Het onveiligheidsgevoel na de moord op Anne Faber

‘De onschuld is hier weg’

Inwoners van Den Dolder vonden het nooit raar als bij de bakker ineens iemand begon te schreeuwen. Tientallen jaren omarmden ze de ‘normale gekken’ uit de nabije instellingen. Maar sinds de moord op Anne Faber heerst er vrees voor de ‘criminele gestoorden’.

Medium hh 6941324
Een patiënt loopt naar zijn afdeling © Jeanine van Maris van Dijk / HH

Op een doordeweekse dag loop ik hard in de uitgestrekte, verlaten bossen rond het dorp Den Dolder. Opeens komt een man – klitterige haren, een verwarde uitdrukking op zijn gezicht – me op het pad tegemoet. Mijn hart bonst in mijn keel. In de stad had ik dit ongemakkelijk gevonden, hier is het ineens eng. Ik weet van de klinieken hier in het bos, maar hoe moet ik me op de stille paden tot de patiënten verhouden? Zijn ze gevaarlijk? De man blijkt letterlijk en figuurlijk de weg kwijt: verward maar beleefd vraagt hij me de route naar zorginstelling Altrecht.

Als ik Corry Noordhof over het voorval vertel, reageert ze laconiek. ‘Donker haar? O ja, die ken ik wel.’ Noordhof was tot haar pensioen beleidsmedewerkster van een ggz-instelling en medewerkster van Altrecht. Sinds negen jaar bewoont ze een huis op het terrein van de zorginstelling. Haar ontspannen houding is typerend voor de manier waarop veel dorpsbewoners al ruim een eeuw naar de ‘gekken’ van de instelling kijken.

Een jaar geleden verhuisde ik van Utrecht naar Den Dolder (gemeente Zeist, ruim vierduizend inwoners). Het dorp ontstond toen begin vorige eeuw een zeepfabriek werd neergezet aan de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. Tegelijkertijd bouwde men in het aangrenzende bos de Willem Arntsz Hoeve, een ‘buitengesticht’ dat voortkwam uit de overtuiging dat ‘een meer doeltreffende genezing van de lijders van krankzinnigheid gevonden kon worden door een verpleging te midden van de schoonheid en de rust der vrije natuur’.

In de volgende decennia (ver)groeiden Den Dolder en de Hoeve met elkaar. Vraag ernaar bij de oudere bewoners en ze krijgen een glimlach op hun gezicht. Ze vertellen verhalen zoals over het oude vrouwtje dat altijd met een poppenwagen door het dorp liep, of de patiënt die tijdens kerkdiensten zijn hoofd op de schouder van een dame van de kerk legde omdat hij een moeder miste. Bodes de Vries, al jaren woonachtig in Den Dolder en voor zijn pensioen wethouder van de gemeente Zeist, woont naast het terrein van Altrecht. Hij herinnert zich de vroegere kerkdiensten. ‘Een patiënt, Evert, begeleidde aan het einde van de dienst altijd met wijde gebaren de zegen van de dominee.’ Het verenigingsleven van het dorp was verweven met de instelling, vertelt De Vries. Op het terrein van de inrichting vonden toneel- en dansvoorstellingen plaats waar dorpsbewoners en patiënten gezamenlijk naar keken. ‘Iedereen vond het normaal dat er af en toe door de voorstellingen heen werd geschreeuwd.’ Nog steeds kijken Doldenaren er niet van op als bij de bakker, slager of groenteboer ineens iemand begint te schreeuwen.

Tegenwoordig staat op de plek van de vroegere zeepfabriek de Remia-fabriek, midden in het dorp, en is het terrein van de Hoeve verdeeld tussen Utrechts Landschap en de zorginstellingen Altrecht en Reinaerde. De psychiatrische zorg maakte in de afgelopen eeuw veel veranderingen door, met als belangrijk gevolg dat steeds meer psychiatrische patiënten thuis verzorgd worden. Corry Noordhof juicht deze ontwikkeling toe. ‘Ik heb mensen gezien die in de psychiatrie terechtkwamen en al hun vaardigheden kwijtraakten’, vertelt ze. ‘In beschermd wonen rehabiliteerden ze en konden ze weer zelfstandig functioneren.’ Door deze ontwikkeling loopt Altrecht langzaam leeg. Het gemeenschapsleven, zoals dat vroeger samen met de dorpsbewoners bestond, verdwijnt. Steeds meer gebouwen op het terrein komen leeg te staan, sommige worden verhuurd aan kunstenaars of zijn veranderd in sociale huurwoningen. Op den duur zal de instelling helemaal verdwijnen, al is nog niet duidelijk wanneer precies.

Sinds twintig jaar heeft Altrecht de forensisch-psychiatrische afdeling (fpa) Roosenburg (onderdeel van Aventurijn) op haar terrein. Hier verbleef tot voor kort Michael P., zedendelinquent en verdachte van de moord op Anne Faber. Het is deze afdeling die bij veel dorpsbewoners vorig jaar tot grote woede en angst leidde. Veel Doldenaren vragen zich af wat een fpa precies is, en wat voor patiënten er wonen. Hoe groot is het gevaar?

Nog altijd heerst de pure angst (en bijbehorende woede) in Den Dolder. Sommige vrouwen en meisjes gaan voor geen goud alleen het bos in, durven zelfs niet meer in de parkeergarage van de supermarkt te parkeren. Bezorgde vaders begeleiden hun tienerdochters door het bos naar school of sportclub. Een kluitje buurvrouwen staat op de stoep in een rustige Dolderse woonwijk met rijtjeshuizen, hun peuters crossen op fietsjes om hen heen. ‘Wist je dat de patiënten van Reinaerde na de moord al wekenlang alle ramen en deuren gesloten moeten houden?’ zegt een van de vrouwen. Reinaerde Dennendal, eveneens voortgekomen uit de WA-Hoeve, is een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. De andere buurvrouwen schudden hun hoofd. ‘Zielig’, vinden ze. ‘De cliënten zijn ook slachtoffer van die criminelen.’ Als ik naar Reinaerde bel voor uitleg reageert de woordvoerster ontstemd. ‘Dit klopt niet.’ Ze weet dat tijdens de zoektocht naar Anne Faber een paar cliënten hun gordijnen dicht hebben getrokken omdat het te intens voor ze was. ‘Misschien komt dit verhaal daar vandaan.’

Veel mensen raden me met klem af nog langer in m’n eentje het bos in te gaan. De zoektocht naar Anne Faber, met laag overvliegende helikopters en colonnes militairen die zwijgend door het bos liepen, vond bij veel mensen letterlijk plaats in de achtertuin. Sommigen hielpen zelf mee met zoeken. Maar wat de emoties nog verder doet oplopen is dat veel mensen zich niet hadden gerealiseerd dat in hun achtertuin een fpa staat. De kliniek ‘is er ineens’.

Twintig jaar geleden is stilzwijgend besloten dat er een forensische instelling zou komen, weet ex-wethouder Bodes de Vries: ‘Er is nooit veel bekendheid aan gegeven.’ Lodewijk Willems (44) is zelfstandig ondernemer en vader van twee kleine kinderen. Sinds twee jaar woont hij in de buurt van Den Dolder. ‘Ik weet niet zeker of ik, met de kennis van nu, ervoor zou kiezen een huis in deze buurt te kopen’, zegt hij. ‘De lieflijkheid van de paadjes en schoonheid van de omgeving zie je nu anders. De onschuld is weg.’ Ook Gerda Veldhuizen (59), voormalig receptioniste en al dertig jaar inwoner van Den Dolder, is verontrust. ‘De gebeurtenis met Anne Faber heeft me enorm aangegrepen, ik heb hele dagen aan de tv gekluisterd gezeten. Het is echt de druppel voor veel mensen hier.’ Een bewoonster van het Altrecht-terrein die niet met haar naam, beroep of leeftijd in de krant wil uit angst herkend te worden, zegt al weken doodsbang te zijn. ‘Mijn tienerkinderen kunnen niet meer naar school, ze moeten over het terrein. Je kunt jonge meisjes toch niet laten fietsen tussen mensen die nog niet klaar zijn voor de samenleving. Je gaat ze toch ook niet door oorlogsgebied laten fietsen, dus waarom hier wel?’

‘Het lijkt wel een collectieve shock’, reageert Paul van Egmond. Hij is cpted-expert (Crime Prevention Through Environmental Design) en adviseur op het gebied van openbare orde en veiligheid. In zijn werk heeft hij gezien dat er snel een gevoel van onveiligheid optreedt in gebieden waar weinig andere mensen zijn, of rondom instellingen voor maatschappelijke opvang. ‘Ik vraag me bij deze casus af of er in de afgelopen jaren overlast is geweest, of mensen zich onveilig hebben gevoeld. Bij ieder incident moet je namelijk optreden, het liefst zo veel mogelijk samen met omwonenden.’

‘Je kunt jonge meisjes toch niet laten fietsen tussen mensen die nog niet klaar zijn voor de samenleving’

Die overlast en incidenten zijn er inderdaad geweest rondom Altrecht/Aventurijn. Zo ontsnapte in 2015 Ali B. van een van de afdelingen, over wie media berichtten dat hij vuurwapengevaarlijk was (later bleek het zijn broer te zijn die een vuurwapen had gebruikt). Begin dit jaar werd het dorp getroffen door acht autobranden, waarvoor twee vrouwelijke patiënten van de instelling werden aangehouden. ‘Als gemeente en instelling moet je op zo’n moment slapende honden wakker maken’, legt Van Egmond uit, ‘ook al doe je dat liever niet. Als er een incident is geweest, dan voelt iedereen zich ineens ongerust. Daarom moet je altijd duidelijk communiceren over wat er gebeurt en welke maatregelen er door alle partners genomen worden.’

Het dorp dat tientallen jaren ‘normale gekken’ heeft omarmd, is nu doodsbang voor de ‘criminele gestoorden’ van de forensische instelling. Terwijl het over het algemeen toch niet om ‘zware jongens’ gaat. ‘Iemand die bijvoorbeeld knalpsychotisch is maar niet gevaarlijk gaat naar een fpa’, benadrukt bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie Robbert-Jan Verkes, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Juist deze groep heeft veel begeleiding nodig bij hun terugkeer naar de samenleving. ‘Iemand van de ene op de andere dag uit de gevangenis loslaten geeft een hoge kans op recidive’, stelt hij. ‘Mensen hebben dan geen woning, geen werk, geen sociale contacten – ze hebben een enorme achterstand.’

Dikwijls willen verdachten zelf ook graag beter worden, zegt Verkes. ‘Als iemand bijvoorbeeld manisch is geweest of psychotisch, en de manie of psychose klaart op, dan voelt zo iemand zich vreselijk schuldig over wat hij heeft gedaan. Zo iemand heeft hulp nodig om niet opnieuw in een psychose terecht te komen.’ De psychiater stelt dat het meestal goed gaat bij de resocialisatie van psychiatrisch-forensische patiënten. ‘Het is nu heel erg mis gegaan, maar dit is, hoe erg ook, echt een uitzondering.’

Medium hh 6941318
Psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve © Jeanine van Maris van Dijk / HH

Toch zeggen de dorpsbewoners al jaren drank- en drugsproblemen te ervaren van juist deze groep. Drugsdealers zouden goede klanten hebben aan patiënten van Altrecht. Vrienden die tegenover de dorpsschool wonen, zeggen ze regelmatig te zien dealen op het schoolplein, andere dorpsbewoners zien ze in het bos, op het terrein van de instelling, op het station, ’s avonds op het verlaten terrein van de fabriek en het industrieterreintje aan de andere kant van de provinciale weg. Voorheen liepen er beveiligers door het dorp, maar die zijn een paar jaar geleden vervangen door buurtcoaches. Volgens de woordvoerder van Aventurijn zijn ook dit gediplomeerde beveiligers, toch zeggen veel dorpsbewoners de eerdere bewaking te missen. Bewoonster Gerda Veldhuizen: ‘Ik ben in het bos lastiggevallen door groepjes jongens die achter me liepen te schreeuwen. En bij de Albert Heijn stond een grote, donkere man met veel piercings die iedereen aan de kant duwde.’

In het dorp komt geen einde aan de verhalen over bedreigingen, achtervolgingen, inbraken. In de afgelopen weken is, vanwege de angst, aan de buurtcoaches extra bewaking toegevoegd. Politie-agenten patrouilleren door de woonwijken, politie-auto’s cirkelen door de dorpskern met zijn rijtje winkels en grote regio-supermarkt. Op het kleine treinstation hangen regelmatig mensen rond met bierblikken in hun hand, volgens dorpsbewoners veelal mensen uit de kliniek. Onlangs is tussen de twee perrons een wachtruimte met koffiebar geopend, die met subsidie van de gemeente tot vijf uur ’s middags geopend is. Het moet het gevoel van veiligheid vergroten. Zodra de koffiebar sluit, nemen de bierdrinkers echter vaak in de wachtruimte plaats. ‘Ik ga daar ’s avonds absoluut niet zitten’, zegt een oudere vrouw tegen een vriendin.

Marjan Kuijer is sinds elf jaar wijkagent. Sinds tweeënhalf jaar heeft ze Den Dolder onder haar hoede. Ze vindt het leuk om in het dorp te werken. ‘De weerbaarheid hier is groot. Veel mensen kennen elkaar, inclusief patiënten van de kliniek. Er is daardoor veel tolerantie. Als iemand van de kliniek iets vervelends doet, zegt men vaak: “Het geeft niet, die ken ik.” Het is natuurlijk anders met de patiënten van Aventurijn. Dat zijn niet de “gewone gekken” waar mensen aan gewend waren. Bovendien zijn er veel nieuwe bewoners in Den Dolder.’ Sinds een paar jaar worden nieuwbouwwijken uit de grond gestampt. ‘Die mensen hebben vaak de gewenning aan de kliniek niet.’

Kuijer heeft niet het idee dat in Den Dolder uitzonderlijk veel criminaliteit plaatsvindt, al geeft ze aan dat ze voorzichtig moet zijn in haar bewoordingen. Iedere uitspraak kan op dit moment gevoelig liggen. ‘Elke inbraak is er natuurlijk één te veel’, zegt ze. ‘Maar ik heb het idee dat mensen zich vooral onveilig voelen. Mensen maken bijvoorbeeld melding van een drugsdeal terwijl het gaat om mannen die over een auto staan te onderhandelen. Er wordt wiet gerookt door patiënten van Altrecht, dat klopt. Maar er zijn ook mensen buiten de kliniek die dat doen.’ De wijkagent ziet hoe de focus is komen te liggen op overlast, waardoor sommige dorpsbewoners die overal zien. ‘De meeste gewelddadige incidenten vinden plaats binnen de kliniek. Het dorp merkt daar weinig van.’

Op veel plekken in Nederland is er volgens adviseur Van Egmond sprake van een veiligheidsparadox: hoe veiliger een plek is, hoe ernstiger mensen een inbreuk op hun veiligheid ervaren. Koen Wilgehof herkent dit gevoel. Hij is kunstenaar en huurt sinds een jaar met zijn gezin een huis op het terrein van Altrecht. ‘Ik heb twee prachtige dochters en een prachtige vrouw’, vertelt hij. ‘Mijn eerste gedachte na de moord was: ik kan ze niet beschermen. Ik voelde me machteloos. Pas later bedacht ik dat ik ze ook helemaal niet hóefde te beschermen.’ Wilgehof ziet dat mensen bij overlast vaak meteen naar de patiënten van Altrecht wijzen. ‘Als mijn dochter voor “stoephoer” wordt uitgemaakt is dat dus door een patiënt van Altrecht. Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Er heerst hier nu bij velen het gevoel dat er iets beschermd moet worden.’

ggz-medewerkster Corry Noordhof is geraakt doordat haar dorpsgenoten de kliniek weg willen hebben. ‘De patiënten zijn onze medeburgers. Ze hebben de pech dat ze in de psychiatrie terecht zijn gekomen. Dat zou iedereen kunnen overkomen.’ Ze vindt het ‘reuze meevallen’ met de drank- en drugsoverlast. ‘De een heeft er meer last van dan de ander, maar ik moet zeggen dat ik nooit dronken mensen over het terrein zie lopen. Ook heb ik me nooit bedreigd gevoeld. Ik zie wel eens bierblikjes.’ Wel vindt ze dat er iets gedaan moet worden aan de leegstand van gebouwen op het terrein van Altrecht. ‘Het terrein verloedert en verloedering geeft onveilige gevoelens. Dat vinden wij als bewoners vervelend.’

‘Risico’s zijn niet uit te bannen. Ze horen bij de samenleving. Dit is geen leuke boodschap, maar zo is het wel’

Van Egmond kan dit begrijpen. ‘Als je plekken hebt met leegstand zijn er geen andere mensen in de directe omgeving die iets kunnen betekenen als er iets gebeurt. Dit kan van grote invloed zijn op hoe veilig mensen zich voelen. Met een goede inrichting en onderhoud van het terrein kunnen overlast en criminaliteit voorkomen worden en kunnen ook onveiligheidsgevoelens positief beïnvloed worden.’

Ex-wethouder Bodes de Vries zegt zich in al de jaren dat hij in Den Dolder woont nooit onveilig te hebben gevoeld. Hij vindt de nabijheid van criminelen in de kliniek ‘ongemakkelijk’. ‘Maar’, zegt hij, ‘dat is de Remia-fabriek ook. Zowel bij de fritessausfabriek als bij de kliniek moet je maar hopen dat ze het goed doen. Ze moeten een goede risicoanalyse hebben. Maar je kúnt niet zorgen dat er nooit meer iets gebeurt.’ Wel vindt De Vries dat Altrecht nooit de beveiliging terug had moeten trekken. ‘Maar ik snap het wel’, zegt hij na enig nadenken. ‘Bij Altrecht zitten ze financieel lastig. Het zijn communicatieve mensen, maar hun focus ligt bij de patiënten.’ De ex-wethouder staart even uit het raam. ‘Ik denk dat de vreselijke gebeurtenis met Anne Faber nu wordt verward met de drugsoverlast van de afgelopen jaren. Risico’s en overlast worden op één hoop gegooid.’ Corry Noordhof: ‘Laten we nou heel eerlijk zijn: die forensische instelling zit al twintig jaar op het terrein. De Willem Arntsz Hoeve zit er al honderd jaar. In al die tijd is er nog nooit eerder iets ernstigs gebeurd.’

Criminele psychiatrische patiënten

Grofweg bestaan er drie soorten forensisch-psychiatrische instellingen voor mensen met een psychiatrische problematiek die met justitie in aanraking zijn gekomen: forensisch-psychiatrische afdelingen (FPA’s, in Nederland momenteel vijftien), klinieken (FPK’s, zeven) en centra (FPC’s, zeven). Een FPC is wat in de volksmond een TBS-kliniek heet. Het verschil tussen deze instellingen is het beveiligingsniveau. FPA’s hebben het laagste beveiligingsniveau, gelijk aan een gewone psychiatrische gesloten afdeling. Op een FPA worden patiënten geholpen met resocialisatie. Ze kunnen bijvoorbeeld een opleiding volgen, er wordt gekeken welk soort woning passend is. Tegelijkertijd wordt iemand tijdens zijn verblijf op een FPA behandeld door een psychiater.

Een patiënt heeft in de gevangenis steeds contact met een psychiater, een team dat kijkt hoe hij functioneert. Zit de patiënt aan het begin van de straf, dan gaat hij meestal naar een FPK of FPC, vanwege het ontsnappingsgevaar. Zit hij tegen het einde van zijn straf, dan gaat het meestal om resocialisatie. Als het goed gaat met de patiënt op een FPA mag hij op verlof. Trapsgewijs krijgt hij daarbij steeds meer vrijheden. De behandelaar van de afdeling schat dit in. Wanneer een patiënt vanuit een gevangenis op een FPA is geplaatst, moet de directeur van de gevangenis toestemming verlenen voor iedere volgende stap. Het stappenplan werkt ook omgekeerd: als het slechter gaat met een patiënt, worden zijn vrijheden in stappen ingeperkt. Zomaar een verlof intrekken is alleen mogelijk als daar aanleiding voor is.

De Aventurijn is een forensisch-psychiatrische afdeling (FPA) op het terrein van Altrecht, met twee beveiligde afdelingen, waaronder Roosenburg. De patiënten lijden aan stoornissen als schizofrenie, autismespectrumstoornissen, ADHD, persoonlijkheidsstoornissen en verslavingsziektes. De patiënten pleegden in het algemeen geweldsdelicten, zedendelicten en vermogensdelicten. Er is ook een groep patiënten die de wet niet hebben overtreden, maar die al wel forensische behandeling krijgen om toekomstig delictgedrag te voorkomen. In Roosenburg worden gemiddeld tachtig patiënten behandeld waarvan er op dit moment vijftien worden voorbereid op terugkeer in de samenleving.

Zou een fpa niet beter in de stad kunnen staan, tussen mensen zodat er sociale controle is, in plaats van in een stil bos? Volgens psychiater Verkes maakt dit niet per se uit. ‘De locaties van tbs-klinieken verschillen nogal in Nederland. De vroegere tbs-kliniek Oldenkotte lag midden op het platteland bij het dorp Rekken in de Achterhoek. Toen deze kliniek zou worden opgeheven, vanwege overcapaciteit, waren vele inwoners van Rekken het daar niet mee eens.’ Volgens adviseur Van Egmond hangt veel af van de doelgroep die in een instelling zit en hoe de inrichting van de omgeving eruit ziet. Stad of bos maakt volgens hem op zich niet veel uit. Hij denkt dat gevoelens van onveiligheid voor een deel ontstaan door gebrek aan leiderschap en heldere communicatie. Hij ziet hoe politici en bestuurders vaak veel moeite steken in communicatie als er dingen fout gaan. ‘Maar dan staan de zaken onder druk en luisteren mensen niet rustig meer. Daarom moet je júist ook in goede tijden laten zien wat er gebeurt en wat je doet.’ Transparantie is daarbij heel belangrijk, zegt Van Egmond. ‘Wat voor mensen zitten er in zo’n kliniek, wat voor risico’s zitten daaraan? Een incident als deze moord en het gevoel erover, dat blijft natuurlijk heel lang hangen. Als gemeente kun je laten zien dat de risico’s beperkt zijn en dat je er alles aan doet om ze in te perken.’ Maar, vindt de adviseur, ‘bij dit alles hoort ook de boodschap dat risico’s niet uit te bannen zijn. Ze horen bij de samenleving. Dit is geen leuke boodschap om te brengen, maar zo is het wel.’

Van Egmond raadt Altrecht en Aventurijn aan om dorpsbewoners zo veel mogelijk bij de instelling te betrekken, te laten zien ‘dat het maatschappelijk goed is wat er in de kliniek gebeurt’. Onbekend maakt immers verdacht. ‘Als mensen anders zijn dan jij, onvoorspelbaar, dan ga je je onbehaaglijk voelen.’ Hoogleraar Verkes adviseert de instelling om open dagen te organiseren. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de meeste patiënten, zelfs in tbs, zorg nodig hebben. Met z’n allen moeten we goed blijven communiceren wat voor plaats de forensisch-psychiatrische instellingen in de samenleving hebben.’

Op dit moment doen Altrecht, Aventurijn en de gemeente Zeist hun best om zo zichtbaar en transparant mogelijk te zijn, met een website, bewonersbijeenkomsten (in de kerk, de grootste ruimte in Den Dolder), plaatsing van straatlantaarns in het bos en brieven met informatie. In de weken na de aanhouding van Michael P. stond een kraam op het pleintje tegenover de bakker en bloemist. Dagelijks stonden hier agenten en wethouders van de gemeente om vragen van bewoners te beantwoorden. Vaak stonden er twee of drie dorpsbewoners aan een van de statafels te discussiëren. ‘Wat moet ik nou?’ riep een bewoonster. ‘Ik woon al dagen ergens anders omdat ik niet meer naar huis durf.’ De wethouder reageerde bedremmeld. ‘We kunnen helaas niet meer antwoorden geven mevrouw.’

Veel dorpsgenoten vinden echter dat er nog steeds te weinig politie op straat is. Bovendien kan Aventurijn om privacyredenen geen antwoord geven op de meest prangende vragen: wie zitten er precies in de forensische kliniek, wat zijn de delicten en hoe hoog zijn de risico’s? Als ik contact zoek met de kliniek verzucht woordvoerder Lilian Jansen dat ‘de boosheid maar niet wil gaan liggen’. Na intern overleg besluit ze geen uitgebreid interview te geven, al had ze graag meegewerkt. ‘Het vreselijke incident heeft enorme impact op onze medewerkers. De tijd is er nog niet rijp voor. Alles ligt nog zo gevoelig.’ Medewerkers van Aventurijn hebben in de afgelopen tijd bedreigingen ontvangen. Jansen vertelt dat Altrecht en Aventurijn momenteel intensief samenwerken met de gemeente Zeist en de politie om de rust en het gevoel van veiligheid terug te brengen. Floor van Dijk, directeur van Aventurijn, gaf op een bewonersbijeenkomst te kennen dat de fpa al lange tijd rondleidingen gaf voor bewoners, en dit in de toekomst, ‘als alles weer wat rustiger is’, weer zal doen.

In de plaatselijke boekwinkel keuvelt een Dolderse dame op leeftijd aan de kassa met de winkelierster. Zoals vaak in de afgelopen maanden komt het gesprek als vanzelf op ‘de moord’ en ‘de kliniek’. ‘We moeten maar gewoon de uitslagen van de onderzoeken afwachten’, verzucht de dame tenslotte. En dat is wat veel Doldenaren nu doen. De inspecties van Justitie & Veiligheid en Gezondheid & Jeugd voeren op dit moment onderzoeken uit bij Aventurijn om antwoord te vinden op de vraag hoe de levensgevaarlijke patiënt Michael P. vrij kon rondlopen. Uit het eerste deel komt naar voren dat de inspecties tevreden zijn over de maatregelen die de kliniek heeft genomen na de moord op Anne Faber en dat ze ‘constateren dat er geen signalen zijn gevonden die op dit moment een actief ingrijpen in de geleverde zorg noodzakelijk maken’. Wel vragen de inspecties het bestuur van Aventurijn om verbeteringen in de personeelsbezetting en aangaande de verslavingsproblematiek door te voeren. ‘Zwaardere gevallen’ worden voorlopig niet op de fpa geplaatst.

Niet alle Doldenaren wachten af. Er komen ook positieve initiatieven op. Zo startten Koen Wilgehof en zijn vrouw Dees een project waarbij ze een bontgekleurde pianovleugel laten inhuren door plaatselijke organisaties. Dees Wilgehof: ‘Door samen te spelen en zingen gaat je hart open. Dan is het makkelijker daarna met elkaar in gesprek te gaan.’ Op deze manier hopen de kunstenaars mensen dichter bij elkaar te brengen. Koen Wilgehof: ‘Nu is het nog de tijd dat mensen gehoord moeten worden in hun emotie. Maar uiteindelijk gaat het erom dat we met z’n allen verder gaan.’