Grenzen voor mensen

De onhoudbaarheid van fort Europa

De grenzen voor mensen worden alleen maar hoger; die voor kapitaalstromen zijn nagenoeg verdwenen. En dat terwijl Europa de komende tijd veel nieuwe immigranten nodig heeft.

Deze week staan Kees Ruiter en zijn dochter Yvonne voor de tweede keer binnen een jaar voor de Amsterdamse rechter, ditmaal in hoger beroep. In maart werd het tweetal veroordeeld wegens het opzetten van een criminele organisatie, valsheid in geschrifte, ontduiking van de loonbelasting en overtreding van de coördinatiewet sociale voorzieningen. Ruiter kreeg vier jaar gevangenisstraf, Yvonne tweeëneenhalf jaar. Dat is nogal wat, gezien de relatieve onschuld van de feiten die zij op hun geweten hebben.

Ruiter had in 1994 met enkele familieleden het bedrijf Europool opgericht, een bureau dat Poolse arbeidskrachten aan werk in de Nederlandse tuinbouw hielp. Om de wetgeving tegen koppelpraktijken te omzeilen, had hij een originele formule bedacht. Hij ronselde geen werknemers, maar bracht de tuinders in contact met Poolse ondernemers die hun grond, kassen en machines huurden. De Polen kochten zelf hun zaaigoed en verbouwden hun gewassen op eigen risico op Nederlandse grond, uiteraard met gebruikmaking van Poolse werkkrachten. «De bloemkool van het land, de Pool geld in de hand en de tuinder uit de brand», was het motto van Ruiter, die volkomen legaal de bemiddelingskosten dacht op te strijken.

Zijn werkwijze werd aanvankelijk door Justitie gedoogd en in 1996 ontving Europool zelfs een «verklaring van geen-bezwaar». In 1998 werd het bedrijf echter opgerold en door de belastingdienst voor 55 miljoen gulden aangeslagen. De officier eiste zeven jaar tegen Ruiter en vijf jaar tegen zijn dochter. Hun advocaat David Moszkowicz noemde de eisen buitensporig: «Het lijkt wel of mijn cliënten hier voor moord terechtstaan.»

Je vraagt je inderdaad af wat de officier wilde bewijzen. Volgens sommige Poolse werknemers, geïnterviewd door het VPRO-programma Lopende zaken, was Ruiter geen gewetenloze koppelbaas maar een betrokken man die zich over hen ontfermde. Het feit dat hij en zijn dochter inmiddels zijn aangewezen op pro-deo-advocaten, versterkt de indruk dat zij niet rijk zijn geworden over hun ruggen.

Het heeft er alle schijn van dat Justitie een voorbeeld wilde stellen. De steun voor ons restrictieve vreemdelingenbeleid is in diverse sectoren van de economie aan het afkalven. Europool was niet het enige bedrijf dat inspeelt op de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt door werknemers van buiten de Europese Unie te halen, zeker niet in de tuinbouwsector. Onlangs bleek bij een controle in het Westland dat tientallen uitzendbureaus illegale werknemers van buiten de EU aanbieden, met name uit Polen en Bulgarije. Maar ook de illegalen binnen Nederland vormen een groeiend arbeidspotentieel dat erom schreeuwt te worden benut.

Om die wanverhouding te benadrukken heeft het Solidariteitsfonds X min Y in samenwerking met andere organisaties een (ongeregistreerd) uitzendbureau voor illegalen opgezet met de naam Zwart?werk. Hans van Heijningen van X min Y noemt het «een absurde situatie dat er in Amsterdam duizenden mensen rondlopen die qua werk geen kant opkunnen omdat ze geen legale status hebben, terwijl er tegelijkertijd werk genoeg is». In een verklaring wijst het fonds op de onhoudbaarheid van fort Europa: «Nationale grenzen voor kapitaalstromen bestaan er nauwelijks meer. Dagelijks flitst er zo'n vierduizend miljard gulden de wereld rond. Ongeveer negentig procent daarvan is speculatief van aard. Tegenover vrij kapitaalverkeer staan grenzen voor mensen. Maar diegenen die buiten de Europese Unie geboren zijn, worden geacht te blijven waar zij zijn.

Volgens een andere woordvoerster is het ook buitengewoon wrang dat Nederland zijn werkzoekende vluchtelingen negeert. «Ik behartig bijvoorbeeld de belangen van een Algerijnse verpleegkundige die niet naar Algerije terug durft te gaan. Die zou hier graag willen werken, maar komt niet aan de bak. Dat is toch raar als je weet dat we nu verpleegkundigen uit Zuid-Afrika moeten halen. Ik denk dat we deze mensen moeten legaliseren en dat we ook de arbeidsmigratie op den duur zullen moeten versoepelen. Mensen uit andere delen van de wereld hebben het recht mee te dingen naar onze welvaart.»

Voor al diegenen die pleiten voor ruimere toelating van migranten, of dat nu uit commerciële of ideële motieven gebeurt, gloort er licht aan het einde van de institutionele tunnel. De eerste Europese functionaris die overstag lijkt te zijn, is de eurocommissaris voor Justitie en Binnenlandse Zaken, António Vitorino. De gewezen Portugese bestuurs rechter schijnt oprecht geschokt te zijn geweest door de tragedie van Dover in juni jongstleden, toen 58 gestikte Chinese migranten in een Nederlandse koelwagen werden ontdekt. In een persoonlijke verklaring, die uiteraard opende met een plichtmatige veroordeling van de mensenhandel, zei hij ook het volgende: «Het is nu zaak voor de Europese Unie om samen te werken met de landen van oorsprong, om een ruimhartig vluchtelingenbeleid te voeren en een toelatings- en integratiebeleid dat definitief afrekent met het hersenspinsel van de nul-immigratie.»

Dat hersenspinsel heeft menige Europese top beheerst, tot en met de Europese Raad in Tampere eind vorig jaar die geheel was gewijd aan Justitie en Binnenlandse Zaken. De slotverklaring hamerde op de «verworvenheden van Schengen», de bestrijding van mensenhandel met militaire en politionele middelen en het bevorderen van vrijwillige terugkeer van migranten en asielzoekers naar hun land van herkomst. De toon was volstrekt defensief, er werd geen gewag gemaakt van een gewenste instroom van arbeidsmigranten of benutting van het beschik bare potentieel binnen de Europese grenzen, laat staan van het economisch en demografisch belang van migratie in het algemeen.

Intussen wordt het tekort aan arbeidskrachten in een aantal Europese landen steeds nijpender, met name in Duitsland, Frankrijk, de Benelux en — tamelijk pikant — Oostenrijk. In Frankrijk zijn rechtse politici, onder wie de gaullistische ex-ministers Charles Pasqua en Alain Juppé, sinds enige tijd overtuigd van de noodzaak van ruimere toelating van migranten. Juppé roept op tot een «mentaliteitsverandering» bij het Franse volk en Pasqua is opeens voorstander van het legaliseren van de meeste categorieën illegale buitenlanders. In Duitsland klinken soortgelijke geluiden.

En het tekort is structureel, de cijfers wijzen het uit. Europa heeft in de komende decennia een hernieuwde instroom van migranten nodig. In maart kwam de UNDP (het bevolkingsinstituut van de VN) met een tamelijk alarmerend rapport, Replacement Migration, waarin werd gesteld dat Europa de komende vijftig jaar behoefte heeft aan rond zevenhonderd miljoen immigranten om demografisch «gezond» te blijven. De extrapolaties uit dit rapport zijn onder demografen omstreden, maar de teneur is onontkoombaar. De Italiaanse bevolking bijvoorbeeld zal in de komende vijf decennia teruglopen van 57 naar 41 miljoen, de gemiddelde leeftijd zal er stijgen van 41 naar 53 jaar. In Nederland zal de vergrijzing later toeslaan, maar niet minder onverbiddelijk.

Het maakt onze krampachtige pogingen om de grenzen te sluiten en het aantal asielaanvragen te beperken steeds minder relevant. «De regeringsleiders aanvaarden en bevorderen het vervagen van grenzen op ieder terrein — politiek, handel en industrie, de uitwisseling van informatie — en alleen het terrein van de migratie wordt hiervan onterecht en kunstmatig uitgezonderd», zegt Saskia Sassen, de migratiehoogleraar uit Chicago die al jaren pleit voor een grondige herziening van het westerse migratiebeleid. «Daarbij zien de westerse landen over het hoofd dat zij die migratie zelf aansturen door hun economisch beleid ten opzichte van de Derde Wereld, door het gedrag van hun multinationals en door hun ontwikkelingshulp. Enerzijds ontwrichten zij de lokale samenleving in die landen, anderzijds scheppen zij de netwerken waardoor de bewoners in contact komen met westerse bedrijven, opleidingen, informatie en culturele invloeden. Het wordt tijd dat men die mechanismen onder ogen ziet.»

Als de Europese regeringsleiders begin december bijeenkomen in Nice, staat ook de voortgaande «harmonisatie» van het Europese migratiebeleid weer op de agenda. Veel aandacht zal er niet aan worden besteed. De top zal ongetwijfeld worden gedomineerd door hetere hangijzers, te weten de uitbreiding en institutionele hervorming van de EU. Maar insiders verwachten dat de slotverklaring voor het eerst zal verwijzen naar de genoemde demografische trends in Europa. Dat is al een hele vooruitgang. Voorlopig zullen de zachte krachten hun werk moeten doen, te beginnen met de conservatieve reflex die volgt op elke demografische neergang. Uitgerekend het nuchtere Zweden nam begin deze maand het voortouw in de discussie.

De Zweedse premier Göran Persson waarschuwde zijn volk op de voorpagina van het dagblad Aftonbladet dat zij meer kinderen moesten maken «om Zweden te verzekeren van een vernieuwing van generaties». Hij bestempelde het dalende geboortecijfer als «de aanstaande crisis van de Zweedse maatschappij» en vroeg om maar liefst 123 duizend geboorten per jaar in plaats van de geregistreerde 24 duizend

Zijn zorg is wellicht legitiem, zijn aanbeveling is vooroorlogs en zal door de modale Zweed met hoongelach zijn beantwoord. Op de foto droeg Persson een pasgeboren Zweedse baby op de arm. Als de Zweden dan toch met hun neus op de realiteit moesten worden gedrukt, was een Afrikaanse of Oost-Europese baby misschien toepasselijker geweest.