Essay: De ware Amerikaan is een Republikein

De oorlog tegen de paashaas

Washington denkt aan een mogelijke overwinning van de Democratische Partij bij de congresverkiezingen in november. Berichten uit het land laten een ander beeld zien. Want hoewel de Republikeinen geteisterd worden door schandalen, wangedrag en een blunderende president, hebben ze de «identiteitspolitiek» nog altijd beter onder de knie dan hun rivalen.

WASHINGTON – Terwijl in West-Europa naar aanleiding van een paar Deense spotprenten «het recht om te kwetsen» wordt bevochten, klagen etnische en religieuze minderheden in Amerika steeds vaker over een «respectloze» en «beledigende» behandeling, zelfs voor de rechter.
In maart ging het om een paar flinke plukken haar. Het was een incident uit duizenden. Een Indiaan in New Mexico stapte naar de rechter om genoegdoening te eisen van Turner Inc, het bedrijf van Steven Spielberg dat de televisieserie Into the West produceert. Een in de aanklacht niet bij naam genoemde stylist knipte de haren af van de acht jaar oude Christina Ponce, een Mescalero Apache, opdat die op camera-afstand door kon gaan voor een jongetje. De vader van het meisje verklaarde tegen een verslaggever van de lokale krant Free New Mexican dat «het onderdeel is van onze cultuur om de haren van een meisje niet te knippen voor ze haar puberteit bereikt». Alleen ouders zijn daartoe gerechtigd. Daarom is hij boos dat de filmmakers hem niet om toestemming hebben gevraagd. Hij eist 250.000 dollar ter compensatie van de emotionele schade en 75.000 dollar voor de materiële schade.
Waren het in de afgelopen veertig jaar doorgaans zwarte Amerikanen en vrouwen, tegenwoordig zijn het in toenemende mate indianen die genoegdoening eisen van de rechter. En soms met succes. Zo mogen sinds februari van dit jaar universiteiten geen namen en mascottes voor hun sportteams meer gebruiken die door «oorspronkelijke Amerikanen» als racistisch en beledigend kunnen worden ervaren. Het verbod geldt voor dertig onderwijsinstellingen die hun sportteams decennia geleden al namen gaven als Redskins, Braves, Chiefs, Aztecs, Choctaws of, het meest beledigend, Savages.
Het verbod betekent ook dat de universiteit van Florida, de Seminoles, niet iedere thuiswedstrijd meer mag beginnen met de oerkreten van een roodgeschminkte student die zich luid brullend, met verentooi en gevechtskleuren, door een gespikkeld paard door het stadion laat rijden. Deze Chief Osceola moest het veld ruimen, net als Monty Montezuma van de Fighting Sioux (San Diego State University) en Chief Illiniwek van de Fighting Illini (universiteit van Illinois).
Hoewel de rechter – en in dit geval een voorzichtige sportbond – dikwijls begrip toont voor de gevoeligheden van minderheden, of althans voor hen die zich als hun woordvoerders opwerpen, doet het gros van de Amerikaanse bevolking dat niet. Maatregelen ter compensatie van het leed aangedaan door belediging kunnen op steeds minder steun rekenen. Zelfs onder indianen is een meerderheid, zo blijkt uit een peiling van de Universiteit van Pennsylvania, het niet eens met de onlangs genomen maatregelen. Slechts tien procent van hen zegt zich beledigd te voelen door de naam Redskins.
Dat betekent niet dat deze kwesties de Amerikanen koud laten. Integendeel. De relatief kleine maar luidruchtige groep die genoegdoening voor beledigde minderheden propageert, voedt dagelijks de verontwaardiging van miljoenen mensen, vooral in Midden-Amerika, waarbij «midden» zowel op regio als op inkomen slaat. Fox News en de rechtse praatradio vormen daarbij een belangrijke katalysator. Daar smullen ze van ieder incident. Hoe fijngevoeliger de beledigde partij, hoe beter.

*
Kwesties waarbij culturele gevoeligheden de hoofdrol spelen zijn dagelijkse kost geworden. Zo werden afgelopen winter de uitzendingen van Fox News dagenlang gedomineerd door «de oorlog tegen Kerstmis». Want in de feestdagen was menig warenhuis ertoe overgegaan klanten «happy holidays» te wensen in plaats van «gelukkig kerstfeest». Uit angst, beweren de Republikeins gezinde commentatoren van Fox, te worden overgeslagen of aangeklaagd door andersgelovigen en atheïsten, de door Amerikanen meest verguisde en gevreesde minderheid. De kerstwens werd deze winter, meer nog dan in voorgaande jaren, een permanent aangedreven draaiorgel van verontwaardiging.
Die andere oorlog, tegen het terrorisme, stak er bleekjes tegen af. Ook de schandalen, blunders en malversaties van Witte Huis-medewerkers en -afgevaardigden konden de gemoederen in Midden-Amerika niet zo beroeren als dit kerstspel. Urenlang was John Gibson aan het woord, auteur van de bestseller The War on Christmas: How the Liberal Plot to Ban the Sacred Christian Holiday Is Worse than You Thought. Opgewonden luisteraars konden bellen: «Wat is het volgende dat ze ons afpakken?» vroeg iemand zich in woedende vertwijfeling af. De belangrijkste Fox-presentator, Bill O’Reilly, openbaarde zelfs een lijst van winkels die fout waren in deze kerstmisoorlog («Fox-onderzoek wijst uit»). «Linkse radicalen binnen de Democratische Partij», zo concludeerde hij in zijn eigen show die doorgaat voor een nieuwsprogramma, «voeren een war on normalicy.»
En die oorlog gaat maar door. Afgelopen week besloot het gemeentebestuur van St Paul, de hoofdstad van de noordelijke staat Minnesota, om een beeld van de paashaas, met pastelkleurige eieren en een bord «gelukkig paasfeest» om de nek, uit de openbare ruimte te verwijderen. De mensenrechtendirecteur van de gemeente wilde voorkomen dat niet-christenen aanstoot zouden nemen aan het beest, dat in enkele lokale kranten in en rond St Paul – moet het gemeentebestuur niet ook iets aan de stadsnaam doen? – zelfs het nieuws van de voorpagina verdreef over het clubje gepensioneerde generaals dat oproept tot het ontslag van minister van Defensie Donald Rumsfeld.
Eerder had de rechtse praatradio plezier beleefd aan de burgemeester van Columbus, Georgia, die zijn nederige excuses aanbood aan een burgerrechtenactiviste die zich beledigd had gevoeld door bananen etende politieagenten bij een protestmars van zwarte Amerikanen. De burgemeester schreef haar dat er geen kwade opzet was geweest: «Na lange uren op straat te hebben gestaan, hadden de politieagenten behoefte aan voeding, vooral aan kalium, dat in bananen en enkele andere vruchten zit.» Maar hij bood toch zijn excuses aan voor eventueel ongemakkelijke associaties.

*
De permanent aangedreven verontwaardiging over al deze fijngevoeligheid komt de Republikeinse Partij goed uit. Sterker, partijstrategen proberen deze verontwaardiging al sinds het begin van de jaren zeventig in hun voordeel te laten werken. En met groeiend succes. Een aanval op de eigen nationale identiteit, met bijbehorende symbolen en rituelen, is gedoemd een zaak van een minderheid te blijven. «Doe toch even lekker normaal!» is per definitie de slogan van de meerheid, zo begrijpen zij.
Daarom afficheren Republikeinse politici zich al jaren als hoeders van de levenswandel van «de gewone Amerikaan». Diens leven moet worden beschermd tegen de aanslagen die minderheden en hun protagonisten plegen op de «normaliteit», zoals niet alleen Fox-presentator O’Reilly dat noemt. Schwarzenegger toonde zich afgelopen herfst een waardig Republikein door tot twee keer toe een veto uit te spreken over een wet die het gebruik van de naam Redskins verbood, aangenomen door de Democratische meerderheid in het congres van zijn staat.
Republikeinse kandidaten laten het in verkiezingsspeeches ook nooit na lang en uitgebreid «de gewone Amerikaan» te prijzen, al bestaat het politieke programma van de kandidaat er vooral uit belastingverlagingen door te voeren voor bijzondere (veelverdienende) Amerikanen.
De minister van Binnenlandse Zaken onder Reagan, James Watt, ging al in de jaren tachtig zover te verklaren «nooit meer de woorden Democraten en Republikeinen te gebruiken», maar louter nog te spreken van «liberals en Amerikanen». Want de tegenstander is eigenlijk geen Amerikaan. John Kerry werd door voormalig Republikeins congreslid en MSNBC-presentator Joe Scarborough steevast «French-looking» genoemd. Als de grote Amerikaanse middenklasse ervan kan worden overtuigd, zo is de gedachte, dat Democratische partijactivisten de aanslagen op de nationale identiteit steunen of voorbereiden, dan maakt het weinig uit hoeveel Katrina’s, afluisterprogramma’s, begrotingstekorten of lobbyschandalen de kolommen van The Washington Post of The New York Times beheersen. Dan zouden Republikeinen zelfs de komende congresverkiezingen, in november, wel eens opnieuw kunnen winnen, hoe laag de populariteit van de Republikein in het Witte Huis momenteel ook is, of hoe groot ook de schande van de frauderende Republikeinse lobbyisten en de met hen samenwerkende Republikeinse senatoren en afgevaardigden.

*
De etiketten die de Republikeinse Partij met bewonderenswaardige discipline op de vijand heeft geplakt, zitten inmiddels erg vast. Twee opvallende illustraties daarvan: terwijl een meerderheid van de Amerikanen meent dat Bush het niet goed doet als president, vindt een overgrote meerderheid hem een «sympathieke man». Geen Democratische politicus die momenteel actief is, haalt hetzelfde percentage. En terwijl het lobbyschandaal een bijna exclusief Republikeins drama is, meent een meerderheid van de Amerikanen nog altijd dat Republikeinse politici er een «betere moraal» op nahouden en «ethischer» zijn dan Democratische politici.
Tegelijk is het voor het Republikeinsgezinde Fox News en de rechtse praatradio niet moeilijk het beeld uit te venten van de door Democraten gecreëerde culturele dreiging. Want het is waar, de zogenaamde «aanslagen op de normaliteit» komen van Democraten die een constructief soort hypocrisie voorstaan. Ze propageren daarbij niet alleen de vrijheid van meningsuiting en van verschillende levensvormen, maar willen tevens minderheden actief beschermen tegen beledigingen en schimpscheuten van de regular Joe’s. De atheïstische man die al jaren procedeert tegen de overheid omdat zijn dochter, samen met de rest van schoolgaand Amerika, op de openbare school de woorden «onder God» moet uitspreken in de dagelijkse «groet aan de vlag», is een geregistreerde Democraat. Hij vecht niet alleen tegen de school, maar ook tegen de 82 procent Amerikanen die bidden op de openbare school geoorloofd achten.
Ook Janet Jackson is sympathisant van de Democratische Partij, zo bleek bij de laatste verkiezingen. En juist deze zus van de ultieme antithese van de conventie, «wacko» Michael, joeg twee jaar geleden de natie de gordijnen in door enkele seconden haar borst te tonen op de nationale televisie, een daad die daarna wekenlang alle landelijke televisiezenders beheerste. Toen ik een 35-jarige evangelist, vader van twee kinderen, in de dagen voor de verkiezingen van 2004 vroeg wat hij zag als de belangrijkste politieke gebeurtenis van het afgelopen jaar, dacht hij niet lang na: «Nipplegate», het tepelschandaal.

*

Fox herinnert de natie ook regelmatig aan het Democratische Partij-lidmaatschap van de ouders van de Amerikaanse Talibanstrijder Lind, de warrige blonde en bebaarde jongen die door het Amerikaanse leger werd gevonden in een al-Qaeda-kamp te Afghanistan.
Nog gelukkiger waren de Republikeinse strategen in de laatste dagen voor de afgelopen presidentsverkiezingen. Hoewel Bin Laden die week een videoboodschap had gericht aan het Amerikaanse volk, besloten de Fox-producenten hun aandacht vooral te besteden aan een merkwaardig verbod van een schoolbestuur ergens in de Democratisch stemmende kuststreek van de westelijke staat Washington. In een eindeloze herhaling kwam een overjarige hippie in beeld – ze bleek het schoolhoofd – die telkens opnieuw dezelfde merkwaardige verklaring gaf voor de beslissing leerlingen te verbieden tijdens het nationale Halloween-feest als heks naar school te komen. Dat zou beledigend kunnen zijn voor «hen die zich hebben bekeerd tot de heksenreligie» (Wiccan Religion).
Probleem was wel dat heel schoolgaand Amerika zich tijdens Halloween met haakneuzen, bezemstelen en zwarte hoeden tooit, het liefst met een zwarte kat onder de arm. Als je niet uitkijkt, was de les van Fox, zorgen die losgeslagen liberalen in de Democratische Partij ervoor dat alles je wordt afgepakt, van indianenmascottes en feestdagen tot het eten van een banaan in de openbare ruimte.
De komende zes maanden zullen niet anders zijn. Fox News en de rechtse radiostadions zullen iedere indianenvader, verdwaasde Democratische schooljuf, burgerrechtenactivist of woedende zwarte rapper met een strafblad – bij voorkeur een die Bush «een gevaar voor het land» noemt – uitgebreid aan het woord laten, opdat de Amerikanen op het uitgestrekte platteland zich bedreigd voelen in hun alledaagsheid.
Want het werkt nog altijd, zo blijkt uit de vele woedende reacties op vader Ponce’s culturele gevoeligheid. «Mijn God, wat een belachelijke toestand!» schrijft John Jones – de naam is niet verzonnen – op de website van het dagblad Free New Mexican, dat de affaire aan het rollen bracht. «Ze moeten juist die ouders in de gevangenis gooien. Die laten hun kind zomaar zonder supervisie ronddolen op de set van een Hollywood-productie. Kindermishandeling.»
In deze reactie vat John Jones de identiteitspolitiek van campagnetovenaar Karl Rove helder samen: denk je ook dat Hollywood fout is, familiewaarden belangrijk zijn en het eens afgelopen moet zijn met al dat aanklagen, dan hoor je bij ons. Republikeinse politici zullen dit politieke gevoel – want veel meer is het niet – bij de komende verkiezingen harder nodig hebben dan ooit. Want alleen hierin vindt de partij momenteel eenheid. Het is chaos op bijna ieder ander concreet beleidsterrein, zoals emigratie, vrijhandelsverdragen, het aantal troepen benodigd voor succes in Irak en marteling.

Gelukkig voor de Republikeinen stellen de Democraten hier net zoveel verdeeldheid tegenover. Ook in de oorlog tegen Kerstmis of de paashaas. Een luidruchtige, maar relatief kleine groep Democraten houdt vol dat rechtszaken als die van Ponce versus Turner en beslissingen als die van de universitaire sportbond en de gemeente van St Paul een gezond teken zijn van de groeiende trots van minderheden, die recht doet aan de pluriforme aard van de Amerikaanse samenleving. Een veel grotere groep Democraten houdt zich angstvallig stil, omdat ze zich realiseert hoe kansloos een strijd in naam van godsdienstige en etnische minderheden tegen de nationale identiteit is. Een andere factie, vooral uit het zuiden van het land, roept de partij luidkeels terug uit de frontlinies van deze uitzichtloze oorlog tegen Kerstmis en paashaas.
Iemand uit die laatste groep, Dave «Mudcat» Saunders, een oude veteraan van de plattelandspolitiek in de zuidelijke staat Virginia, kan niet begrijpen «waarom Democraten niet gewoon kunnen tellen». «Uit elk onderzoek blijkt dat er nauwelijks nog een blanke, heteroseksuele man over is die op een Democratische kandidaat stemt. Dat heeft alles te maken met identiteitskwesties», vertelt Mudcat me tijdens een van zijn schaarse uitstapjes naar de hoofdstad. In het zuidwesten van Virginia, waar hij al zijn hele leven op een boerderij woont, zijn ze volgens hem nog met z’n twaalven, blanke mannen die Democratisch stemmen. «Nee, dat is niet waar», verbetert hij zichzelf in een vet zuidelijk accent, «elf, want onlangs is er weer een overleden.»
Mudcat was enkele jaren geleden succesvol toen hij als naaste adviseur de softwaremiljonair Mark Warner hielp om gouverneur van Virginia te worden, de eerste Democraat in decennia. Het was niet gemakkelijk, vertelt Mudcat. Op het heuvelachtige boerenland van Virginia is het «sociaal volstrekt onacceptabel» om niet op een Republikein te stemmen. Want Democraten zijn erop uit je alles af te pakken wat belangrijk voor je is: het huwelijk, je geweer, de kerk, de feestdagen, kortom, je identiteit als Amerikaan. Dat Democratische politici ook geneigd zijn de begroting op orde te houden, de landbouwsubsidies en de uitkeringen ongemoeid te laten en de economische groei ten goede te laten komen aan de middenklasse, dat doet er allemaal niets meer toe, zegt Mudcat. «Het enige wat echt belangrijk is», aldus de adviseur van Mark Warner, een van de mogelijke Democratische presidentskandidaten in 2008, «is door de cultuur heen te breken. Pas als we mensen gerust kunnen stellen dat het onze bedoeling niet is hun levenswijze kapot te maken, zal er weer worden geluisterd naar onze standpunten over het milieu, over de groeiende kloof tussen arm en rijk en de desastreuze buitenlandse politiek van de oen die nu aan de macht is.»
Misschien is het ook een idee, opper ik voorzichtig, dat Democratische kandidaten de kiezers uitleggen dat juist de vrije markt zorgt voor grote veranderingen in de leefomgeving van de gewone Amerikaan. Dat een politiek die het bedrijfsleven zo min mogelijk in de weg zit progressief uitpakt, niet conservatief. Mudcat lacht het idee weg. «You want to twist their minds!» roept hij uit. Het moet juist afgelopen zijn met «al die ingewikkelde redeneringen». Democraten miskennen de aantrekkingskracht van de eenvoud, legt hij omstandig uit. De paashaas is de paashaas, figuranten kunnen hun haar kwijtraken, in bananen zit proteïne. En verder geen ingewikkeld gedoe. «Wil je verkiezingen winnen of niet?»