De onuitzetbaren

IEDEREEN verwijst naar een ander. De IND, de Immigratie- en Naturalisatiedienst van Justitie, stuurt ons naar de Vreemdelingendiensten in het land: ‘Daar weten ze meer over niet-verwijderbare illegalen.’ Die sturen ons echter voor de harde feiten terug naar de IND. Nee hoor, wij kunnen de onuitzetbaren niet tellen, laat de IND weten. En waarom polsen wij Buitenlandse Zaken niet? Het zijn toch de ambassades die het terugzenden van hun eigen onderdanen dwarsbomen? Maar ‘Buza’ wil er niets over zeggen en verwijst terug naar Justitie.

Het kabinet geeft, aldus de staatssecretaris van Justitie, ‘hoge prioriteit aan de daadwerkelijke verwijdering’ van onwelkome vreemdelingen. Het venijn zit in dat woordje 'daadwerkelijke’. Want de onuitzetbare illegaal ligt zwaar op de maag van de 'Verwijderunits’ van Justitie. Op de vraag 'Wie bent u eigenlijk?’ hult de vreemdeling zich vaak in stilzwijgen. Papieren heeft-ie ook al niet, dus slepen justitieambtenaren hem van het ene consulaat naar het andere: is deze persoon misschien een inwoner van uw land? Als ook dat geen opheldering verschaft, wordt het formulier met 'Aanzegging tot vertrek’ uitgereikt, vertelt Jan Schilstra, chef Vreemdelingendienst Utrecht. Zijn stem slaat over: 'Ja, wat moet ik ermee? We kunnen ze moeilijk allemaal vastzetten. Het is een enorm probleem. De Vreemdelingendienst en de gemeenten kunnen het oplossen.’ En waarheen wordt dat vertrek dan 'aangezegd’? Anne Geelhof, woordvoerder politie Rotterdam/Rijnmond: 'Wij zeggen weleens: U dient het land te verlaten. Als u hier het bureau uitloopt en u slaat linksaf, dan komt u vanzelf in België.’
Een illegale vreemdeling heet 'technisch onuitzetbaar’ wanneer hij zijn identiteit niet kan of wil bewijzen. Je kunt iemand officieel niet op het vliegtuig naar Somalië zetten als niet zeker is dat hij daar vandaan komt. Als dat wèl bewezen kan worden, moet het land hem terugnemen; dat is een volkenrechtelijke verplichting.
Het blijft gissen naar de omvang van de groep technisch onuitzetbare vreemdelingen. Geregistreerd worden zij niet. In ieder geval zijn er op dit moment zo'n twintigduizend afgewezen asielzoekers die uitgezet moeten worden. Geschat wordt dat dit bij minstens een kwart niet zal lukken. Volgens K. de Lange, hoofd van het Aanmeldcentrum voor asielzoekers op Schiphol, wordt zelfs tachtig procent van de asielzoekers die moeten worden teruggestuurd, niet daadwerkelijk verwijderd. Daarnaast raakten vorig jaar ruim 6600 asielzoekers 'zoek’: zij vertrokken 'met onbekende bestemming’ uit de asielopvang, vanwege, zo veronderstelt VluchtelingenWerk, de uitzichtloosheid van hun asielaanvraag. Van deze groep verblijft een deel zeker nog illegaal in Nederland.
Daar komt nog een onbekend aantal niet-verwijderbare illegalen bij, die nooit asiel hebben aangevraagd. Zij zijn 'zomaar’ gekomen. Maar ze zomaar weer wegsturen, dàt lukt Justitie in veel gevallen niet. Zelfs de zware jongens onder hen blijken vaak niet verwijderbaar. Met lede ogen ziet de politie in de hoofdstad aan hoe de groep criminele onuitzetbare illegalen al uit 'minstens enkele honderden’ bestaat: 'De ene keer geven zij zich uit voor Marokkaan, dan weer voor Algerijn en ze zijn altijd hun paspoort kwijt’, zegt woordvoerder Wilting.
De groep onuitzetbare illegalen heeft geen recht op welke asielopvang dan ook. En als het aan het kabinet ligt, worden ze binnenkort officieel uitgesloten van alle collectieve voorzieningen. Daartoe ontwierp men de Koppelingswet, waarover de Tweede Kamer vorige week debatteerde. De beslissing over deze wet valt waarschijnlijk deze week.
WAAR BRENGEN de onuitzetbaren die niet mogen werken maar die ook geen recht op bijstand hebben, hun dagen door? 'Er wordt wel gezegd dat ze over straat zwerven’, oppert IND-woordvoerster Liesbeth Rensman. 'Maar wij hebben geen idee.’ 'Ze duiken onder in het illegale circuit’, vermoedt Anne Geelhof, woordvoerder politie Rotterdam/Rijnmond. 'Dat ze allemaal in de misdaad belanden, is een fabeltje.’ Onderzoek van de Universiteit van Utrecht bevestigt dat: slechts zeven procent van de geschatte zestigduizend illegalen verdient het predikaat crimineel. Het is bekend dat velen opgevangen worden door familieleden in Nederland, door particulieren en kerken, terwijl een ander deel toetreedt tot het legertje daklozen in Nederland.
'Een deel probeert te overleven met illegaal werk’, zegt Schilstra van de Vreemdelingendienst Utrecht. Pasgeleden trof zijn dienst nog een groep 'onuitzetbaren’ in 'een bepaalde bedrijfstak’: 'Ik zeg niet welke, maar ze werkten er ’s nachts. Voor letterlijk een paar gulden per uur.’
Ook zitten er jaarlijks zo'n vierduizend illegalen in 'vreemdelingenbewaring’. In afwachting van uitzetting, omdat er een verondersteld vluchtgevaar is. Voor onuitzetbare illegalen, zegt Rick van Amersfoort van het Autonoom Centrum in Amsterdam, is de vreemdelingendetentie vaak het begin van een vicieuze cirkel: 'Als blijkt dat iemand niet kan worden uitgezet, wordt hij na zes maanden weer op straat gezet totdat hij opnieuw wordt opgepakt.’
Ten slotte komt een deel in 'gewone’ huizen van bewaring terecht. Straatmuzikant Jean A. is een van hen. Gedurende zijn tienjarig verblijf als ongewenst vreemdeling in Nederland heeft hij vaker in een Nederlandse cel vertoefd dan op het Rembrandtplein, waar hij de terrasgasten wil vermaken. Hij heeft geen verblijfsvergunning, geen paspoort, kortom: geen identiteit, en hij staat al tien jaar als 'technisch niet verwijderbaar’ te boek. Hij heeft wèl een strafblad, voor enkele diefstallen. Justitie hanteert voor gevallen als Jean de paradoxale term 'ongewenst verklaarde onuitzetbare illegalen’.
Als hij geluk heeft, weet A. soms een paar maanden achtereen vrij man te blijven. Maar dan verdwijnt hij weer in de cel - voor drie, vier, soms zes maanden. Hij is in feite al permanent strafbaar vanwege het enkele feit dat hij zich als ongewenste vreemdeling in Nederland ophoudt. Sinds 1986 is A. in totaal zeventien keer hiervoor veroordeeld.
Maurice Veldman, A.’s advocaat, bladert in een lijvig dossier. Hij omschrijft zijn cliënt als een vriendelijke man die het onrustige Tsjaad verliet. Om zijn berechting te bemoeilijken, gaf A. aan de politie regelmatig een andere naam en nationaliteit op. Dan weer kwam hij uit Ghana, dan weer gaf hij toe uit Tsjaad te komen.
Voor alle duidelijkheid: 'gewoon’ illegaal verblijf is niet strafbaar. Een 'gewone’ illegaal kan wel worden vastgezet in vreemdelingenbewaring, maar niet langer dan een half jaar. Wie dan nog niet uitgezet blijkt te kunnen worden, moet vrijgelaten worden. Wie ongewenst verklaard is, maakt zich echter permanent schuldig aan een strafbaar feit. Zodat niet alleen de Vreemdelingendienst, maar ook de strafrechters zich met hem gaan bezighouden.
NIET ZELDEN WORDEN mensen als Jean A. ná hun strafdetentie in een huis van bewaring bij de poort alweer opgewacht. Hup, meteen het busje in, op weg naar de vreemdelingengevangenis, alwaar de mogelijkheden tot uitzetting worden onderzocht. 'Hebben ze vorig jaar met A. ook gedaan’, verzucht Maurice Veldman. 'Ze zijn bij hem op bezoek geweest met een tolk die komt horen wat voor accent de man heeft. En met een antroploog die probeert te bepalen waar hij vandaan komt. Mensen uit Afrikaanse stammen hebben bijvoorbeeld vaak bepaalde littekens op hun gezicht.’
Ook is A. onder begeleiding van de Vreemdelingendienst meermalen naar België gebracht, naar het consulaat van Tsjaad en van Ghana, om daar voorgeleid te worden. Maar daar stond men niet te popelen om aan een identiteitsonderzoek mee te werken. Het benodigde laissez-passer, een vervangend reisdocument waarmee de vreemdeling onmiddellijk kan worden uitgezet, werd niet gegeven.
Veldman: 'De politierechter houdt vol dat A. er maar voor moet zorgen dat hij terugkomt, al werkt zijn ambassade niet mee. De officier van justitie zei laatst letterlijk: “Je kunt ook op eigen initiatief naar België gaan, en als ze je daar vragen waar je vandaan komt, zeg je: uit Frankrijk. Dan word je naar Frankrijk gebracht en daar zeg je: ik kom uit Spanje. Dan ben je al bijna thuis! En dan zou ik het laatste stukje gewoon zwemmen.” ’
In het verleden, vertelt Veldman, is zijn cliënt wel vijftien keer door rechercheurs naar België uitgezet - om direct weer terug te komen. 'Het is voorgekomen dat A. hen de volgende dag hier weer tegenkwam, en dat ze elkaar vriendelijk groetten.’
Maar die zogenaamde Roosendaal-route is twee jaar geleden door België onrechtmatig verklaard. Ook de rest van Europa zit potdicht. Veldman: 'Duitsland, België, Frankrijk, je komt nergens meer in. A. is hartstikke zwart, dus zodra hij zich aan een grens vertoont, wordt hij meteen weer teruggestuurd op grond van het Schengenverdrag.’
Niet iedere aanklager vindt dat A. tot in lengte van dagen moet worden vastgezet vanwege zijn 'ongewenst-zijn’. De ene officier houdt hem vast, de andere laat hem weer gaan. Veldman: 'We hebben in één week met drie officieren te maken gehad die zeiden: “Laat ’m maar gaan.” Maar een vierde officier die toevallig dienst had, zei: “Ik houd hem vast.” Dus op 7 september stond ik daar weer met A. op de zitting. Toen heb ik in mijn pleidooi gesproken over het “beencriterium”; het hangt er maar net van af met welke officier mijn cliënt te maken krijgt, en met welk been die ’s ochtends uit bed is gestapt.
Soms zit A. gewoon te huilen in de rechtszaal. Dan zegt hij: “Ik ben 42, ik schaam me dood dat ik hier niks kan opbouwen.” Al die jaren heeft hij feitelijk voor niks in de bak gezeten. Want wat doet hij nou? Hij loopt hier rond, hij haalt adem, hij maakt muziek. Verder maakt hij zich niet schuldig aan crimineel gedrag.’ Bovendien, benadrukt de advocaat, kàn zijn cliënt helemaal niet terug, omdat de ambassade van Tsjaad niet de benodigde papieren wil afgeven.
Dat blijkt veelvuldig voor te komen. Een heel rijtje landen staat bekend als weinig meewerkend aan het terugkeerbeleid. Zoals Algerije, Bangladesh en Libanon. Maar ook Syrië, Ethiopië, Nigeria, Zaïre, Libië, Tunesië en China, dat vorig jaar van de 343 aanvragen voor een laissez-passer er slechts 26 honoreerde. De 'identiteitsonderzoeken’ van de ambassades kunnen bovendien maanden duren.
'Ze willen criminelen of arme sloebers niet terug hebben’, vermoeden hulpverleners. Elke ambassade heeft zo zijn eigen redenen en methoden om de uitzettingsprocedures te bemoeilijken. Bevolkingsregisters in Ruanda zijn vernietigd. Ethiopië en Eritrea werken alleen mee wanneer zij ervan overtuigd zijn dat de onderdaan vrijwillig vertrekt. Komt de Vreemdelingendienst een vermeende Ethiopiër of Eritreër 'presenteren’, dan wordt al getwijfeld aan die vrijwilligheid. Het komt ook voor dat de consul-generaal van Ethiopië het vluchtverhaal van de afgewezen asielzoeker wenst te horen. Volgens Nederlands recht mag iemands reden voor asielaanvraag nooit aan vreemde mogendheden worden meegedeeld, maar medewerkers van VluchtelingenWerk zijn getuige geweest van de overhandiging van asieldossiers door de IND aan ambassades.
Bovendien heeft Ethiopië brutaalweg laten weten dat de ambassade pas volledig meewerkt 'op het moment dat met de minister voor Ontwikkelingssamenwerking afspraken zijn gemaakt over de te verlenen hulp bij terugkeer in Ethiopië.’ 'Dan wordt het dus op een nette manier verrekend’, zegt Van Amersfoort van het Autonoom Centrum, 'maar dat riekt wel naar mensenhandel.’
We bellen twee ambassades voor een toelichting. 'We are against illegal immigration’, luidt de diplomatieke reactie op de Chinese ambassade. Maar aan de terugkeer van illegalen helpt men heus mee. Ook de heer Belaid, diplomaat van de Algerijnse ambassade, ontkent met de grootste stelligheid dat Algerije niet zou meewerken. Degenen die op de ambassade worden gepresenteerd en beweren Algerijn te zijn, worden zelfs aan een heus 'examen’ onderworpen, met vragen over de hoofdstraat van Algiers en over het repertoire van de bekendste Algerijnse zangers. Belaid moet echter erkennen dat in kleine gehuchten in de Algerijnse bergen niet zoveel werk wordt gemaakt van bevolkingsregistratie.
In Tsjaad is dat evenmin het geval. Jean A. kan daardoor, zelfs al zou hij willen, onmogelijk een papier overleggen dat officieel aantoont wie hij is en sinds wanneer. Hij zal dus altijd technisch onuitzetbaar blijven. Veldman: 'Justitie zegt dan wel dat het door hemzelf komt, maar wat kan hij nou nog doen?’
We leggen officier van justitie Goes de vraag voor wie er nu 'verwijtbaar bezig is’. En hoe lang wil hij doorgaan met het aanhouden van Jean A.? 'Zolang er in de wet staat dat ongewenste vreemdelingen dienen te verdwijnen’, zegt Goes. 'Of tot meneer zelf verkiest om weg te gaan.’ Maar dat is dus onmogelijk, werpen wij tegen. Goes: 'Ja, dat zeggen ze allemaal. Strafrechtelijk gezien is hij verwijtbaar bezig. Een rechter kan alleen dàt constateren en bestraffen, al vindt hij een wet nog zo slecht. Wij kunnen het overheidshandelen niet toetsen, maar het is natuurlijk duidelijk dat de Nederlandse overheid hiermee muurvast zit.’
JUSTITIE EN Buitenlandse Zaken blijken druk bezig met onderhandelingen met de 'onwillige’ landen. Als die nou maar meewerken, dan komt het allemaal goed met het Nederlandse uitzettingsbeleid. Er moeten terugnameovereenkomsten komen, terugnameclausules in samenwerkingsakkoorden, of afspraken zoals met Marokko in 1993 en 1994 werden gemaakt. Sindsdien prijkt Marokko op het lijstje van 'meewerkende’ landen. Het gerucht wil dat daarvoor met geld is geschoven.
Van Amersfoort van het Autonoom Centrum memoreert dat zo'n deal onlangs in Frankrijk aan het licht is gekomen. De Fransen zouden hebben betaald aan de Malinese overheid voor het terugnemen van de groep illegalen uit Mali die zich onlangs in een Frans Godshuis had verschanst.
Ook in Nederland worden deals gemaakt, zegt een Tweede-Kamerlid off the record: 'Voordat de heer Kok naar China ging, is er achter de schermen met de autoriteiten gesproken: China wist toch wel dat Nederland met onuitzetbare illegale Chinezen kampt? Zou men het waarderen wanneer meneer Kok dat zou bespreken? Nee dus. Kort daarop werd opeens een laissez-passer verstrekt aan vijftig Chinezen.’
Een bron uit politiekringen: 'Wij krijgen af en toe een telefoontje dat wij een paar uur de tijd krijgen om illegale, moeilijk verwijderbare Ghanezen op te pakken en naar Schiphol te brengen. Dan heeft Nederland iets met Ghana geregeld en staat er een vliegtuig klaar.’ Justitie doet dit desgevraagd af als 'onzin’.
HET NEDERLANDSE uitzettingsbeleid heet humaan, omdat het gebaseerd is op de medewerking van degenen die weg moeten. Wie geen geld voor de terugreis heeft, kan via het 'Terugkeerbureau’ een ticket krijgen en eventueel een paar honderd gulden om in het moederland een frisse start te maken. 'Maar als ze niet willen meewerken, dan houdt het op’, zegt Liesbeth Rensman, woordvoerder van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 'Dan hebben ze nergens meer recht op en moeten ze zelf maar zorgen dat ze weggaan. Dat is het logische sluitstuk van het vreemdelingenbeleid.’
De weigeraars wacht uitsluiting van alle voorzieningen middels de Koppelingswet die binnenkort van kracht wordt, of opsluiting in afwachting van uitzetting. Van de twaalfhonderd extra cellen die op prinsjesdag beloofd werden, is bijna een vijfde gereserveerd voor illegale vreemdelingen.
Dit voorjaar opende het 'Verwijdercentrum’ in het Groningse Ter Apel zijn deuren. Een team 'verwijderaars’ krijgt per cliënt maximaal drie maanden om deze te bewegen Nederland te verlaten. Zij die dan nog niet overtuigd zijn van de noodzaak terug te keren, worden soms gewoon op straat gezet. Oftewel: 'administratief verwijderd’. Dat gebeurt ook met degenen die al eerder 'met onbekende bestemming’ zijn vertrokken en zich nooit ter verwijdering komen melden, wat voor meer dan de helft van de potentiële Ter Apel-cliënten geldt. Deze groep niet-verwijderbaren komt dus helemaal niet in de statistieken voor. Maar wel op straat.
'Ik vind het absurd’, zegt Schilstra van de Vreemdelingendienst Utrecht, 'wanneer het twintig graden vriest en ik zie zo iemand onder een deken liggen. Dat gaat mij te ver. Het zijn wèl mensen met wie wij op een normale manier horen om te gaan.’ Schilstra pleit voor minimale zorg voor deze groep: gezondheidszorg en tijdelijk onderdak.
Blijkbaar blijven er toch voor veel mensen zwaarwegende redenen om een illegaal bestaan in Nederland te verkiezen boven terugkeer naar het land van herkomst, zegt Fronnie Biesma van VluchtelingenWerk. 'Wij vertrouwen op het vermogen van mensen om af te wegen wat hen het meeste perspectief biedt. Als ze terug kunnen keren, zullen sommigen dat heus wel doen. Zo leuk is het niet om hier illegaal te moeten zijn.’ Biesma pleit voor een beter terugkeerbeleid. 'Want dat is er nu niet. Men denkt tot aan Schiphol.’
MOETEN ZIJ die niet kunnen, willen of durven terug te keren maar van alles worden uitgesloten? Is Justitie niet doende zo een enorme onderklasse te creëren? 'Dat kun je niet voorkomen’, zegt VVD'er J. Rijpstra, die zich in de kamer op het vreemdelingenvraagstuk profileert. 'Wij moeten deze mensen niet belonen met een status. Want dan gaat iedereen net zo lang zijn mond dichthouden tot ze alsnog mogen blijven.’
Rijpstra wil dat de politie intensiever gaat controleren op illegalen, al benadrukt hij dat hij geen 'politionele acties’ wil. 'Maar wel meer adrescontroles.’
En meer 'opvangcentra’. In afwachting van hun uitzetting denkt het kamerlid aan opvang met een open karakter voor meewerkenden en een gesloten karakter voor hen die wellicht de benen nemen. Maar wat als zij niet verwijderbaar blijken?
'Daar hebben we geen oplossing voor’, zegt Rijpstra. 'Dan houdt de overheidsbemoeienis op. Dan hebben wij alleen nog de boodschap: “Het spijt ons. U zoekt het maar uit”.’