Interview president Nout Wellink van de Nederlandsche Bank

«De oorlog gaat in de cijfers kruipen»

De teerling is geworpen. De beurzen reageren enthousiast. De beleggers speculeren erop dat een snelle overwinning op Irak de economie uit de huidige «milde» recessie zal trekken. Maar als de oorlog niet snel tot stabielere verhoudingen in het Midden-Oosten leidt, zijn de gevolgen niet te overzien. President Nout Wellink van de Nederlandsche Bank heeft maanden gezwegen. Nu spreekt hij.

In zijn werkkamer aan het West einde in Amsterdam blijft dr. Nout Wellink trouw aan de CAO voor centrale bankiers. Gaat het goed met de economie, dan dient de president van de Nederlandsche Bank te waarschuwen voor hoogmoed en kooplust. Gaat het slecht, dan moet hij optimistischer zijn om het vertrouwen niet verder naar beneden te praten. Als de meute aan de ene kant van de boot feest viert, gaat hij dus aan de andere kant hangen. En omgekeerd. Deze evenwichtskunst is zijn vak. Maar het wordt met de dag moeilijker. Twee factoren spelen een hoofdrol: de oorlog én het machtsvacuüm in Nederland.
Rond Irak heeft een soort phoney war gewoed. De finale beslissing is lang uitgebleven. «De oorlog gaat in de cijfers kruipen», aldus Wellink. «Het klimaat verslechtert. Leid er niet uit af dat ik vóór oorlog ben. Maar een besluit verschaft tenminste helderheid. Ook bij een oorlog zijn er overigens twee modellen. Óf de economie trekt snel aan, óf we krijgen een groot probleem. Dat hangt af van de olieprijs en de wisselkoersen. Vorige crises in het Midden-Oosten wijzen uit dat de olieprijzen vrij snel kunnen stabiliseren. Mits het niet te lang duurt. De mate waarin herstel intreedt, hangt vervolgens af van de wisselkoersen. Als de euro blijft stijgen, wordt het voor de VS wat makkelijker.»
In 1971, tijdens de Vietnamoorlog, werd de dollar losgekoppeld van het goud en klapte het systeem van vaste koersen dat sinds 1944 bestond in elkaar. Europa betaalde zo ten dele de oorlog omdat het bereid was het tekort op de lopende rekening van de Amerikaanse betalingsbalans te financieren.
Nout Wellink: «Amerika leefde door die massieve militaire uitgaven jaar in jaar uit boven zijn stand. Het stelsel van vaste wisselkoersen kwam toen onder druk te staan. Eén van de economieën raakte immers uit het spoor en dat kon niet worden opgevangen binnen de smalle marges van het toenmalige regime. De omstandigheden nu kunnen gaan lijken op die van toen. Stel dat de oorlogsinspanningen — ik bedoel niet alleen de aanval zelf maar ook het vredesleger en de interventies die volgen — op de lange duur de middelen van de Amerikaanse economie te boven gaan: dan gaat het niet goed. Temeer daar de Amerikanen ook nu al een reeks van jaren boven hun stand leven. Zie het tekort op de betalingsbalans. Ik kan de wisselkoers van morgen niet voorspellen. Ik kan alleen die van gisteren verklaren. Maar het is denkbaar dat we problemen krijgen. De eerste tekenen zie je al. In het Amerikaanse begrotingsbeleid heeft zich een swing voorgedaan: van een overschot van plus 1,5 tot 2 procent rond 2000 naar min 3,5 tot 4 procent dit jaar. Het tekort op de betalingsbalans tendeert naar een procent of vijf. En dan hebben we nog niet eens de echte oorlogscijfers tot onze beschikking.
Ook als het in het Midden-Oosten tot een afronding komt, hangt er iets boven de markt, krijgen we vroeger of later een correctie in de wisselkoersen. De verhouding tussen euro en dollar is verbeterd. Waar het evenwicht ligt? Dat is moeilijk te zeggen. Een van de onderzoeken wijst op een marge tussen 0,9 en 1,35, althans als onze economie flexibel zou zijn. Daarbinnen moeten we de ontwikkelingen kunnen opvangen. De economieën binnen Europa en Amerika zijn langzamerhand gesloten. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) in Europa draait voor vijftien procent op het buitenland. Dat lijkt weinig. Maar bij een grote koersbeweging buiten deze bandbreedte kunnen wel degelijk problemen ontstaan.»

Ondertussen wordt Nederland geleid door een kabinet dat met de dag minder regeert. «Het moet niet lang meer duren. Op 1 mei een nieuw kabinet? Dat is te laat. Het is op zichzelf geruststellend dat het budgettaire beleid is afgetimmerd en pijnlijke maatregelen naar voren zijn gehaald. Maar in de zorg loopt het financieel uit de hand. In infrastructuur en onderwijs treedt vertraging op. En er moet snel duidelijkheid komen over de WAO. Als de wereld zo onzeker is, moet je als overheid zoveel mogelijk zekerheid bieden. Als tegenwicht.
Vroeger werd wel gezegd: het beste is als er voorlopig niet wordt geregeerd. Nee. Als de wereld verandert, moet je erbij zijn. In een geliberaliseerde wereld moet de overheid een grotere beleidsdiscipline opbrengen dan in een niet geliberaliseerde. Vroeger kon men zich economisch gewoon misdragen. Door de kapitaalrestricties kon het geld het land toch niet uit. Nu word je meteen gestraft. In een fractie van een seconde is het geld weg. Duitsland bijvoorbeeld heeft te lang gewacht en betaalt de prijs. Met een groei van 0,2 procent is Duitsland de zwakke broeder van Europa, hoewel het een derde van het Europese BBP voor zijn rekening neemt. Ik heb wel begrip voor de problemen. Duitsland heeft de DDR, een land iets groter dan Nederland, op zijn nek genomen. Maar als het nu de economie en de arbeidsmarkt niet flexibeler maakt, is dat voor heel Europa vervelend. Het klinkt ongezellig. Maar het alternatief is hogere werkloosheid. Die is in Europa al ruim acht procent. Dat is een geweldig verlies.»

Nederland heeft van de stagnatie in Duitsland in de jaren negentig anders weinig last gehad.
Wellink:
«Dat was geluk én wijsheid. Wijsheid, omdat onze markten beter zijn gaan functioneren. Het begrotingsbeleid was ook wel goed. Maar we hebben geluk gehad. Dat geluk had twee kanten. De stijging van de onroerendgoedprijzen maakte het mogelijk geld uit de huizenmarkt te zuigen en vervolgens te besteden. Dat was een kunstmatige factor. Men is meer gaan lenen omdat men meer vermogen had. Nu de huizenprijzen dalen, ziet de vermogenspositie er slechter uit dan we dachten. Nederlanders hebben, mondiaal vergeleken, veel schulden.»
Het geloof in de toekomst was in de jaren negentig bijna hysterisch optimistisch…
«…en dan moet je extra oppassen.»
De straf is zwaar. Het jaar 1929 duikt al op. Klopt die associatie?
«Ik vind van niet. De situatie is anders. De huidige recessie is mede gevolg van kudde gedrag, bepaald door de beurzen. Er is voor zeventienduizend miljard dollar aan marktwaarde verloren: bijna zestig procent van het totaal. In landen waar de beurs het hardst in elkaar is geklapt, zoals in Nederland, zijn de mensen dan ook het somberst. Toch is het een relatief milde recessie. In 1974 was de diepte van het dal in de conjunctuur min 2,49 procent van het BBP, in 1980 min 1,18 procent en in 1992 min 1,79 procent. Vorig jaar was het min 0,59 procent. De euro is in deze omstandig heden een zegen. Als de D-mark vroeger ten opzichte van de dollar fluctueerde, raakte de rest ontredderd en knapte de lire of de peseta. Maar we passen ons nog steeds niet snel genoeg aan. Er is nu eenmaal minder vrijheid voor eigen beleid.»
Deze economische liberalisering kan ook worden begrensd?
«Nee. Het is een historisch patroon. Niemand piekert toch over een Friese munt? We hebben nieuwe regels nodig. Ons gemengde systeem is niet uitgebalanceerd. In het Angelsaksische model is concurrentie alles. Onze arbeidsmarkt is nu flexibeler en harder geworden. Maar loonvorming en sociale zekerheid zijn nog altijd Rijnlands: gebaseerd op consensus. Het model is overigens niet het probleem geweest. Het was de omgeving. Iedereen dacht dat alles kon. Sommigen dachten dat alles ook mocht. Vanuit de markt was er bovendien een enorme druk om te presteren. Als aandeelhouderswaarde het enige is, moet je performen. Het management is zo geforceerd tot een onhaal bare rendementsdoelstelling. Als je dan geen sterk controlesysteem hebt, gaat men ergens ver weg die performance maken. Creatief boekhouden is het begin van het hellende vlak.»
Staat Ahold symbool voor deze trend?
«Ik ga niet in op deze casus, wel op het algehele klimaat. In de periode 1997-2002 heeft Nederland voor 230 miljard euro in het buitenland geïnvesteerd. In het topjaar 2000 werd 75 miljard dollar geïnvesteerd in fusies en overnemingen. Gigantische bedragen. Op zo’n schaal gaat het in twee op de drie gevallen niet goed. Toen deze ontwikkeling begon, waren wij al bezorgd. Je kunt de hele wereld wel willen veroveren. Maar we weten uit ervaring dat het bij tijd en wijle fors misgaat. Door die wereldwijde liberalisering, die we sinds de negentiende eeuw niet meer hebben gezien, en die ene Europese markt, de grootste ontwikkelde industriële markt ter wereld, moesten de ondernemingen zich strategisch herpositioneren. Maar omdat de beurzen ook dagelijks stegen, was dat geen kwestie van bloed, zweet en tranen. Het geld kwam vanzelf beschikbaar via de waardestijging van het eigen bedrijf. De cirkel werd oncontroleerbaar. De overwegingen waren rationeel, maar de omgeving was van de aardbol losgeraakt. In die zin is Ahold niet uniek.»

Zelfs ons spaargeld in de pensioenfondsen verkommert nu door de beursval. «De beurs heeft overal een deken overheen gelegd. Geleidelijk is het idee ontstaan dat je je goede pensioen voor niets kon krijgen. We hebben hier bij de bank twintig jaar lang geen premie betaald, omdat de beurs het zo goed deed en wij zo intelligent hadden belegd. We hebben in Nederland een royaal pensioenstelsel. De beurs heeft de zwakte van ons stelsel nu blootgelegd.»
Kan de Pensioen en Verzekeringskamer (PVK) in dit klimaat zijn controlerende taak wel aan?
Wellink:
«De PVK komt uit een rustige wereld. Die is verleden tijd. Zie de discussie nu over de pensioenen. De Tweede Kamer heeft intussen ingestemd met een fusie tussen de PVK en de Nederlandsche Bank. Die zal het toezicht versterken.»
Grote bedrijven doen alsof ze banken zijn. Treasury is meer geworden dan boekhouding.
«Door de financiële stromen te centraliseren, word je nog geen bank. Maar ik geef toe dat ze meer vervlochten raken met het bankwezen. Je vraagt je soms af waar de checks and balances zijn. Ons systeem van raden van commissarissen is anders dan in de Angelsaksische wereld. De scheiding tussen directie en commissarissen staat op zich toe dat de commissarissen zich onafhankelijk opstellen. Maar dan moet er wel een cultuur zijn dat commissarissen dat ook doen. Je moet bereid zijn tegen een vriendje te zeggen: dat doe je niet goed. Je kunt je afvragen of dat voldoende gebeurt.»
In de financiële wereld bestaat geen Fifa die de scheidsrechters op het veld instrueert?
«Amerikanen zijn rule based: alles mag wat niet is verboden. Wij hebben een principles based-_benadering: als je op je klompen aanvoelt dat het niet goed zit, moet je het niet doen. Je ziet deze benaderingen convergeren. Er moeten sterke internationale toezichthouders komen. Dat hoeven trouwens niet per se centrale toezichthouders te zijn. In Europa discussiëren we nu over één toezichthouder. Maar wat los je daarmee op? ABN Amro is niet groot in Europa maar groot in de VS. Een wereldtoezichthouder? Stel je de bureaucratie daarvan eens voor.
Ook de banken moeten straks zelf hun eigen toezicht gaan betalen. Is dat de goede weg? De onafhankelijkheid van de toezichthouder kan dan onder druk komen te staan. Al stelt de overheid de premies vast, in zo’n systeem moet je continu onderhandelen met al die sectoren die zich intussen steeds lastiger opstellen omdat ze hun toezicht zelf moeten betalen. Hetzelfde heb je met accountants. In hoeverre ben je onafhankelijk als je door het bedrijf wordt betaald?»
_De burger moet de toezichthouder gaan betalen?

«Ja.»