De ontbijtbordjury

Dit seizoen niet meer te zien. Volgend seizoen komen de Traumata van Discordia terug. Hun fin-de-saison vindt traditiegetrouw plaats in de Toneelschuur te Haarlem in juni.
De jury van het Theaterfestival (augustus-september in Gent en Amsterdam) bestaat uit negen toneeljournalisten. Voorzitter is de Vlaming Johan Thielemans. De jury mag de spraakmakende voorstellingen van het seizoen uitkiezen, maximaal twaalf. Die produkties worden met een enkelvoudige meerderheid gekozen: ze moeten dus minimaal vijf stemmen halen. Worden het er op die manier te veel, dan is het afstrepen geblazen. In De Plantage, het tv-programma van Hanneke Groenteman, was de jury eruit - de uitslag werd direct onder het volk verspreid.

Het is een wat bleke tuttifrutti geworden. Dat krijg je wanneer er onderling allerlei compromissen moeten worden gesloten.
Mag ik het Theaterfestival een suggestie doen? Breng het aantal juryleden terug van negen tot zeven en schroef het aantal te selecteren produkties op naar veertien. De helft daarvan wordt genomineerd volgens het juryreglement. De andere zeven voorstellingen worden persoonlijk door de individuele juryleden aangedragen (op het Theaterfestival mogen die juryleden komen uitleggen waarom ze voor die-en-die produkties kozen). Ik denk dat het festival er spannender door wordt.
Het jaarlijkse ritueel na de bekendmaking van de selectie grijpt plaats naast ons ontbijtbord. Hein Janssen, toneelredacteur bij de Volkskrant, levert ieder jaar commentaar op de selectie. Als een kruising tussen de Vader des Vaderlands en het Orakel van Delphi tikt hij de jury op de vingers, waarbij de pot aanhoudend de ketel verwijt dat hij zwart ziet. De jury ‘overdrijft’ (twee keer Hollandia), lijdt aan 'de rituelen van het incrowd-wereldje’ (Janssens commentaar op Jan Ritsema’s Kopnaad) en ziet voor het overige van alles over het hoofd. Vooral de darlings van Janssen. Dat daar het volledige oeuvre van Ivo van Hove toe behoort, verbaast niemand meer. Maar de kritiekloze adoratie van de chef podiumkunsten van de Volkskrant voor het werk van de artistiek leider van het Zuidelijk Toneel neemt langzamerhand wel genante vormen aan. Theaterfestival, neem volgend jaar toch vooral Hein Janssen in de jury op. Dan kan hij laten zien wat hij waard is wanneer hij niet door zijn tekstverwerker wordt beschermd.
De afgelopen week werd tevens bekend gemaakt dat de vereniging van jonge theatermakers (de Associatie van Theaterinitiatieven) en de voornaamste subsidient van hun werk (het Fonds voor de Podiumkunsten) beide van mening zijn dat in het volgende Kunstenplan niet vijf maar 25 procent van het budget naar de jonge makers moet. Nieuw voor oud. Lijkt me een goed plan. Als het maar niet leidt tot ongegeneerd prijsschieten op de theatermakers die inmiddels een waardevolle traditie vertegenwoordigen.
Maatschappij Discordia hoort daar absoluut toe. En het is een van de weinige gezelschappen van veertigers-vijftigers die een consequente osmose met jong theatertalent zoekt (en vindt). Ik was vorige week bij een van hun zogeheten Traumata-avonden. Daar werd eerst de groteske, sadomasochistische farce Ein Fest fur Boris van Thomas Bernhard (in het Duits) gedaan: een lange monoloog van een personage dat Die Gute wordt genoemd (enerverend gespeeld door Annet Kouwenhoven), waarna enkele wrange scenes volgen in een asiel voor beenlozen. Na de pauze speelde de Vlaamse actrice Sara de Bosschere (van De Roovers) Becketts 'vrouw-in-het-zand’, Winnie uit Happy Days. 'O, dit is een gelukkige dag. Dit zal weer een gelukkige dag zijn geweest! Ondanks alles. Tot nu toe.’ In het eerste bedrijf zit ze tot haar middel in het zand. In het tweede bedrijf tot haar nek. Jan Joris Lamers knoopte een eenvoudige rode doek om haar heup (en later om haar nek). En stond naakt achter haar. Als Winnies man Willie ('Pientere jongen gevraagd’). Hij las de tekst mee. Lachte af en toe. Of keek verbaasd, nieuwsgierig, radeloos over het hoofd van Sara de Bosschere heen. En aan het eind kleedde hij zich weer aan. De avond was van een broze schoonheid.
Dit toneel heeft inderdaad niks van doen met de populistische mentaliteit van de Gouden Gids-prijs, en van Hein Janssen. Het is toneel waarbij men er schaamteloos voor uitkomt dat hier Kunst wordt gemaakt. En het is toneel waarbij uiteenlopende toneelgeneraties elkaar zacht en behulpzaam de hand reiken. Prachtig!