De onrust van het Holland Festival

Er is maar één ding verkeerd aan het Holland Festival: het weet maar weinig jonge mensen te trekken. Blijkbaar heeft het festival de naam ernstig, kwalitatief hoogstaand en saai te zijn. De eerste twee beschrijvingen kloppen, de derde absoluut niet. Ik ken het Holland Festival nu al meer dan vijftig jaar. In 1955 gold het ook al als elitair. Maar wat dan nog? Ik zat op het lyceum, was nieuwsgierig naar alles wat er te zien en te horen en kreeg van mijn moeder een paar gulden zakgeld extra om de allergoedkoopste plaatsen, de zoveelste gaanderij, hoog in de Stadsschouwburg, te kunnen betalen, voor Falstaff van Verdi en De Vrek van Molière. Helemaal van bovenaf waren de Franse decolletés nog het allermooiste.[

](http://www.groene.nl/2008/12/Angels_in_America/1)

Ik ben vanaf die tijd het Holland Festival altijd trouw gebleven en het heeft me vaak verrast en zelden teleurgesteld. Het werd experimenteel in de jaren zestig, revolutionair in de jaren zeventig, te braaf in de jaren tachtig, te sjiek in de jaren negentig en toen weer te vlot onder Ivo van Hove. Die weet als leider van Toneelgroep Amsterdam veel jongeren de Stadsschouwburg binnen te halen, als festivalleider lukte hem dat minder. Nu is Pierre Audi al enige jaren artistiek directeur van het festival. Hij heeft een wat ruimer budget gekregen en kwalitatief is het een geweldig festival geworden, waar het belangrijkste uit de hele wereld te zien is, aan opera, muziektheater, toneel, ballet, muziek en van alles door elkaar.

Audi bedenkt ook fraaie thema’s die soms ook hout snijden. Vorig jaar was dat Cielo e Terra, hemel en aarde. Die tegenstelling kreeg gestalte in een kritische, aardse opvoering van Messiaens megalomane opera Saint François d'Assise, in een vrolijke, volkse Passion según San Marco van de joods-Argentijnse componist Osvaldo Golijov en vooral in La Commedia van onze eigen Louis Andriessen, naar Dante, maar met extra teksten van Vondel en met acteur Jeroen Willems als Lucifer in de hoofdrol en een kinderkoor dat zong dat we het allemaal echt heus nooit zullen snappen.
Dit keer is het thema Serenity & Anxiety, onrust en vrede, het zal wel vooral onrust worden. Het is net of de lijnen van vorig jaar worden doorgetrokken. Louis Andriessen wordt 70 jaar en staat zaterdag 6 juli centraal, ook op tv en radio. Vondel levert de tekst van Adam in Ballingschap, een nieuwe opera van de jonge componist Rob Zuidam, met Claron McFadden als Eva en Guy Cassiers als multimediale regisseur. Maar er staat ook een Franse componist centraal die maar weinig mensen kennen (ik niet): Pascal Dusapin. Ivo van Hove komt met een Antonioni-project, waarin hij drie van diens films heeft samengevoegd. Johan Simons heeft in München bij de Kammerspiele Hiob van Joseph Roth bewerkt tot een meeslepende muziekvoorstelling. Het indringende meesterwerk Woyzeck van Büchner wordt bij het Bayerisches Staatsschauspiel geregisseerd door Martin Kušej in zo te zien een vuilnisbelt vol pastic zakken. Maar er is vooral heel veel waar ik geen idee van heb wat het oplevert. Indiaas theater, ballet overal vandaan, muziek van Karel Goeyaerts, Heiner Goebbels en Edgard Varèse. Soms lijkt het ingewikkeld: Sasha Waltz maakte Medea, een choreografische bewerking van de opera Medeamaterial, die Pascal Dusapin baseerde op het harde, genuanceerde, aangrijpende toneelstuk van Heiner Müller, de beste schrijver die de DDR heeft voortgebracht.

Onrust genoeg! De meeste voorstellingen zijn nog lang niet helemaal uitverkocht. In de Stadsschouwburg, het Muziektheater, het Muziekgebouw aan het IJ en in Carré zijn op het laatst altijd nog goedkope plaatsen over. Studenten hebben het goed, die hoeven voor hun plaatsen maar € 10 te betalen. Krijgen jonge mensen nog zakgeld? Geven vaders en moeders ooit nog een paar tientjes extra om wat aan cultuur te doen? Ga dan beslist niet naar het Holland Festival. Anders zit je net zoals ik een heel mensenleven aan die onrust vast.