De oorlog van frits

Vorige week kreeg ir. Frits Philips de Yad Vashem-medaille opgespeld omdat hij joodse Philips-medewerkers van de gaskamers had gered. Onder leiding van diezelfde Frits Philips leverde het elektronicaconcern voor en tijdens de oorlog velerlei produkten aan de Duitsers. Wat is nu zijn netto verdienste?
OP 11 JANUARI 1996 is ir. Frits Philips op de Israelische ambassade in Den Haag geeerd met een Yad Vashem-medaille, getiteld ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Hij kreeg die onderscheiding omdat 382 van de 496 gedeporteerde joodse Philips-medewerkers levend zijn teruggekeerd. Tijdens de plechtigheid werd ik door een suppoost gemaand tussen de aimabele familieleden van Frits Philips plaats te nemen. De sfeer was sereen, de muziek van het clavecimbel romantisch, het zingen ontroerend. Rabbijn Avraham Soetendorp sprak mooi en stichtelijk. Overlevenden van Auschwitz dankten Frits Philips voor het redden van hun levens, sommigen onder aanbieding van excuses dat zij daarmee vijftig jaar hadden gewacht.

In zijn dankwoord gaf Frits Philips een historisch overzicht, daarbij net als in zijn memoires fantasie en werkelijkheid vrijelijk vermengend. Over de Duitsers zei hij: ‘Radiobuizen, dat was hun bottleneck!’ Want radiobuizen met mankementen 'kwamen terug van het front’.
Het is waar dat vrijwel alle Nederlandse bedrijven in de oorlog aan Duitsers hebben geleverd; de leveranties als zodanig kunnen Philips worden verweten. Volgens een Philips-woordvoerder kun je elk bedrijf dat in de oorlog doorwerkte wel van collaboratie beschuldigen. 'Het Duitse leger at tenslotte ook brood van Hollandse bakkers. Dat kun je die bakkers toch niet kwalijk nemen?’ Toch was er verschil. Om dat ten volle te kunnen beoordelen, moet men Duitse bronnen onderzoeken.
AL IN 1933 WAS Philips Europa’s grootste fabrikant van radiobuizen (voorgangers van de hedendaagse chips). Radiobuizen vormden de kern van radarsystemen, draadloze telefonie, richtapparatuur, radiobakens, boordradio’s en zendinstallaties, kortom van alle apparatuur waarmee de vernietigingskracht van leger, luchtmacht en marine werd verveelvoudigd. Door een octrooigeschil met Duitslands grootste radiobuizenproducent, Telefunken, produceerde Philips vrijwel geen radiobuizen voor Duitsland. In 1933 was duidelijk dat Duitsland voor radiobuizen de markt zal worden. Philips legde zijn geschil met Telefunken dan ook bij en Philips-dochter C. H. F. Muller GmbH startte de grootschalige produktie van radiobuizen.
Philips’ belangrijkste dochterondernemingen waren in Duitsland gevestigd. Het was toen niet gebruikelijk dochtermaatschappijen in het jaarverslag te noemen. Daardoor zijn deze in Nederland vrijwel onbekend. Philips produceerde onder diverse namen voor de Duitse oorlogsmachinerie: Philips Elektro-Spezial, Pintsch en C. H. F. Muller GmbH. De laatste is in 1939 omgedoopt tot Valvo Radio Rohrenfabrik en bezat tijdens de oorlog verschillende zeer grote fabrieken van radiobuizen.
In 1934 kwam Hitlers herbewapeningsprogramma op gang. Philips-bedrijven waren er snel bij en leverden vanaf 1935 navigatie- en communicatieapparatuur voor het Duitse leger, de Kriegsmarine en de Luftwaffe. Dit blijkt uit Liste der Fertigungskennzeichen fur Waffen, Munition und Gerat. Nach Buchstaben geordnet. Berlin 1944. Gedruckt im Oberkommando des Heeres. In het Bundesarchiv te Koblenz is te lezen dat Philips-medewerker Willi Kronhagel leider was van een speciale commissie voor boordradio’s voor vliegtuigen en schepen. In het Bundes Militararchiv te Freiburg ligt een overzicht van de laatste technische ontwikkelingen van de landmacht van augustus 1942. Daaruit blijkt dat Philips ook meedeed aan de ontwikkeling van mijndetectoren en tropenbestendige verbindingsapparatuur. Zonder al deze navigatie- en communicatieapparatuur kon een bommenwerper of jachtvliegtuig bij slecht weer nauwelijks opereren, zonder zulke apparatuur zou de slagkracht van de vloot aanzienlijk kleiner zijn en zonder zulke apparatuur kon het leger al bijna helemaal niet opereren.
FRITS PHILIPS was blijkens zijn memoires binnen het concern belast met de ontwikkeling van nieuwe produkten en de internationalisering van het concern. Hij was voor de oorlog reserve-officier in het Nederlandse leger met een relevant specialisme: verbindingsofficier. Hij nam als produktontwikkelaar, als producent en als consument op dit bewapeningsspecialisme een unieke positie in Europa in.
Frits Philips wordt in 1935 officieel in de Philips-directie opgenomen. Het Philips- jaarverslag 1935: 'Dat ook op het gebied van zenders en ontvangers voor de militaire luchtvaart onze constructies meer en meer waardering vinden, blijkt uit belangrijke opdrachten welke wij uit het buitenland ontvingen. De levering van enige installaties voor de radio-telegrafische en telefonische uitrusting van vliegvelden, met inbegrip van radiobakens, werd ons opgedragen.’
In 1935 verkoopt Philips ook zijn eerste zend- en ontvangstapparatuur aan de Duitse marine (Luftwaffemuseum Utersen). Philips-dochter Pintsch is voor en tijdens de oorlog een van de belangrijkste leveranciers van de Kriegsmarine (Bundesarchiv Freiburg: Geschichte der Rustungsinspektion des Wehrkreises III).
Generaal G. Thomas, tot juni 1942 minister van bewapening, beschrijft in zijn boek Geschichte der deutschen Wehr- und Rustungswirtschaft (1918-1934/45) dat Philips in 1936 een vertrouwelijk stuk aan Siemens stuurde waarin alle fabrieken werden genoemd. Philips bleek radiofabrieken te hebben in Engeland, Zweden, Belgie, Duitsland, Oostenrijk, Tsjechoslowakije, Polen en Hongarije. De meeste bedrijven zijn in Duitsland (dertien) en Oostenrijk (acht) gevestigd. Die worden overigens niet in Frits Philips’ memoires genoemd. Wel vermeldt hij: 'Voor het leger waren speciale ontvangers en zenders nodig. Ook op dit gebied is onze Poolse fabriek zeer actief geweest.’ In het Bondsarchief te Koblenz ligt een leverancierslijst van het Reichsministerium fur Rustungs- und Kriegsproduktion van 22 november 1943, waarop ook de Philipsonderneming in Praag als vaste leverancier van het Duitse leger wordt vermeld.
In 1936 wordt in Duitsland een militair- economisch vierjarenplan van kracht. Daardoor draait de industrie in 1938 op volle toeren - een ideale situatie om te leveren. Hitler betaalde genereus: leveranciers van de Wehrmacht mochten op hun kostprijs een winstopslag van vijftien procent leggen.
In datzelfde jaar 1936 blijkt Philips 'belangrijke bedragen’ te besteden aan onderzoek naar gasontladingsbuizen. Philips noemt als toepassing zoeklichten, bakens enzovoort. Op dit gebied loopt Philips internationaal voorop. Omstreeks 1937 besluiten Philips, General Electric en de grootste Duitse gloeilampenproducent Osram hun octrooien inzake gasontladingslampen (onmisbaar voor de fabricage van zoeklichten) uit te wisselen. Osram mag de Philips-patenten gebruiken voor de produktie van zoeklichten, met behulp waarvan vele geallieerde piloten de dood zullen vinden.
Uit het boek van Fritz Trenkle, Die deutschen Funknavigations- und Funkfuhrungsverfahren bis 1945, blijkt dat Philips en Telefunken sinds 1938 voor de Luftwaffe samenwerken bij de produktie van elektronische navigatiesystemen en dat die ook in Eindhoven worden gemaakt. Het jaarverslag 1938 meldt: 'Evenals het vorig jaar namen de orders op zenders en zendbuizen sterk toe en wel met name voor vliegtuig- en transportabele ultrakorte golfzenders.’
Philips heeft dus in de jaren dertig een sleutelrol gespeeld bij de opbouw van Hitlers oorlogsmachine. Het is dan ook te begrijpen dat Albert Speer in januari 1943 over Philips zegt: 'Das ist eine deutsche Firma.’ (Dietrich Eichholz) Tijdens de oorlog zorgde Philips ook voor het onderhoud van Hitlers oorlogsmachine, met name Philips Eindhoven.
Op 8 januari jongstleden schreef dr. J. Michman, oud-directeur van Yad Vashem, mij over de export van Nederlandse Philips- bedrijven tijdens de oorlog: 'Volgens mijn informaties, die ik uiteraard niet kan controleren, leverde Philips voor 193,9 miljoen gulden aan Duitsland, verdeeld als volgt: leveringen aan de handel: f26,7 milj.; Verlagerung: f39,1 milj.; Wehrmacht: f127,6 milj.’
Philips is, voornamelijk door zijn leveranties aan de nazi’s, steenrijk geworden en heeft in de oorlogsjaren aanzienlijk meer dan 120 miljoen gulden winst geboekt, meer dan ooit tevoren. Michman, coreferent bij het onderzoek van Yad Vashem naar Frits Philips, desgevraagd: 'Aan de Wehrmacht werden civiele produkten, elektronenbuizen en zendinstallaties geleverd, maar de aanmaak van wapens of onderdelen werd geweigerd.’ Dit is naar mijn mening hetzelfde als: 'We hebben fantastisch piano gespeeld maar we hebben geen muziek gemaakt.’
IN HET UTRECHTS Nieuwsblad van 3 mei 1937 zegt Frits Philips over zijn kapitale klant: 'Ik geloof bij voorbeeld dat Hitler het beste voor heeft met het Duitse volk (dus ook met de Duitse Joden). Zijn onderleiders behandelen echter het volk niet zoals hij zou wensen. Zij worden niet door God geleid.’ In de Telegraaf van 20 oktober 1940 toont Frits Philips zich ook enthousiast: 'Direct na de capitulatie hebben de Duitse instanties ons te kennen gegeven, dat ook zij er prijs op stelden dat de fabriek zo gauw mogelijk weer op volle capaciteit zou werken. (…) We hebben bij de Duitse en Nederlandse instanties volkomen begrip gevonden voor deze noodzakelijkheid en wij kregen de prettigste medewerking om dit te bewerkstelligen.’ Dit is de waarheid. Blijkens op het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Riod) aanwezige documenten zegt generaal Thomas op 22 mei 1940 dat alle in Nederland gevonden grondstoffen naar Duitsland getransporteerd moeten worden maar 'oorlogsindustrieen zoals Philips Eindhoven moeten het materiaal behouden om te kunnen werken’.
Sinds 1938 had Philips zich voorbereid op een Duitse bezetting. Besloten was dat de directie dan naar Engeland zou uitwijken en de zeggenschap van de Nederlandse bedrijven zou overgaan op in het buitenland aanwezige medewerkers. Daarmee werd voorkomen dat de leiding door de bezetter onder druk zou kunnen worden gezet. Ook zou de top-holding naar de Antillen verhuizen om de fabrieken in neutrale staten niet onder Duitse zeggenschap te laten komen. Blijkens op het Riod aanwezige documenten (Neurenberger dossier, Rustungsinspektion en Kriegstagebuch) zag de bezetter het belang van deze administratieve maatregel terdege in. En blijkens zijn memoires zag ook Frits Philips dat helder in.
Op 13 mei vertrok de Philipsdirectie inderdaad, maar Frits Philips bleef tegen elke verwachting achter. Vrijwel direct overlegde hij met de bezetter en op 22 mei 1940 nam hij bij het handelsregister te Eindhoven administratieve maatregelen: hij maakte, met overtreding van zijn bevoegdheden, de verhuizing van de top-holding naar het buitenland ongedaan. Frits Philips bracht bewust en vrijwillig de Philips-fabrieken in de neutrale staten onder Duits gezag. Ook streepte hij de overdracht van de zeggenschap door. Door een administratieve maatregel bracht Frits Philips zichzelf en hoge Philips-medewerkers vrijwillig in de positie waarin ze door de bezetter alsnog onder druk konden worden gezet.
Philips Eindhoven was onder leiding van Frits Philips een der weinige voor het leger belangrijke bedrijven waar in mei/juni 1940 geen stakingen of werkonderbrekingen uitbraken. De inspanningen van Frits Philips werden beloond. Na zijn machtsgreep verdubbelde hij in twee jaar de export naar Duitsland. In 1943 volgde, buiten zijn schuld, een terugval. Eind maart bombardeerden de geallieerden de fabriek van radiobuizen. Uit CBS-exportcijfers blijkt dat de produktiecapaciteit toen grotendeels werd vernietigd.
Er zijn tienduizenden, zoniet honderdduizenden militairen gedood door legers en vliegtuigen die van Philips-apparatuur waren voorzien. Bovendien werden elke dag dat het nazi-regime zich langer kon handhaven in concentratiekampen als Auschwitz duizenden mensen vermoord.
Gezien de rol die Philips-produkten bij opbouw en onderhoud van de oorlogsmachinerie van het Derde Rijk hebben gespeeld, gezien de leidende rol van Frits Philips in de jaren dertig bij de ontwikkeling van nieuwe produkten en bij de internationalisering van het bedrijf en gezien de enorme produktie van radiobuizen ('dat was hun bottleneck!’) in Eindhoven voor de Wehrmacht lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat Frits Philips persoonlijk de Tweede Wereldoorlog met maanden heeft verlengd. De netto verdienste van Frits Philips als mensenredder kan dan ook niet anders dan negatief worden genoemd, zijn kersverse Yad Vashem-medaille ten spijt.