atoombommen. Door een aardbeving of een tsunami vergaat de aarde niet, maar door een atoombom wel. Komt door de logica die God ontkent. Daarbij, zo luidt de redenering, komt er alleen een vernietigende tsunami of aardbeving als de bevolking schuld heeft, omdat ze bijvoorbeeld optrekt met ongelovigen. Dat deze redenering niet logisch is, is dus een aanbeveling en een bevestiging van het eigen gelijk.

Ongelovigen mogen in sommige geloven (christendom, islam) worden vermoord, want dat houdt de gelovige mens rein en zuiver.

Ongelovigen staan dus onder grote druk. Sommige ongelovigen verdwijnen dan ook in andere kerken, zoals de sociaal-democratie of het liberalisme. Maar eigenlijk zijn ze daar ook niet echt welkom. Dit komt omdat ongelovigen erg houden van vrijheid van meningsuiting en democratie, en daar hebben deze stromingen toch een beetje moeite mee. Bij ultrarechts en ultralinks zijn ongelovigen daarom domweg niet welkom.