De oorlog van IS

Binnenkort zijn we weer getuige van en misschien deelnemer aan een beslissende krachtmeting in het Midden-Oosten.

Het is van belang dat zo vroeg mogelijk te weten, omdat er een grote kans is dat Amerika de trouwe bondgenoot Nederland zal vragen mee te doen. De terreurorganisatie IS moet verslagen worden, daar zijn we het in het Westen over eens. Een van de grootste steden van Irak, Mosul, met twee miljoen inwoners, is in handen van IS. Volgens de International New York Times (23 februari) is Barack Obama van plan de stad te heroveren en daarvoor worden nu grootscheepse plannen gemaakt. Waarschijnlijk zullen er ook Amerikaanse grondtroepen worden ingezet. Dat is een radicale verandering in Obama’s beleid van no boots on the grounddat hij tot dusver in het Midden-Oosten heeft gehandhaafd.

Het belangrijkste werk zal worden gedaan door tienduizend Iraakse soldaten, met Amerikaanse luchtsteun. Amerikaanse specialisten controleren het resultaat van die aanvallen en zij zullen worden beschermd door Amerikaanse strijdkrachten. Hoeveel man dat zullen zijn is nog niet bekend, maar op deze manier heb je al gauw een legertje bij elkaar. In de verte begint het te lijken op The Surge, de operatie onder leiding van generaal David Petraeus die in 2007 de kansen in Irak moest doen keren. Na veel optimistisch nieuws eindigde deze operatie in een flagrante mislukking.

Maar gesteld dat de Amerikanen en hun bondgenoten Mosul betrekkelijk snel weten in te nemen, is het probleem van IS daarmee verdwenen? Nee. De terreurorganisatie slaagt er telkens in een nieuw front te openen, niet door op de gebruikelijke manier slag te leveren met de tegenstander, maar door vanuit een vertrouwde omgeving bij verrassing aanslagen te plegen, liefst zo wreed mogelijk. Terreur is iets anders dan een guerrilla waarbij kleine strijdgroepen de organisatie van de vijand ontregelen. De guerrilla heeft nog een chaotisch front. Bij terreur is praktisch de hele wereld tot front bevorderd en juist daarin schuilt de kracht van de organisatie. Het is een anoniem schrikbewind.

Praktisch de hele wereld is tot front bevorderd, daarin schuilt de kracht van terreur

In het Midden-Oosten is de terreur van IS voortgekomen uit de chaos, die weer het resultaat is van de mislukte oorlogen in Afghanistan en Irak. Daarbij komt dat in het Midden-Oosten de chaos aanstekelijk is. Een jaar of vijf geleden was Syrië nog een redelijk geordend land. Libië was een dictatuur en een gevaar voor de internationale gemeenschap, maar geen duurzame exporteur van terreur. Nu heerst in Syrië totale chaos en is het een kweekplaats voor jihadisten, terwijl Libië van dag tot dag verder in die richting vordert. Het land heeft twee hoofdsteden, Tripoli en Tobruk, en het wordt verscheurd door stammenstrijd. Vorige week hebben Libische aanhangers van IS 21 koptische christenen uit Egypte onthoofd. Dat heeft daar tot een volkswoede geleid, en als reactie bombardeerde Egypte IS-doelen in Libië.

De terroristen van IS gedijen op de chaos en als ze tot daden overgaan, zorgen ze voor een nog grotere chaos. Op deze manier scheppen ze het perpetuum mobile van de terreur en de resultaten die ze daarmee bereiken zullen ze als een aanmoediging beschouwen. Zo hebben ze in ieder geval hun volgende stadium bereikt: de export van terreur.

Misschien is het begonnen in 1985 toen Palestijnen de Achille Lauro kaapten en de joodse passagier Leon Klinghoffer in zijn rolstoel overboord zetten. Op 11 september 2001 vond de grote aanslag plaats en daarop volgde de oorlog in Afghanistan en uiteindelijk de executie van Osama bin Laden.

Maar de oorlogen gingen verder, hebben zich uitgebreid, er kwam geen definitieve overwinning. De jihadisten hebben hun uitvalsbases verbreed, ze bedreigen het openbare leven in het Westen en wij verdedigen ons met steeds ingrijpender veiligheidsmaatregelen, zonder dat we in staat zijn het onheil in de kern te raken. Veertien jaar voert het Westen oorlog tegen zijn fanatieke aartsvijand. Hij is van gedaante veranderd en in de loop van de jaren gevaarlijker geworden. Nog altijd weten we niet hoe we hem definitief moeten verslaan.