De onvermijdelijke kater

JOHANNESBURG - Goddank, ze zijn weer vertrokken. De journalisten, fotografen, camaralieden, Fifa-bobo’s, voetbalfans. De vlaggetjes zijn weer van de auto’s en huizen gehaald. Het leven neemt weer zijn vertrouwde vorm aan, terwijl iedereen zich buigt over de vraag wat het allemaal heeft opgeleverd, dat WK 2010.

Vier weken lang voelde het alsof je plotseling in een met ballonnen en slingers versierd huis woonde, waar de hele tijd onbekommerd gefeest werd en iedereen xtc had geslikt en hartstikke aardig voor elkaar was. De lekkages, de tocht, de gebroken ruiten, de sporen van inbraak, de asociale buren, alles was zorgvuldig weggemoffeld achter de versieringen. De gasten waren verrukt.

Continu kreeg je te horen dat het ‘allemaal best meevalt’ in Zuid-Afrika (net zoals dat vroeger over apartheid werd gezegd). De mediavertegenwoordigers landden, vlogen op en neer tussen Johannesburg, Durban en Kaapstad en werden door Fifa van en naar de imposante voetbalstadions gereden. Ze hingen rond in de bars. Ze deden wat extra verhaaltjes over de huizenmarkt in Kaapstad of de wijnvelden bij Stellenbosch. Uit sociologisch oogpunt bezochten hier en daar ook een township, om te kijken hoe de zwarte bevolking leeft. Schrijnend natuurlijk, die tegenstellingen, maar ook ongelofelijk hoe vriendelijk, vrolijk en gastvrij de townshipbewoners zijn.

En niet alleen de bezoekers waren verrukt. Ook de Zuid-Afrikanen zelf herinnerden zich ineens weer hoe het zestien jaar geleden was, toen de verkiezingen zo succesvol waren verlopen en Nelson Mandela als de eerste zwarte president werd ingehuldigd. Toen het concept ‘regenboognatie’ nog niet tot iets lachwekkends was geworden.

Dankzij het voetbal kwam de middenklasse, normaalgesproken opgesloten in hun ommuurde, beveiligde huizen, weer eens in contact met de andere Zuid-Afrikanen. Allemaal droegen ze op vrijdag trouw hun gele Bafana-shirt. De tsotsi’s (gangsters) en de blanke en zwarte racisten hielden zich gedeisd. En de regering liet zien dat ze met een onverbiddelijke deadline tot grootse dingen in staat is. Al vijftien jaar slaagt ze er niet in om de townships van fatsoenlijke diensten te voorzien. Maar zodra Fifa aan de poort stond bleken de flitsende Gautrain, snelle busservice en het dichten van de gaten in de wegen geen enkel probleem.

Nog steeds heerst er een lichte euforie, en gaan de discussies erover hoe dit moment kan worden vastgehouden en uitgebreid. Maar het oude leven komt als een grauwe wolk weer opzetten. Macht, corruptie en leugens domineren als vanouds de voorpagina’s. De tsotsi’s zijn weer uit hun holen gekropen, beroven voetgangers op de Nelson Mandela brug en verjagen Zimbabwanen en Somaliërs. En de manke man bij het stoplicht bij mij op de hoek, die een maand lang opgetogen voetbalparafernalia verkocht (‘I support your country!’), houdt nu weer gewoon zijn hand op. De onvermijdelijke kater dient zich aan.