Profiel: Floris van Rosemondt

De onsterfelijke ridder

Als het heden gevierde vijftigjarige jubileum van de televisie in Nederland één ding aantoont, is het wel dat vooruitgang niet bestaat. Programma’s uit de pionierstijd van de vaderlandse beeldbuis, toen er nog maar twee kanalen waren en de zwartwitbanden met lijm aan elkaar werden geplakt, blijken de tand des tijds moeiteloos te doorstaan, terwijl de producties van het huidige veelkoppige commerciële tijdgewricht al zijn vergeten voordat de aftiteling met de waslijst aan sponsors voorbijrolt. Zo is de jeugdserie Floris uit 1969 nog altijd onovertroffen. De twaalfdelige serie van regisseur Paul Verhoeven heeft ruim dertig jaar na dato niets van haar attractiviteit verloren, hetgeen wel bleek toen Floris eerder deze maand door de NPS in de vroege ochtend werd herhaald en per aflevering meer dan 250.000 kijkers trok.

Met name in de provincie Gelderland, ironisch genoeg het graafschap waar de Brabantse Floris zo verwoed tegen streed, is de Floris-gekte niet meer te stuiten. Omroep Gelderland deed onlangs goede zaken met een Floris-marathonuitzending, compleet met een documentaire van Paul Versteegen over de totstandkoming van Neerlands eerste superproductie. Daartoe toog hij onder meer naar Hollywood, waar hij sprak met Paul Verhoeven en Rutger Hauer, die onthulden dat een eerdere poging om Floris opnieuw te maken stuitte op tegenstand vanuit Nederland. Ook wist Omroep Gelderland de hand te leggen op het dertiende deel van de originele serie, de documentaire Rondom Floris, die Verhoeven indertijd zelf had gemaakt als afsluiting van de serie, maar die in het archief van de NPS al lang was zoekgeraakt. «Toen Floris dertig jaar geleden werd gemaakt, was dat hier in Gelderland een sensatie. Tachtig procent van de opnamen werd hier geschoten, bijvoorbeeld op de Ginkelse heide en in kasteel Hernen dat model stond voor slot Oldestein. Dat veroorzaakte indertijd een hele volksoploop, want zoiets was in Nederland nog nooit vertoond. Vandaar wellicht dat Floris in Gelderland altijd is blijven leven.»

Er is sprake van een ware Floris-cult, en een remake zit er dan ook aan te komen. De makers van de succesvolle speelfilm Costa! broeden heden op een herverfilming van de avonturen van de zestiende-eeuwse Bourgondische ridder Floris van Rosemondt, de rol die de carrière van Neerlands grootste filmheld Rutger Hauer lanceerde. Scenarioschrijver Gerard Soeteman is op verzoek van Joop van den Ende al druk doende met het script. In 2003 moet de Floris-film in de bioscopen te zien zijn. Mogelijk volgt dan ook een nieuwe serie op tv. Als kandidaten voor de hoofdrol worden onder anderen Antonie Kamerling en Daan Schuurmans genoemd, twee jonge acteurs met een soapverleden. Rutger Hauer, die allang is verhuisd naar Hollywood, zou een kleine bijrol krijgen, bijvoorbeeld als vader van Floris. Voor Sindala, de mystieke kompaan van de ridder, die in de tv-serie werd vertolkt door Jos Bergman (heden kunstschilder) zou in het nieuwe script geen plaats meer zijn. Ter wille van de internationale verkoopbaarheid van de film zou hij worden vervangen door een oosterse karatespecialiste (waar dan wel weer Endemol-diva Katja Schuurman voor zal worden geselecteerd).

Of de beoogde remake het origineel zal doen vergeten, mag worden betwijfeld. Op een of andere geheimzinnige manier kwam bij de verfilming van Floris in 1969 al het talent dat Nederland telde samen. Uit alles in de serie straalt kracht en elan, van de aanstekelijke openingstune, de fantastische prestaties van het gehele acteursensemble en de dynamische gevechtsscènes van het stuntteam onder leiding van Hammie de Beukelaer tot het zeer ingenieuze scenario, rijkelijk gestoffeerd met historische personages uit het begin van de zestiende eeuw. Rutger Hauer speelt Floris niet, hij is Floris, en het mag als een goddelijke interventie worden beschouwd dat Carol van Herwijnen, de acteur die aanvankelijk was uitverkoren voor de hoofdrol, vanwege verplichtingen elders op het laatste moment moest bedanken voor de eer (met zijn carrière zou het vervolgens nooit meer iets worden, met als dieptepunt een afstraffing van een hem slecht gezinde toneelrecensent voor het oog van de camera bij Hanneke Groenteman).

Hauer was in Floris de eerste Nederlandse acteur die zuiver fysiek acteerde, met de brutale arrogantie die hem later ook in Turks fruit (ook van de hand van Verhoeven en Soeteman) zou doen schitteren, en hem nog later in zijn Amerikaanse periode goed van pas kwam bij het uitbeelden van SS'ers en seriemoordenaars, zijn specialiteit in Hollywood. Maar ook de andere acteurs waren onvergetelijk: Jos Bergman zette een zeer overtuigende Sindala neer, zelfs in de ruiterscènes waarvoor hij dodelijk bevreesd was (speciaal voor hem had Verhoeven een dwergpony ingehuurd). Het mag een groot verlies voor de Nederlandse cinema heten dat Bergman na Floris het toneelvak verliet en zich toelegde op de schilderkunst. Maar ook de andere rollen waren onvergetelijk: Hans Boskamp als Lange Pier, de zelfbenoemde «koning der Friezen», Hans Culeman als de gevreesde Gelderse rovershoofdman Maarten van Rossum, de aanbiddelijke Diana Dobbelman als gravin Ada — stuk voor stuk overschreden de acteurs van Floris hun eigen grenzen en die van het tot dan toe zo bordkartonnen drama van de Nederlandse tv.

Toen Turks fruit twee jaar geleden op de Utrechtse filmdagen werd uitverkozen tot beste Nederlandse film van de eeuw, stond Jan Wolkers in zijn feestrede ook even stil bij Floris, de serie waar Turks fruit het natuurlijke vervolg op was. Wolkers beschreef Floris als een expressie van de ontluikende geest van de vrijheid in het Nederland van eind jaren zestig: «Het hing al heel lang in de lucht. Je rook de friste. Zoals je op de eerste warme maartse dag door een wolk van vlinders omstoven wordt die de winter hebben overleefd. Citroenvlinders, dagpauwogen, koolwitjes. Primavera! Het zwart der mannenbroeders die de cultuur al te lang bezeverd hadden, droop weg als dropwater. De jeugd eiste ruim baan. Stropdassen en vesten werden aan de wilgen gehangen. De spijkerbroek, die feestelijk alle konten en kanten van het lichaam ten toon spreidde, beheerste het straatbeeld. Zoals Herman Gorter dichtte: ‹Jeugd overwint legers van pijn en neemt de sterke stad der toekomst hopend in.› Ja, het hing al heel lang in de lucht, die geur van vrijheid. Het kondigde zich onomstotelijk aan in de door Paul Verhoeven en Gerard Soeteman zo geestig en spannend gemaakte serie Floris, waarin je kon zien dat ook Nederlanders zich met natuurlijke levendigheid over filmdoek en televisiescherm konden bewegen, zonder dat je je afvroeg of de prothesen niet gesmeerd moesten worden. Uit die serie werd de held gerekruteerd voor de verfilming van Turks fruit. Daar had je hem dan, Rutger Hauer, van wie alleen de musculatuur nog wat uit moest groeien tot robuuste jeune premier. Daar had je ook Grutte Pier die met zijn geweldenaarsgestalte — we kennen allemaal de roeibootscène — juist weer tot de gewone proporties van het confectiepak teruggebracht moest worden om als Hans Boskamp een rol te kunnen spelen in de film. Ze hoefden niet eens op talentenjacht. Ze waren er al.»

Toen Floris in 1969 voor het eerst werd uitgezonden, leidde dat direct tot instant-verslaving bij het publiek. De kijkdichtheid op zondagavond voor Studio Sport overschreed maar liefst 45 procent van het totale aantal kijkers, aantallen waar de hedendaagse tv-maker niet eens meer van durft te dromen. Van meet af aan was duidelijk dat hier iets groots was verricht. Eindelijk was er een vaderlands antwoord op de populariteit van Ivanhoe, de door Roger Moore gespeelde Britse tempelier die eerder voor kijkrecords had gezorgd.

Dat Floris kon uitgroeien tot een nationale sensatie had ongetwijfeld te maken met de mythische connotaties van de Floris-figuur. De naam Floris heeft nog altijd een magische klank in het Nederlandse taalgebied, hetgeen vooral op het conto moet worden geschreven van Floris V, de «keerlen god», de zo jammerlijk aan zijn eind gekomen heerser uit het geslacht van de graven van Holland. Niet voor niets wijdde Frits Bolkestein in een eerder leven nog een heel shakespeareaans drama aan de tragedie rond deze illustere aristocraat. De Floris van Verhoeven en Soeteman had natuurlijk niets te maken met Floris V. Deze leefde ruim twee eeuwen eerder dan de tijd waarin hun Floris-serie speelde. De door Hauer vertolkte Floris van Rosemondt heeft nimmer echt bestaan, maar appelleerde wel aan het middeleeuwse volksgeloof in de Floris-figuur als een messias die in naam van het geknechte volk ten strijde trekt tegen valse heersers. De Floris-serie maakte zo iets van historisch besef wakker in het anders zo a-historisch denkende Nederland. Zelfs het gegeven dat Floris zijn missies uitvoert in opdracht van de heersers van het Bourgondische rijk (en dus paaps moet zijn georiënteerd) mocht de pret niet drukken in het protestantse polderland. In die zin kan Floris worden opgevat als een geheime campagne tegen de geest van de Tachtigjarige Oorlog. Dat moet de katholiek opgevoede Paul Verhoeven (van wie nog altijd een grote Jezus-film wordt verwacht) heimelijk veel plezier hebben gedaan.

Verhoeven werd indertijd door Floris-producent Max Appelboom uitverkoren vanwege zijn gebleken talent voor actiescènes in een door hem vervaardigde documentaire over het Korps Mariniers. Hij spaarde kosten noch moeite om een zo realistisch mogelijk beeld te geven van het herfsttij der Middeleeuwen, compleet met leprozen, heksen, kwakzalvers en bedelaars. De begroting werd ruim overschreden: Floris kostte op de kop af twee miljoen gulden, terwijl de NOS er zes ton voor had gereserveerd. Verhoeven en Soeteman hadden nog een tweede Floris-serie in gedachten, maar kregen daartoe geen toestemming van de NOS, die door de andere omroepen — jaloers op het succes — fel werd bekritiseerd vanwege «oneerlijke concurrentie». Zo bleven Verhoeven en Soeteman zitten met een heel pakket onverfilmde Floris-afleveringen, waarvan zij dankbaar gebruik maakten bij hun Hollywood-verfilming van het middeleeuwse epos Flesh and Blood (1985), met alweer Rutger Hauer in de hoofdrol.

Tegen die tijd waren Rutger Hauer en Paul Verhoeven al voorgoed verloren voor de Nederlandse film. Hauer werd een internationale ster met zijn vertolking van een moordzuchtige cyber-robot in Ridley Scotts kassakraker Blade Runner (1982), hij vertolkte Adolf Eichmann in een Amerikaanse tv-serie over de holocaust en legde zich op latere leeftijd toe op onafhankelijke kunstfilms van met name Italiaanse makelij, waarmee hij zijn imago als de ideale sociopaat wist af te werpen ten faveure van meer gewaagde rollen, zoals die van de gekwelde alcoholist in Leggenda del Santo Bevetore (1988), de verfilming van Joseph Roth’ klassieke roman Die Legende vom Heiligen Trinker.

Tegenwoordig behoort Hauer tot de cinematografische elite van de planeet en wordt hij nauwelijks nog in Nederland gesignaleerd. Zijn imago als de onverschrokken nomade uit de Floris-tijd is echter nog geheel intact. De publiciteitsschuwe filmheld schijnt nog altijd te leven in een trailer en staat vandaag de dag aan het hoofd van een eigen stichting ten bate van het milieu. Even leek het erop dat hij in een Nederlandse film zou terugkeren, en wel in de verfilming van het leven van milieu piraat Paul Watson, maar deze Nederlandse superproductie ging voortijdig ter ziele door financieringsproblemen. Of Hauer daadwerkelijk bereid is een bijrol te spelen in de nieuwe Floris-film is vooralsnog onbekend. Eén ding staat echter vast: nimmer zullen Antonie Kamerling, Daan Schuurmans of Danny de Munck (om maar enkele kandidaat-Florissen te noemen) in staat zijn zijn Floris te doen vergeten.