De onwettigen

Ze zijn zwart, ze neigen naar crimineel gedrag, ze sproeien enge ziekten rond en heel Nederland beeft voor ze. Ziedaar de mythe van Der Illegaal. Maar hoe ziet de realiteit eruit?
‘DE FABEL VAN DE ILLEGAAL’ heet de Leidse actiegroep, en de naam had niet beter gekozen kunnen zijn. Na een fakkeloptocht op kerstavond 1992 waaraan zevenduizend mensen meededen onder het motto ‘Illegalen zondebok? Dat nooit!’, besloot De Fabel het daarbij niet te laten. Een protestmars valt immers in het niet bij de talloze fabels en mythen over illegalen die blijven opduiken. Dus strijdt het Leidse clubje nu al drie jaar tegen de leugens en voor de belangen van de groep waar zoveel om te doen is en die die merkwaardige naam ‘illegalen’ - ‘onwettigen’, een soort wandelende overtredingen - draagt. De eerste groep mensen in Nederland, zo meent De Fabel van de Illegaal, die praktisch al hun rechten kwijtraakt.

Door zijn ongrijpbaarheid leent het ‘illegalenvraagstuk’ zich uitstekend voor spookverhalen als zouden 1100 Turken op een adres geregistreerd staan (Bram Peper) en tienduizend illegale Ghanezen zich in de Bijlmer met drugshandel verrijken (Eric Nordholt), en als zou Nederland weldra een 'derde wereld aan de Noordzee’ worden (Felix Rottenberg). 'Er is te veel fraude, te veel misbruik, er zijn te veel illegalen’, zo beweerde de PvdA-voorzitter een paar jaar geleden voor de vuist weg. De doorgaans gehanteerde beeldspraak rond dit thema doet vrezen dat onze moerasdelta binnenkort overspoeld zal zijn door 'vloedgolven vluchtelingen’ en 'stromen illegalen’. Die moeten rigoureus 'ingedamd’ worden, want Nederland is nu al het 'putje’ van Europa.
Het beeld van 'De Illegaal’ dat in dit klimaat kon ontstaan en gedijen en dat inmiddels heeft postgevat in het hoofd van menig argeloze burger, is ongeveer als volgt. Illegalen zijn zwarte mensen, uit Afrika enzo, die hier onze schaarse huizen en banen komen inpikken. Zij die niet werken, hebben wel een uitkering of zijn crimineel. Ze brengen enge ziekten naar ons land en leggen zwaar beslag op de gezondheidszorg. Maar als er maar hard genoeg wordt opgetreden, gaan ze vanzelf weg.
Al deze mythen kunnen stuk voor stuk weerlegd worden, al moet daarvoor iets verder gekeken worden dan de berichtgeving in De Telegraaf. Maar daarvoor lijkt weinig animo, zelfs onder onze volksvertegenwoordigers. Naar het zich laat aanzien zal de draconische koppelingswet, het sluitstuk van het 'ontmoedigingsbeleid’, binnenkort zonder al te veel weerstand door de Kamer worden geloodst. Het gaat immers, zo moet ook daar de overtuiging zijn, om een groot probleem.
Waarom houdt onze overheid dit beeld in stand? Daarop zijn twee antwoorden mogelijk: of men denkt werkelijk met een enorm probleem te maken te hebben, dat het beste drastisch aangepakt kan worden, en in dat geval is er slechts sprake van kortzichtigheid; of 'paars’ ziet, net als het vorige kabinet, in het asielzoekers- en illegalenvraagstuk een prima thema om zich - zonder nonsens - op te profileren. In dit geval kun je de regering slechtheid verwijten, want dan zijn vreemdelingen officieel tot zondebokken verkozen.
Wij in Den Haag laten niet met ons spotten, zo luidt in dit laatste scenario de boodschap achter iedere aanscherping van de vreemdelingenwet, wij staan voor de belangen van onze (eigen) onderdanen. Zo durfde Felix Rottenberg te beweren dat als de politiek 'het’ niet zou doen, de mensen in 'de oude wijken’ het zelf wel zouden doen. Als schijnbaar logische consequentie van de stoere Haagse taal heeft het kunnen gebeuren dat een wet werd ontworpen als de koppelingswet, waarmee illegalen definitief weggepest moeten worden. Om die wet te rechtvaardigen moet telkens weer benadrukt worden dat het werkelijk om een groot probleem gaat, waarmee de cirkel rond is.
Hoe groot het illegalenprobleem nu werkelijk is, weet echter niemand. Af en toe worden er getallen geroepen. Men spreekt dan van 'tussen de vijftigduizend en de honderdduizend’, of 'tussen de honderdduizend en de tweehonderdduizend’. De marges zijn enorm, want illegalen laten zich per definitie niet tellen. Het ministerie van Justitie laat dan ook weten dat het zich niet aan schattingen waagt. Dat mag een tamelijk wankel uitgangspunt heten voor het ontwikkelen van beleid.
ILLEGALEN ZIJN niet 'zwart’, althans, lang niet allemaal (en al waren ze het wel - maar dat is een ander thema). Een groot deel van hen komt niet uit Afrika maar uit Europa; het zijn Britten, Duitsers, Italianen en andere EG-onderdanen. Jarenlang was de grootste groep illegalen die werd uitgezet uit Duitsland afkomstig.
Pikken illegalen onze banen in? Nauwelijks. De gelukkigen die een baan hebben, doen meestal onderbetaald en zwaar werk dat anders voor een groot deel zou blijven liggen. Bovendien is dat veelal tijdelijk werk, bijvoorbeeld tijdens het oogstseizoen in de tuinbouw en de zomerdrukte in de horeca.
Het Nederlands Economisch Instituut deed begin vorig jaar een onderzoek naar het economische belang van illegale arbeid. In het eindrapport Illegale arbeid, omvang en effecten werd geconcludeerd dat er vooral in de confectie, de horeca, de agrarische sector en in het schoonmaakbedrijf illegale werknemers zijn. Een groot deel van de winst in die sectoren komt nota bene uit de besparing op de loonkosten. 'In de overige sectoren kan van een marginaal verschijnsel worden gesproken, in absolute en relatieve zin.’ Gemeten in arbeidsjaren, zo schatten de onderzoekers, maakt illegale arbeid niet meer dan een half procent van de totale werkgelegenheid uit.
Dan halen ze zeker allemaal een uitkering bij de Sociale Dienst? Nee. 'Illegalen komen niet hier’, zo heette in 1990 een rapport van een groep Nijmeegse rechtssociologen over het 'gebruik van collectieve voorzieningen door vreemdelingen zonder verblijfstitel’. Dat bleek maar weinig voor te komen vanwege de talloze barrieres. Uit twee andere studies die begin jaren negentig zijn uitgevoerd, bleek dat slechts een half procent van de onderzochte illegalen 'op onduidelijke gronden’ een uitkering had.
Maar ondertussen lopen ze wel rond met hun enge ziekten. Tbc is immers weer terug? Nou, drie keer raden waar dat vandaan komt. De Inspectie voor de Volksgezondheid waarschuwt inderdaad al enige tijd voor de stijging van het aantal tbc-patienten in Nederland, van wie ongeveer de helft allochtoon is. De overgrote meerderheid daarvan is hier echter legaal. 'De meeste illegalen komen hier om te werken en zijn relatief jong en gezond’, zegt Henk Asbreuk van de hulpverlenersorganisatie De Witte Jas in Amsterdam. 'Die komen niet om een gratis open-hartoperatie te krijgen.’ En daarmee is meteen de mythe van de illegaal als medische toerist weerlegd. Een procent van het aantal onverzekerde patienten dat vorig jaar bij De Witte Jas aanklopte, was speciaal voor een medische behandeling naar Nederland gekomen. Zes van deze negen mensen waren Surinamers, die het in hun eigen land met een deplorabele gezondheidszorg moeten doen.
Het beeld dat illegalen vaak crimineel zijn - een beeld dat in stand wordt gehouden door ze op te sluiten - is in 1993 onderuitgehaald in een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van het ministerie van Justitie. 'Legale vreemdelingen zijn vaker crimineel dan illegale vreemdelingen’, en 'EG-onderdanen weer veel vaker dan niet-EG-onderdanen’, zo luidden enkele conclusies. En in mei van dit jaar liet een groep Utrechtse wetenschappers in een rapport weten: 'De resultaten van onze studie nuanceren de veronderstelling dat illegaliteit en criminaliteit noodzakelijkerwijs verweven zijn. Het merendeel van de illegalen is niet actief in criminele circuits.’
'HET OPSLUITEN van uitgeprocedeerden en illegalen is een nep-oplossing’, zei de voorzitter van de Nederlandse Politie Bond, Hans van Duijn, onlangs. 'Als we uitgeprocedeerden en illegalen gaan oppakken en gevangen zetten, zadelt de overheid politie en bewakers met een menselijk drama op.’
Het woord 'menselijk’ valt doorgaans opvallend weinig in de illegalendiscussie. 'De illegaal’ is een abstract begrip geworden, een bedreiging die met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Illegalen komen hier immers om te profiteren terwijl ze best terug kunnen.
Het zoveelste fabeltje. Illegalen, eenmaal in Nederland gearriveerd, kunnen niet meer terug, bleek weer eens uit een onderzoek dat de gemeente Den Haag een paar jaar geleden liet uitvoeren. Ze komen uit gevaarlijke of verarmde gebieden en klampen zich vast aan het idee dat als ze hier maar lang genoeg blijven, er ooit een kans op legalisatie komt. Maar een verblijfsvergunning is steeds moeilijker te krijgen en makkelijker te verliezen. Vrouwen die bijvoorbeeld op de verblijfsvergunning van hun man naar Nederland zijn gekomen, worden na een scheiding in principe uitgezet.
Leo Adriaenssen van het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen probeert nu een Marokkaanse vrouw in die situatie te helpen. Adriaenssen: 'Zij is over de vijftig en heeft tien kinderen waar ze jarenlang haar handen vol aan heeft gehad. Ze kwam de deur bijna niet uit en is dus nauwelijks geintegreerd. Vorig jaar is haar man weggelopen, maar zelf heeft zij geen verblijfsvergunning. Van de vreemdelingendienst heeft ze een jaar de tijd gekregen om werk te zoeken maar dat lukte natuurlijk niet. Nu is alles verloren en zit ze hier zonder papieren, zonder rechten.’
LASZLO, 33 JAAR oud, is in alle opzichten het tegenbeeld van het illegale stereotype. Lelieblank, kerngezond, ambitieus en redelijk succesvol als beeldend kunstenaar. Althans, in zijn vaderland, Hongarije. Hier mag hij officieel niets ondernemen, want hij heeft geen verblijfsvergunning. Dus werkt hij zwart als klusjesman en schildert hij deuren in plaats van doeken.
Oorspronkelijk was Laszlo hier voor een vervolgopleiding aan de Rijksacademie. Vlak voor hij terug zou gaan ontmoette hij de Nederlandse Susan (30). Ze werden hevig verliefd en hij besloot wat langer te blijven. 'Voorlopig’ werd al gauw 'voor altijd’. Tenminste, dat zouden zij graag willen, zeker nu Susan zwanger is en zij samen voor hun kind willen zorgen. Maar geen advocaat en geen Justitie-ambtenaar die kan uitleggen welke procedure Laszlo moet volgen om aan een verblijfsvergunning te komen. Trouwen is daarvoor allang niet meer voldoende. Voor hun voorgenomen huwelijk hebben ze eerst een 'positief advies’ van de vreemdelingendienst nodig, en bovendien zal Susan moeten langskomen met een arbeidscontract waarin staat dat zij minstens nog een jaar werk heeft waarmee ze 1800 gulden of meer verdient. Maar in de culturele sector waarin zij werkzaam is, mag je al heel blij zijn met een tijdelijke aanstelling. Voorlopig zit een jaarcontract er voor haar niet in, zeker nu niet, met die dikke buik. Laszlo mag officieel niet werken en zal dus nooit aan het 'inkomensvereiste’ kunnen voldoen. Het is een no-win-situatie.
'Het meest schokkend vind ik’, zegt Susan, 'dat ik geen enkele steun krijg van de Nederlandse staat. Ze willen mij gewoon met dat kind laten zitten en de vader terugsturen naar Hongarije. Ja, ik mag met hem mee, maar wat moet ik daar, met mijn studie Nederlands waar diezelfde staat overigens handenvol geld in heeft gepompt? Alles wordt internationaler, kijk naar het bedrijfsleven, naar Internet. Logisch dat je met al die uitwisselingen contacten over de grens legt. Maar als je dan verliefd wordt op een buitenlander, moet je opeens met je buurman trouwen.’
Susan is nog steeds verbluft over de wijze waarop zij is afgeblaft bij de Vreemdelingenpolitie. 'Ik vroeg uitvoerig om informatie en om raad, maar de man die mij te woord stond werd steeds onaangenamer. Op een gegeven moment zei hij dat Laszlo maar naar Hongarije moest teruggaan om daar de procedure af te wachten, dan zou meteen wel blijken of hij echt van mij hield. “Al die buitenlanders die met onze vrouwen trouwen, alleen maar om hier te kunnen wonen”, zei hij. “Je zal de eerste niet zijn die na drie jaar weer een schop onder haar kont krijgt.”/’
'Bij de vreemdelingendienst is het een afschuwelijke puinzooi’, zegt mr. Willem de Vries, die Laszlo en Susan bij het bureau voor Rechtshulp juridisch bijstaat. 'Ik word er echt misselijk van. Alle publiciteit betreft nu de misstanden bij de immigratie- en naturalisatiedienst, maar bij de vreemdelingendienst is het minstens zo'n chaos. Ze lopen daar geweldig achter en maken fouten bij de registratie van verblijfsstatussen.’
Twee weken geleden gaf Frank van de Streek, chef van de Vreemdelingenpolitie in Amsterdam, tegenover Het Parool toe dat er bij zijn dienst een 'complete chaos’ heerste. Door het installeren van het Vreemdelingen Administratie Systeem (Vas) - een nieuw, 'waterdicht’ computersysteem - kampt de Amsterdamse Vreemdelingenpolitie nu met een achterstand van tienduizend aanvragen voor een verblijfsvergunning. Mensen die al twintig jaar een verblijfsvergunning hebben, dienen volgens de computer nu ineens uit het land te worden gezet.
De Vries: 'Regelmatig kom ik een stuk van vreemdeling A tegen in het dossier van vreemdeling B. En clienten van mij die hun best doen om zo snel mogelijk de gevraagde papieren in te leveren, merken dat die niet doorgestuurd worden maar gewoon twee maanden blijven liggen. Dat soort stupiditeiten - je wordt er gek van. Ik denk weleens: Ben ik nou met vreemdelingenrecht bezig of ben ik tegen windmolens aan het vechten?’
IN HET LAND van de windmolens worden niet alleen sprookjes verteld over illegalen, maar ook over het Nederlandse antwoord op hun aanwezigheid. Het beleid, verzekerde voormalig staatssecretaris van Justitie Kosto niet lang geleden, zou 'sober doch humaan’ zijn. Maar het is sober noch humaan. Vreemdelingenadvocaten moeten zich door een woud aan wetten heenworstelen om hun clienten uiteindelijk toch vaak, zo zegt De Vries, te moeten meedelen: 'Sorry, ik kan niets voor u doen.’
'De koppelingswet’, meent Adriaenssen, 'is volstrekt inhumaan. Daarmee worden mensen uit de samenleving gestoten. Zij komen in een soort open gevangenis waar ze geen rechten hebben. We zijn bezig met het creeren van een klasse van paria’s.’
Het beleid is bovendien niet effectief. De Vries: 'In november vorig jaar is de wet op de schijnhuwelijken in werking getreden. Dat gaf een ontzettende bureaucratische rimram, terwijl nu blijkt dat het hoogstens een preventieve werking heeft. Mensen die doorzetten komen er gewoon doorheen. En met die koppelingswet wordt het natuurlijk weer lachen’, smaalt hij. 'Ik heb volstrekt geen vertrouwen in die massale operatie. De bureaucratie wordt nog groter, de instellingen lopen nu al achter en zijn er niet op voorbereid. Een verkeerde handeling van de vreemdelingendienst en je wordt overal van uitgesloten. Waarschijnlijk zal er een stortvloed van klachten komen van mensen die gewoon een verblijfsvergunning hebben maar die verkeerd geregistreerd staan.’
De koppelingswet zal zelfs leiden tot een toename van het aantal illegalen in Nederland, zo waarschuwen verschillende deskundigen. 'Iedere maatregel creeert zijn eigen illegalen’, schreef M. Aalberts al in 1992 in het blad Justitiele Verkenningen. 'Zo werd destijds bij het onderzoek naar de f1445,- maatregel - een maatregel ter beperking van de gezinsvorming - al vastgesteld dat mensen de illegaliteit zochten, totdat zij aan de criteria zouden voldoen. Hetzelfde zou weer kunnen gebeuren als nu opnieuw het beleid wordt aangescherpt.’
'Er zullen alleen maar meer illegalen komen’, denkt ook Adriaenssen. 'Nederland heeft een open economie en de flexibele arbeidsmarkt is exact het arbeidsmarktmodel waarin de illegaal past en gebruikt wordt, zonder cao-bescherming. Met de verdere flexibilisering zal de belangstelling voor goedkope, tijdelijke arbeidskrachten alleen maar toenemen.’
Een kabinet dat 'de markt’ zo hoog in het vaandel draagt, moet toch de wet van vraag en aanbod kennen. Er is altijd nog vraag naar illegale werknemers, en alleen al in dat opzicht is Nederland dus helemaal niet 'vol’. En met het doorprikken van die mythe sneuvelt helaas ook het laatste fabeltje: Nederland is tolerant.