Jeugdboeken van Jitta en Thor

De oorlog in prenten

Ceseli Josephus Jitta

De diamant van opa

Zirkoon, € 14,95

Annika Thor

Een eiland in zee; De lelievijver; De donkere diepte; Op open water

Vertaald door Emmy Weehuizen

Lemniscaat, € 13,95 per deel

In de vaderlandse jeugdliteratuur heeft de Tweede Wereldoorlog veelvuldig en op heel verschillende manieren weerklank gekregen. Langzamerhand is de boekenstroom trager geworden, met als laatste hoogtepunt Winterijs (2001) van Peter van Gestel. Binnen dit gebied is het prentenboek een weinig gehanteerde vorm en dat is begrijpelijk. De omvang en de meestal jonge lezersgroep brengen immers flinke beperkingen met zich mee. Bij mijn weten is Ceseli Josephus Jitta de eerste Nederlandse illustrator die zich er met De diamant van opa aan waagt.

In 1938 koopt opa een enorme diamant en deponeert die in een Londense bank. Hij is bang dat er oorlog komt en wil met zijn vrouw en dochter Hannah kunnen uitwijken. Wanneer het zo ver is, haalt het gezin Engeland niet. Opa en oma worden weggevoerd. Hannah en haar kersverse echtgenoot duiken onder, gaan na de oorlog in het huis van opa en oma wonen en krijgen drie zoons. Wanneer Hannah zelf oud is geworden, gaat haar jongste zoon de diamant terughalen naar Nederland. En daar, in die indrukwekkende kluis, ligt hij te glanzen, in het onooglijke blikje van de Karel I-sigaren, die de goede waarnemer opa op eerdere pagina’s heeft zien roken.

Josephus Jitta schreef een bewonderenswaardig simpel verhaal, dat tegelijkertijd klein én veelomvattend is. Ze reikt de elementen aan waar een volwassene over door kan praten met kinderen. De diamant voorziet de zware thematiek van een lichtere toon, omdat hij een niet beladen en spectaculair soort hoofd persoon is, die «het liefste wil schitteren aan de hand van een mooie dame». De tekst is beknopt en helder, maar het zijn vooral ook de prenten die het verhaal vertellen. Veelal beslaan ze een dubbele pagina en suggereren een te grote wereld waarin de kleine mensen verloren rondlopen. Tegenover de gedempte kleuren waarin de oorlog wordt neergezet steekt de geschiedenis van de diamant vrolijk af en de prenten bieden doordachte details als het rode koffertje dat opa op belangrijke momenten bij zich draagt en de gordijnen waarachter nieuwsgierige hoofden gluren naar opa en oma. Beladen met tassen én met het rode koffertje worden ze «weggehaald» en «ze zijn nooit meer teruggekomen». We zien een fraai Hollands grachtenplaatje, maar tege lijkertijd een kale, onherbergzame prent, waarop een glimp zichtbaar wordt van een wereld van verschrikking, onmacht en schuld.

Ook de Zweedse schrijfster Annika Thor bedacht een heel eigen vorm om het verhaal van de joden en de oorlog te vertellen. In vier delen volgt ze de zusjes Steffi en Nelli, die in 1939 uit Wenen naar het neutrale Zweden worden gestuurd. Ze komen terecht bij twee verschillende families op een eilandje voor de Zweedse kust. Thors boeken lezen in de eerste plaats als een meeslepende, enigszins ouderwetse soap en dan wel een met aandacht voor de psychologische uitdieping van de personages. Al na enkele hoofdstukken leef je mee met het wel en wee van twee meisjes die het zonder hun ouders moeten stellen, in een vreemde taal en met raar eten, niet al te toeschietelijke mensen en onbegrijpelijke gewoontes. Er zijn schermutselingen met vriendinnetjes en een eerste verliefdheid, problemen op school en in het steile kerkgenootschap waar Steffi via haar pleegmoeder in wordt opgenomen.

Ingewikkeld is het milieuverschil voor kinderen van wie de vader ooit arts en de moeder operazangeres was, maar in de vissersgemeenschap heb je het al gauw hoog in de bol als je naar het gymnasium wilt en later medicijnen studeren. Steffi voelt zich verantwoordelijk voor het ook bij haar kleine zusje levend houden van het beeld van hun ouders, van wie nauwelijks berichten doorkomen. Ze blijken gedeporteerd naar Theresiënstadt, waar moeder omkomt. Vader is na de oorlog lang onvindbaar, zodat de droom om als gezin in Amerika opnieuw te beginnen zich pas in de laatste hoofdstukken aankondigt. Voor de zusjes is na zes jaar het afscheid van Zweden bijna even aangrijpend als ooit dat van hun ouders in Wenen.

Naarmate het verhaal vordert, laat Thor in toenemende mate informatie toe over de holocaustverschrikkingen: herinneringen aan het steeds benauwdere bestaan in Wenen, briefkaarten uit Theresiënstadt waar maar dertig woorden op mogen en worstelingen met de joodse identiteit. De allerheftigste kanten van wat er is gebeurd worden in deel 4 zichtbaar via een militant joods vriendinnetje dat naar Palestina wil en haar zusje na terugkeer uit de kampen meer dood dan levend terugvindt. Zo is het de schrijfster gelukt een integer verhaal te schrijven dat onmiskenbaar over de Tweede Wereldoorlog gaat, maar ook los daarvan betekenisvol en actueel is, door de thematiek van jonge vluchtelingen die het — ontworteld en op eigen kracht — in een vreemd land moeten zien te redden.