De oorlogen in de kunst

Het nieuwste filmpje van Johan van der Keuken, een kort woest filmpje over Lucebert, was even te zien in mijn buurtbioscoop. Het draaide samen met twee oudere, korte Van der Keukens over Lucebert, en toen bleek er zelfs tijd over voor nog twee korte films: de neerslag van een bliksembezoek aan Sarajevo en een filmische confrontatie met de muziek van Willem Breuker.

Samen vormden de vijf filmpjes een soort miniretrospectief, een Van der Keuken-festival op zakformaat. Het is duidelijk dat de oudere films over Lucebert in samenhang met een nieuwe een reis door de tijd mogelijk maken. Het nieuwe raakt het oude aan en maakt het zo bewust van zijn ouderdom.
Lucebert, tijd en afscheid is de titel van het drieluik en die wijst ook op het verglijden in de tijd. Maar wat verbaast en treft, is niet het wegslippen van beelden in het verleden, maar de onverzettelijke stilstand van het visuele idioom van Lucebert. Als Van der Keuken in de nieuwe Lucebert-film Als je weet waar ik ben zoek me dan het atelier van de overledene overhoop haalt en een rijke oogst aan schilderijen opstelt, ontstaat er ook geen reeks in de tijd. Al deze schilderijen maken deel uit van een wereld en daarom kunnen ze ook dienen als de beeldjes van een tekenfilm. Disney, maar dan anders.
In een hoekje van het atelier van de schilder werkte de dichter. Bij zijn soms wilde strooptochten door het atelier keert de filmer steeds nieuwsgierig, bewonderend, zelfs een beetje eerbiedig terug naar dit hoekje. Hier heeft de tijd stilgestaan en is het afscheid nog niet genomen. De dichter is schijnbaar even van zijn plaats opgestaan en staat een stap buiten beeld uit het raam te staren. Kijkend naar het juiste woord. Ieder moment kan hij in beeld stappen. Hij zal zijn sigaret uitdrukken in het doorleefde asbakje en met een kroontjespen op een blocnotevelletje het verlossende woord schrijven.
In Een film voor Lucebert (1967) filmde Van der Keuken de schilder in zijn laboratorium. Onder zijn ogen verscheen, verdween en verscheen weer een schilderij. De schilderijen zijn nu af, onbeweeglijk en droog. De filmer kan ze letterlijk met zijn handen aanraken. Ze zullen niet meer veranderen. In het schrijfhoekje lijkt het laboratorium nog in werking. Er ligt een nog nat gedicht en de filmer legt het verschijnen en verdwijnen van woorden vast zoals hij dat jaren eerder met de verfstreken deed.
Van de niet-Lucebert-filmpjes uit het pocketfestival doet vooral het Breuker-filmpje zijn voordeel met zijn nieuwe samenhang. Het is gemaakt als deel van Hexagon, een aardig filmexperiment waarin een zestal filmers de muziek van zes verschillende componisten filmisch vertolkten. Buiten die op muziek gerichte context is het filmpje een soms verbluffend vormexperiment waarbij de filmer opnieuw lijkt te willen ontdekken wat je allemaal met een camera kunt doen. De filmer beweegt als een razende voor en achter zijn camera.
En het is juist deze razende filmer die een laatste afscheidsbezoek bracht aan het atelier van zijn vriend en leermeester. Geen stille contemplatie, maar een verwoede poging om de dwarse vitaliteit van de kunstenaar nog een keer tot leven te wekken. Wonderlijk was het om te merken dat het frontbericht uit Sarajevo functioneerde als een rustige, bijna verstilde proloog bij een reeks impressies van in de muziek, de poezie en de schilderkunst gevoerde oorlogen. Van der Keuken weigerde het om in Sarajevo oorlogsverslaggever te zijn. Liever sjouwde hij zijn camera tien trappen op achter iemand aan die voor de zoveelste keer met jerrycans water naar boven moest.
In het atelier van Lucebert nam hij echter even de rol van razende reporter aan. Nu de frontlinie van de kunstenaar nog even zichtbaar was, moest hij er met zijn neus bovenop staan. Opdat we het maar niet vergeten. Die oorlogen in de kunst. En de echte uiteraard.