De onvoltooide revolutie forum leeft!

‘WIJ VERDEDIGEN de opvatting dat de persoonlijkheid het eerste en laatste criterium is bij de beoordeling van de kunstenaar’, zo schreven Ter Braak en Du Perron in januari 1932 ter inleiding van het tweede nummer van ‘Forum, maandschrift voor letteren en kunst’. Het was het startsein van wat de leerboekjes inging als de ‘vorm of vent’-discussie. Dienaangaande bestaan tot aan vandaag enorme misverstanden.

In het spoor van de grote Forum-vreter W.F. Hermans, die in zijn Mandarijnen op zwavelzuur een literaire vadermoord pleegde op de schimmen van Ter Braak en Du Perron, wordt de persoonlijkheidsdoctrine van Forum afgedaan als niet meer dan een recept voor egodocumenten. Bij ‘vent’ denkt men aan ruwe bolsters, eerlijkheid voor alles, bekentenissen. Als dat terecht was geweest, mochten we heden met recht spreken van een Forum-golf, want de cultus van het ego speelt momenteel hoog op in de Nederlandse letteren. Er woedt een collectieve bekentenisdrift. Dagboeken, memoires en ego-schetsen stapelen zich huizenhoog op in de kiosken. Niets van de gruwelijke geheimen op de zolderkamers van de nationale literatoren blijft de lezer bespaard. Het ik-tijdperk wordt in de letteren van de jaren negentig nog eens dunnetjes overgedaan. In NRC Handelsblad voorzag Bas Heijne de massale bekentenisdrift van enige zorgelijke kanttekeningen, alhoewel dezelfde cultus zich ondertussen ook in de kolommen van de liberale avondcourant met rasse schreden voortzet (zo namen wij onlangs in de aanhef van een recensie over hedendaagse beeldende kunst kennis van de mededeling van de critica dat zij onlangs droomde door haar vader te zijn verkracht, anaal nog wel!).
IN WERKELIJKHEID heeft het Forum-gedachtengoed daar weinig mee te maken. Natuurlijk, de ik-gerichtheid in Forum mocht er zijn ('Wij waren door niets zo heftig gebiologeerd als door onszelf’, schreef Marsman over de Forum-generatie), maar dat leidde niet per definitie tot literatuur van particuliere vermoeienissen.
Het land van herkomst, de ultieme Forum-roman van Du Perron uit 1935, hield inderdaad het midden tussen een dagboek en een roman, maar tijd en plaats (Parijs in de jaren dertig, met overal strijd tussen extreem-rechts en extreem-links), waren zo monumentaal uitgekozen dat het ruim zestig jaar later altijd nog keelsnoerend leeswerk is.
Maar evengoed geheel in Forum-stijl zijn de exotische reïncarnaties van Slauerhoff in China, wiens magisch-realistische epos Het verboden rijk, geënt op de lotgevallen van de Portugese dichter Luis Camoes in Macao, in delen werd gepubliceerd in de eerste twee jaargangen van Forum, bij wijze van beginselprogramma.
Simon Vestdijk, Forum-redacteur, schreef vele autobiografische werken, maar ook historische romans en behoorlijk psychedelisch-surrealistische experimenten als Meneer Vissers hellevaart. En ieder boek ademde de geest van Forum.
De persoonlijkheidscultus van Forum was niet bedoeld als startschot voor autobiografische kunst. Zoals de aversie tegen de 'vorm’ ook geen haatverklaring aan ingewikkeld geschreven literatuur was, zoals nu vaak wordt aangenomen door kwaadwillende critici. Waar het Ter Braak en Du Perron om ging in hun polemieken tegen 'de vorm’ was de leegheid van het toenmalige literaire bedrijf, een klacht die overigens voor honderd procent naar het huidige tijdsgewricht zou kunnen worden overgeplant. Zij wilden geen gekwezel, geen holle praatjes, geen literair geloei. Ze waren tegen valse pretenties, maar niet: tegen fantasie, tegen het verkennen van de outer limits van de persoonlijkheid, en niet tegen veinzen (als er maar oorspronkelijk werd geveinsd). Zij predikten de oorspronkelijkheid, maar vervielen niet in het platte criterium dat alles in de vertellingen 'echt’ moest zijn. Ze parafraseerden Nietzsche’s uitspraak dat een filosofie nooit belangrijker kon zijn dan een filosoof, maar dat betekende niet dat zij pleitten voor een cultus van autobiografische transparantie met Kemakeur-echtheidsmerk. Forum-literatuur kon een spel met duizenden maskers zijn.
ALS DE BELANGRIJKSTE theoreticus van Forum spande met name Ter Braak zich in om de weerstand tegen 'de vorm’ nader te duiden. Onder vorm, zo betoogde Ter Braak, moest men de stilstand verstaan, het versteende, het onpersoonlijke, de conventie. Vorm was de vastgeroestheid, de dood van het individu, de ondergang in de massa. Met 'vent’ bedoelde Forum de kracht van de voortdurend transformerende persoonlijkheid. Het was een leerstuk dat ook buiten de perken van de literatuurtheorie viel. Politiek en maatschappelijk was het een keuze tegen iedere vorm van totalitarisme. Zo richtte Ter Braak zich in Carnaval der burgers (1930) tegen de dogma’s van de burgerlijkheid en in Van oude en nieuwe christenen (1937) tegen abstracte intellectuele begrippen. In haar reeds nu klassieke monografie Forum 1931-1935 vatte Dorine Fleuren-Van Hal het 'vorm of vent’-vraagstuk kernachtig samen: 'De persoonlijkheid kan zich slechts in vormen uiten, maar begeeft zich daardoor in het gevaar van de verstening. Blijvende vormen betekenen verstening: een zich gewonnen geven aan de dood. Leven daarentegen is zich losmaken uit vormen.’
Politiek betekende dit een keuze voor de gecompliceerde, hybride democratie, tegen de heilsleren van het communisme en het fascisme. 'Vooruit zonder illusie dat men naar de hemel gaat; vooruit zonder illusie dat men naar een betere wereld gaat’, zo omschreef Ter Braak de democratische genegenheid van Forum. 'Vooruit zonder illusie dat men zich moet overgeven aan de staatsvergoeding van een revolverjournalist of een hysterische schreeuwer; dat noem ik democratie.’ Vanuit die ideologische achtergrond gingen Ter Braak en Du Perron over tot de oprichting van het Comité van Waakzaamheid.
IN DE KUNST stelde het hoge voorwaarden aan het karakter van de kunstenaar. 'De enige eis, die men kan stellen, is: dat de kunstenaar zich niet achter de kunst verschuile, als hij zich heeft te verantwoorden; dat hij zijn kunst verdedige als een integrerend onderdeel van zijn chronique scandaleuse’, aldus Ter Braak in Demasqué der schoonheid. Vandaar de keuze van Forum voor de grote Europese individualisten, of ze nu Nietzsche, Multatuli of Stendhal heetten. Wat ze het meest van al verafschuwden was epigonisme, hetgeen niets anders was dan de literaire pendant van slaafse ondergeschiktheid. De polemiek was het meest favoriete medium, want daar, in de arena van het papieren gevecht, kon het individu zich in zijn volle glorie manifesteren. Du Perrons klassieke schotschrift tegen de nu reeds geheel vergeten Dirk Coster, een 'ethische auteur’ die uitblonk in halfzachte formuleringen, is nog steeds het beste voorbeeld van die polemische grondhouding.
Geheel eigen aan het individualisme dat Forum predikte, was dat de redacteuren en medewerkers van dit Nederlands-Vlaamse tijdschrift binnen een mum van tijd vechtend over straat rolden. Du Perron werd door Marsman 'een moerassige hond’ genoemd. Slauerhoff spuwde met even groot gemak in de bron waaruit hij had gedronken. 'Men wil daar bij Forum de cultuur van de persoonlijkheid’, zei hij in een interview in 1935. 'Maar ik vind in het werk van de mensen die daar publiceren die persoonlijkheid eerder onbeduidend dan sterk. Ze zijn zeer genuanceerd, maar weinig geprononceerd.’
Forum had geen literair clubshirt, geen vaandeldragers en gemeenschappelijke taken. Er waren ook nauwelijks meer tegengestelde naturen te bedenken dan de grote namen die hier in de kolommen van het door uitgeverij Nijgh & Van Ditmar uitgegeven blad acte de présence in de letteren gaven. Ter Braak, de lichtelijk wereldvreemde intellectueel uit Eibergen, was in alles de ultieme tegenvoeter van de bereisde poète maudit Slauerhoff. De oer-kleinburger Vestdijk was in alles het tegendeel van de mondaine Indischman Du Perron, in wiens Belgische familieslot Gistoux de eerste stappen werden gezet naar de oprichting van Forum. De mythomane dichter Marsman valt met zijn zwaar aangezette expressionisme ook weer onmogelijk te spiegelen aan de rest. Sterker nog, Marsman werd bij tijd en wijle ook weer fel aangevallen door Ter Braak, die in Marsmans 'dichterlijke vitalisme’ toch ook weer een forse dosis onwaarachtigheid bespeurde.
Zo vergeleek Ter Braak - die er qua poëtica trouwens toch opvattingen op nahield die nog het meest strookten met die van Batavus Droogstoppel in de Max Havelaar - Marsmans verlangen naar de dichterlijke roes met dronkenschap: 'Het kenmerkende van de roestoestand is, dat men in zijn gezwollen machtsbewustzijn over dingen spreekt waar men anders over pleegt te zwijgen, dat men zichzelf belangrijker, royaler, edelmoediger acht dan men in werkelijkheid is, dat men ondernemender wordt in liefdeszaken dan anders het geval is, dat men zijn helderheid van begrip inruilt tegen het eerste het beste magische woord waar men tegenaan loopt.’
Marsman reageerde daar in Forum op met het stuk 'Critiek van de blauwe knoop’: 'De critiek van Ter Braak is geschreven vanuit een geringschatting voor de roes (poëtisch en alcoholisch), voor het gedicht en de dichter. Ter Braak, ongevoelig voor verzen, heeft er belang bij te zwijgen over hetgeen zij (de dichters) openbaren. In de grond blijft Ter Braak wie hij is: een superieur en hooghartig individualist, een onafhankelijk ontragisch wezen, een ongekwelde, ongebroken natuur.’
TOCH WAS ER iets dat deze supertalenten bond. Hoewel tegengesteld aan elkaar maakten ze op een of andere wijze deel uit van een meerkoppig wezen. De kracht van Forum zit hem in de kruisbestuivingen in het werk van de diverse auteurs, hun onderlinge beïnvloeding. Wat heden vooral treft in hun biografieën is de onophoudelijke interesse in elkaars werk, ten positieve dan wel ten negatieve. In zijn memoires Gestalten tegenover mij (1962) maakt Vestdijk geen geheim van zijn torenhoge bewondering voor Du Perron en Slauerhoff, die de motor vormde van zijn ongekende schrijfdrift. Du Perron op zijn beurt schreef de hopeloos wanordelijke manuscripten van Slauerhoff in schoonschrift uit tot de klassieke boeken die we nu allen kennen (en dat terwijl Slauerhoff zich nog eens weinig dankbaar toonde ook en de kostbare bibliofiele uitgaven van zijn beschermheer tijdens logeerpartijen in Gistoux gebruikte om vliegen te meppen!). Dat zien we zeg Joost Zwagerman niet zo snel doen ten faveure van een dichter-vriend in nood.
Soms ging de wederzijdse beïnvloeding van de Forum-schrijvers zo ver dat er sprake was van een soort instant-zielsverhuizing. Ter Braak-kenner A. Borsboom, auteur van de ultieme Ter Braak-studie De verschrikkingen van het denken, maakt zelfs heel aannemelijk dat Ter Braak een deel van zijn poëtica aanpaste om Du Perron te gerieven: 'Als in Forum een antiburgerlijkheid à la Multatuli of Slauerhoff wordt verheerlijkt, is het de vraag of hij (Ter Braak - rz) er wel altijd met zijn gedachten bij is geweest.’
Toen ik hem enkele maanden voor zijn dood opzocht in zijn woning te Amsterdam noemde Albert Helman - vriend van Slauerhoff en ook op goede voet staand met de andere Forum-figuren - die onvoorwaardelijke belangstelling van de Interbellum-generatie voor elkaars werk als het belangrijkste kenmerk van Forum. 'Kom daar nu maar eens om’, klaagde de maestro toen. En terecht. Een tijdje geleden beklaagde Chris Keulemans zich al even terecht over de donderende stilte die de publicatie van een nieuw Nederlands literair romanwerk gewoonlijk opwekt bij collega-schrijvers. Zonder onderlinge communicatie bij de literatoren kan er geen groei zijn, en zonder groei geen klassiekers. Dat zou in a nutshell de boodschap kunnen zijn die de leden van Forum uit hun graven verkondigen aan hun hedendaagse opvolgers.
TER BRAAK ZELF beschouwde de missie van Forum in feite als mislukt.
Op 3 oktober 1935, na amper vier jaar, nam uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de beslissing dat Forum met ingang van 1 januari 1936 zou ophouden te bestaan. De Vlaamse redactie (onder wie Marnix Gijsen en Gerard Walschap) kon niet leven met de plaatsing van een lichtelijk blasfemische novelle van de hand van Ter Braaks zwager, de in 1992 overleden Victor Varangot. De Vlamingen maakten zich ervan af met de slappe smoes dat 'bijdragen met hoge literaire verdienste sommige ethische bezwaren hun absolute zin kunnen ontnemen, en omgekeerd, dat bij de beoordeling van bijdragen met minder overtuigende waarde alle ethische overwegingen niet kunnen worden voorbijgezien’.
Het was in ieder geval proza waarin de 'vent’ nauwelijks meer te bespeuren was, terwijl de vorm toch zeker ook te wensen overliet. In zijn afscheidswoord aan de lezers - A Farewell to Arms - stelde Ter Braak in het laatste nummer vast dat Forum er niet in was geslaagd 'de gepostuleerde persoonlijkheidsmaatstaf ingang te doen vinden en het specialistische jargon van diverse literaire en ethische kategorieën uit te roeien’. Al wat de Nederlandse cultuur aan Forum had overgehouden, zo meende hij, was 'enig gezond verstand’.
In feite geldt Ter Braaks droefgeestige constatering tot aan de dag van vandaag, al zou men aan de hand van actuele ontwikkelingen bij de diverse literaire tijdschriften de stelling kunnen poneren dat er zowaar een nieuwe Forum-golf is gelanceerd. De realisering van de Forum-idealen - het doorbreken van het provinciale isolement van de Nederlandse letteren, het openstaan voor de grote Europese tradities, het kraken van het half-priesterlijke literatuurjargon - is nog steeds maar halverwege. Ter Braak, Du Perron, Slauerhoff, Marsman en Vestdijk zijn ieder op hun eigen terrein nooit overtroffen. Hoogstens heeft W.F. Hermans geprobeerd de erfenis van met name Du Perron en Ter Braak onzichtbaar te maken, kennelijk met de bedoeling zichzelf te laten uitvergroten tot de enige reus van de Nederlandse literatuur in de twintigste eeuw. Aan dat soort postume broodnijd hoeven hedendaagse schrijvers zich niet meer te vergrijpen. De grote voorgangers van Forum zijn nu lang genoeg dood om niet meer in aanmerking te komen voor staaltjes oer-Hollandse jaloezie. Van twee van hen, Vestdijk en Slauerhoff, is dit jaar de honderdste geboortedag groots gevierd. Dat dat het begin mag zijn van de voltooiing van de Forum-revolutie.