De ontaarde spelen olympiade

Niemand kijkt er van op dat van sportfeesten mediaspektakels worden gemaakt. Maar bij het weerzien van ‘Olympiade’ uit 1936 zal toch menigeen even met de ogen knipperen. Nog nooit werd een leugen zo perfect vormgegeven.
Die Olympischen Spiele und der Nationalsozialismus Berlin 1936 is nog tot 18 augustus te zien in de Ehemalige Staatskunsthalle in Berlijn.
‘WIJ ZULLEN charmanter zijn dan de Parijzenaars, luchtiger dan de Weners, levendiger dan de Romeinen, kosmopolitischer dan de Londenaren en praktischer dan de Newyorkers!’ Het blad Der Angriff maakte wereldkundig dat de nieuwe nationaal-socialistische samenleving zich ordelijk en eensgezind aan de wereld zou presenteren. De Olympische Zomerspelen van 1936 moesten een groot succes worden - hetgeen lukte.

Zes decennia later, in de tentoonstelling Die Olympischen Spiele und der Nationalsozialismus Berlin 1936, wordt de besmette Olympiade afstandelijk omschreven als ‘een groot internationaal sportfeest en een spectaculair mediaspektakel’.
De elfde Olympische Zomerspelen van 1936 werden op 1 augustus geopend door Rijkskanselier Adolf Hitler, begeleid door de tonen van een speciaal voor dit doel gegoten bronzen klok. Op de rand stond: 'Ich rufe die Jugend der Welt!’ En uitgerekend op 1 augustus 1936 werden de eerste gevangenen in het geheim naar het zojuist voltooide concentratiekamp Sachsenhausen gebracht. Ondertussen deden radio, film en televisie opgewonden en uitgebreid verslag van de nazi-Olympiade.
Anderhalf jaar later beleefde Leni Riefenstahls Olympia - de tweedelige reportage van de Spelen van 1936 - haar Weltauffuhrung in Hitlers favoriete bioscoop, het Ufa-Palast am Zoo in Berlijn. De 'celluloid Olympiade’ is inmiddels beroemder dan de echte Spelen. De film werd meermalen bekroond en staat nog steeds te boek als de mooiste sportfilm ooit gemaakt.
Cultuurbeschouwers van het Grootduitse Rijk verklaarden dat Olympia beschouwd moest worden als 'staatspolitisch wertvoll, kunstlerisch wertvoll, kulturell wertvoll und volksbildend’. Vanzelfsprekend draaide Riefenstahl Olympia voor de thuismarkt helemaal in de geest van de nazi-filosofie, met veel close-ups van blondgekuifde en forsgekinde, 'arisch’ ogende sporters. Aan de andere kant schrok ze er niet voor terug om in de voor export bestemde 'gedenazificeerde’ Olympia opnamen te verwerken van de beminnelijke kampioen Jesse Owens en andere 'gekleurde’ atleten, plus opnamen van de joods-Duitse deelneemster Helene Mayer - de cause celebre van de Spelen.
In bioscoopjournaals kreeg de wereld te zien hoe ongeveer 4300 Olypiers in het nieuwe Berlijnse stadion, vol vlaggen, vaandels en schijnwerpers, langs de camera’s marcheerden. De stoet passeerde ook de eretribune van de Fuhrer om hem met opgeheven rechterarm en gestrekte hand de deutschen Gruss te brengen. Voor de gelegenheid was de Hitlergroet tot Olympische groet gepromoveerd. Alleen de ploegen van Engeland en Japan onthielden zich van deze plichtpleging.
Riefenstahls Olympia haalt de beelden terug: de fanfare en de eenentwintig saluutschoten, het wegfladderen van honderden witte vredesduiven, de door drieduizend koorzangers aangeheven nieuwe Olympia- hymne van Richard Strauss - 'Freudvoll sollen Meister siegen, Siegesfest Olympia! Freude sei noch im Erliegen, Friedenfest Olympia!’ - het binnenhollen van de laatste estafetteloper met zijn fakkel, de namens de Olympiers afgelegde eed van de Duitse kampioen gewichtheffen Rudolph Ismayr, en uiteraard de, volgens germanisten grammaticaal onjuiste openingswoorden van Adolf Hitler: 'Ich erklare die Spiele in Berlin zur Feier der elften Olympiade neuer Zeitrechnung als eroffnet.’
Het Nederlands Olympisch Comite stuurde honderdvijftig sportlui naar Berlijn, die in zestien disciplines uitkwamen. In overvolle vaderlandse Cineacs draaiden in augustus, september en oktober 1936 journaals met daarin de gefilmde prestaties van onder meer de Nederlandse zwemster Ria (Rie) Mastenbroek en sprinter Tinus Osendarp. Vanuit Berlijn werd de Olympiade door Han Hollander live verslagen voor de Avro. Voor zijn positieve bijdrage aan de Olympiade kreeg hij naderhand door de Reichskanzlei in Berlijn een door Hitler ondertekend certificaat toegestuurd. Maar dit document heeft Avro-baas Willem Vogt er niet van weerhouden 'de jood’ Han Hollander zes dagen na de capitulatie van Nederland te ontslaan. Wel beschermde de handtekening van de Fuhrer Han Hollander tegen directe deportatie naar een vernietigingskamp. Hij genoot 'een voorkeursbehandeling’ en kwam in het Tsjechische Vorzugslager voor prominente joden terecht: Theresienstadt, waar hij stierf door ondervoeding en uitputting.
De film Olympia was in 1938 te zien in de Hollandse bioscopen van het pro-Duitse City-concern, dat als eerste op eigen gezag op 2 januari 1941 de bordjes 'Verboden voor Joden’ aanbracht. Voor het Nederlandse publiek waren de vlaggen met hakenkruizen niet weggesneden en ook de enthousiast gebrachte Hitlergroet van de Olympiers kreeg iedereen te zien. Wel verordonneerde de Centrale Commissie voor de Filmkeuring dat 'de scenes waarin spiernaakte mannen zich staan te wasschen’ moesten worden gecoupeerd.
DAT DE OLYMPISCHE Spelen in 1936 in Berlijn gehouden zouden worden, was overigens geen verdienste van het nationaal-socialistische bewind. Al in 1912 werd de Duitse hoofdstad waardig bevonden voor de viering van de Olympiade van 1916. Door de Eerste Wereldoorlog ging dit niet door. Na de oorlog kwam Berlijn niet meer in aanmerking. De Spelen van 1920 werden in Antwerpen gehouden en Duitsers noch Oostenrijkers werden uitgenodigd. Pas in Amsterdam (1928) verscheen weer een Duitse ploeg, een die overigens weinig presteerde.
Vlak voor de tiende Olympiade in Los Angeles besloot het Internationaal Olympisch Comite (IOC) met 43 tegen 16 stemmen Berlijn aan te wijzen voor de Zomerspelen van 1936. Politiek en sport, aldus de officials, moesten coute que coute gescheiden blijven. Ondertussen werden in steeds meer Duitse steden joden de toegang tot theaters, parken, zwembaden en andere openbare gelegenheden geweigerd op grond van de Arier-paragraaf. Op 15 september 1935 werd in Neurenberg 'wettelijk’ vastgesteld dat de hakenkruisvlag in het vervolg de Rijksvlag zou zijn en dat voortaan een onderscheid zou worden gemaakt tussen Staatsangehorigen en Reichsburger. Verder verbood 'de wet ter bescherming van het bloed’ buitenechtelijk geslachtsverkeer 'tussen joden en burgers van Duits of verwant bloed’.
Eind 1935 kregen joodse atleten in Duitsland van Reichssportfuhrer en SA- man Hans von Tschammer und Osten te horen dat hun sportprestaties ondermaats bleven en niet bestendig genoeg waren om hen te selecteren voor de Olympische ploeg. Ergo, voor Duitsland zou een zuiver arische ploeg aantreden. Toen de geruchten omtrent deze beslissing tot het buitenland waren doorgedrongen, begonnen vooral Amerikaanse IOC-leden hun Duitse collega’s lastige vragen te stellen. Er kwamen sussende antwoorden: joden zouden niet 'uit principe’ uitgesloten worden van deelname aan de Spelen. Alsnog werden joodse deelnemers toegelaten.
Na onderzoek ter plaatse, door onder meer IOC-vip Avery Brundage, bleek dat zich enkele joodse sporters in de Duitse trainingskampen bevonden. Ofschoon joden nog maar net van hun staatsburgerschap waren beroofd, kregen zij als dank voor hun deelname de absurde titel van Ehrenarier. Sommige joodse sporters werden speciaal voor deelname aan de Olympiade teruggehaald uit hun 'verbanningsoorden’.
Nadat Amerika toegezegd had aan de Spelen te zullen meedoen, omdat het zich niet in de binnenlandse politiek van gastland Duitsland wilde mengen, besloten twijfelaars als Nederland, Zweden en Tsjechoslowakije dan ook maar mee te doen. Wel probeerden in Nederland bladen als De Tribune en Het Volk, in eendrachtige samenwerking met kunstenaars en wetenschappers, de misstanden in Duitsland aan de kaak te stellen. In de hoofdstad trok de in augustus 1936 georganiseerde expositie De Olympiade Onder Dictatuur ('DOOD’) veel belangstelling. Na een klacht van de Duitse consul bij de Nederlandse regering werd de tentoonstelling echter verboden.
Zou een totale boycot van de Olympische Spelen het Duitse volk wakker hebben geschud? Zouden, bij het wegblijven van de meeste landen, de Duitsers een beter inzicht hebben gekregen in hoe men in het buitenland over het nazi-regime dacht? Wie zal het zeggen? Minister van Rijkspropaganda Joseph Goebbels zou doortrapt en intelligent genoeg zijn geweest om zo'n drastische aanval ten eigen bate uit te buiten en te beweren dat de protesten tegen de Spelen het resultaat waren van samenzweringen 'van het internationale jodendom’ tegen Duitsland. Op zijn bevel werd de Olympische vlam niet direct naar het stadion gedragen, maar maakte de laatste loper even een kleine omweg naar de Lustgarten in het hart van de Rijkshoofdstad. Daar doopte de fakkeldrager onder Heil- geroep van duizenden SA- en Hitlerjugend- aanhangers de vlam in een op een altaar geplaatste schaal. Ook daar zou het vuur van Olympus gedurende de Spelen blijven branden, iets waar het IOC overigens niet van op de hoogte was. Het bombastische heidense Griekse ritueel van het Olympische vuur, de symboliek en de mystiek ervan, het paste allemaal precies in het straatje van de nazi-filosofie.
TIJDENS DE OLYMPISCHE Zomerspelen van 1936 lag Rijkshoofdstad Berlijn er voorbeeldig bij. Nergens kon de mededeling 'Juden unerwunscht’ nog worden waargenomen. Het antisemitische blad Der Sturmer hing niet langer vooraan in de kiosken, de S- en U-Bahn voerden een dienstregeling uit met een ongekend hoge frequentie, hotels als Adlon, Bristol, Excelsior en Asplanada zaten vol geimponeerde buitenlanders, in de boekwinkels lag zelfs werk van dichters en auteurs van wie de poezie en het proza op 10 mei 1933 in een openbare boekverbranding in hetzelfde Berlijn was vernietigd. In de dansgelegenheden kon naar entartete jazz worden geluisterd. Orkesten van Marek Weber, Dajos Bela, Bernhardt Ette en Oskar Joost hoefden, voor de periode dat Berlijn Olympiastadt heette, het repertoire niet voor te leggen aan de Reimuka, oftewel de Reichsmusikkammer. Even was Berlijn weer 'die Metropole der unbegrenzten Moglichkeiten’, de 'tollste Stadt der Erde’.
Dat de vredelievendheid die de Berlijnse Olympiade uitstraalde een facade was, dat elke Olympier in dienst stond van De Grote Leugen, tot dat inzicht kwamen slechts weinigen. Tenslotte had de grijze Belgische IOC-chef, graaf Henri de Baillet-Latour, en niet de Fuhrer de verantwoordelijkheid over de Spelen. Het is ook De Baillet-Latour geweest die Hitler berispte, omdat de Rijkskanselier op eigen houtje op de eerste wedstrijddag persoonlijk de Duitse winnaars geestdriftig feliciteerde. Volgens de reglementen mochten alleen door het IOC aangewezen personen zulke ereplichten in een Olympisch stadion vervullen. Hierna zou de Fuhrer 'sportief’ hebben afgezien van verdere officiele felicitatie-ontvangsten. Daardoor hoefde hij ook Jesse Owens niet geluk te wensen met z'n overwinning op de 100-meterloop. Dat kwam hem goed uit, want in zijn ereloge zou hij zich na Owens’ zege hebben omgedraaid om geergerd tegen zijn gezelschap op te merken: 'Die Amerikaner sollen sich schamen, dass sie sich ihre Medaillen von Negern gewinnen lassen. Ich werde diesem Schwarzen nicht die Hand reichen.’
DE ZOMERSPELEN VAN 1936 moesten voor eeuwig en altijd op film worden vastgelegd onder leiding van Leni Riefenstahl en de internationale bioscoopjournaalcamera’s, maar tegelijkertijd moesten ook degenen die niet in het Olympisch stadion aanwezig konden zijn, alles te zien en te horen krijgen. De nazi’s hadden destijds een troefkaart in handen die qua waarde nog steeds onovertroffen is: televisie. De slogan voor dat nieuwe medium luidde destijds met vooruitziende blik: 'Fernsehn: Ein Patent aus Berlin erobert die Welt!’
Op 22 maart 1935 ging het eerste Duitse tv-programma vergezeld van een gelukstelegram van de Fuhrer van start. Vanaf dat moment werd drie avonden per week twee uur lang uitgezonden. Reichspost, Telefunken en AEG, en het daarbij behorende Daimler-Benz, maakten vanuit het Olympisch stadion in Berlijn tijdens de Spelen rechtstreeks reportages. Meer dan een miljoen Reichsmark werd er voor uitgetrokken. Walter Bruch, een technicus van Telefunken, die later het Pal-kleurensysteem zou uitvinden, stond zelf achter een extreem grote tv-camera. Het ding werd 'het kanon’ genoemd. Er waren vijf technici nodig om van objectief te wisselen.
Van 1 tot en met 16 augustus 1936 werden alleen in Berlijn al dertig Fernsehnstuben ingericht waar tienduizenden mensen de Olympiade via de beeldbuis konden volgen. De monden van buitenlandse bezoekers vielen open van verbazing over zoveel technisch vernuft.
De vrienden 'Jo’ Goebbels en 'Alf’ Hitler waren filmfans, van sport hielden zij niet. Met tegenzin begaven zij zich dagelijks naar het stadion, waar zij hun aanwezigheid als een crime beschouwden. Op zondag 2 augustus 1936 schreef Goebbels in zijn dagboek: 'Die Olympianer sehen aus wie Direktoren von Flohzirkussen. Schirach, Rust, Tschammer und ich reden. Was kann man da schon Rares sagen?’ Maar over de uitstraling van de Spelen was hij best te spreken: 'Diese Olympiade ist ein ganz grosser Durchbruch. Phantastische Presse im In- und Ausland. Ich freue mich so daruber. Man kann wieder stolz auf Deutschland sein!’
Goebbels raakte buiten zinnen van vreugde. Net als de toeschouwers, die zich naarmate de Spelen vorderden volledig overgaven aan een razernij van patriottische gloed. Het 'Sieg Heil!’ was niet van de lucht als een Duitse sportman of -vrouw het er iets beter afbracht dan een 'buitenlander’. Slingerde Karl Hein zijn kogel 56,49 meter van zich af, dan scandeerde het hele stadion, de nazi-top incluis: 'Bravo Hein! Das war fein!’
Toen tijdens de sluitingsceremonie op zondagavond 16 augustus 1936 bij het invallen van de duisternis de lichtkegels uit een paar honderd koolspitsschijnwerpers van het leger omhoog schoten, werd het menig sportliefhebber te machtig en kregen de tranen de vrije loop.