De oorlog tegen het rode goud

Amerika wil nog deze winter zelfstandig en tegen de wil van president Karzai beginnen met het vernietigen van de papaveroogst in Afghanistan. De plannen doorkruisen het beleid van de Nederlandse regering, die voor haar militaire missie juist geen primaire rol in de bestrijding van drugs ziet weggelegd.

AMSTERDAM/KABOEL – Wie van de Afghaanse opium wil winnen, moet een lange adem hebben. «Het huidige beleid levert niets op», vertelt Jorrit Kamminga. «Er worden oogsten vernietigd. Op de korte termijn leidt dat tot een daling van de opiumproductie. Maar je verliest de oorlog, want de boeren zaaien uiteindelijk op een andere plaats weer papaver in. Als je hen geen alternatief biedt, kunnen ze niet anders. Papaver levert het meeste op.» Kamminga werkt als onderzoeker voor Senlis Council, een internationale denktank voor drugsbeleid die kennis verzamelt en nieuwe initiatieven ondersteunt. De organisatie publiceerde afgelopen week een uitgebreid onderzoek naar de gevolgen van de vernietiging van papaveroogsten in Afghanistan en combineerde die gegevens met de lessen die geleerd werden in Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië. In Latijns-Amerika leverde het besproeien van cocaplantages met chemicaliën geen structurele afname op van de cocaïne productie. In Thailand daarentegen had een met veel geld en coulance ondersteund overheidsbeleid, dat de papaverboeren alternatieve gewassen bood, na jaren veel succes.

Jorrit Kamminga doet regelmatig onderzoek op het Afghaanse platteland. Hij waarschuwt dat het zeer gevaarlijk kan zijn als Nederlandse militairen, die naar Uruzgan gaan, betrokken raken bij de strijd tegen de opium: «Als je de boeren vraagt hoe ze zullen reageren als hun oogst wordt vernietigd, antwoorden ze dat ze alles zullen doen om dat te voorkomen. In de islam krijgt degene die zijn familie goed voedt en verzorgt een betere plek in de hemel. En vergeet niet dat elke boer in Afghanistan een kalasjnikov in huis heeft. Het vernietigen van oogsten, zeker als dat grootschalig gebeurt, leidt tot grote instabiliteit en onveiligheid. De boeren zijn straatarm en zullen vechten om te behouden wat ze hebben. Door ze te ruïneren kun je ze in de armen van de Taliban en warlords drijven.»

Het zag er nog zo goed uit, nu één jaar geleden. Het Kabul City Gates Team had een mobiele controlepost opgericht op de weg van Kaboel naar Jalalabad. In de behaaglijke warmte van de verdwijnende Afghaanse zomer plukten douaniers verdachte auto’s van de weg. Ze waren bewapend met geavanceerde Heckler & Koch machinegeweren en Britse pistolen, die ze trots toonden. Ahmed Shah, commandant van de douane-eenheid, vertelde met gezwollen borst hoe zijn mannen steeds onverwacht opdoken om de talrijke drugssmokkelaars in Afghanistan – verreweg de grootste opium producent ter wereld – het leven zuur te maken. Hij vertelde over drugsvangsten en arrestaties. De Afghaanse regering had nu het heft in handen: de oorlog was verklaard aan de drugs baronnen, en de strijd verliep voorspoedig. Shah werd bijgestaan door een grote Britse douanier, die toezicht hield over het team. Hij antwoordde opvallend vaak op vragen die bedoeld waren voor commandant Shah.

Toen hij zag dat de Britse douaneof½cier zich buiten gehoorsafstand bevond, stortte de commandant zijn hart uit. Hij gaf toe dat de controles van de douaniers vooral symbolisch waren. Wie een echt grote hoeveelheid drugs wil vervoeren, kiest niet voor de auto over de asfaltweg, maar laadt de boel op muilezels en reist via de bergpaden. «Daar controleren we niet. Het is er bezaaid met mijnen en het risico op hinderlagen is te groot», zegt Shah. «Mijn agenten verdienen 75 dollar per maand. Ze hebben grote gezinnen. Wij zijn ook maar mensen. Dus als iemand veel geld biedt, tja, dan wordt dat wel eens aangenomen. Ik kan me nauwelijks omdraaien of er rijden weer verdachte voertuigen weg waarvan ik me afvraag of ze wel doorzocht zijn.»

Eerder bleek dat de papaverteelt in de noordelijke provincie Baglan, waar Nederlandse luchtmachteenheden een Provinciaal Reconstructieteam (prt) bemanden, zelfs volledig ongemoeid werd gelaten. De lokale politie trad er niet tegen op. Een deel van het Nederlandse gebied viel onder de controle van generaal Mustafa en zijn mannen. Generaal Mustafa is een van de vele voormalige moedjahedien-commandanten met een inktzwarte drugs reputatie. We interviewden hem in de perfect onderhouden tuin van zijn ommuurde villa. Gewapende militieleden hielden de wacht. «Hij is een grote boef», vertelde een Nederlandse militair die werkte voor een inlichtingendienst. Hoe hij dat wist, mocht hij niet zeggen. «Maar hoe denk je dat hij dat mooie huis van hem heeft betaald?» Daar zit drugsgeld achter, was de suggestie. Ten aanval dus, zou je denken. Negentig procent van de Afghaanse opium vindt immers in de vorm van heroïne zijn weg naar de straten van West-Europa. Maar kolonel Jan van Hoof, commandant van het Nederlandse prt, liet er geen twijfel over bestaan: de woorden papaver en drugs kwamen niet in zijn mandaat voor. Zijn eenheid was gekomen om de veiligheid te vergroten en de wederopbouw van de sector te bevorderen. De kolonel: «Wij gaan ze bij acties tegen drugsbaronnen niet helpen. Ook niet als ze het vragen.»

Dat was eind 2004. Toen waren de Afghaanse papavervelden goed voor vierduizend ton opium. Inmiddels wordt verwacht dat de hoeveelheid land die wordt gebruikt voor de illegale papaverteelt met dertig procent is gestegen. Er wordt voor 2006 een recordoogst verwacht, ook al worden meer papavervelden door de regering vernietigd dan voorheen. Veel van de programma’s die de arme boeren ertoe moesten aanzetten om andere gewassen te gaan verbouwen zijn echter mislukt. Papaver vereist nauwelijks onderhoud. Het groeit in barre omstandigheden. Alleen gestage en goed doordachte overheidssteun kan de boeren aan de teelt van andere gewassen zetten.

Afghanistan telt 34 provincies. Uruzgan, waar Nederlandse troepen binnenkort voor veiligheid en wederopbouw gaan zorgen, was in 2004 de vierde drugsprovincie. Volgens de cijfers daalde de papaververbouw er in 2005 met vijftig procent. Maar onder de ogen van gouverneur Jan Mohammed Khan verdween op mysterieuze wijze een ¾ink deel van het alternatieve zaaigoed voor die arme boeren die beloofden af te zien van een nieuwe papaveroogst. De kans is groot dat zij hun velden weer hebben ingezaaid met papaver.

Volgens cijfers van de hulporganisatie Care bedroeg het totale inkomen in de Afghaanse drugswereld tussen 2002 en 2004 meer dan 6,8 miljard dollar: ruim het dubbele van de internationale hulp in diezelfde periode. De legale Afghaanse economie is nog maar ruim een derde groter dan de jaarlijkse drugseconomie van 2,8 miljard. Vermoed wordt dat de Taliban een deel van de drugshandel beheersen. Hun wapenarsenaal is de laatste jaren aanzienlijk uitgebreid en moderner geworden. Intussen heeft de corruptie zich tot in de hoogste regionen van het Afghaanse bestuur genesteld. «We zijn een narcostaat geworden», zei Mohammad Nader Naderi onlangs. Voor de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie onderzocht hij de groeiende straffeloosheid van drugsbaronnen en voormalige militaire commandanten die nu overheidsfuncties bekleden: «Als gouverneurs in vele delen van het land betrokken zijn bij drugshandel, als een minister direct of indirect pro½teert van de drugshandel, en als een politiechef geld ontvangt van drugshandelaars, dan lijkt mij dat je kunt spreken van een narcostaat.»

Het Nederlandse beleid is niet gewijzigd. De mariniers, die inmiddels het prt in Baglan bestieren, en de troepen van de Luchtmobiele Brigade die hetzelfde gaan doen in Uruzgan, maken deel uit van de stabilisatiemacht isaf. In antwoord op vragen uit de Tweede Kamer eind januari schreven de ministers Bot van Buitenlandse Zaken en Kamp van Defensie: «isaf ondersteunt de autoriteiten in haar inspanningen de teelt van en handel in drugs tegen te gaan door training van de veiligheidsdiensten, het delen van inlichtingen en het ondersteunen van informatiecampagnes. Eerstverantwoordelijke blijft echter de gouverneur van de provincie. Het behoort niet tot de taken van isaf papavervelden of oogsten te vernietigen.»

De 3300 Britse troepen die zich zullen vestigen in Helmand – de grootste drugsprovincie van Afghanistan – hebben echter de opdracht gekregen drugs juist actief te bestrijden, zo kondigde de Britse minister John Reid van Defensie vorige week aan. Britse defensiebronnen bestrijden dat. Die houden het erop dat de Britten slechts Afghaanse eenheden opleiden in en begeleiden bij het opsporen van drugs laboratoria en het vernietigen van papaver oogsten.

De Verenigde Naties hebben gewaarschuwd voor een te hardvochtig optreden. Antonio Maria Costa, hoofd van het UN Of½ce on Drugs and Crime, meent dat buitenlandse militairen «niet betrokken moeten raken bij het vernietigen van oogsten. Dat moet gedaan worden door de nationale autoriteiten», want vernietigde oogsten kunnen «in enkele weken herplant worden».

Aanvankelijk negeerden de Amerikanen, die nog altijd twintigduizend troepen in het land hebben, de opium. Die komt immers vooral terecht op Europese markten. Hún drugs oorlog speelt zich af in Latijns-Amerika. Dat lijkt nu te veranderen. De Verenigde Staten steken inmiddels 750 miljoen dollar per jaar in Afghaans antidrugsbeleid. Onrustbarend is dat de Amerikanen op het punt staan dezelfde fout te maken als ze in Colombia maakten. Senlis Council heeft sterke aanwijzingen dat er een campagne wordt voorbereid om met sproeivliegtuigjes grootschalig oogsten te vernietigen. In Latijns-Amerika leidde dat slechts tot het verplaatsen van de cocateelt. Landbouwgrond werd soms voor jaren onbruikbaar. Boeren verarmden en daar spon de guerrilla, zelf diep verwikkeld in drugshandel, garen bij.

Senlis Council verzamelde uit verschillende delen van Afghanistan berichten over sproeivliegtuigjes die chemicaliën loslieten boven papavervelden. Ook in de omgeving van Kaboel zou een testvlucht zijn gehouden. Een heel sterke aanwijzing vormt een aantal advertenties van het Bureau of International Narcotics and Law Enforcement Affairs, een onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarin wordt personeel geworven voor een « __counter-narcotics aviation program in Afghanistan_ »,_ dat zal werken met «DOS/INL»-vlieg tuigen. «DOS/INL» staat voor Department of State/ Bureau of International Narcotics & Law, dat ook sproevliegtuigen gebruikt om in Colombia oogsten te vernietigen. «Het eindspel van het CN-luchtvaartprogramma (counter-narcotics – jb) in Afghanistan is het verminderen van de stroom illegale drugs uit Afghanistan door vernietiging van drugs oogsten vanuit de lucht _(aerial and airmobile eradication of crops)»_, meldt een van de advertenties.

De Afghaanse wet laat dit echter niet toe. De Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA antwoordde aan De Groene Amsterdammer dat om die reden berichten over testvluchten met sproeivliegtuigjes onjuist moesten zijn. Geconfronteerd met de advertenties werd de dienst minder stellig: «Nu we dit lezen, kunnen wij slechts aannemen dat Buitenlandse Zaken graag vanuit de lucht zou besproeien, want dat is het meest kosteneffectief. Het laatste wat de dea ter ore kwam was echter dat Mr. Karzai (de Afghaanse president – jb) dit niet wilde toestaan. We kunnen slechts aannemen dat ze in de advertentie spreken van vernietiging ‹vanuit de lucht› voor het geval ze daar toestemming voor krijgen in de toekomst», aldus de dea in een schriftelijke reactie.

Volgens Jorrit Kamminga van Senlis Council blijkt uit de data die in de advertenties genoemd worden dat de Amerikanen proberen alles klaar te hebben om al dit seizoen te beginnen. «Dat kan leiden tot een situatie vergelijkbaar met de omstandigheden waaronder de Taliban aan de macht kwamen: algemene instabiliteit, weinig grip van de centrale overheid op de provincies en miserabele economische omstandigheden», aldus Kamminga. «Nog los van de ellende die dit de boeren oplevert, is het uiterst risicovol voor buitenlandse militairen in Afghanistan.»