De crisis van het modernisme

De ontdekking van de aarde

De modernistische mens beschouwt zichzelf als eigenaar, of soms als rentmeester, van de aarde, met de globe als logo van die idee. Maar met dat wereldbeeld is iets grondig mis. Onze wonderlijke planeet verdient, en eist, beter.

Medium essay1

‘De Aarde behoort ons niet toe;

Wij behoren tot de Aarde’

Chief Seattle (1790-1866), Amerikaans indianenleider

In het Rijksmuseum is een schilderij uit 1667 van Ferdinand Bol te bewonderen dat Michiel Adriaenszoon de Ruyter portretteert, breeduit, de handen in de zij en in vol ornaat, met een overvloed aan goud, brokaat en edelstenen. De rechterarm van de zeevaarder rust achteloos op een globe, in zijn hand heeft hij zijn admiraalsstaf. Het gouden gevest van een zwaard is net nog te zien aan zijn linkerzijde en een half geopend gordijn op de achtergrond onthult zijn vlaggenschip, de Zeven Provinciën, van waaruit hij zojuist de Tweede Engelse Oorlog met succes heeft geleid. De Hollandse kooplieden hadden De Ruyter opgedragen om de wereld te veroveren. Macht en geld – daar ging het die lieden om. De onuitputtelijke rijkdommen der aarde wachtten op een bezitter, het doel liet aan duidelijkheid niets te wensen over en het geloof in eigen gelijk was onwrikbaar.

Hier zien we een man uit één stuk, niet geplaagd door twijfel over de rechtmatigheid van zijn missie. Natuurlijk, waar gehakt wordt vallen spaanders. Op plundering, moord en onderdrukking, mits uitgevoerd ten behoeve van Hollands glorie, rust de goddelijke zegen; niet voor niets is de globe waarop de zeeheld steunt geen voorstelling van de aarde zelf, maar van de hemel daarboven. Daar werd iets groots verricht in kikkerland!

Maar ach, met het verglijden van de tijd vervliegen oude dromen. Tegenwoordig overheerst de twijfel. Op de cover van het Amerikaanse weekblad Time van 1 oktober 2012 zien we Bill Clinton een globe van de aarde liefderijk omklemmen in zijn zorgvuldig gemanicuurde handen. Nog net kunnen we op de bol de vrolijke kleurtjes ontwaren die aangeven hoe de menselijke elites het aardoppervlak onder elkaar hebben verdeeld voor exploitatie en plundering.

Maar waarom toch die stoffige oude bol? Was de adembenemende Earthrise-_foto uit 1968 niet de trots van de Verenigde Staten van Amerika? Voor het eerst toonde die opname de aarde in haar eigen zachte kleuren, in schril contrast met het pokdalige maanoppervlak op de voorgrond. Toch is Clinton de Earthrise-foto niet vergeten, evenmin als de _inconvenient truth van zijn oude maat Al Gore. Hij heeft het beste voor met deze planeet, verzekert hij ons, en hij wil er goed voor zorgen. Rentmeesterschap heet dat. Hij heeft wat ideeën, lezen we, leuke dingen, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de aarde.

Zorg voor de aarde – daar had De Ruyter destijds geen last van. Zijn zegepralende uitstraling heeft plaatsgemaakt voor de overredende blik van een marketeer. In zijn hart is Clinton onzeker, dat is duidelijk. Hij hinkt op twee gedachten: enerzijds zijn diepe geloof in de American way of life en aan de andere kant een onbestemd besef van grenzen aan de groei.

Medium earthrise

Ik refereer aan deze beelden omdat ze karakteristieke uitingen zijn van een maatschappelijk regime dat ik modernisme noem, een fase in de ontwikkeling van de mensheid die in de tijd van De Ruyter nog in opkomst was en waarvan het einde zich in onze tijd lijkt aan te dienen. Grofweg gaat het om de periode waarin de industrialisatie, de kapitalistische machtsstructuur en het gedachtegoed van de Verlichting domineren. De modernistische mens beschouwt zichzelf als eigenaar (of soms als rentmeester) van de planeet aarde en de globes van De Ruyter en Clinton kun je beschouwen als logo’s van die idee.

Het was ook de tijd waarin de moderne wetenschap tot ontwikkeling kwam en een nieuw wereldbeeld zijn intrede deed. Tevoren had in de verbeelding de aarde altijd een centrale positie ingenomen in de kosmos en werd de hele schepping beschouwd als het toneel van de omgang van God met de mensen. De wetenschap verdreef de mensheid uit die comfortabele positie. Voor het eerst werd men zich bewust van de natuur als een onafhankelijke, onverschillige wereld die zich niets van ons aantrok. Steeds verder ging de afbraak van het oude antropocentrisme. De eerste geologen aanschouwden de diepten van de tijd, Darwin reduceerde de mens tot een diersoort, Freud toonde aan dat ons gevoelsleven het toneel is van ongereguleerde en onbewuste driften, de relativiteitstheorie liet zien dat onze geest niet in staat is om een adequate voorstelling van de werkelijkheid te vormen en de astronomie verjoeg zelfs de zon uit het centrum van het heelal. Zo ontstond een visie op de werkelijkheid waaruit elk centrum was verdwenen.

Toch bleef die éne steunpilaar van het antropocentrisme halsstarrig recht overeind: de mens als heerser van de aarde. Zolang we maar de illusie koesterden van een onbeperkte beschikbaarheid van energie en grondstoffen bleven we bij machte om deze plek naar eigen welbevinden in te richten. Maar helaas, zelfs deze laatste zekerheid werd ons ontnomen. Toen we de aarde vanuit de ruimte zagen werden we ons pijnlijk bewust van onze antropocentrische overmoed en ontstond de angst voor klimaatverandering, overbevolking en de duizend andere mondiale dreigingen waar de kranten nu bol van staan. Het beeld van Clinton met zijn globe weerspiegelt onze eigen vertwijfeling te midden van de chaos.

We voelen ons heersers, maar onze soort is een parasiet van de planeet, gedoemd om te verdwijnen

In natuurwetenschappelijke kring groeit inmiddels het besef dat de groei van de wereldbevolking de grootste bedreiging vormt voor ons voortbestaan. Bekende auteurs als James E. Lovelock en Lynn Margulis zijn zelfs van oordeel dat een catastrofe onvermijdelijk is omdat onze genen ons geen andere keus laten dan ons ongebreideld voort te planten.

Voor Margulis is symbiose, de versmelting van verschillende organismen, de belangrijkste drijfkracht van het evolutieproces. Het is een aanhoudende bron van innovatie en de hele aarde is van die intieme samenwerking doortrokken. Zo zijn onze eigen cellen ontstaan door de versmelting van een stel totaal verschillende bacteriën. Uiteindelijk is de aarde een symbiose op planetaire schaal, waar alle organismen met elkaar in aanraking komen omdat ze dezelfde lucht, hetzelfde water, hetzelfde voedsel en dezelfde energie aan elkaar doorgeven. Wij mensen onttrekken ons aan die symbiotische ordening, zegt Margulis. We voelen ons heersers, maar onze soort is een parasiet van de planeet, gedoemd om te verdwijnen.

De vraag dringt zich op in hoeverre het genetische determinisme van Margulis de maatschappelijke ontwikkelingen die achter ons liggen werkelijk heeft bepaald. Is de mensheid in staat geweest tot diepgaande reorganisaties en aanpassingen aan de mondiale omgeving zonder dat er genetische veranderingen voor nodig waren? Voor een antwoord ga ik te rade bij de socioloog Norbert Elias die in de vorige eeuw een theorie ontwikkelde over wat hij het civilisatieproces noemde – de ontwikkeling van alles wat menselijk is, inclusief werktuigen, communicatiemiddelen, instituties, gewoonten en wereldbeelden. Bovendien omvat het begrip de hele ontwikkeling, van de biologische wortels tot op de dag van vandaag. Joop Goudsblom, van de Universiteit van Amsterdam, heeft aan de theorie het nodige bijgedragen en ik maak ook graag gebruik van zijn inzichten.

Ter illustratie van wat hier aan de orde is volstaat het beeld van de reuzenpaddenstoel dat op de volgende bladzijde is afgedrukt. Het gevaarte rijst op vanuit een landschap met groene grassprieten, die de civilisatie voorstellen zoals die in de dierenwereld voorkomt. De verticale schaal geeft de tijd weer waarop het civilisatieproces voortschrijdt; laten we maar aannemen dat dit proces voor de mens zo’n miljoen jaar heeft geduurd. Halverwege is een stuk weggelaten, anders zou de figuur veel te groot worden. In tegenstelling tot wat we in de dierenwereld aantreffen is bij de mens blijkbaar een drempel overschreden, zodat de reuzenschimmel steeds hoger vanuit het grasperk kan verrijzen. Het gevaarte zelf is verdeeld in een aantal segmenten, onderin lichtroze, dan iets donkerder rood en bovenin vuurrood. Die segmenten stellen opeenvolgende socio-economische regimes voor, van onder naar boven de vuurbeheersing, de agrarianisatie en de (modernistische) industrialisatie. Op de horizontale schaal zien we de invloed van de civilisatie op de dynamiek van de aarde. Wat opvalt is dat in de vroege stadia alles maar tergend langzaam veranderde, toen almaar sneller ging, terwijl de civilisatie nu explodeert. Wat de figuur ook aangeeft is dat de overgangen tussen de regimes niet scherp zijn, maar dat elk nieuw regime eerst als eilandjes in het oude opduikt, dan steeds groter wordt en ten slotte het geheel van de civilisatie overheerst. >

Als we geloof mogen hechten aan dit beeld, dan heeft het gehele civilisatieproces wel degelijk een aantal diepe en wereldwijde reorganisaties ondergaan, zonder dat de humane genetica daar noemenswaardig door is veranderd. Het argument van Margulis, het genetisch determinisme, is daardoor ernstig verzwakt (hoewel je natuurlijk niet mag concluderen dat de civilisatie in de toekomst ook in staat zal zijn om zich te voegen naar de symbiotische aarde).

Is er dan toch nog hoop? Volgens mij zijn er wel degelijk aanzetten tot een nieuw socio-economisch regime, een ordening die ik ‘symbiotisme’ zal noemen. In de figuur zijn ze weergegeven als groene vlekjes op de rand van de paddenstoel. Ik denk aan zaken als de milieubeweging, de ontluikende wetenschap van ‘Global Change’, en de ontwikkeling van alternatieve energie. Maar verreweg het belangrijkst is de komst van een nieuwe, geïntegreerde wetenschap van de aarde, de ‘Earth System Science’. Die beschouwt onze planeet als een coherent geheel, waarbinnen alle onderdelen op elkaar inwerken – de vaste aarde onder onze voeten, de oceaan, de atmosfeer, de levende have en de civilisatie. De tijdschaal is niet een eeuw, zoals in het Global Change-onderzoek gebruikelijk is, maar omvat de volledige 45 miljoen eeuwen die de aarde heeft doorgemaakt. Dit overweldigende perspectief voegt een nieuwe dimensie toe aan ons inzicht in het civilisatieproces. Laat ik proberen om het beeld van de aarde dat nu ontstaat in een paar woorden samen te vatten.

Als enige vaste planeet in het zonnestelsel keert de aarde zich langzaam en gestaag binnenstebuiten. Dit proces is al miljarden jaren aan de gang. Vroegere geologen dachten dat de samenstellende delen eenvoudig werden rondgepompt en in dezelfde toestand steeds opnieuw op hun uitgangspunt terugkeerden. Maar de werkelijkheid is veel fascinerender. Alles wat tot de aarde behoort – stenen, water, lucht, de levende have, alles van schoonheid en ook alle ongerief – wordt vernietigd, vermalen en soms zelfs gesmolten. Uiteindelijk verdwijnt het in de diepte van de planeet. Verderop zien we het omgewerkte afval weer aan het oppervlak verschijnen. En nu komt het bijzondere: voor onze verbaasde ogen voegen de bouwstenen zich weer aaneen en verrijst spontaan een nieuwe wereld die sprekend lijkt op de oude die zojuist is vergaan. De aarde moet wel over een gigantisch geheugen beschikken om heel die verloren werkelijkheid keer op keer nauwkeurig op te kunnen roepen.

Toch zijn ze niet helemaal identiek, die twee werelden, want gemiddeld zit het pas verrezen exemplaar net iets ingewikkelder in elkaar dan zijn voorloper. Wij weten nu dat de aarde bij elke cyclus van gedaante verandert en gedurende zijn hele bestaan onderhevig is geweest aan een steeds verdergaande differentiatie. Wat we ontwaren is meer een spiraal dan een cyclus. Die spiraal beperkt zich ook niet tot de gesteenten, maar de oceaan, de atmosfeer, de chemische verbindingen, het leven en sinds kort zelfs het civilisatieproces zijn erin betrokken. Zo rijst het beeld op van een duizelingwekkend samenstel van spiralen, in omvang variërend van het niveau van de hele planeet tot dat van de moleculen.

Zo, in een onophoudelijk proces van afbraak en opbouw, verrijkt de aarde zich langzaam maar zeker en wordt hij almaar wonderlijker. Aanvankelijk was het een gloeiende, ziedende bol, geteisterd door bombardementen van gigantische meteorieten. En nu zien we bomen, bloemen, vogels, gebouwen, mobieltjes en kunstvoorwerpen; we horen geluiden en hebben gedachten die kort geleden niet eens konden bestaan. Zelfs de meest efemere verschijnselen op aarde en onze diepste gevoelens moeten we zien als producten van de zich differentiërende aarde. Blijkbaar keren de dingen die de verrijking versterken bij voorkeur terug en wordt de onbruikbare rommel op den duur opgeruimd. Terwijl de spiraal ronddraait, kunnen zich dan weer nieuwe ordeningen maar ook nieuw ongerief ophopen. Het feit dat we met een trend te maken hebben, geeft aan dat de ordening en de differentiatie het op lange termijn winnen van de chaos. De aarde is een plaats van afbraak en wederopbouw, maar die opbouw is op termijn groter dan de vernietiging.

Gezien vanuit de Earth System Science is het leven een middel dat de differentiatie van de aarde voortdurend versnelt. Hetzelfde geldt voor het civilisatieproces. De spectaculaire proliferatie van werktuigen, gedachten, communicatiemiddelen, kunstwerken en instituties vergroot de complexiteit van deze planeet met een snelheid die in de hele aardgeschiedenis zijn weerga niet vindt. Daarom is het civilisatieproces ook geen autonome creatie van de mensheid, maar een product van de gehele aarde. Wij zijn aarde en de hele planeet neemt deel aan de civilisatie. Primair is het de aarde die civiliseert, en niet de mensheid. Bijgevolg is het beeld van de paddenstoel antropocentrisch en bevinden de menswetenschappen zich in een pre-wetenschappelijke fase.

Om het civilisatieproces op de juiste wijze in beeld te krijgen moeten we het dus beschouwen vanuit het perspectief van de aarde en niet van de mens. Hoe dat moet – ik zou het niet weten. Wel heb ik geprobeerd om me een beeld te vormen van de modernistische ordening in het licht van de Earth System Science. Meer dan een karikatuur is het niet geworden, vrees ik, maar omdat het een en ander begrijpelijk maakt van wat er nu aan de hand is, wil ik het toch de revue laten passeren. Merk op dat de gebruikelijke theorieën over het modernisme voor dit doel volstrekt ontoereikend zijn. Daar is alles gerangschikt rondom de ‘mens’. Maatschappelijke krachten, klassentegenstellingen, productieverhoudingen, eigendomsrecht – vanuit het systeem aarde gezien zijn dat allemaal vestzak-broekzak-problemen. We kijken hier naar een diepere laag van de werkelijkheid. Hoe de mensheid zich organiseert is van secundair belang. Waar het om gaat is het effect op het aardsysteem.

In het centrum van mijn tekening staat een gokkast. Daaruit blijkt meteen al dat de modernistische maatschappij het karakter van een casino heeft. Het gaat maar om één ding: met zo weinig mogelijk kosten een zo groot mogelijke hoeveelheid geld in de wacht slepen. Nu weten we allemaal dat er bij een gewone gokkast gemiddeld meer geld in dan uit gaat, en dat de eigenaar aan het eind van de dag het verschil in zijn zak steekt. Maar dit is een heel wonderlijk geval. In deze modernistische machine komt er meer geld uit dan erin gaat en het is de eigenaar zelf die het spelletje speelt. Zodra hij een stuiver in de bovenste gleuf gooit, stroomt een enorme massa geld door de onderste gleuf weer naar buiten. Al dat geld stopt hij vervolgens in zijn zak. Op één stuivertje na, dat hij opnieuw in de bovenste gleuf gooit. Met wat geluk blijft de machine zo eindeloos doordraaien. Dat stuivertje is dus net genoeg om de machine aan de gang te houden en de vraag is wat de eigenaar met al dat andere geld gaat doen. Het antwoord is dat hij het gebruikt om de gokkast nog efficiënter te maken. De kast wordt almaar groter en de opbrengsten groeien navenant.

Gelukkig is er één instantie die zich niet van de wijs laat brengen, en dat is de aarde zelf

Het lijkt wel een perpetuum mobile, zo’n apparaat dat eeuwig door kan draaien op een minieme hoeveelheid energie. Eeuwenlang hebben de knapste geleerden geprobeerd om op die manier, uit het niets, energie te produceren. Maar helaas, inmiddels is de eerste hoofdwet van de thermodynamica tussenbeide gekomen. En die hoofdwet laat ons categorisch weten dat een perpetuum mobile onmogelijk is. Daaruit volgt dat het hele modernisme gebaseerd is op een bijgeloof, namelijk dat je geld, of liever waarde, kunt maken uit niets.

Om de gokkast aan de gang te houden hebben we behalve de investering – die stuiver – nog een geschikte omgeving nodig, op de tekening weergegeven door de wolk met een kitschachtig roze kleur die de gokkast omhult. Die wolk stelt het dominante, modernistische wereldbeeld voor. Daarmee bedoel ik de geestelijke oriëntatie die ervoor zorgt dat het bijgeloof in brede kring wordt geaccepteerd. Die publieke oriëntatie kan van alles zijn; in principe voldoet elke mythe die de gokkast met rust laat en de geldstroom rustig laat groeien.

Voordat ik het geheim van de gokkast prijsgeef, moet ik nog wijzen op een belangrijk detail. In het hart van de machine – door het ruitje kunnen we er nog net iets van zien – bevindt zich een dubbele spiraal van wetenschap en technologie. Hier werken teams van wetenschappers en ingenieurs samen om nieuwe toepassingen te ontwikkelen voor de industrie en de markt. Deze spiraal is zo belangrijk voor de gokkast omdat al die innovaties het modernistische regime zijn ongelooflijke dynamiek verlenen en in staat stellen almaar door te groeien. Maar pas op! Die spiraal is ook een bedreiging voor de integriteit van het modernisme. Wetenschap heeft immers de onaangename eigenschap bijgeloof te ontmaskeren. Om het modernisme niet te verstoren zouden we die wetenschap dus het liefst opsluiten in de gokkast en haar niet toelaten tot de roze wolk van de publieke oriëntatie. Maar ach, wie denkt dat hij de wetenschap voor eeuwig in zo’n hok kan opsluiten, heeft het mis. Wetenschap is immers een autonoom proces dat zich maar weinig aantrekt van allerlei menselijke regeltjes. Het hoeft ons daarom niet te verbazen dat de roze mythewolk op den duur toch besmet raakt met allerlei wetenschappelijke noties. Naarmate het modernisme en daarmee de wetenschap zich verder ontwikkelt, komt het arrangement steeds meer in de verdrukking.

Nu treedt er een wonderlijk mechanisme in werking waarmee het modernisme zich automatisch tegen deze bedreiging beschermt. In de roze wolk spuit de gokkast een gif met een verlammende uitwerking. De wetenschap breekt in stukjes uiteen en er ontstaat een Babylonische spraakverwarring, waardoor ze niet meer in staat is om een coherent verhaal te genereren dat het bijgeloof kan ontmaskeren. Het enige wat de versnipperde wetenschap nog kan doen, is ‘nee’ zeggen tegen de meest onzinnige claims van de modernistische mythes (bijvoorbeeld dat de aarde zesduizend jaar oud zou zijn, of dat evolutie niet zou bestaan). Overigens kan het modernisme wat wetenschapssnippers in de roze wolk best gebruiken. Ze zorgen ervoor dat de mythes niet op hol slaan en helpen bij de rekrutering van nieuwe generaties van ingenieurs en wetenschappers voor de spiraal.

Nu heb ik nog steeds niet uitgelegd wat het geheim is van de gokkast, hoe het komt dat er meer waarde naar buiten komt dan erin gaat. Het antwoord is dat zich een verborgen waardenbron in de gokkast bevindt waaruit de hele machinerie kan putten. Die bron is de aarde, want die levert de energie, de grondstoffen, het water, de lucht, de levende have, de ondergrond en het milieu waarvan de hele modernistische onderneming afhankelijk is. En de eigenaar? Dat is de gokkast zelf, de modernistische civilisatie met heel haar organisatie, machtsstructuur en wereldbeeld. Het modernisme eigent zich de aarde toe, zuigt hem leeg om zelf almaar verder op te kunnen zwellen. Wat er van onze planeet overblijft, is een zielige globe van papier-maché, gips en drukinkt. Op de tekening is zelfs geen planeet meer te zien. Waarschijnlijk hebben ze de globe veilig opgeborgen in de gokkast.

Zo ziet het pure modernisme van vandaag de dag er dus uit, zolang we het geheel tenminste van verre aanschouwen, vanuit het aardse perspectief. Doordat ik alle sporen van de symbiotische ordening uit de tekening heb verwijderd ben ik nu in staat om de eerste tekenen daarvan gemakkelijker te kunnen onderscheiden. Het gaat dan om de groene vlekjes op de rand van de paddenstoel.

We beginnen onze speurtocht in 1967. Op de tekening van de paddenstoel zijn dan nog nauwelijks groene vlekjes te bespeuren. Het modernisme heeft de wereld nog volledig onder controle. Dat gaat zo door tot de aanschouwing van de aarde vanuit de diepe ruimte, op Tweede Kerstdag 1968. Precies op dat moment groeit er een groene puist midden op het diepe rood van het modernistische veld. Tegelijk breekt de globe vanuit het binnenste van de gokkast naar buiten en begint aan een totale metamorfose. Hij laat de roze wolk ver achter zich en zwelt steeds verder op, net zo lang tot hij getransformeerd is tot de echte aarde. Dan vestigt hij zich doodleuk op de plaats die hem toekomt, namelijk aan het hemelgewelf. Ziezo, die laat zich niet meer kleineren.

Nu zien we op de rand van de paddenstoel overal groene symbiosevlekjes opduiken. Terwijl de gokkast zijn geld nog blijft spuwen, ontdekken wij het milieu, de mondiale overbevolking, de grenzen aan de groei, de opwarming van de aarde, te veel om op te noemen. Groene bewegingen verschijnen op het toneel, alternatieve energiebronnen komen in zwang en het Global Change-programma gaat van start. Maar het modernisme laat zich niet gemakkelijk verjagen; tot op de dag van vandaag blijft het de baas. Wereldomspannende afspraken om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen worden massaal ontdoken. De mondiale angst grijpt om zich heen. Duurzaamheid duikt op als een nieuw modewoord, maar geen mens begrijpt precies wat we daaronder moeten verstaan. Willen we alleen het leven van toekomstige mensengeneraties veiligstellen? Maar zo’n idee is weer antropocentrisch; zo schuiven we de aarde opnieuw naar de tweede plaats. Eén ding is duidelijk: het modernisme van weleer verliest aan cohesie en onder de mensen heerst verwarring.

Gelukkig is er één instantie die zich niet van de wijs laat brengen, en dat is de aarde zelf. Op dat niveau duikt in alle stilte een nieuwe zelfkennis op. Dat proces voltrekt zich langs een omweg, door alle acute problemen te laten voor wat ze zijn en uit te gaan van de heel lange termijn. Een leger van wetenschappers is druk in de weer om het mirakel van de aarde aan het licht te brengen. Dan zien we waarachtig de Babylonische spraakverwarring verdwijnen en de wetenschappen versmelten. Zelfs de meest weerbarstige van alle cesuren, die tussen de natuur- en de menswetenschappen, kan binnen de Earth System Science worden geslecht. Er ontspint zich een verhaal van de werkelijkheid dat de roze mythewolk in de cartoon doet verdampen.

Tot onze verbazing zien we nu hoe de wetenschap-technologiespiraal de levensoriëntatie als derde streng in zich opneemt. Het is de geïntegreerde wetenschap die het symbiotische wereldbeeld voortbrengt en verrijkt. De drievoudige spiraal die zo ontstaat, begint vervolgens het modernistische bijgeloof te slopen. Het eerste doelwit is het centrale dogma van dat wereldbeeld – de mythe dat wij mensen de vrije beschikking hebben over de aarde, of het nu is als eigenaren of als rentmeesters. Daarmee vervliegt meteen het comfortabele bijgeloof dat de geldstromen als in een perpetuum mobile uit de lucht komen vallen.

Lynn Margulis kon nog denken dat de mens gedoemd is om te verdwijnen omdat hij parasiteert op de symbiotische aarde. Maar nu begint het bij ons te dagen dat de eigenlijke parasiet het modernisme is.


Peter Westbroek is emeritus hoogleraar geologie aan de Universiteit Leiden. Dit is de bewerking van een nieuw hoofdstuk uit zijn boek De ontdekking van de aarde: Het grote verhaal van een kleine planeet_(uitgeverij Balans), waarvan volgende week de herziene twaalfde druk verschijnt_

Beeld: Cees van Nieuwburg / NASA