Profiel: John Kerry

De onstuitbare Ketchup Boy

In december leek John Kerry een vogel voor de kat. Zijn campagne voor de Democratische nominatie sloeg niet aan, zijn supporters verloren de moed en de media verklaarden zijn kandidatuur op sterven na dood. Een maand later lijkt Kerry onstuitbaar op de overwinning af te stevenen. De Democraten sluiten hun rangen achter de nieuwe vaandeldrager. Niet omdat ze geloven dat hij de beste is, maar omdat hij volgens de polls de enige kandidaat is die George Bush kan verslaan.

«Laat hem maar komen», zeiden de Republikeinen toen John Kerry zich in 2002 als eerste Democraat kandidaat stelde voor het Witte Huis. «Een Massachusetts liberal, daar hebben we ervaring mee.» Ze herinnerden zich Michael Dukakis, die door de vader van de huidige president in de pan werd gehakt bij de verkiezingen van 1988. Dukakis was toen gouverneur van Massa chusetts, een noordoostelijke staat die meer liberal, progressief, denkt dan de rest van het land, en Kerry zijn luitenant-gouverneur. Maar Kerry is geen Dukakis. Bush senior kon het gebrek aan buitenlandse en militaire ervaring van zijn tegenstander moeiteloos ridiculiseren. Dukakis’ poging daar wat aan te doen door met een te grote helm op onwennig te poseren op een tank maakte het alleen maar erger.

Als Kerry zijn tegenstander wordt, zal Bush junior het niet zo gemakkelijk hebben. In Kerry’s kantoor hangen twee foto’s die zijn troefkaarten goed illustreren. Op de ene staat hij in militair uniform in Vietnam. Op de andere staat hij naast John Lennon op een anti-oorlogsdemonstratie. De Republikeinen hebben de neiging iedereen die het niet met Bush eens is van landverraad te beschuldigen. Maar de president, die tijdens het Vietnam-conflict zelf ver van het strijdgewoel bleef, kan het patriottisme van oorlogsheld Kerry niet straffeloos in twijfel trekken. Tegelijkertijd dwingt Kerry door zijn rol in het verzet tegen de Vietnam-oorlog respect af van kiezers die de militaristische koers van Bush verwerpen. «Kerry is Bush’ ergste nacht merrie», zei Kathleen Sullivan, de Democratische partijvoorzitster van New Hampshire.

De Massachusetts liberal waar zijn bewonderaars Kerry mee vergelijken is niet Dukakis maar de legendarische John Kennedy. Kerry heeft dezelfde initialen (JFK), dezelfde wilde haardos, dezelfde godsdienst (katholiek), ging net als Kennedy vrijwillig in dienst bij de zeemacht en werd net als Kennedy commandant van een patrouilleboot. Als kind mocht hij ooit met Kennedy zeilen, als jongeman vrijde hij met het halfzusje van Jackie Kennedy, en later werd Ted, de jongere broer van JFK, zijn politieke mentor.

Maar volgens zijn fans deelt Kerry vooral Kennedy’s idealisme en doorzettingsvermogen. Dat hij een harde werker is die niet van opgeven weet, erkennen zelfs zijn tegenstanders. Tijdens zijn eerste verkiezingscampagne putte hij zichzelf zo uit dat een medewerker hem eens slapend in de douche vond. De Kennedy-broers waren berucht om hun competitieve aard, in sport en spel zowel als in de politiek. Kerry heeft net als zij de neiging zijn grenzen af te tasten. De zestigjarige, magere, één meter negentig lange politicus ontspant zich met windsurfen, deltavliegen, snowboarden en andere extreme sporten. Hij bestuurt zijn eigen vliegtuig en leerde geblinddoekt zeilen. In Pamplona liep hij voor de stieren uit, werd vertrapt, krabbelde op en greep er eentje bij de hoorns. «Hoe meer stress en druk, hoe beter hij functioneert», zegt zijn oud-collega senator Tim Wirth.

Kerry’s moeder stamt net als de Kennedy’s uit een oude familie uit Boston. Zijn groot vader was een Tsjechische jood die naar Amerika emigreerde en zijn naam veranderde van Fritz Kohn naar Fred Kerry. Later, na een mislukte zakencarrière, schoot hij een kogel door zijn hoofd in het toilet van een bar in Boston. Zijn zoon werd diplomaat, en zo kwam het dat John en zijn drie broers een deel van hun jeugd in Europa doorbrachten.

Toen hij elf was werd John naar een internaat in Zwitserland gestuurd. Als kind reisde hij alleen per trein door Zwitserland en West- en Oost-Duitsland om zijn ouders in Berlijn te bezoeken. «Het gaf me zelfvertrouwen.» Hij fietste door Berlijn, zag de ruïne van Hitlers bunker en verkende tot ontzetting van zijn vader Oost-Berlijn. Ondanks zijn jeugd was hij diep onder de indruk van Berlijn: «Het maakte me bewust van de impact die de politiek op het leven van mensen heeft.»

Later kwam John Kerry op een privé-school in New Hampshire terecht en daarna, net als Bush en de Democratische rivalen Howard Dean en Joe Lieberman, op de Yale-universiteit. Hij werd lid van de meest elitaire club van deze campus, de Skull and Bones, een geheim genootschap waar slechts vijftien studenten per jaar bij mogen. De bonesmen ondergaan bizarre inwijdingsrituelen en worden geacht elkaar in hun verdere carrière bij te staan. Bush senior en junior waren ook lid en de huidige president benoemde tien bonesmannen op hoge posities. Toen Kerry werd gevraagd wat het betekende dat zowel hij als Bush tot die club behoorde, antwoordde hij met een nerveus lachje: «Niet veel.»

Toen hij in 1966 zijn eerste diploma had behaald trad Kerry in dienst van de zeemacht, ondanks zijn twijfels over de escalerende Vietnam-oorlog. Hij kreeg het bevel over een patrouilleboot in de Mekongdelta. Volgens getuigenissen was hij een kundige en moedige commandant. In Iowa en New Hampshire kwamen Vietnam-veteranen, waaronder een Republikein, vertellen dat ze hun leven aan Kerry dankten. Dat maakte meer indruk dan honderd reclamespots. Kerry raakte in Vietnam drie keer gewond. Beladen met decoraties zwaaide hij in 1970 af, verbitterd: hij had zijn vrienden zien sterven. Waarvoor?

Kerry werd medeleider van de Vietnam Veterans Against the War en organiseerde in 1971 een grote protestmars in Washington. Hij werd uitgenodigd te getuigen voor de senaatscommissie van Buitenlandse Zaken en hield er een gepassioneerde speech. «Hoe vraag je een man de laatste te zijn die sneuvelt in Vietnam?» sprak hij. «Hoe vraag je hem de laatste te zijn die sterft voor een vergissing?» De speech, rechtstreeks op tv, maakte hem nationaal bekend. Het volgende jaar nam hij deel aan de congresverkiezingen als vredeskandidaat, maar zelfs voor Massachusetts was hij toen nog te radicaal. Het was de enige verkiezing die hij ooit verloor.

Kerry keerde terug naar de universiteit en maakte zijn rechtenstudie af. Intussen was hij getrouwd met Julia Thorne, de zus van een medestudent. Het paar kreeg twee dochters, maar het huwelijk eindigde na dertien jaar in een pijnlijke echtscheiding. Na zijn studie werd Kerry assistant district attorney, een positie die de functies van onderzoeksrechter en procureur combineert en die vaak een springplank is naar de politiek. Misdaadbestrijding staat in de VS immers vaak in de schijnwerpers. In 1982 werd hij verkozen tot luitenant-gouverneur en twee jaar later veroverde hij een senaatszetel. In die functie werd hij drie keer herkozen.

Zijn collega’s in de Senaat situeren hem aan de linkerkant van het politieke centrum. Hij ijverde voor meer wapencontrole, voor legale abortus, tegen de doodstraf maar ook, ondanks verzet van de vakbonden, voor vrijhandel met Mexico en voor de beknotting van het recht op sociale bijstand. Hij leidde een onderzoek van het Congres naar de BCCI, een bank die betrokken was bij financiële transacties van drugssmokkelaars en terroristen. Samen met een andere Vietnam-veteraan, John McCain, leidde hij een onderzoek dat concludeerde dat Vietnam geen Amerikaanse krijgsgevangenen meer had en baande hij de weg voor de opheffing van het handelsembargo tegen Vietnam in 1994. Hij leidde de strijd tegen olieboringen in een natuurpark in Alaska. Zijn jongste wapenfeit is een wet die de regering-Bush verbood de beveiliging van luchthavens uit te besteden aan privé-firma’s.

Op een VN-milieuconferentie in 1992 ontmoette Kerry een flamboyante, knappe, schatrijke weduwe. Drie jaar later trouwde hij met haar. Voor zijn bruid Teresa was het de tweede keer dat ze een senator als man had. Zij groeide op in Mozambique als dochter van een Portugese dokter. In New York, waar ze als tolk werkte voor de VN, leerde ze John Heinz kennen. Heinz’ familie was rijk geworden van ketchup. Na hun huwelijk ging Heinz de politiek in en werd senator voor de Republikeinen. In 1991 botste hij met zijn privé-vliegtuig tegen een helikopter en stortte neer. Teresa erfde ruim een half miljard dollar en kreeg het beheer over een liefdadigheidsfonds met een budget van 1,2 miljard.

Sinds hun huwelijk noemen tegenstanders Kerry schamper de Ketchup Boy. Hoewel hij Teresa’s fortuin niet mag gebruiken voor zijn verkiezingscampagne geeft het hem wel bodemloos krediet. Hij kan overheidssubsidies voor zijn campagne weigeren zodat hij, in tegenstelling tot kandidaten die die wél aanvaarden, zoveel mag uitgeven als hij wil. Alleen president Bush, die voor zijn campagne al 120 miljoen heeft vergaard, en Howard Dean, die ruim veertig miljoen bijeen kreeg via internet, zitten in dezelfde royale positie.

Sommige medewerkers van Kerry vreesden echter dat Teresa ondanks haar geld roet in Kerry’s eten zou gooien. Amerikanen houden van first lady’s die bewonderend naar hun man opkijken. Maar Teresa Heinz-Kerry is geen Laura Bush. Ze neemt geen blad voor de mond. In een interview in The Washington Post met de Kerry’s sprak ze haar man regelmatig tegen en noemde ze haar eerste echtgenoot haar grote liefde. Van verkiezingscampagnes heeft ze geen hoge dunk. Toen de Republikeinen haar vroegen zich kandidaat te stellen om haar eerste man op te volgen weigerde ze, want: «In politieke campagnes sterven echte ideeën en worden lege beloften geboren.»

Grote kwesties van oorlog en vrede, van Vietnam tot Irak, domineerden Kerry’s car rière. Toen de eerste president Bush het Congres vroeg een resolutie goed te keuren die het licht op groen zou zetten voor de Golfoorlog stemde Kerry samen met de meerderheid van de Democraten tegen. Toen de oorlog zonder veel problemen naar een snelle overwinning leidde, bleek dat een impopulaire stem. De resolutie die de jongere president Bush het Congres voorlegde en die hem zou toestaan Irak aan te vallen, kreeg wél Kerry’s steun. Opnieuw maakte hij zich impopulair, bij de Democratische kiezers, nadat de oorlog was afgelopen en de ellende van de bezetting begon. Kerry verloor steeds meer terrein in de polls, terwijl Howard Dean, die de oorlog had veroordeeld, in de lift zat. «Zijn stem inzake Irak is een last die hij niet kan afleggen», schreef The Boston Globe. «Beeld je in hoe frustrerend dat voor Kerry moet zijn. Een oorlog lanceerde zijn politieke ambities. Een andere kan ze beëindigen.» Kerry probeerde de schade te beperken door tegen het budget van 87 miljard dollar te stemmen dat nodig was om de bezetting te financieren. Velen vonden deze draai tegenstrijdig.

Kerry lijkt zijn standpunten telkens aan te passen aan de polls. Hij stemde voor de Patriot Act, een repressieve wet die tot stand kwam in het chauvinistische klimaat na 11 september, maar bekritiseerde die wet toen die impopulair werd. Naarmate de bezetting van Irak bij het volk minder goed kwam te liggen, werd Kerry scherper in zijn veroordeling van de oorlog. Maar toen de vangst van Saddam het patriottisch triomfalisme opnieuw deed oplaaien, richtte hij zijn pijlen weer op Dean, omdat die de invasie niet had gesteund.

Uiteindelijk speelde Irak bij de eerste voorverkiezingen geen grote rol. Bij de exit polls in Iowa en New Hampshire bleek dat de meeste Democratische kiezers tegen de oorlog waren, maar dat dit zelden hun keuze beïnvloedde. Verkiezingen gaan over de toekomst. Terwijl de standpunten van Dean en Kerry over de juistheid van de oorlog verschillen, zijn ze het nagenoeg eens over de bezetting. Beiden willen een grotere rol voor de VN, maar zijn tegen de terugtrekking van de Amerikaanse troepen.

Waarom werd Kerry dan plotseling de favoriet? Zijn campagnestijl is sinds december verbeterd en de media leken samen te spannen om van Dean gehakt te maken. Maar volgens Tom Vilsack, de gouverneur van Iowa, is dat niet de enige reden van Kerry’s comeback. Vorig jaar geloofden de meeste Democraten dat Bush niet te kloppen zou zijn, aldus Vilsack, en daarom steunden ze protestkandidaat Dean, die hun oppositie het best en hardst verwoordde. Maar met name door de stijgende onrust over de economische toekomst van Amerika groeide het gevoel dat Bush kan verliezen. Daarom won Kerry, wiens kansen tegen Bush hoger worden ingeschat.

Veel Democraten hebben nog twijfels over Kerry, die zich in hun ogen te goed thuis voelt in Washington — hij kreeg van alle senatoren het meeste geld van lobbygroepen. Hij wekt geen passie op zoals Dean. «Hij zegt de juiste dingen, maar zonder enige magie of muziek», klaagt David Corn in het linkse weekblad The Nation. Maar het verlangen om Bush te zien verliezen, prevaleert bij de Democraten. Zelfs Reagan polariseerde Amerika niet zoals Bush dat deed. De Democraten strepen af. Dean klinkt te scherp en heeft geen ervaring in buitenlandse politiek. Clark heeft geen enkele politieke ervaring. Lieberman inspireert niet en Edwards is te jong. Kerry dus, voor velen bij gebrek aan beter. Hij heeft in ieder geval een cv waar Bush alleen maar van kan dromen.