De ontmanteling van de thuiszorg

Eindelijk begint het in Den Haag door te dringen wat voor puinhoop er is aangericht in een van de aardigste vaderlandse takken van zorg: de thuiszorg. Vorige week liet de Tweede Kamer weinig heel van de beleidsvoornemens van staatssecretaris Terpstra om ook in dit deel van de gezondheidszorg de eigen bijdragen stevig te verhogen. De VVD-politica toonde zich niet echt gecharmeerd van zoveel tegenspraak, maar ook zij kon niet ontkennen dat de nood wel heel hoog is gestegen.

Tien jaar lang heeft de overheid de thuiszorg door de mangel gehaald. In het beleidsproza werd de thuiszorg tot hoeksteen van de gezondheidszorg uitgeroepen, maar in de beleidspraktijk werd het de vernieling ingedraaid. Van enige systematische investering om de verschuiving van dure zorginstituten naar goedkopere thuiszorg ook echt waar te kunnen maken, is nooit sprake geweest. Integendeel, ter ere van de doelmatigheid en de introductie van marktprikkels zijn stelselmatig de financiële duimschroeven aangedraaid.
Het gevolg was dat de reguliere thuiszorginstellingen met relatief minder geld steeds meer moesten doen. Aan hun poorten klopten als gevolg van vergrijzing en deïnstitutionalisering elk jaar meer zorgbehoevende mensen. Die druk werd opgevangen door een ongekende rationalisering van het werk - de thuisverzorgster werd een soort robot die haar boekje vooral niet te buiten mocht gaan door het tonen van menselijke eigenschappen als ‘aandacht’, 'interesse’ en 'gezelligheid’. Sinds 1988 is de gemiddelde tijd die een thuiszorgster per week in een huis doorbrengt met twintig procent afgenomen, terwijl de problematiek op alle fronten zwaarder is geworden. Bovendien zorgt de marktwerking er niet alleen voor dat de particuliere bureautjes de krenten uit de pap zijn gaan vissen, ernstiger is dat de nieuwe concurrentieverhoudingen een enorme neerwaartse druk hebben veroorzaakt op de arbeidsvoorwaarden. Buiten de illegale naaiateliers wordt er in geen sector zo beroerd verdiend als in de thuiszorg.
Tien jaar overheidsbeleid heeft, kortom, een ravage aangericht die een parlementair onderzoek waardig zou zijn. Chronisch zieke ouderen die tot twaalf uur in hun eigen urine liggen, omdat het rooster dan pas verschoning toelaat - het begint weer gewoon te worden. In steeds meer regio’s wringen thuiszorgmanagers zich in de meest vreemde bochten om hun begroting rond te krijgen. In Enschede wilde de regionale thuiszorginstelling 225 van de 1600 werkneemsters ontslaan en tegelijkertijd 50 Melkert-banen creëren. In Gelderland moesten 700 thuishulpen hun vaste aanstellingen inleveren voor een flexi-contract.
Het getuigt van weinig inzicht om midden in deze chaos een forse verhoging van de eigen bijdragen voor te stellen. Meer geld voor een dienstverlening waarop van alles valt aan te merken is moeilijk te verkopen. Wat nodig is, is een beleid dat ruimte biedt voor het opbouwen van een kwalitatieve en menselijke thuiszorg met goedgewaardeerde professionals. Zo'n beleid kost meer dan 75 miljoen extra, waar de Kamer nu op af koerst. Zo'n beleid vraagt vooral om politieke moed om hardop te zeggen dat beleidstotems als doelmatigheid en marktwerking in deze sector niet werken en dat de premies dus omhoog moeten om de noodzakelijke zorg te kunnen realiseren. Het is zeer de vraag of VVD-politica Terpstra de aangewezen persoon is om die moed op te brengen. Daarom moet de Kamer snel zelf het initiatief nemen om orde op zaken te stellen.