Alessandro Baricco over mentale revoluties en digitale grootsheid

De ontsnapping uit de vorige eeuw

Alessandro Baricco, de Umberto Eco van vandaag, boekstaaft het ontstaan van een nieuwe wereld. De surfende mensheid verdient bewondering. De intellectueel van vroeger doet er niet meer toe. ‘De intelligentsia van vandaag bezit een totale beheersing van de digitale tools.’

Medium hh 9378987
Alessandro Baricco – ‘Ik ben van idee veranderd over veel dingen. Eigenlijk altijd in het voordeel van de barbaren’ © Joost van den Broek / HH

Italië’s mediageniekste filosoof en schrijver Alessandro Baricco (60) kondigde op 3 april aan dat hij bezig is aan het vervolg op De barbaren uit 2006, het essayboekje waarin hij de digitale mensheid als een nieuwe antropologische soort determineert. Want, ontdekte hij tien jaar later, die ‘mensheid met kieuwen’ die hij toen de digitale wateren in zag glijden, was onder de waterspiegel druk doorgegaan met zich evolueren tot al weer een ander dier. Vele ontwikkelingen van de nieuwe soort moesten in kaart worden gebracht.

‘In 2006, toen ik De barbaren schreef, reden we nog met gedimde koplampen op de tast door het duister, om het zo zeggen. De iPhone bestond nog niet eens. Youporn was er nog niet. En twitteren, wie had er ooit van gehoord? Een update was noodzakelijk, kortom, omdat het me bleef fascineren, de vraag of de digitale revolutie nou eigenlijk een enorme zeperd voor ons is of wat’, schreef hij op 3 april in zijn huiskrant La Repubblica, waarvoor De barbaren aanvankelijk ook als een serie losse artikelen was geschreven.

Als slot van The Game, het tweede deel van zijn speurtocht naar de digitale mensheid, reist Baricco af naar Silicon Valley, net zoals hij voor de epiloog van De barbaren zeven kilometer over de Chinese Muur liep. ‘Toen, in 2006, wilde ik duidelijk maken dat het oprichten van muren tegen de digitale vloedgolf net zo schitterend en imbeciel was als die Grote Muur, die er nooit in is geslaagd om de invasie van de barbaren uit het noorden tegen te houden. Nu moest ik naar Silicon Valley, omdat ik in de afgelopen twee jaar, waarin ik me intensief opnieuw met de digitale mens heb beziggehouden, heb begrepen dat alles echt dáár geboren is, op dat handjevol vierkante kilometers, en dat alles nog steeds dáár gebeurt, op diezelfde paar vierkante kilometers. Silicon Valley is dus de navel van de nieuwe wereld, zoals het Florence van de Renaissance dat was in de vijftiende eeuw, of het Parijs van de jaren twintig.’

Baricco’s bezoek aan Silicon Valley als een Grand Tour-reiziger die Florence aandoet levert een hilarische tocht op door het Amerikaanse suburbialandschap. Op een filmpje dat hij uit het raampje van zijn huurauto draait en dat op de site van La Repubblica te zien is glijdt Baricco langs kilometers identieke carport-bungalows met voortuintjes, op zoek naar ‘de’ garage. ‘Ik wilde een eerbetoon brengen aan een van de heilige plekken van de digitale opstand: de garage waar Steve Jobs en Steve Wozniack, jochies nog maar, hun revolutionaire werk waren begonnen. Het was een gewone garagedeur, wit, met twee vuilnisbakken ervoor, zoals voor alle andere garagedeuren. Niets bracht in herinnering wat hier was gebeurd, nog geen plaquette. Typisch voor het digitale tijdperk. Er zijn geen heilige plekken, momenten, gebeurtenissen.’

Hij rijdt door plaatsjes met namen als Palo Alto, Moutain View, Cupertino en Menlo Park. ‘Namen die in de twee jaar van mijn studie epische proporties hadden aangenomen in mijn hoofd. Ik had enorm coole plekken verwacht, maar er is niets, behalve oneindige bungalows in een kruiswoordpuzzelpatroon en overal dezelfde hoofdweg downtown langs meubelwinkels met salonnetjes in de etalage die in Italië in de tijden van premier Fanfani (jaren vijftig – ab) al uit de mode waren. Het is moeilijk te begrijpen allemaal. Je bent op zoek naar de tekens van een mensheid die ons jaren vooruit zou moeten zijn en je staat te staren naar een etalage met een bankstel in gothische countrystijl. Hoe kan dat?’

Hoe op tien minuten rijden van de hoofdkwartieren van Apple, Google en Facebook dit soort plekken kunnen bestaan, vraagt Baricco zich af.

En dat snap je ook, dat hij zich dat afvraagt, als je hem op zijn persoonlijke hoofdkwartier in Turijn mag komen opzoeken. De Scuola Holden, de Holden School, is een schitterend modern verbouwde zeventiende-eeuwse militaire kazerne waarin bijpassende studenten rondlopen. Ze mogen hier twee jaar lang alle aspecten van ‘Story Telling’ bestuderen. Onder die noemer krijgen ze les van regisseurs, filmproducenten, schrijvers, journalisten, web-experts en noem het maar op. Voor Alessandro Baricco komt iedereen graag opdraven. ‘We hebben een les gehad van Roberto Saviano, maar niemand mocht weten dat hij hier was!’ vertelt een jongen die door Baricco in de gang is aangeschoten om het bezoek even een rondleiding te geven. Een droomschool kortom en als je bij Baricco hebt gestudeerd, opent ook het in Italië bijna totaal gebarricadeerde pad naar de echte wereld van het werk zich wat makkelijker. De jongen die mij de Aula Magna in de voormalige paardenstallen van de kazerne laat zien werkt bijvoorbeeld al voor La Repubblica als kunstcriticus. ‘Af en toe een stukje, maar het is een beginnetje’, zegt hij.

Baricco is de bedenker, oprichter en directeur van de Scuola Holden. Hij heeft de sleutel van zijn grote directeurskamer op zak en laat ons binnen. Een al weer prachtig verbouwde kamer met grote boogramen met uitzicht op het oude plein waar een bont gekleurde etnische mensheid bezig is met van alles en nog wat. De bankjes op het plein, van die typische oude gietijzeren stadsbankjes met houten latten, zijn allemaal van hun zittingen ontdaan, was me opgevallen. Niet kapot, nee, zorgvuldig eruit geschroefd, bij allemaal. Hij moet lachen als ik ernaar vraag.

‘Ja, het leven is hier niet altijd eenvoudig’, zegt hij. ‘Dit is het hart van de Balon, van oudsher de wijk van de bric à brac en de antiekwinkeltjes, nu de meest etnische wijk van Turijn. Hier zitten alle etnieën die je maar kunt bedenken. Chinezen, Oekraïners, Arabieren, Marokkanen, Afrikanen, noem maar op. In het begin, toen de school hier opende, in 2013, wilde het wel gebeuren dat een leerling of een docent een klap op zijn hoofd kreeg als hij buiten stond te bellen. Pats, je iPhone of je smartphone weg. Langzaam maar zeker zijn we aan elkaar gewend geraakt. De leerlingen hebben begrepen hoe je je hier wel en niet moet gedragen en de bewoners ook ten opzichte van ons. Ze brengen nu hun kinderen na school naar ons toe voor gratis huiswerkbegeleiding. Dat doen we in het “Fronte del borgo” (het Front voor de wijk), waar onze leerlingen per toerbeurt kinderen die nauwelijks het Italiaans machtig zijn helpen met hun huiswerk. Ik ben blij dat de school nu op een plek als deze ligt. Het is belangrijk dat onze leerlingen groeien in een reële context. Daarom wil ik hier ook geen mensa hebben, geen eet- en drinkplekken. Hup, de straat op, met die nette broekjes, jasjes en schoentjes. Ga maar lekker iets etnisch eten hier, meer dan zeven euro kun je niet uitgeven. Mengen, mengen, mensen.’

Waarom hij het doet, zo’n school, terwijl hij in binnen- en buitenland een enorm gevraagde auteur is die voortdurend op reis moet? Gisteren kwam hij terug uit Parijs, morgen vertrekt hij naar Madrid. Zijn werk loopt als een trein, zijn boeken worden vertaald en verfilmd (onlangs kocht Angelina Jolie de rechten van Baricco’s literaire thriller Zonder bloed uit 2002), hij is een van de meest gevraagde Europese duiders van dit moment. En ook nog vader van twee zoons. Om een gaatje in zijn agenda te vinden moet je lang puzzelen met zijn assistente.

‘Als je drie verschillende oplossingen hebt, kies je altijd voor de oplossing die grenzen neerhaalt’

‘O, deze school, dat was altijd al mijn droom. Al van jongs af aan wist ik ook dat hij de Holden-school moest heten, naar Holden Caulfield, de opstandige puber van The Catcher in the Rye. Het is mijn bijdrage aan de wereld, deze school, en hij houdt me levend. Ik doe het heel graag. En wat een voldoening, we zijn opengegaan in 1994, ik en de andere oprichters hebben er twintig jaar geld op toe moeten leggen. Nu, sinds een paar jaar, verdienen we eraan. Dat gun ik ze zo, de mede-oprichters die altijd vertrouwen hebben gehouden en ieder jaar geld gaven. We hebben nu 350 studenten per jaar en ze moeten vechten om hun plek, want we houden toelatingsexamens. En daar bovenop nog vijfhonderd leerlingen die deeltijdcursussen doen, dat is de “Holden boven 30”-groep. Die cursussen doen we in het weekend, want het zijn mensen die werken en die uit heel Italië komen. Voor veel van hen is het echt de verandering van hun leven. Op je veertigste besluiten om je aan het schrijven of story telling op een ander vlak te wijden. Dat schept grote voldoening, mensen op een nieuw universum wijzen. Wat al in ze zat, hè.’

De homo universalis Alessandro Baricco is in veel opzichten de opvolger van Umberto Eco, die toevallig of niet in de buurt werd geboren. Eco’s geboorteplaats Alessandria en Turijn liggen een uurtje rijden van elkaar, aan de voet van de Alpen. Beiden nuchtere Piemontesi, beiden filosoof, beiden in staat om hun wetenschappelijke werk zo te formuleren dat iedereen het kan snappen, beiden begaafde bespelers van alle registers van het moderne communicatieorgel. Beiden ook zeer succesvol schrijver van literaire thrillers en romans, beiden journalist, spreker en duider. En beiden met een grote didactische passie, altijd eerst hun studenten, dan de rest van de wereld.

Op Baricco’s gezicht verschijnt een grote grijns bij het vergelijk. ‘Dat is voor mij een enorm privilege, om met Eco te worden vergeleken. Hij was niet alleen geniaal, hij was het ook nog eens op een manier waar ik erg van houd. Met ironie, lichtvoetigheid en grote, grote generositeit. Dus als u mij zegt dat ik de Umberto Eco van vandaag ben, word ik daar heel gelukkig van.’

Eco heeft ook, voor hij op zijn 84ste overleed, in 2016, veel aandacht besteed aan het digitale tijdperk en de daaruit voortvloeiende mens. Hij maakte zich grote zorgen. Omdat Eco wist dat de oceaan van het net voor velen, het merendeel, gevaarlijk is. Om te kunnen surfen op de onbeperkte informatie moet je immers zeewaardig zijn. En Eco zag groot verdrinkingsgevaar voor velen. Hij gebruikte vaak de term ‘surfen’; op de Italiaanse cover van Baricco’s De barbaren staat een surfer, een jochie met een pet achterstevoren op zijn hoofd dat met een surfplankje over een enorme berg boeken, cassettebandjes en lp’s heen scheert. Maar bij Baricco is het een vrolijk gezicht, het plaatje suggereert dat het jongetje op zijn plankje een nieuwe toekomst tegemoet gaat. Hij laat de obsolete manier van kennis vergaren van de vorige eeuw achter zich, hij vliegt er overheen, hij is op weg naar iets anders. Eco zag hem verdrinken. Baricco niet?

‘Het is waar dat Umberto Eco in de laatste jaren voor zijn dood een steeds bezorgder toon kreeg als hij het over de digitale wereld had, ook daarin weer ver op iedereen voor. Want wij zijn nu pas serieus bezorgd aan het worden, Eco was het al heel lang. Hij had begrepen dat we de komende tien jaar zouden doorbrengen met grote, grote zorgen over wat er met ons ging gebeuren. Maar aan de andere kant had hij een mentale openheid naar de digitale wereld die niemand van zijn kaliber op dat moment nog had. Om een voorbeeld te geven: ik herinner me een artikel van hem van vele, vele jaren geleden, waarin hij zei dat Wikipedia een uitstekende encyclopedie was. Eco hè, de ultieme levende encyclopedie. Ik kéék in die jaren niet eens op Wikipedia, omdat ik dacht dat het bagger was. Maar Eco schreef: nee, het is een fantastisch systeem, je moet erin geloven, vertrouw het nou. Hij, met al zijn gewicht, sprong op de bres voor iets waar wij sukkels nog allemaal onze neus voor ophaalden. En daarin is hij een grote les geweest. Want eigenlijk zijn hele kaste, de kaste van de belangrijke academici, heeft deze mentale openheid en generositeit absoluut niet. Kijk, ik zal u iets laten zien.’

Hij klapt een kleine laptop open. Het is het enige elektronische dat op het enorme bureau staat, omringd door de stapels boeken, knipsels en dossiers die horen bij het beeld van de intellectueel dat ik nog in mijn hoofd heb. Op het scherm verschijnt zijn nieuwe boek, The Game, al helemaal opgemaakt en printklaar. ‘In juni is het af’, zegt Baricco met de benijdenswaardige stelligheid van een gedisciplineerd werkend mens dat zijn deadlines haalt. ‘Kijk, dit is wat ik u wilde laten zien.’

Op de pagina’s staan kaarten, van die mooie, ouderwetse landkaarten, met berglandschappen in reliëf getekend. Plaatjes uit een aardrijkskundeboek uit de vorige eeuw, zou je denken. ‘Dit is het deel waarin ik in kaart breng wat er nu eigenlijk is gebeurd vanaf 1978. Dat jaar was het jaar van het eerste videospel, Space Invaders, en vanaf daar begint mijn reconstructie. Het is echt een geografische reconstructie, zoals u ziet, met enorme bergen die zich ineens vanuit het tot dan toe platte en geruststellende landschap verheffen. Kggggg (Baricco maakt een scheurgeluid). Kijk, dat was Google. Kggggg. Ik heb echt landkaarten laten maken, ziet u? Met het landschap onder en boven de aarde. Want het heeft geen zin om te constateren dat er ineens een enorme berg als een puist omhoog kwam zetten, de Google-berg bijvoorbeeld, als je niet laat zien wat er híer is gebeurd, onder de aarde. Wat was het soort hersens dat dit nodig had? We moeten de onderaardse aardbevingen zien te snappen om de bovenaardse te kunnen lezen. Waardoor is de aardkloot opengesplitst? De gevolgen, de bergen, kunnen we allemaal wel benoemen.’

Medium gettyimages 128296750
Los Altos, Californië, de garage van het ouderlijk huis van Steve Jobs © Kevork Djansezian / Getty Images

Het ziet er begrijpelijk en overzichtelijk uit, zo ouderwets in kaart gebracht. Baricco is een goede onderwijzer, uiteraard. Hij scrolt enthousiast door. ‘Kijk, ik heb de bewegingen in het landschap ook ingedeeld in tijdperken, ziet u? Dit is het klassieke tijdperk. Dat was de pc, de personal computer, dit was de eerste mail, en zo schrijden we voort naar het moderne tijdperk. Alles moest in geografische kaarten kunnen worden uitgelegd en steeds als ik stuitte op iets dat ik niet snapte, liet ik het me uitleggen tot ik het wel snapte. Het is volgens mij wel goed gelukt. Ziet u, hier heb je de digitalisatie, internet en het web. Het kaartengedeelte is het linkerdeel van mijn boek, het uitlegdeel. Als ik de berg eenmaal in kaart heb, ga ik erin graven. Waar het mij uiteindelijk om gaat is: welke mentale bewegingen hebben geleid tot dit fenomeen, tot deze berg, tot deze beweging in het landschap? Want er vallen grote lijnen te ontdekken, er zitten constanten in.’ Baricco waait met gespreide vingers over de kaarten. ‘In alles wat we hier zien is de constante: de tussenliggende schijven, de bemiddeling, moet eruit. Dat is een heel belangrijk principe van de digitale revolutie: alle bemiddeling moet er tussenuit. Ik ben net klaar met mijn hoofdstuk over Tinder.’

Ah! Hoe past Tinder in het berglandschap? ‘Alle technologische uitvindingen die de ruggengraat zijn van de digitale revolutie zijn niet meer of minder dan de oplossing van een probleem. Een brief sturen, telefoneren, of een verloofde vinden. Het zijn slechts tools die een probleem oplossen. Daarin valt nog een andere constante te herkennen: de oplossing waarvoor gekozen wordt geeft altijd de voorkeur aan hetzelfde: beweging. Als je drie verschillende oplossingen hebt, kies je altijd voor de oplossing waarmee de meeste beweging wordt gegenereerd. De oplossing die grenzen neerhaalt, verplaatsing genereert, reizen stimuleert, geld, goederen, mensen en informatie laat circuleren. Dat is een dierlijk instinct.

‘In algemene zin heeft de elite zich verplaatst van humanistische naar technische wetenschappen’

De geest van de Novecento, de vorige eeuw, rust in de cultus van onbeweeglijkheid, grenzen, afscheidingen. De grens was de religie van de vorige eeuw. Grenzen op alle gebied. De grens tussen “hoge” en “lage” cultuur. De grens tussen “Ariërs” en “joden”. De grens tussen het Oostblok en het Westen. Alles was ingeperkt, begrensd, geblokkeerd, informatie kon niet vrij bewegen. Daarom kon Auschwitz bestaan zonder dat iemand – of bijna iemand – het wist. Vandaag kun je echt geen Auschwitz maken en het een jaartje of wat ongestoord draaiende houden. Je kunt geen atoombom maken waar slechts honderd mensen van weten en die de hele planeet kan vernietigen. Dat is de stuwende kracht onder de digitale revolutie.

Na een eeuw van angst, horreur, ontelbare doden, twee wereldoorlogen, een koude oorlog, dictaturen, kijkt de nieuwe mens om zich heen en zegt: zo, het eerste wat ik ga doen, is zo veel mogelijk beweging creëren. Want het is in de onbeweeglijkheid dat een bepaalde “waarheid” een mythe kan worden. Dat een leugen een legende kan worden, zoals het nazisme. Gooi alle ramen open en laat de wind er doorheen blazen. Mensen blijven slecht als voorheen, en arrogant, en ambitieus, maar de beweging haalt de kracht eruit. Door zo veel mogelijk instrumenten te ontwerpen die de beweging mogelijk maken zorg ik ervoor dat wat in de vorige eeuw is gebeurd niet meer kan gebeuren.’

Het is na zo’n gepassioneerd en belangrijk betoog moeilijk om terug te keren naar Tinder. Maar toch. Welk ‘probleem’ lost Tinder op? Het vinden van ‘een verloofde’ zoals Baricco zo heerlijk ouderwets zegt, doe je dat door mensen naar links (Nope!) of rechts (Like! Superlike!) te schuiven alleen op basis van een foto en drie regels zelfverzonnen cv? Is dat ‘beweging’?

Hij moet hartelijk lachen om de vraag en het gezicht erbij. ‘Erg jammer: ik kan zelf niet op Tinder, want daarvoor is mijn hoofd te bekend. Ik had het graag geprobeerd. Het probleem van mijn hoofdstuk over de sociale media was dat ik er niets van weet omdat ik er niet op zit, nooit op heb gezeten ook. Dus ik wist dat ik voorzichtig moest zijn. Ik heb jongens van 25, dertig jaar gesproken, ik ben met ze opgetrokken, heb gekeken hoe het werkt, het gebruik van sociale media. Ik wilde hún logica snappen. Ik heb er veel tijd in gestoken en ben van idee veranderd over veel dingen. Eigenlijk altijd in het voordeel van de barbaren.

De ervaring die ik heb opgedaan met dit tweede boek is dat alles wat er momenteel gebeurt zinvol is. We moeten er niet bang voor zijn. Het is een mentale beweging van de mensheid die in ieder geval zinvol, zo niet geniaal is. Het is riskant, wat we aan het doen zijn, maar het is een risico dat de moeite waard is om te nemen omdat wat we ermee winnen zo veel is. Het is de ontsnapping uit de beschaving van de vorige eeuw, de Novecento. Als je de mentale structuur van de barbaren en hun revolutie goed bestudeert, dan zie je dat het eigenlijk allemaal gericht is op het vernietigen van de totems, de heiligenbeelden van onze vorige eeuw. De elite uit de vorige eeuw is bezig aan haar zonsondergang. Die manier van elite zijn is ten dode opgeschreven.’

Turijn is bij uitstek de stad van die elite van de vorige eeuw. Alessandro Baricco staat op de schouders van giganten, die draaiden rond het grote uitgevershuis Einaudi. Zwaargewichten als Cesare Pavese, Italo Calvino, Natalia en Leone Ginzburg, en uiteraard Primo Levi, de grote Italiaanse intellectuelen van de vorige eeuw. Allemaal uit Turijn. Een cultuur die de prullenbak in kan? Niet meer nodig?

Baricco moet al weer lachen. ‘Ik denk dat de elite iets geweldigs is! En natuurlijk ben ik een product van de oude elite. Maar ik ontdekte tijdens het schrijven van The Game dat de wereld waarin we nu leven uit is op een wereld zonder elite. En dat is een risico dat we lopen. Maar het is een theoretisch probleem, want er is zich al lang een nieuwe elite aan het ontwikkelen. Een totaal andere elite, vanuit antropologisch oogpunt, maar zij komt eraan. Voor wie haar wil zien is zij al lang zichtbaar, maar omdat zij in niets lijkt op de oude elite is zij moeilijk te zien. Het zijn twee krachtvelden die op elkaar botsen, zou je kunnen zeggen.’

Bedoelt hij de elite van Steve Jobs? Is dat de nieuwe elite? ‘In algemene zin heeft de elite zich verplaatst van humanistische naar technische wetenschappen. De intelligentsia van de vorige eeuw mat zich op het humanistische vlak, in Europa althans, in Amerika niet. Daarom is het interessant om te zien dat de huidige mentale revolutie voortkomt uit een mensheid die voor tachtig of negentig procent technisch ingenieur is.’

Dat schrijft Baricco ook in zijn verhaal over Silicon Valley: wit, man en ingenieur. Help.

‘Help, ja. De intellectueel zoals we hem in de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw nog bedoelden, bestaat niet meer. En als hij bestaat is hij belachelijk, hij doet er niet meer toe. De intelligentsia van vandaag is een heel andere diersoort. Hun brille komt voort uit het gebruik van de digitale tools, de totale beheersing van die tools. Het kunnen verbinden van dingen met elkaar, bergen informatie samenbrengen met heel eenvoudige handelingen. Ze zijn in staat om iets van heel veel verschillende gezichtspunten te bekijken, ze werken met categorieën en mentale verbindingen die wij kieuw-lozen niet eens kennen. Het is een vorm van intelligentie die je echt alleen kunt opbouwen door het dagelijks gebruik van al die spullen. Je ziet het in bepaalde kinderen, maar ook in bepaalde verlichte figuren van vandaag.’

En waar plaatst hij zichzelf dan, in dit nieuwe berglandschap? ‘Ik ben heel Europees. Er is ook een moderne, technologische lijn onder de intellectuelen in Europa, waar Umberto Eco inderdaad de aanvoerder van is. Enerzijds niet bevroren knipperend in de koplampen van de Grote Belangrijke Cultuur van onze vorige eeuw, anderzijds – dankzij diezelfde cultuur – in staat tot nuances die je in Amerika kunt vergeten. Wij zijn anders, wij Europeanen. We zijn meer theoretisch, we kunnen beter namen geven, termen bedenken, voor moeilijk te vangen mentale bewegingen.

Dat is per slot wat ik doe: met een vlindernet achter mentale bewegingen aanrennen. De Amerikanen zijn fantastisch in het verzinnen van perfecte tools, wij Europeanen zijn beter in het in kaart brengen van de geschiedenis van de menselijke geest. Zoals het altijd is geweest. Wij staan nog een beetje raar met onze ogen te knipperen bij de voortdurende stroom van nieuwe machientjes die Amerika ons blijft sturen. Maar als we elkaar ontmoeten, Europeanen en Amerikanen, dan komt er het beste uit voort.’


Op zondag 3 juni om 19.30 uur sluit Alessandro Baricco het Forum on European Culture af in De Balie in Amsterdam met een lezing over de staat van kunst en cultuur in Europa. Hij wordt geïntroduceerd door George van Houts